Om malaria echt te kunnen begrijpen moet je hem zelf hebben doorgemaakt

Al die jaren in Afrika leefde Ivan Godfroid in de overtuiging dat hij resistent was tegen malaria. Nu blijkt het tegendeel: het is de malariaparasiet die resistent is geworden tegen onze medicijnen.

© Ivan Godfroid

Het vliegtuig uit Goma landde niet meteen in N’Djili, maar beschreef eerste een volledige cirkel waardoor we twee keer boven het uitgestrekte domein van de voormalige president Joseph Kabila Kabange vlogen en we de Congostroom in al haar pracht uitgebreid konden bewonderen.

Dertig minuten later, wielen op het tarmac, begrepen we waarom. Op zo goed als hetzelfde moment waren vier grote binnenlandse vluchten geland die hun volle passagiersladingen uitspuwden in dezelfde ontvangsthal voor paspoortcontrole.

De hele twee uur durende vlucht lang had het cabinepersoneel ingegrepen zodra zelfs maar een tipje van een neus boven een mondkapje kwam piepen. Maar in de luchthaven zelf was dat onbegonnen werk. Met bijna duizend passagiers in een ruimte die voorzien is op een derde daarvan, schuurden schouders en konten tegen elkaar, wriemelden mensen in alle richtingen dooreen, hoestten ze in elkaars nek, werd schrijfgerief uitgeleend om covidformulieren in te vullen zonder eerst te desinfecteren. Kortom, alle inspanningen van op het vliegtuig werden in één klap tenietgedaan door de aankomst in de DGM-hal.

Wij steken geen grens over

Tot ieders ergernis was maar de helft van de loketten van de migratiedienst bemand. Bovendien namen de enkele bedienden die er waren onmogelijk veel tijd per persoon.

De mensen werden boos. De luchtkoeling was niet ingeschakeld (of defect?). Mannen in maatpak met druipende gezichten werden nog natter door het zwaaien met hun ordre de mission van een of andere overheid. Het geroezemoes in de zaal zwol aan tot verontwaardigd gegrom.

Iemand vooraan in mijn rij trachtte het voortouw te nemen: “Wat is dit voor onzin? Wij zijn Congolezen die reizen binnen onze landsgrenzen. Waarom in ’s hemelsnaam zouden wij door de Migratie moeten worden gescreend? Wij steken geen grens over, wij gaan naar huis! Wij hoeven dit niet te pikken! Komaan mensen, laat ons nu in blok naar buiten stappen, niemand zal ons kunnen tegenhouden. Laat ons deze onzin zelf stoppen.”

Uitgerekend op dat moment stapte extra Migratiepersoneel het lege loket vlak voor de man binnen. Het protest was in de kiem gesmoord. Hij kon als eerste in het nieuw geopende loket zijn papieren laten nakijken Anderhalf uur later konden ook wij eindelijk onze bagage gaan ophalen.

Corona, griep of verkoudheid?

De vierdaagse vergadering met boerenleiders van over het hele land verliep voorspoedig. De Alliantie AgriCongo en de nationale boerenconfederatie CONAPAC hadden als co-organisatoren hun volle verantwoordelijkheid opgenomen en alle preventieve maatregelen werden nauwgezet gerespecteerd, tot en met de systematische ontsmetting van de wandelmicrofoon in de zaal. Toen ik de vierde dag na aankomst in de hoofdstad een lichte koorts kreeg, maakte ik me dan ook niet meteen zorgen. Maar de vijfde dag ontwaakte ik met 38,5°C en zware spier- en hoofdpijn.

Ik haalde er het vergelijkende lijstje van symptomen bij van corona, griep en een verkoudheid en concludeerde dat het om een griep ging. Met een stevige dosis paracetamol haalde ik de avond, want ik moest net die vergaderdag zelf faciliteren, maar was toch blij toen die voorbij was.

Wat me nog meer verontrustte was het plotse verlies van smaak en geurvermogen.

De dag erop bleef de koorts maar stijgen. Wat me nog meer verontrustte was het plotse verlies van smaak en geurvermogen. Maar het uitblijven van hoest, druk op de borstkas of ademhalingsproblemen sterkte me in mijn griephypothese. Ik gokte dat ik er na een week van verlost zou zijn, zoals de vorige keer dat ik de griep had, een jaar of dertig geleden.

Verschalken

Ik moest kost wat kost zondag 6 december Kinshasa verlaten. Niet alleen omdat mijn terugvlucht dan geboekt stond voor lang geplande activiteiten in Rutshuru, maar ook omdat de stad gonsde van de geruchten over een nakende staatsgreep en mogelijke onlusten na de aangekondigde toespraak van de president in de namiddag. Het vooruitzicht dat de luchthaven zou kunnen dichtgaan, waardoor ik voor onbepaalde tijd ziek vast zou zitten, trok me absoluut niet aan.

Er zat dan ook maar één ding op: opnieuw de paracetamol bovenhalen om op goed gekozen uren de temperatuurcontroles in de luchthaven te verschalken.

Dat was het makkelijke deel. Nu dat nog volhouden tot de griep voorbij zou zijn, en dat zou toch wel een week duren, dat zou meer volharding vragen.

De dag na mijn probleemloze terugkeer naar Goma, met een lichaamstemperatuur van rond de 36° C telkens wanneer die gemeten werd, vertrok ik naar Rutshuru. Mijn collega’s hadden zich anderhalf jaar uit de naad gewerkt, nadat we er op 4 augustus 2019 ontsnapt waren aan een hinderlaag, om de koffieboeren te overtuigen van onze aanpak. Dat ze niet voor altijd veroordeeld zijn om hun koffie voor een habbekrats aan tussenhandelaren te verkopen, dat ze zelf hun koffie kunnen uitvoeren aan betere prijzen, als ze betere kwaliteitskoffie produceren en zo spelers worden in de markt van specialiteitskoffie.

Koffie en koorts

8 tot 10 december 2020 zou geboekstaafd staan als de oprichtende algemene vergadering van de coöperatie van specialiteitskoffie van Rutshuru. Twee dagen lang hebben we met hen alle dimensies van een coöperatie besproken, statuten en intern reglement woord voor woord verklaard. Ze hebben gekozen voor een prachtige naam: Cooperative Kahawa Umoja wa Rutshuru (COOKURU). Dat betekent letterlijk: de coöperatie die eenheid brengt in Rutshuru door zijn koffie. Ze verenigt namelijk koffieboeren van verschillende culturele groepen die niet altijd in goede verstandhouding hebben geleefd, om het zacht uit te drukken.

Door hun bescheiden economische krachten te bundelen en zo ambitieuze doelstellingen te halen in termen van kwaliteit en volume, is het besef gegroeid dat ze door samenwerking meer te winnen hebben dan door elkaar te bevechten. Koffie als bindmiddel voor vrede. Als dit lukt zullen ze bovenop de kwaliteit van hun koffie ook nog een mooi vredesverhaal kunnen brengen dat de waarde van hun koffie nog verhoogt.

Maar ikzelf voelde mijn krachten voortdurend afnemen en de koorts toenemen. Een almaar erger wordende misselijkheid verhinderde me om voldoende te eten. Op de ochtend van de derde dag, nog voor de verkiezingen van de raad van bestuur, na de koffiepauze, kon ik niet meer. Ik vroeg aan onze chauffeur om me terug te rijden naar Goma om doktersadvies te vragen. Maar toen hij de dokter onderweg opbelde, kreeg hij te horen dat de dienst om 13 uur al sluit, terwijl wij pas tegen 14 uur in Goma zouden aankomen.

Officiële gezondheidszorg

Pas de dag nadien konden ze me dus naar het Provinciaal Hospitaal brengen. Dat is het referentiehospitaal, gesteund door de Belgische coöperatie, de Europese Unie, USAID en International Rescue Committee. Wat ik daar heb meegemaakt grenst aan het onbeschrijflijke.

Patiënten worden onthaald in een tentachtige constructie van zeildoek, opgericht vlak langs een van de drukste verkeersaders van Goma, net op de plaats waar een soort van permanent verkeersinfarct heerst. Getoeter, remmend en optrekkend verkeer, geschreeuw tussen boze chauffeurs, vermengd met de megafoons van verkopers en taxibusjes die op klanten roepen…. Pure waanzin voor iemand die ziek is.

Meer dan vier uur lang werd ik er aan het lijntje gehouden. Tussen de afname van een staal voor de covid-test en een bloedstaal voor algemeen onderzoek zaten zeker twee uur. Men kwam me ook drie keer ondervragen op basis van telkens exact dezelfde vragenlijst. En nog stonden er twee fouten in mijn geboortedatum. Ik voelde me daar met de minuut nog zieker worden en was blij toen ik er eindelijk weg mocht.

© Ivan Godfroid

Op basis waarvan de arts het voorschrift maakte dat hij me meegaf was me niet duidelijk, maar ik aanvaardde de medicijnen gedwee na een korte check op internet: het antibioticum azithromycine zou een mogelijke antivirale werking kunnen hebben, dus dat zou bij covid of een griep nuttig kunnen zijn. Dat begon ik dus te nemen, net als de voorgeschreven vitamines en aminozuren (kan nooit kwaad). Maar de drie pillen voor de intermittente preventieve behandeling van malaria bij zwangere vrouwen leken me niet meteen te beantwoorden aan mijn ziektebeeld en raakte ik niet aan.

De dag nadien ging mijn collega Cécile mijn eerste laboresultaten ophalen want zelf was ik te ziek. De snelle diagnostische test voor paludisme en de dikdruppeltest bleken beiden negatief voor malaria. Serologisch onderzoek met de WIDAL-test leverde me een dubbel positief op voor buiktyphus (een Salmonellabesmetting). Moest dat juist zijn, dan zouden vele andere mensen in onze vergadering in Kinshasa ook dezelfde symptomen hebben gehad, quod non. De enige instructie die de arts meegaf op basis van de laboresultaten was: gewoon de eerder voorgeschreven medicijnen blijven nemen.

© Cécile Sikuhimbire

Heal Africa

Dat deed ik dan ook trouw, die zaterdag 12 december, evenwel zonder het minste resultaat. Op zondag ontwaakte ik met 39°C koorts, zware hoofdpijn en een diepe misselijkheid. Mijn griep had nu normaal in de slotfase moeten beland zijn, dus er moest iets veel ernstiger met mij aan de hand zijn. Ik vroeg aan de collega’s welk hospitaal in Goma de beste reputatie heeft en een uur later meldde ik me wankelend aan op de spoeddienst van het Heal Africa-hospitaal.

Ik werd meteen opgenomen in isolatie in afwachting van de testresultaten die enkele uren later al beschikbaar waren: de covidtest was negatief (dat werd drie dagen later bevestigd door het resultaat uit het labo van het Provinciaal ziekenhuis), een positieve CRP-test wees op een ernstige infectie en de dikdruppel was zwaar positief: dan toch malaria.

Daardoor mocht ik al meteen uit isolatie en kreeg snel een catheter gestoken voor een infuus met artesunaat, door de WHO aangeprezen als het beste medicijn tegen malaria, en ceftriaxon, een breedspectrumantibioticum.

Plasmodium – Godfroid: tussenstand 2 - 0

De dag erop, maandag 14 december, ondanks verschillende opeenvolgende dosissen intraveneuze artesunaat en ceftriaxon, bleef ik even koortsig, misselijk en uitgeput, en een nieuwe dikdruppel bleef zwaar positief. Geen enkel effect van de medicijnen dus. De dokters begonnen lichtjes te paniekeren. Ik kreeg tot 5 keer toe de vraag gesteld of ik suikerziek was of last had van hoge bloeddruk, terwijl mijn bloedanalyse en de dagelijkse bloeddrukmetingen hierop een duidelijk negatief antwoord gaven. Het leek wel of ze de resultaten niet geloofden. Pas later zou ik vernemen dat enkele weken eerder een Fransman van MSF in datzelfde hospitaal aan malaria was overleden. Zijn medische voorgeschiedenis zou wel beide afwijkingen hebben vertoond en hem fataal zijn geworden tijdens de behandeling. Ze wilden bij mij dat risico uitsluiten.

Ik bleek multiresistente malaria te hebben opgelopen.

Na intern spoedoverleg stelde de arts me voor om de artesunaatbehandeling stop te zetten en over te schakelen op het laatste redmiddel: intraveneuze kinine. Ik bleek multiresistente malaria te hebben opgelopen. Door de algemene praktijk van zelfmedicatie is de resistentie van Plasmodium tegen malariamedicijnen in de hoofdstad erg groot geworden. Met een klein stemmetje hoorde ik mezelf nog vragen wat er zou gebeuren als mijn malariaparasieten ook resistent tegen kinine zouden blijken te zijn. Dan zouden ze die combineren met antibiotica.

Omdat de dokter wist dat ik nooit eerder malaria had gehad, verwittigde hij me voor de neveneffecten van kinine. Ik had er al van gehoord en bereidde me psychologisch voor op wat zou komen, maar veel tijd kreeg ik niet, want de eerste dosis druppelde al in mijn aderen.

Die goeie ouwe kinine

De drie daaropvolgende dagen en nachten verkeerde ik in een staat van half waken, half slapen. Van bij de eerste dosis kregen mijn oren de volle lading. Het leek of mijn hoofd onder water zat, zo slecht hoorde ik nog, en dat doffe geluid werd dan nog eens doorkruist door een drievoudige tinnitus in verschillende toonaarden. Tijdens elk infuus van 4 uren brak het koud zweet me uit tot mijn bed drijfnat was. De rust van vier uren zonder infuus die erop volgde, hielp me om weer op te drogen.

Mijn collega’s probeerden me wat te doen eten, maar mijn misselijkheid werd nog verergerd door de kinine. Ik herinner me dat ik uren heb zitten staren, tussen twee infuussessies door, naar eten op mijn bord, zonder dat ik een hap naar binnen kreeg. Twee keer een gekookt ei, dat is me wel gelukt. De dokter drong aan om te eten, omdat de kinine veel energie wegzoog uit mijn lijf, maar mijn keelgat leek wel dichtgesnoerd.

’s Nachts wist ik niet of ik droomde, hallucineerde of wakker was. Op een gegeven moment opende ik de ogen en zag ik mijn in 2016 overleden broer Philippe naast me in zijn eigen ziekenhuisbed liggen, ook aan de baxter, zoals ik hem zo vaak zag. Hij zei geen woord. Zijn strijd tegen de ziekte van Kaler maakte dat hij soms dagenlang geen woord kon uitbrengen. Hij keek naar mij en ik keek naar hem. Ik had zo graag gehad dat hij me iets zou zeggen, maar hij bleef maar zwijgen. Toen de verpleger het licht aanstak voor de volgende vernieuwing van het infuus, was hij verdwenen. Ik blijf maar teruggrijpen naar die beelden om te trachten te begrijpen wat hij me precies wou zeggen.

Heel die tijd ben ik nooit alleen geweest. Een Afrikaanse ziekenhuiskamer telt altijd minstens twee bedden: het tweede bed is voor de garde-malade. Drie collega’s (twee dames overdag en een man ’s nachts) hebben geen seconde van mijn zijde geweken en konden me achteraf in detail vertellen wat het gevecht tussen Plasmodium en kinine met mij had gedaan. Rikolto is niet alleen een werkgever maar ook een heuse familie. In moeilijke tijden als deze blijkt dat steeds weer.

Koortsvrij

De derde dag van mijn intraveneuze kininebehandeling was ik koortsvrij. De dikdruppel bleek eindelijk negatief. Op 17 december mocht ik, 5 kg vermagerd, met wankele benen en tuitende oren, het ziekenhuis verlaten. De ochtendporridge die mijn collega’s me aanboden op basis van tarwe- en chiameel ging voor het eerst vlot naar binnen.

Nog twee keer kreeg ik een ochtendkoortsopstootje tot 37,4°C maar dat bleek eerder een soort natrappen te zijn van mijn erg verzwakte lichaam. Vanaf de derde dag na mijn ziekenhuisontslag bleef mijn temperatuur stabiel. De hoofdpijn zou tot de vijfde dag aanhouden. Maar mijn maag begon heel luid te roepen om voedsel. Zes maaltijden per dag, en nog om middernacht wakker worden met een lege maag, dat is me nog nooit overkomen. Mijn lichaam wilde zo snel mogelijk terug naar normaal en liet me dat luidkeels weten.

Intussen ben ik voldoende hersteld om naar Butembo terug te keren, waar ik beter voor mezelf kan zorgen. Ik slaap nog steeds meer dan vroeger, kook mijn lievelingsgerechten, slaag er al in om een boek te lezen en sterk elke dag aan. Ik heb aan de dokter moeten beloven dat ik mijn e-mail niet zal openen voor het einde van het jaar om niet meegesleurd te worden door de digitale tsunami. Mijn vlucht naar België heb ik gemist maar de reisdata hebben we makkelijk kunnen verzetten. Het zal pas na nieuwjaar zijn dat ik mijn moeder en familie zal terugzien, maar dat is niet erg. Nu is het toch nog te moeilijk om vrij te bewegen in België, hopelijk is dat over twee weken verbeterd. En tegen dan zal ik veel steviger op mijn benen staan. Tenzij Oeganda de grens met Congo weer zou dichtgooien wegens de tweede coronagolf. Het blijft een onvoorspelbare regio.

Malaria erger dan corona

Kinderen moeten 4 keer een inenting krijgen om dan een bescherming tegen malaria te genieten tussen de 30 en 40%. Zijn het de marktvooruitzichten die dit gigantisch verschil met corona moeten verklaren?

Nu ik weer helder kan denken, komen de vragen naar boven. Hoe komt het dat de medische wetenschap erin slaagt om binnen het jaar een werkzaam vaccin (95% bescherming na twee inentingen) aan te maken tegen covid-19, een virus dat in Afrika aan 62.000 mensen het leven kostte, terwijl malaria jaarlijks 400.000 levens opeist, in voorgaande jaren zelfs meer, waarvan 94% in Afrika, een totale dodentol die over de laatste halve eeuw vele miljoenen bedraagt? Al bijna 30 jaar sleutelt GlaxoSmithKline aan het RTS,S vaccin tegen malaria en het zit nog altijd in de klinische testfase. Kinderen moeten 4 keer een inenting krijgen om dan een bescherming te genieten tussen de 30 en 40%. Zijn het de marktvooruitzichten die dit gigantisch verschil moeten verklaren? Van een covid-19 vaccin is op wereldschaal uiteraard een veel hogere financiële opbrengst te verwachten. Maar is gezondheid niet in de eerste plaats een ethische kwestie?

Een recente prognose van de WHO rekent voor dat het extra aantal malariadoden in Afrika kan oplopen tot 100.000 per jaar (overwegend kinderen) door storingen veroorzaakt door covid-19 in de verdeelketens van middelen voor malariapreventie en -behandeling. In Congo, dat relatief gespaard bleef van het coronavirus met 16.500 besmettingen en 573 doden, begint de alarmbel voor malariaverwaarlozing luid te klingelen. Radio Okapi meldt dat de provincie Kwango niet meer in staat is om alle malariagevallen de voorgeschreven behandeling te geven bij gebrek aan medicijnen. Andere provincies zullen onvermijdelijk volgen als er niet kordaat wordt opgetreden.

In de statistieken verschijnt de DRC als het land met het op een na grootste aantal malariaslachtoffers ter wereld. Na Nigeria met 24% van alle doden volgt Congo met 11%. Eén op negen malariadoden ter wereld is een Congolees. Als er disproportioneel veel aandacht blijft uitgaan naar het coronavirus zou dat cijfer in de volgende jaarrapporten over malaria nog aanzienlijk kunnen gaan stijgen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3099   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur