Hoe een vrouw uit de Balkan leert fietsen én uit de comfortzone stappen

Fietsen is hoe ik vooruit raak in Vlaanderen

Pixnio / Marko Milivojevic (CC0)

Nela Deleu leerde weer fietsen in België: ‘Je leert dat het niet gênant is wanneer je je benen in een rok spreidt en fietst. Dat er geen slecht weer is, alleen slechte kleren. Je leert dat je het kunt.’

Nela Deleu kijkt met verbazing naar de Vlaamse fietscultuur. In Bosnië en Herzegovina, waar ze tot vijf jaar geleden woonde, bel je als vrouw simpelweg een man met een auto op wanneer je ergens naartoe wil. ‘Mijn helm en fluovestje zijn nu mijn meest sexy outfit: mijn ultieme uniform om uit mijn comfortzone te stappen.’

Nela Deleu (°1980) is actrice, docente en zangeres en woont sinds 2016 in België. Ze komt uit Sarajevo, in Bosnië en Herzegovina.

Ze heeft een masterdiploma in de podiumkunsten en is onder andere onderwijsambassadeur van de stad Brugge. Ze doceert in het deeltijds kunstonderwijs, begeleidt theater- en muziekworkshops bij vzw Crea Thera en is vrijwillige tolk van het onderwijssysteem voor ouders met een migratieachtergrond.

Ze werd verliefd op een Bruggeling en nu is ze verliefd op de stad Brugge zelf.

Fietsen is in Vlaanderen een doodgewoon ding om te doen. De meest voorkomende activiteit die elke Belg al sinds de kleuterschool dagelijks doet. Maar wat als je zelfs nooit echt kleuter bent geweest?

Hoezo geen kleuter geweest? Laten we bij het begin beginnen…

Op mijn eerste schooldag, toen ik nog in Bosnië en Herzegovina woonde, was ik 6,5 jaar oud. Het was de eerste maandag van september 1987. In de Balkan begint de leerplicht bij het eerste leerjaar van de basisschool. Waar je in België peuter en kleuter wordt genoemd voor en terwijl je naar de kleuterschool gaat, wordt dat in de Balkan zelden zo benoemd. Je gaat alleen naar crèches en kleuterscholen als er thuis niemand is die voor je kan zorgen.

Prioritair kies je voor kinderopvang voor grootmoeders, tantes, neven, buren of gewoon privénanny’s, betaald door ouders om bij de kinderen thuis te blijven totdat ze weer thuiskomen van hun werk. En als je echt geen grootmoeder, tante of buurvrouw hebt om bij je te zijn terwijl mama aan het werk is? Dan pas ga je naar de kleuterschool.

‘Bij ons, in Bosnië en Herzegovina, wordt de fiets als speelgoed beschouwd. Iets waar kleine kinderen mee rondrijden op het erf achter het huis.’

Die kleuterschool is niet verplicht en maakt geen deel uit van het schoolsysteem, maar meestal van de privésector. Zo zijn bijvoorbeeld zowel Montessori- als Waldorf-kleuterscholen in Sarajevo privé; ouders betalen ervoor zoals voor elke andere betalende activiteit, hobby of sport.

Wat heeft dat met fietsen te maken? Wel, allereerst hoef je vanaf je vroege leeftijd niet elke ochtend om 8 uur bij de Juf te zijn. Ten tweede: scholen worden in de Balkan niet per se gekozen. Je gaat gewoon naar de school die het dichtst bij je woonplaats ligt. Zo ging ik mijn hele schoolleven gewoon naar de school in mijn straat. Ongeveer dertig stappen zetten en ik stond al in de klas. Met de fiets rijden was niet nodig.

Bovendien hebben we geen fietspaden op straat. Auto’s, trams, trolleybussen, bussen, stadsbusjes en taxi’s rijden door elkaar. In die omstandigheden is het krankzinnig om op een fiets te zitten. Zet je kinderen op een fiets en je brengt hen in gevaar.

Mannen tot je dienst

Tot slot: bij ons, in Bosnië en Herzegovina, wordt de fiets als speelgoed beschouwd. Iets waar kleine kinderen mee rondrijden op het erf achter het huis. Iets om zich mee te amuseren. Volwassen mannen hebben auto’s en vrouwen hebben mannen tot hun dienst. Zo simpel is het.

Begrijp me niet verkeerd: auto’s zijn er niet enkel voor mannen, vrouwen uit de Balkan rijden ook. Als ze dat willen. Mijn moeder rijdt bijvoorbeeld met de auto sinds ze zestien jaar oud was. Omdat ze dat wil, en omdat ze daar zelf voor kiest. Ik wilde het zelf nooit, omdat ik het gewoon nooit hoefde te doen. Want ik ben een vrouw en er is altijd een vriend, partner, broer, familielid, buurman of iemand anders die mij kan brengen.

‘Vrienden bied je geen geld aan. Hij is een man, ik ben een vriendin, en dat is het.’

Dit klinkt waarschijnlijk gek in een Belgische context. Ik zal je een voorbeeld geven:

Ik bel mijn vriend Emir: ‘Ik zou morgen auditie moeten doen in Mostar. Wil je mij brengen met je auto?’ Emir antwoordt: ‘Geen probleem, ik ben morgen vrij, ik drink gewoon koffie bij de rivier terwijl ik op je wacht.’ Toelichting: een rit van Sarajevo naar Mostar duurt ongeveer even lang als een rit van Brugge naar Brussel.

Als ik een vriend uit West-Europa om dezelfde dienst zou vragen, zou het waarschijnlijk normaal zijn als ik hem geld gaf voor de kosten van de benzine. In de Balkan zou dat beschamend zijn voor de man in kwestie. Vrienden bied je geen geld aan. Hij is een man, ik ben een vriendin, en dat is het.

Op basis van dit principe hebben de jongens uit mijn vriendenkring vaak gratis de muren van mijn huis geschilderd, mijn computer gerepareerd, dozen gedragen bij het verhuizen en wie weet wat nog meer. Want ja, ik ben een vrouw, en zij zijn mannen. Ik hoefde het hen geen twee keer te vragen.

Niet alleen, maar onafhankelijk

En toen kwam ik naar België. Het land van de 50/50-taakverdeling. Een land waar de man met wie ik samenwoon kookt, boodschappen doet, de afwas doet, de was doet, alleen en op eigen initiatief tijd met ons kind doorbrengt.

Maar ik moest als Balkanvrouw ook een prijs betalen voor die gelijkheid en emancipatie: fietsen. Er wordt namelijk van mij verwacht dat ik hier, net als elke andere Vlaamse vrouw, vervoer kan regelen voor mezelf en mijn kind naar school, naar het werk. Als mijn man’s morgens vroeg met de auto naar zijn werk gaat, en ik heb zelfs geen rijbewijs, wat is dan het alternatief? Iemand van familie of vrienden bellen om me elke dag te rijden? Neeee. Fietsen.

uit Nela's Cabaret, Sarajevo

‘Je had me vijf jaar geleden moeten zien, toen ik net naar België was gekomen! Ik zat na dertig jaar voor het eerst weer op een fietszadel.’

Je had me vijf jaar geleden moeten zien, toen ik net naar België was gekomen! Ik kocht mijn eerste fiets, de eerste sinds mijn kindertijd. Ik zat na dertig jaar voor het eerst op een fietszadel. Thomas nam me mee naar het park, duwde me en ik viel.

Hij lachte, ik huilde. Omdat ik besefte dat er een nieuw tijdperk begon. Een tijdperk zonder taxi’s en een leger chauffeurs die op mij wachtten. Een tijdperk waarin het zou regenen en ik met een kind op een stoel achter mijn rug zou rijden. Er zou een ijzige wind waaien en ik zou voor zonsopgang naar mijn werk rijden. Het zou heet worden en ik zou vliegen en muggen inslikken die op mijn fiets in mijn mond zouden vliegen.

‘Ze leren dat, wanneer je man je zelf laat rijden, dat niet betekent dat je lelijk bent of dat niemand voor je zorgt.’

En ik dacht: ben ik zo lelijk en alleen dat er niemand is om me te brengen? Moet ik dat nu echt doen, mezelf op de pedalen door de stad duwen? Nee, niet alleen. Onafhankelijk. Zelfstandig. Op zijn Vlaams.

Soms zie ik in de stad een groep vrouwen van buitenlandse afkomst die leren fietsen met begeleiders. En geloof me, ze leren dan niet alleen hoe ze op de pedalen moeten duwen. Ze leren een heel nieuw mentaal circuit kennen.

Ze leren dat het niet gênant is wanneer je je benen in een rok spreidt en fietst, of wanneer je rok door de wind misschien iets te ver omhoog waait en te veel onthult. Ze leren dat er geen slecht weer is, maar alleen slechte kleren. Ze leren dat, wanneer je man je zelf laat rijden, dat niet betekent dat je lelijk bent of dat niemand voor je zorgt. Het betekent gewoon dat je het kunt.

En daarom zijn mijn helm en fluovestje mijn meest sexy outfit. Mijn ultieme uniform om uit mijn comfortzone te stappen. Ik fiets, en enkel vooruit.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Actrice en zangeres

    Nela Deleu (°1980) is actrice, docente en zangeres en woont sinds 2016 in België. Ze komt uit Sarajevo, in Bosnië en Herzegovina.