Werken in een afgebrand ziekenhuis

Ons ziekenhuis in Leer, Zuid-Sudan werd door onbekende aanvallers verwoest. Projectcoördinator Sarah Maynard beschrijft wat zij aantrof, en hoe het team het werk weer probeerde op te pikken.

  • De operatiekamer van het Artsen Zonder Grenzen ziekenhuis in Leer. Het ziekenhuis werd 25 jaar geleden geopend © Michael Goldfarb/MSF De operatiekamer van het Artsen Zonder Grenzen ziekenhuis in Leer. Het ziekenhuis werd 25 jaar geleden geopend © Michael Goldfarb/MSF De operatiekamer van het Artsen Zonder Grenzen ziekenhuis in Leer. Het ziekenhuis werd 25 jaar geleden geopend © Michael Goldfarb/MSF
  • Toen de gevechten het stadje Leer naderden, namen Zuid-Sudanese Artsen Zonder Grenzen hulpverleners tientallen ernstig gewonden met hen mee de bossen in. Met een nieuwe voorraad keren zij terug naar de moeraslanden. © Nicole Johnston/MSF Toen de gevechten het stadje Leer naderden, namen Zuid-Sudanese Artsen Zonder Grenzen hulpverleners tientallen ernstig gewonden met hen mee de bossen in. Met een nieuwe voorraad keren zij terug naar de moeraslanden. © Nicole Johnston/MSF Toen de gevechten het stadje Leer naderden, namen Zuid-Sudanese Artsen Zonder Grenzen hulpverleners tientallen ernstig gewonden met hen mee de bossen in. Met een nieuwe voorraad keren zij terug naar de moeraslanden. © Nicole Johnston/MSF
  • Artsen Zonder Grenzen projectcoördinator Sarah Maynard in Leer, Zuid-Sudan. © Nick Owen/MSF Artsen Zonder Grenzen projectcoördinator Sarah Maynard in Leer, Zuid-Sudan. © Nick Owen/MSF Artsen Zonder Grenzen projectcoördinator Sarah Maynard in Leer, Zuid-Sudan. © Nick Owen/MSF

Ik werk al sinds september in het ziekenhuis in Leer. Het was er altijd druk: elke dag vol met honderden patiënten en hun verzorgers en bezoekers. 270.000 mensen waren van ons afhankelijk voor medische zorg. Wij waren de enigen bij wie ze terecht konden voor operaties. Nadat de gevechten in december uitbraken, slaagden we er initieel in door te werken. Maar de frontlinie kwam steeds dichterbij. In januari besloten we dat de internationale teamleden moesten evacueren, terwijl onze lokale medewerkers het ziekenhuis draaiende zouden houden.

Verwoest en verbrand

In februari keerde ik terug. Wat een schok. De plaats waar ik al mijn tijd doorbracht, waar het team dag en nacht volop had gewerkt, was totaal en volledig verwoest, verbrand en geplunderd. Er was totaal geen leven, geen beweging – nooit tevoren had ik het ziekenhuis zo leeg gezien. Geen staf, geen lawaai, zelfs geen huilende baby’s. Sommige stukken waren zo toegetakeld dat ik ze nauwelijks herkende. Alle bedden waren weg. We moesten over bergen van gehavende chirurgische spullen klimmen om de operatiekamer te bekijken: de vloer was bezaaid met gebroken ampullen en ander spul. Eén operatietafel was verbrand, de ander kapot.

Voorraad

Naar de tenten en voorraadkamers. Onze hele voorraad – voor maanden werk – was weg of vernietigd en lag op de grond: medicijnen, verbandspullen, vaccins, therapeutische voeding, labtesten, samen met patiëntenkaarten en kapotgemaakte medische apparatuur. 

Bushklinieken

We slaagden erin onze Zuid-Sudanese collega’s te spreken die de bush in waren gevlucht. Wat ze mij vertelden, was gruwelijk: ze leefden in angst voor hun eigen leven en, hoewel ze erin waren geslaagd een aantal van onze chirurgische patiënten te evacueren en ze voorraden wisten mee te nemen om ‘bushklinieken’ op te zetten, was er niks anders, weinig voedsel en geen schoon water.’

Opnieuw opstarten

‘De mensen kwamen terug naar Leer. In mei startten we opnieuw een aantal van onze hulpactiviteiten op. De medische noden waren enorm, en er was geen andere zorgvoorziening in de wijde omgeving. We wisten dat het zeer moeilijk zou zijn operaties in een uitgebrand ziekenhuis uit te voeren. Tientallen mensen die hulp nodig hadden wachtten stilletjes op de banken in de wachtruimtes, sommigen sliepen er zelfs.

Ondervoede kinderen

Uitleggen dat we niet al ons werk konden hervatten omdat we niet de medicijnen of apparatuur hadden om hen behoorlijk te kunnen behandelen, was moeilijk. Maar desondanks bleven ze komen. In het begin moesten we onze medische consulten zittend op de vloer doen, we hadden geen stoelen of tafels, niks. We screenden kinderen op ernstige ondervoeding. De uitkomsten waren alarmerend en we zetten een voedingsprogramma op. Honderden moeders brachten hun kinderen. Ik dacht dat we er 500 zouden opnemen die eerste week. Het werden er 900.

Weer op gang

Beetje bij beetje ruimden we op. Eerst de vleermuizen die er zich hadden genesteld kwijt zien te raken, dan de vloer leeg, stroom en water weer gaande krijgen. We vonden een kogelgat in een van de waterleidingen; het controlepaneel van de waterpomp was van de wand gerukt. In de tussentijd droegen we jerrycans vol water vanuit de boorput naar het ziekenhuis. We waren blij toen ons logistiek team de watervoorziening weer op gang wist te brengen.

Onder een boom

Maar elke dag dat wij opruimden en onze voorraden aanvulden, was een dag dat we de ernstigste patiënten niet konden opnemen. Hoewel we geen verlosbed hadden, kwamen de moeders toch en bevielen ze op de vloer, zodat ze tenminste in onze buurt waren. Op een dag zagen we een lichaam liggen. Het was een man van wie we vermoedden dat hij tuberculose had. Maar we konden hem niet opnemen. Hij bleef wachten bij de ziekenhuispoort. Er was niemand bij hem om voor hem te zorgen en hij stierf, onder een boom.’

Vooruitgang

Sinds die tijd hebben we gelukkig vooruitgang geboekt. We zijn alweer 8 weken bezig, en behandelen we elke week bijna 1.300 mensen. We hebben onze verpleegafdeling weer geopend, al moeten onze patiënten wel op matrassen op de vloer liggen bij gebrek aan bedden. We hebben ruim 2.500 ernstig ondervoede kinderen opgenomen voor behandeling, waarvan sommige alweer op gewicht zijn. Per dag gaat er meer dan 800 kilo therapeutische voeding doorheen. De kraamafdeling is sinds vorige week officieel geopend en kunnen moeders weer op een verlosbed bevallen.

Terugkeer van leven

We zijn nog niet klaar met het aan kant krijgen van het ziekenhuis. Als ik langs de afgebrande stukken kom, probeer ik niet te kijken. Als ik aan al die mensen denk die maandenlang nadat het ziekenhuis werd verwoest zonder medische zorg zaten, word ik zó droevig. Nu wil ik mij richten op de delen waar het leven is teruggekeerd, met al het lawaai, de drukte en de levens die gered worden.

Lees ook ons rapport “Wijdverspreid Geweld tegen Medische Zorg in Zuid-Sudan”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur