“Geweld is in Noord-Kivu alledaags geworden”

Eind 2011 werd Artsen Zonder Grenzen brutaal aangevallen in de stad Masisi, in de Congolese provincie Noord-Kivu. We moesten onze teams sterk verkleinen van november 2011 tot april 2012, maar ondanks die beperkingen gingen de activiteiten wel verder. Anna Halford heeft het project in Masisi vier maanden gecoördineerd.

Artsen Zonder Grenzen

24 augustus 2012

“De algemene situatie is de voorbije maanden niet verbeterd. De mensen lijden hier onder het de enorme hoeveelheid geweld, geweld is hier alledaags geworden. De mensen vinden het bijna normaal.

Gewapende groepen doen voortdurend aan afpersing. Als je naar de markt gaat, of terugkomt, is het normaal dat je tol moet betalen. Het is normaal dat je overvallen wordt. Mensen bereiden zich erop voor. Ze reizen bijvoorbeeld nooit met al hun kinderen tegelijk, zodat ze niet allemaal op hetzelfde moment aangevallen worden. Wanneer ze ziek zijn, wachten ze af in plaats van naar het gezondheidscentrum te komen. Ze zijn bang om hun huizen buiten te komen, hun velden achter te laten, hun kinderen alleen te laten. En als ze dan uiteindelijk toch in het gezondheidscentrum toekomen, is het soms te laat.

Zelfs als we het geweld niet met ogen zien, zien we de gevolgen ervan: zwangere vrouwen die te laat komen, gewonden die dagenlang in het woud hebben geschuild voor gewapende groepen terwijl hun verwondingen erop achteruit gingen… In het ziekenhuis zien we vooral diarree, malaria, gynaecologische problemen en ondervoeding. Daarnaast zijn er chronische aandoeningen, zoals hartproblemen en suikerziekte, maar om de meeste ziektes zouden we ons in Europa geen zorgen maken, bijvoorbeeld mazelen of een ontsteking van de luchtwegen. Dat zijn ziektes waaraan je niet moet doodgaan.

Maar met een slecht systeem van gezondheidszorg en voortdurend geweld kunnen zo’n ziektes heel ernstige gevolgen hebben. Het is niet eerlijk dat kinderen hier sterven aan de mazelen – maar hoe kunnen we hen vaccineren als we sommige dorpen niet kunnen bereiken? Er is geen eenvoudig antwoord, maar ik vind het daarom niet minder hemeltergend. Hetzelfde gaat op voor ondervoeding. De grond is hier zo vruchtbaar. Je laat er iets op vallen en het begint te groeien. Hier zou geen ondervoeding mogen bestaan. Een kwart van onze chirurgische ingrepen is gerelateerd aan geweld. Die kwetsuren vragen heel wat meer tijd bijvoorbeeld een keizersnede. Maar wat moeten we met de andere patiënten doen, als de helft van onze tijd opgaat aan slachtoffers van geweld? De gevolgen van het conflict in de regio zijn enorm.

Artsen Zonder Grenzen blijft met iedereen praten. We creëren een netwerk dat ons moet helpen door iedereen aanvaard te worden. We blijven met iedereen in dialoog, ook als is dat soms uitputtend. Soms moet je dezelfde vraag wel duizend keer beantwoorden. Maar er is natuurlijk ons basisprincipe dat we iedereen, zonder onderscheid, behandelen. Het is ook belangrijk dat onze verzorging gratis is, want veel mensen hier kunnen niet betalen voor gezondheidszorg. In andere ziekenhuizen moeten ze vijf of tien dollar betalen voor een kleine operatie, maar dat is voor veel mensen een erg hoog bedrag. En natuurlijk moet ook de kwaliteit van ons werk ons een goede reputatie bezorgen.

De noden hier zijn enorm en dat is wat het team motiveert. Ze houden moed omdat ze goed werk leveren. Met onze mobiele hulpposten bereiken we patiënten die te bang zijn om zelf te reizen. Op één maand hebben we op 330 bevallingen 320 levende baby’s ter wereld helpen brengen, terwijl het sterftecijfer in de rest van de provincie afschuwelijk is.

We weten dat we mensen helpen en we probeer er zoveel mogelijk te helpen. Als we een ziek kind vinden, dan is onze eerste zorg om het naar Masisi te brengen om het te verzorgen. Waar we het kind dan leggen is een zorg voor later. Is de afdeling vol? Dan leggen we toch matrassen bij op de vloer. Onze logistieke medewerkers pakken elke dag nieuwe problemen aan, zoals het proberen gebruiken van één zuurstofmachine voor drie kinderen tegelijkertijd – omdat de dokters zeggen dat het gewoon moét.

Het is een soort van medisch utilitarisme: de noden van de patiënt gaan voor alles. En de mensen waarderen dat. Aan een bepaalde wegversperring gaf een man ons altijd bananen, omdat we zijn been hadden gered. En vrouwen tonen ons hun kinderen als we op straat lopen, ze herinneren ons aan dat de bevalling moeilijk was, maar dat ze er nog steeds zijn."

LEES OOK

Dit is het tweede deel van een tweeledig artikel over de oorlog in Gaza. Voor deel I, zie hier.
Het bloedbad in Gaza kreeg de afgelopen weken ruime media-aandacht.
© Shareef Sarhan/UNRWA
Een school van de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) die onderdak biedt aan 3.300 burgers wordt gebombardeerd.
© Agência Brasil / EBC
Brazilië is één van de landen waar de menselijke ontwikkelingsindex (HDI) de voorbije dertig jaar het sterkst steeg. Dat blijkt uit het nieuwe Human Development Report van de Verenigde Naties.

Meest recent van Artsen Zonder Grenzen

Gaza. Dinsdag. Acht uur ’s ochtends. Het Artsen Zonder Grenzen-team keert terug naar het kantoor na een roerige nacht in het Al-Shifa-ziekenhuis.
Verpleegkundige Sarah Woznick aan het werk in de intensive care van het Nasser Ziekenhuis in Gaza. © MSF
Zes maanden geleden startte verpleegkundige Sarah Woznick haar missie in Gaza. Op wat haar één-na-laatste dag zou zijn, laaide het conflict in de Gazastrook op. Ze bleef om haar team te helpen.
Communautaire zorgverlening bij aidspatiënten in Malawi © Giulio Donini
Deze week vindt de Internationale Aidsconferentie plaats in Melbourne, Australië. Experts zoeken er samen naar manieren om het veelkoppige hiv-monster definitief klein te krijgen.
© Chris Huby
Een hele bevolking zit vast in een openluchtgevangenis. De mensen kunnen er niet weg en alleen de meest essentiële levensmiddelen mogen het gebied in.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.