What’s in a name?

Over toegang tot geneesmiddelen in een Afrikaanse sloppenwijk

De Belgische arts Liesbet Ohler heeft jarenlang in de Keniaanse sloppenwijken Mathare en Kibera gewerkt rond hiv en tuberculose. Toegang tot levensreddende medicatie zou volgens haar een basisrecht moeten zijn. Maar op deze plaatsen is dit helaas niet het geval.

  • Mathare, aan de rand van Nairobi, is één van de armste en dichtsbevolkte sloppenwijken van Kenia. Mathare, aan de rand van Nairobi, is één van de armste en dichtsbevolkte sloppenwijken van Kenia. Mathare, aan de rand van Nairobi, is één van de armste en dichtsbevolkte sloppenwijken van Kenia.

Die ochtend komt Monica, een 45-jarige vrouw, mijn consultatieruimte binnengewandeld. Monica, een mooi uitgekozen naam. Haar achternaam viel evenwel niet te kiezen. Haar ouders zouden anders misschien voor Seles gegaan zijn, de befaamde tennisster, of voor Bellucci, supermodel en actrice.

Monica uit Matare

Maar mijn patiënte heet Monica Wanjiku*en ze is niet geboren en getogen in Duitsland of Italië. Ze is geboren in Mathare, een van de armste sloppenwijken van Nairobi, de hoofdstad van Kenia.

Monica is een alleenstaande moeder van vijf. Haar man is vier jaar geleden gestorven aan de gevolgen van aids. Monica heeft zelf ook de ziekte, en vorige maand werd vastgesteld dat ze ook lijdt aan tuberculose.

Hiv/aids, ooit een doodsvonnis, wordt in het Westen steeds meer als een chronische ziekte gezien. Er bestaan steeds betere tests en steeds efficiëntere geneesmiddelen met minder bijwerkingen. En tuberculose is, theoretisch gezien, een perfect geneesbare ziekte.

Toch stelt Monica het niet goed.

Stigma en geen geld

Er werd pas laat ontdekt dat Monica besmet was met hiv/aids. Dit is grotendeels te wijten aan het stigma dat in Kenia nog rond deze ziekte hangt. Het wordt geassocieerd met buitenechtelijke relaties, met andere seksueel overdraagbare aandoeningen, met homoseksueel contact (wettelijk verboden in Kenia) of met een vervloeking door een tovenaar-dokter. De angst om door het verplegend personeel veroordeeld te worden is groot. Dit alles zorgt ervoor dat mensen terughoudend zijn om zich te laten testen en behandelen.

Bovendien heeft Monica niet het nodige geld om haar transport naar het ziekenhuis, de ziekenhuiskosten of de medicatie te betalen. Een wekelijkse of zelfs maandelijkse opvolging van haar medische toestand is dus zeker niet evident.

Ze wordt ook afgeschrikt door het feit dat ze als dagarbeidster – ze verkoopt groenten op de plaatselijke markt – haar loon verliest voor elke dag die ze doorbrengt in de wachtzaal van het ziekenhuis. En dat wil zeggen dat ze die avond vervolgens haar kinderen geen eten kan geven.

Dankzij Artsen Zonder Grenzen in Nairobi krijgt Monica gratis medicatie en gezondheidszorg. Maar om het stigma in haar gemeenschap te overwinnen is meer tijd en energie nodig, en aan het verlies van haar dagloon kan niemand wat doen.

Toegang tot levensreddende medicatie zou een basisrecht moeten zijn. De meesten van ons staan er niet bij stil, maar voor miljoenen mensen wereldwijd is dit absoluut niet vanzelfsprekend. Monica duwt me bij elke consultatie met mijn neus op de feiten. En zij is niet de enige.

De onverschilligheid van vooral farmaceutische firma’s

De frustratie dat zo’n onrecht bij mij oproept, kan ik moeilijk onder woorden brengen. En mijn woede ten opzichte van de onverschilligheid van vooral farmaceutische firma’s nog veel minder. Deze bedrijven vinden winstbejag vaak belangrijker dan mensenrechten. En het zijn de armsten die daar het meest onder lijden. De industrie investeert liever in een beter geneesmiddel tegen longontsteking, dan in een medicijn dat tuberculose geneest. Op het eerste kan namelijk winst gemaakt worden bij Westerse patiënten, op het tweede niet. Dus moeten tuberculosepatiënten maanden aan een stuk verschillende medicijnen nemen, met heel wat neveneffecten, om hun ziekte te overwinnen.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie moeten farmaceutische bedrijven hun producten aan betaalbare prijzen verkopen, moet medicatie op rationele wijze gebruikt worden, moet langetermijnfinanciering verzekerd kunnen worden en hebben we betrouwbare gezondheidssystemen nodig.

Pas dan wordt gezondheid toegankelijk voor elke Monica op deze wereld, ongeacht haar achternaam. Want what’s in a name? In sommige gevallen meer dan we zouden willen toegeven!

Zie wat wij zien: aids is nog niet voorbij

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur