Burgerschapsvorming, de munitie van onze democratie

De aankondiging dat burgerschap een vak wordt in het Gemeenschapsonderwijs is een hoognodige reactie op een van de zwaarste ziektes waar onze samenleving vandaag mee kampt: de malaise van de westerse democratie. 

Simon Blackley (CC BY-ND 2.0)

Jonge kinderen op school in Brussel

Onderzoek wees al meermaals op de groeiende kloof tussen de burger en de politiek, de populariteit van figuren zoals Marine Le Pen, Geert Wilders en Donald Trump is dan ook niet verbazingwekkend. Dat het nog geen kwartier durende klasgesprek over de actualiteit en de samenleving in de les Nederlands of geschiedenis deze kloof niet kan dichten staat als een paal boven water. Hierin treft de leerkracht geen schuld, wel het feit dat de broodnodige burgerschapsvorming decennialang in het hokje van vakoverschrijdende eindtermen is geduwd.

De Vlaamse jeugd doet het internationaal gezien dan ook ontzettend slecht op vlak van bepaalde burgerschapscomponenten.

De Vlaamse jeugd doet het internationaal gezien dan ook ontzettend slecht op vlak van bepaalde burgerschapscomponenten. Uit het Vlaamse rapport van de ‘International Civic and Citizenship Education Study’ (ICCS) dat dateert van 2009 bleek dat onze jongeren amper geïnteresseerd zijn in politiek, hier nauwelijks over praten met vrienden en familie en hun capaciteiten om politieke kwesties te doorgronden zeer laag inschatten.

Voorts zien ze zichzelf vaak niet in staat om te participeren en verwachten ze ook niet om in de toekomst actief deel te nemen aan de samenleving. Opmerkelijk is bovendien dat de Vlaamse studenten aanzienlijk lager scoorden op hun houding tegenover immigranten. Hier had Vlaanderen zelfs de laagste score van alle deelnemende landen en regio’s.

Geen hol containerbegrip

Een verplicht vak burgerschapsvorming voor iedere leerling zou dan ook meer dan welkom zijn, maar dit mag allesbehalve een hol containerbegrip worden waarin zowel alles als niets in vervat zit. Duidelijke richtlijnen zijn noodzakelijk om de leerkracht hierin te begeleiden en de onderwijskoepels zouden geen vrijgeleide mogen krijgen om dit naar eigen goeddunken in te vullen.

Zo bestaat er in Rusland ook burgerschapsvorming, maar het Russische idee van een goede burger staat mijlenver van het onze.

Hiermee wil ik de zeer goede intenties van het Gemeenschapsonderwijs in geen geval in twijfel trekken, het betekent eerder dat er steeds over een zekere neutraliteit moet worden gewaakt. De invulling van wat een “goede burger” inhoudt en hoe deze moet worden opgeleid is een subjectieve en politieke keuze met grote gevolgen. Zo bestaat er in Rusland ook burgerschapsvorming, maar het Russische idee van een goede burger staat mijlenver van het onze.

Vooraleer deze invulling in handen van de politiek belandt, moeten we als samenleving eerst een identiteitsoefening maken over wat “goed burgerschap” precies betekent. Willen we onze kinderen opvoeden als gehoorzame en zwijgzame individuen of geven we de voorkeur aan kritische personen met een honger voor maatschappelijk engagement? Deze oefening moet alle visies in de samenleving betrekken over de ideologieën heen.

Leerkrachten kunnen deze gigantische uitdaging immers niet alleen trotseren. We hebben namelijk geen aspirientje nodig tegen de kiespijn, maar een heuse ontgiftingskuur waar mensen van jongs af aan leren respectvol met elkaar om te gaan en verschillen leren te omarmen in deze individualistische samenleving. Dit vereist een grootse aanpak waarin zowel het middenveld als academici kunnen bijdragen met “good practices” en wetenschappelijk onderbouwd advies. Een saaie en weinig inspirerende les burgerschap leidt ongetwijfeld eerder afstompend dan verrijkend. Laat ons deze fout niet maken.

Sterke burgers dragen de samenleving

Het is essentieel dat jongeren zich bewust worden van de impact die ze kunnen hebben op de samenleving, dat ze kritisch naar de wereld kijken en leren discussiëren over controversiële topics. Een democratie vereist namelijk niet enkel sterke leiders, maar vooral sterke burgers die deze samenleving moeten dragen.

Via het opleiden van een generatie die vragen durft te stellen over de gevestigde praktijken, kunnen we ons wapenen met burgers die mogelijks in staat zijn om de grote vraagstukken van deze eeuw op te lossen. Dit zijn uitdagingen waar onze politici vandaag geen uitweg meer in zien zoals de catastrofale gevolgen van klimaatveranderingen of continue terroristische dreigingen.

Zoals Nelson Mandela jaren geleden al zei, ‘onderwijs is het krachtigste wapen dat je kan gebruiken om de wereld te veranderen’.

Laten we de komende generatie de nodige munitie geven om dit te doen!

Joke Mathieu is onderzoeker aan de VUB en gespecialiseerd in democratische innovatie

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

marcel roomans

Het gaat in deze individualistische samenleving bovenal om persoonlijkheidsvorming. Want daar is wat aan de hand! (Ook) de jeugd is verhard en werd egocentrischer. Een goede persoonlijkheidsvorming is de bodem voor goede en volwassen burgers. Het nieuwe vak moet dan ook niet burgerschapsvorming heten maar persoonlijkheidsvorming. Dan en alleen dan krijg je een land met sterke burgers c.q. sterke persoonlijkheden. Het (wekelijkse?) gesprek op basis van vrije meningsuiting moet centraal staan. Zestien filosofen concludeerden tijdens het Nederlandse Filosofische Kwintet met als thema ’vrije meningsuiting’ dat men weer moet leren praten én luisteren én moet proberen elkaars mening te begrijpen om vervolgens tot oplossingen te komen en zeker niet te vervallen inn een welles-nietes. Leren echt te communiceren dus zonder korte lontjes. Vooral jong beginnen, want kinderen zijn ons voorbeeld. Die komen er samen altijd uit! Beginnen met 4 jaar of zo. En dan doorgaan totdat men de middelbare school verlaat. In het nieuwe vak gaat het over alles wat er bij kinderen en jongeren leeft. E.e.a. ondersteund door objectief lesmateriaal zodat politieke of religieuze indoctrinatie bij voorbaat wordt uitgesloten. Het proces moet de gehele schoolperiode doorgaan. Van 4 tot 18 jaar. Tot de leeftijd dus dat jongeren in staat worden geacht zelfstandig goede keuzes te kunnen maken . Met 18 jaar mag men ook huwen, autorijden en stemmen.  Persoonlijkheidsvorming is vooral gebaad met respect voor de ander en diens mening. Dát maakt sterk en leidt tenslotte tot de meest volwassen samenleving.  

LEES OOK

© Brecht Goris
‘Herleid wetenschap niet tot alleen maar technologie’, stelt MO*columnist Hans Van Dyck.
Alan Levine (CC BY 2.0)
Terug naar school. Voor minderjarige vluchtelingen is alles net iets moeilijker.
© Jonathan Debeer (iso800.be)
Steinerscholen doen het altijd een tikkeltje “anders”.
© Charlotte Teunis
Om kinderen warm te maken voor een bezoek aan het Holocaustmuseum creëerde de publiekswerking van de Kazerne Dossin in Mechelen een parcours op maat voor jonge bezoekers.