Van mens en mug

Blog

Van mens en mug

Van mens en mug
Van mens en mug

Hoe het begin van het leven ons zo dicht bij het einde ervan kan brengen. Nieuw leven en sterfelijkheid gaan hand in hand. Een existentiële beschouwing van Fien Van den Steen in Nicaragua.

De twee baby’s liggen in hun wieg te slapen. De warmte deert hen niet, net zoals het lawaai op straat. Een hels lawaai. En rook. Een dikke ondoordringbare wolk komt het huis van de buren uit en vult de straat.

De geur prikt. Ik kijk naar de baby’s. Ze slapen verder. Ze beseffen niet wat rondom hen gebeurt. Deuren en ramen sluiten zou een dwaze actie zijn, het geheel van ramen en tralies zou de rook toch binnen laten.

Uit de rookpluim komt een man gewandeld. Het lawaai dat zijn machine voortbracht stopt. De bewoners staan met vodden voor hun mond op straat te wachten tot hun huis weer rookvrij is. De overheid rookt de huizen uit. Zyka, dengue, dhikungunya, maar vooral de muggen die de ziektes verspreiden worden uitgeroeid.

Twee keer per maand komen alle huizen aan beurt. Behalve dit huis. Het zou de baby’s evenveel schade berokkenen als de muggen of toch op z’n minst niet al te goed voor hen zijn.

© Fien Van den Steen

Schoolkinderen in Estelli. Onderwijs en gezondheidszorg in Nicaragua zijn gratis.

© Fien Van den Steen

De broosheid van het leven

Dus hopen we op het beste. Ze liggen constant onder een muskietennet, een kleintje voor baby’s. Dat moest haar grootste angst geweest zijn toen ze zwanger was. Verschrikt kijkt ze me aan, de angst nog voelend. Of hoe zo’n klein beestje de broosheid van een mensenleven illustreert.

Het lijkt me dat mensen hun sterfelijkheid voelen als ze kinderen krijgen. Plots krijgt het leven iets fragiels. Het onbezonnene is er af.

Deze baby’s zijn gezond. Op regelmatige tijdstip gaan ze naar het gezondheidscentrum om gecontroleerd te worden. De overheid hier in Nicaragua zorgt voor gratis gezondheidszorg. Hun hoofdje groeit normaal. Net als de rest van hun lichaam. Ook al zijn ze een maand te vroeg geboren.

Klein en wezenloos waren ze, nog niet de grootte van een hand. Maar ze hebben het overleefd. De lange bange zwangerschap, de mens tegen de mug. De risicovolle geboorte. En hun eerste precaire levensmaand. Ze groeien. Zijn bijna zo groot als een pasgeboren baby nu.

Beide ouders kijken vertederd naar hun kroost. Bang ook. Omdat ze zo kwetsbaar zijn. Er kan zo veel misgaan. Vooral hier. Zo hebben deze premature baby’s speciale voeding en zorg nodig. Ze hebben geluk. Hun ouders kunnen dit betalen. Elders hadden ze het misschien niet gehaald.

De relativiteit van sterfelijkheid

© Fien Van den Steen

Kinderen confronteren ons met de broosheid van het leven.

© Fien Van den Steen​

Het lijkt me dat mensen hun sterfelijkheid voelen als ze kinderen krijgen. Plots krijgt het leven iets fragiels. Het onbezonnene is er af. Er moet gezorgd worden voor morgen, voor hen. Tegelijk valt er zo veel buiten je eigen controle. Zoals een dwaze mug die met het bloed het leven kan wegzuigen.

‘Ik ben er nog, de vader is er nog. We hebben geluk. We leven nog. Er is zo veel dat we verliezen in het leven. Morgen is er een nieuwe dag. Het leven gaat voort.’

Terwijl de baby’s vredig slapen toont het nieuws beelden van de getroffen gebieden in Haïti. Mensen leven na de overstromingen nog steeds in puin.

De kindersterfte en de kans dat baby’s niet ouder worden dan hun geboorte zijn er schrijnend hoog. Een jonge vrouw getuigt gelaten. Ze zit op een ton voor wat haar huis was.

‘Ik ben er nog, de vader is er nog. We hebben geluk. We leven nog. Er is zo veel dat we verliezen in het leven. Morgen is er een nieuwe dag. Het leven gaat voort.’

Zelfs daar waar dat van haar pasgeborene gestopt is.