Roemeense revolutie van 1989 is nog altijd niet afgelopen

30 jaar na de Roemeense revolutie: de meest bedrogen maar ook meest vastberaden verdedigers van de democratie

Viata Dupa '89

 

Kerstdag. Precies dertig jaar geleden werd de Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu samen met zijn vrouw ter dood veroordeeld en meteen geëxecuteerd. Het was de meest bloedige omwenteling van Oost-Europa. Daarmee was een einde gekomen aan 45 jaar communistisch bestuur dat het land in extreme armoede had gestort.

MO* sprak in de Brusselse Bozar met de vier grootste Roemeense schrijvers van het moment. Allen leefden onder de dictatuur, allen maakten de revolutie mee.

Wat zij toen nog niet wisten, was dat interne tegenstanders van Ceaușescu binnen het communistische regime de revolutie van 1989 kaapten. Wat zij gaandeweg te weten kwamen, was dat de Communistische Partij meermaals vervelde tot wat tegenwoordig de PSD is, de sociaaldemocratische partij. Maar voormalige leden van de Communistische Partij zitten ook bij liberale partijen.

Als er iets de positieve veranderingen in Roemenië heeft aangestuurd, dan is het het moedige, massale protest van de bevolking.

Na de revolutie had Roemenië nog een kwarteeuw lang staatshoofden met een verleden in de Communistische Partij, en ook regeringen werden vaak gedomineerd door voormalige communisten. Vandaag, bij de dertigste verjaardag van de revolutie, is duidelijk dat de revolutie de afgelopen dertig jaar nooit gestopt is. Het was een voortdurend kat- en muisspel tussen de politieke leiders en een belangrijk deel van de Roemeense bevolking. Massaprotesten blijven doorgaan.

De Roemeense bevolking was steeds de speelbal van manipulerende en soms criminele politici, maar telkens opnieuw zette ze de veranderingen in beweging, dertig jaar lang, door moedig en massaal volksprotest.

En dertig jaar na de revolutie heeft Roemenië voor het eerst een volledig liberale regering met de steun van een geheel nieuwe burgerpartij: de Red Roemenië-Unie. Bij de parlementsverkiezingen van 2020 kan de Red Roemenië-Unie als eerste partij zonder wortels in de oude communistische of post-communistische partijen toetreden tot de regering.

Dagelijks leven tijdens de dictatuur

Vanaf de jaren 1970 hielden Ceaușescu’s obsessie met de aflossing van de Roemeense staatsschuld en zijn megalomane projecten het land gegijzeld. In zijn Orbitor-trilogie, deels autobiografisch en meermaals bekroond, laat de meest vertaalde Roemeense schrijver Mircea Cărtărescu (1956) pagina’s lang zijn moeder aan het woord:

‘Alles wordt uitgevoerd zodat hij zijn schulden kan betalen, laat hem naar de duivel lopen met die belachelijke schulden van hem! Ik zeg het maar zo: prima dat we dingen exporteren, maar laat ook wat over voor de arme mensen hier, zodat die kunnen overleven. Vergeet het maar! Niks, liefje, alsof we honden zijn. Ze laten ons creperen, de rotzakken. Dat je in een land als Roemenië omkomt van de honger, dat bestaat toch niet! Zelfs in de oorlog was het niet slechter.’

Daar voegt ze meteen aan toe dat de kleine Mircea er met niemand over mocht praten.

‘Mircea, wij zijn slechts kleine mensen. Wij zijn niet de mensen die over politiek moeten oordelen. Zeg niks slecht over onze regering en president, alsjeblieft. Anders breng je ons in de problemen.’

‘Tijdens de dictatuur was ik een heel gewone jongeman’, vertelt Cărtărescu in Bozar. ‘Mijn familie was arm en onopmerkelijk. Mijn moeder was huisvrouw, mijn vader ambtenaar. Mijn meest levendige herinnering is hoe moeder me voortdurend aanmaande om buitenshuis niet over politiek te praten.’

‘Wij hebben het totalitarisme gevoeld, we zijn er voorgoed door getraumatiseerd.’

Cărtărescu werd leraar Roemeens en ontpopte zich tot een meesterlijk schrijver die het leven van zijn familie in het totalitaire Roemenië verwerkte tot literatuur.

Zijn werk behoort nu tot het collectieve geheugen van miljoenen Roemenen. ‘Goede literatuur is literatuur waarin de politieke thema’s — de maatschappelijke waarheid — perfect verweven zijn in de artistieke schoonheid van de literatuur’, zegt Cărtărescu daarover.

‘Zoals de Engelse dichter John Keats schreef: schoonheid is waarheid, waarheid schoonheid.’

Zeer plastisch schrijft hij over de mensonterende taferelen in de wachtrijen voor brood en andere levensmiddelen, in de vrieskou van het winterse Boekarest.

‘Wij hebben het totalitarisme ervaren, gevoeld, we zijn er voorgoed door getraumatiseerd’, zegt Cărtărescu.

Subtiel verweeft hij politieke commentaren doorheen het verhaal. Zo bijvoorbeeld: ‘Op in haar lokken gedraaide en gewikkelde stukjes krant viel hier en daar het gezicht van de partijleider, of een passage uit een artikel over de collectivisatie van de landbouw te ontwaren.’

Of, in de monoloog van zijn moeder: ‘Die ellendelingen! Als je de televisie moet geloven, houdt iedereen van hen. Er zijn alleen maar van die uitzendingen om die twee lof toe te zwaaien. Je krijgt van die mooie kindertjes te zien, uitgedost als pionier, die op het toneel staan en niets anders zeggen dan: “Kameraad Nicolae Ceaușescu, enzovoort, enzovoort, wat houden we toch veel van jou… Kameraad Elena Ceaușescu, liefhebbende moeder en geleerde…” Het is niet om te lachen, het is om te huilen als je ziet wie onze leiders zijn.’

Waarheid in humor

Over dat dagelijkse leven onder de dictatuur stelde Cărtărescu’s generatiegenoot Ioana Pârvulescu (1960), hoogleraar Roemeense literatuur en een van de best verkopende auteurs van Roemenië, een uniek boek samen: Ook ik heb tijdens het communisme geleefd. Honderd verschillende auteurs schreven over hun ervaringen met scholen, vrije tijd, liefde, gezondheidszorg.

‘Al die anekdotes samen vormen een striemende aanklacht tegen een heel systeem, veel effectiever dan een ideologisch politiek boek’, zegt Pârvulescu. ‘Zo beschrijft iemand een huwelijksfeest in een niet-verwarmde zaal. Het was ijskoud buiten en binnen. Iedereen zat er met dikke jassen en sjaals te eten en te dansen. Als zulke ervaringen zich opstapelen, kan je dat op den duur niet meer verdragen.’

Voor Mircea Cărtărescu waren het, naast het geweeklaag van zijn moeder, moppen die de oorverdovende stilte doorbraken. Humor confronteerde hem met de realiteit achter de façade en de stilte.

‘Alleen in moppen, over de dictator, zijn vrouw, de partij, de lelijke leugen, hoorden wij iets over de echte staat van onderdrukking.’

‘Grappen. Politieke grappen die niets of niemand ontzagen. Over de dictator, zijn vrouw, de partij, de lelijke leugen. Alleen zo hoorden we over de echte staat van onderdrukking, de groteske persoonsverheerlijking, het gebrek aan vrijheid en waardigheid.’

De waarheid zat in humor, niet meer in de omgangstaal tussen gewone mensen. ‘Zo leerde ik dat we gevangenen waren van een waanzinnig systeem. Een zogenaamd communistisch systeem, maar met trekken van het fascisme en nazisme.’

Toen de revolutie kwam, was hij 33. Zijn verschrikking en wanhoop waren groot. 1100 mensen, velen onschuldig, werden gedood gedurende die tien noodlottige dagen van eind december 1989. Maar toen hij op 22 december 1989, samen met honderdduizenden mensen, Ceaușescu in zijn helikopter van op het dak van het Centraal Comité op het Paleisplein zag wegvliegen, was het alsof de hemel opende.

‘Nooit in mijn leven was ik gelukkiger als daar, toen ik voelde dat ik een broeder was van elke andere persoon op dat plein. Iedereen huilde van geluk en omhelsde elkaar.’

Staatgreep vermomd als revolutie

Toch was zijn extase, en die van honderdduizenden anderen, misschien een slechte raadgever om te begrijpen wat er werkelijk aan de hand was. Want op het Paleisplein voltrok zich een paleisrevolutie.

Ion Iliescu, in de jaren 1960 lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij en een interne rivaal van Ceaușescu, zag zijn kans om de macht te grijpen. Hij gebruikte de opstand om zijn staatsgreep te vermommen als revolutie van het volk.

Een scenario dat het Egyptische leger 22 jaar later naspeelde om de demonstranten op het Tahrirplein te doen geloven dat het regime was gevallen door de verwijdering van president Moebarak.

Iliescu en andere communisten die Ceaușescu al een tijdlang uit de weg wilden ruimen, richtten het Front voor Nationale Redding op, dat zich profileerde als politieke leider van de revolutie.

De ware toedracht zou de komende jaren slechts mondjesmaat aan het licht komen. En 29 jaar later, in 2018, zou Iliescu officieel in staat van beschuldiging worden gesteld wegens misdaden tegen de mensheid, wegens zijn rol in de nadagen van de revolutie (zie kader onderaan).

Schoonheid

‘In het totalitaire Roemenië was er wel schoonheid, maar geen waarheid, en daarom was de kunst ook niet goed. Schoonheid zonder glans’, zegt Mircea Cărtărescu.

Cătălin Pavel (1976) leefde slechts dertien jaar onder de dictatuur, maar dat was voldoende om aan te voelen wat Cărtărescu bedoelt. Hij kan het vandaag, na vier romans en een doctoraat als archeoloog, mooi verwoorden:

‘Mensen die te jong waren om de politieke ramp te begrijpen, zoals ik, voelden toch dat er iets somber en guur was aan het leven in ons land. Dat er iets verkeerd was met hoe alles er rondom ons uitzag.’

‘Naast hun politieke trauma’s is dit het grootste trauma voor Roemenen tijdens de dictatuur. Schoonheid in cultuur vond je enkel nog in het buitenland, of in het Roemenië van weleer. Je kon dat zien aan hoe verrassend hoogstaand de boeken en kranten waren tijdens het interbellum. Dat zijn we haast vergeten. Het geeft je een idee hoe ingrijpend de situatie in Roemenië achteruitging na WOII.’

‘Boekarest was een kosmopolitische en invloedrijke stad, goed op weg om het Parijs van Oost-Europa te worden.’

Ook Ioana Pârvulescu zocht hunkerend naar schoonheid in het Roemenië van weleer. Iets dat opvalt op de eerste bladzijden van haar bestseller Life begins on Friday uit 2009, waarmee ze de EU-Literatuurprijs won, is hoe ze subtiel verwijst naar het pluralisme en de competitie in de media.

Je weet dan ook snel dat haar roman zich niet afspeelt tijdens de communistische dictatuur.

‘Stel je voor dat we toeristische reizen naar ons eigen verleden zouden kunnen organiseren’, zegt Pârvulescu. ‘Wel, dat heb ik dan maar geprobeerd met mijn boek. Als vooronderzoek begon ik na 1989 kranten te lezen uit het interbellum. De taal in die kranten was zo normaal, zo gewoon journalistiek. Wat een contrast met de houterige taal, de verkrampte propaganda van de kranten tijdens het totalitaire regime.’

Verloren eeuw

Pârvulescu was graag een eeuw vroeger geboren, ergens in de jaren 1960 van de negentiende eeuw.

‘In de belle époque telde Roemenië mee op de kaart van Europa. Vooruitgang was zichtbaar en voelbaar. Boekarest was een kosmopolitische en invloedrijke stad, goed op weg om haar aspiratie waar te maken om op cultureel vlak het Parijs van Oost-Europa te worden. Mensen kwamen uit het buitenland naar Boekarest in plaats van dat Roemenen de stad verlaten, zoals vandaag. Daarom speelt mijn roman zich af in het jaar 1897.’

Pârvulescu wilde een document maken van die tijd, zodat nooit vergeten zou worden dat de ontwikkeling van Roemenië tot een modern, open en welvarend land samen met de rest van Europa, abrupt afgebroken werd door de geschiedenis.

‘Tot vandaag besef ik dat mijn jeugd gestolen werd. Daarom zal ik altijd die honger naar vrijheid blijven voelen die ik in 1989 voelde.’

Maar Pârvulescu werd in de jaren 1960 van de twintigste eeuw geboren. Ze was zeven toen Ceaușescu staatshoofd werd, 29 toen hij gedood werd. ‘Mijn echte geboorte ligt in dat jaar, in 1989’, zegt ze. ‘Toen begon mijn echte leven, toen ik kon doen wat ik wilde doen, het beste van mezelf geven, voor de media werken, voor de universiteit. Daarvoor bevond ik me in een vegetatieve toestand. Tot vandaag besef ik dat mijn jeugd gestolen werd, en daarom zal ik altijd die honger naar vrijheid blijven voelen die ik in 1989 voelde.’

Verloren jeugd. Daarover gaat de roman Wasted Morning van Gabriela Adameșteanu (1942). ‘Over de verloren jeugd van mijn personages, een metafoor voor het verloren Roemenië’, zegt Adameșteanu. ‘In het begin van de twintigste eeuw had Roemenië hoop. Maar de hele eeuw werd er een van wanhoop. Een verloren eeuw.’

Adameșteanu schreef over een Roemenië geofferd op het altaar van oorlog en totalitarisme. Haar boek verscheen in 1984, vijf jaar voor de revolutie. Daar zouden dus nog een gekaapte revolutie en een oligarchie vermomd als transitie naar een liberale democratie bijkomen.

De C van Ceaușescu

Wasted Morning verbeeldt hoe Roemenië in de twintigste eeuw verder en verder afzakte, van de aspiratie om van Boekarest het Parijs van Oost-Europa te maken naar totale afstomping tijdens de communistische dictatuur.

Mensen vragen Adameșteanu wel eens hoe zo’n boek vol verbeelding over de realiteit kon verschijnen, in een totalitair regime waarin zelfs de taal een doodskist voor de verbeelding was geworden.

Haar antwoord: ‘Ik weet dat niet. De schrijver kende het traject van haar eigen script niet. We wisten niet waarom sommige boeken verschenen en waarom andere niet door de bureaus en etappes van censuur geraakten. De redacteur was de eerste stap, die moest een verslag maken over het script. En die deed ook “politieke suggesties” om bepaalde paragrafen weg te laten of te herschrijven.’

In communistisch Roemenië werkte Adameșteanu voor uitgeverijen en schreef ze voor literaire tijdschriften. Ze probeerde de literaire standaarden te beschermen tegen een golf van censuur.

Ze heeft een absurde anekdote over haar periode bij een grote uitgever van encyclopedieën: ‘We werkten aan de grote encyclopedie van Roemenië. Die moest alle etappes van de censuur doorlopen. Bij de letter c kwamen er altijd problemen. Ze vonden de uitleg bij “Ceaușescu” nooit goed genoeg. Telkens opnieuw moesten we het herschrijven, grootser en uitgebreider. Dan kwam de rivaliteit tussen Nicolae en zijn vrouw Elena. De uitleg bij Elena moest ook grootser en uitgebreider worden.’

‘Als je geluk had, kon je “onderhandelen” met de censor. Sommigen hadden de reputatie flexibel te zijn.’

Adameșteanu ging aan de slag bij Cartea Românească, de bekendste uitgeverij in Boekarest. ‘De schrijvers waren stuk voor stuk grote talenten, ondanks de censuur. Het waren mensen die hielden van kunst en literatuur. Na de revolutie kon ik het dossier van de geheime politie over de uitgeverij inkijken: directeurs die “te laks” omsprongen met manuscripten, boeken die “problematisch” waren, bevelen om auteurs te schaduwen. Ik vond ook mijn naam.’

Dansen voor de censuur

Mircea Cărtărescu was auteur bij de uitgeverij. Hij vertelt dat de schrijvers en uitgeverijen sommige censors konden benaderen. Als je geluk had, kon je “onderhandelen” met de censor. Sommigen hadden de reputatie flexibel te zijn. De meeste censors waren zelf schrijvers, dichters of filosofen en wilden goed gezien worden door hun collega’s.

Ook Cărtărescu heeft een anekdote klaar: ‘Mijn redacteur bij uitgeverij Cartea Românească stuurde me een bericht dat ik boven moest wachten en luisteren naar een gesprek met de censor. Hij had haar uitgenodigd voor een koffie. Ze overliepen pagina per pagina. Hij danste voor haar, flatteerde haar. Na drie uur slaagde hij erin om haar te overtuigen mijn boek te publiceren. Maar toen ik hem zag, vond ik een andere persoon. Hij zag lijkbleek. Mentaal en fysiek uitgeput. Maar hij redde mijn boek.’

Ioana Pârvulescu wilde een dichtbundel publiceren voor 1989, maar had niet de juiste connecties. ‘Ik was geen lid van de partij’, zegt ze. ‘Dan bestond je niet. Maar plots, na de revolutie in 1990, verscheen mijn dichtbundel. Ik was niet eens op de hoogte.’

‘Spijtig genoeg wilde niemand de eerste jaren na de revolutie iets weten van literatuur en fictie. Mensen waren zelf de geschiedenis aan het maken. Er was eerder ruimte voor journalistiek, om de realiteit te beschrijven. Dat was een heel nieuw gevoel.’

Toekomst

Adameşteanu, Cărtărescu en Pârvulescu schreven meesterwerken over het Roemeense verleden. Is er een nieuwe generatie Roemeense schrijvers die ook de hedendaagse politieke ontwikkelingen verwerkt tot literatuur, zoals Adameşteanu, Cărtărescu en Pârvulescu deden met de gebeurtenissen die hén definieerden?

Op die vraag heeft Cătălin Pavel, de jongste van de vier auteurs te gast in Bozar, een antwoord: ‘Wat literatuur doet, is de verandering in de samenleving consolideren, zodat het moeilijker wordt om die terug te schroeven. Literatuur maakt die verandering deel van de cultuur, het collectieve geheugen. Dat is de kracht van het geheugen.’

‘Een dictatuur heeft het moeilijker te overleven in een land waarin literatuur over vrijheid breed rond gaat. In een land waar literatuur de waarde van gelijkheid heeft geabsorbeerd en waar inwoners veel lezen, is het moeilijker om discriminerende wetgeving door te voeren.’

‘Een dictatuur heeft het moeilijker te overleven in een land waarin literatuur over vrijheid breed rond gaat.’

Maar vanaf wanneer kunnen maatschappelijke ontwikkelingen geconsolideerd worden in het collectieve geheugen?

‘Hedendaagse ontwikkelingen worden voortdurend tot literatuur verwerkt’, vult Cărtărescu aan. ‘Maar hoe dat gebeurt, is wel afhankelijk van de capaciteit van de auteur om ze te vertalen in esthetiek en mooie literatuur.’

‘Neem nu het boek Wij houden van Tsjernobyl van Svetlana Alexijevitsj. Boeken van journalisten over de ramp bevatten dezelfde feiten, maar in Alexijevitsj’ boek vind je iets extra. Dat lees je tussen de lijnen: de reflectie over de feiten van de geest van een groots schrijver. Dat is het verschil tussen journalistiek en een literair meesterwerk.’

***

1989-2019: dertig jaar gekaapte revolutie en haperende transitie

De drie uur durende documentaire 30 de ani de democrație, van het Roemeense journalistieke collectief Recorder, geeft een indrukwekkend overzicht van de politieke veranderingen die Roemenië van 1989 tot 2019 heeft ondergaan.

(Ondertiteling: klik rechts onderaan de video op het meest linkse icoontje. Als de ondertiteling aan staat, verschijnt er een rood streepje onder. Klik dan op het tandwieltje rechts van dat icoontje. Klik dan op ‘ondertiteling’ en dan op ‘automatisch vertalen’. Kies je taal.)

20-24 november 1989 

De Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu laat honderdduizenden mensen bijeenroepen voor een massademonstratie ter gelegenheid van het veertiende Congres van de Communistische Partij van Roemenië. Ceaușescu wordt ‘herkozen’ als algemeen secretaris van de partij. De Berlijnse Muur was diezelfde maand gevallen, en een half jaar eerder had Polen de eerste vrije verkiezingen georganiseerd. Maar Ceaușescu leeft nog in de waan van onsterfelijkheid. Een maand later zou hij de enige leider van het voormalige ‘Oostblok’ worden die de omwenteling niet overleeft.

15 december 1989

De geheime politie wil László Tőkés, een dominee en criticus van Ceaușescu, aanhouden in zijn kerk in de stad Timișoara. Die nacht protesteren duizenden inwoners tegen de aanhouding. Er ontstaat een wake rond het huis van de dominee, die uitgroeit tot een volksopstand.

16-20 december 1989

De steun voor dominee Tőkés verandert in een algemeen protest tegen het regime. De ordetroepen reageren met geweld. Ongeveer 100.000 mensen verzamelen op het centrale plein van de stad binnen en roepen Ceaușescu op om af te treden.

21 december 1989

Ondanks de groeiende onrust worden tienduizenden mensen naar het Paleisplein van Boekarest gebracht om Ceaușescu’s jaarlijkse toespraak te aanhoren. In de plaats daarvan beginnen ze ‘Timișoara! Timișoara!’ te zingen. Dezelfde massa die een maand eerder nog de verplichte slogans voor conducător Ceaușescu scandeerde, devoot en levenloos.

Ceaușescu staat zichtbaar geschokt voor de massa. Televisiebeelden onthullen zijn zwakte voor het hele land. Er stromen steeds meer mensen toe.

22 december 1989

Het komt tot rellen. Het Roemeense leger wisselt van kant en steunt de demonstranten. Ceaușescu en zijn vrouw ontvluchten de boze menigte per helikopter, maar later diezelfde dag arresteert het leger hem en zijn vrouw.

Ion Iliescu, in de jaren 1960 lid van het Centrale Comité van de Communistische Partij en een interne rivaal van Ceaușescu, ziet zijn kans. Hij gebruikt de volksopstand om een staatsgreep te plegen. Hij werpt zich op als leider van het Front voor Nationale Redding, dat zich profileert als politieke leider van de revolutie. De ‘revolutie’ ging uiteindelijk over de bevrijding van Ceaușescu’s totalitaire staat, maar ze was geen omverwerping van het regime. Iliescu profiteerde meesterlijk van de verwarring en onzekerheid over de toekomst. 

Iliescu’s rol zou pas veel later aan het licht komen. In 2018 werd Iliescu officieel in staat van beschuldiging gesteld wegens misdaden tegen de mensheid. De openbaar aanklager vermeldt dat hij in 1989 opzettelijk een “terroristenpsychose” zou hebben gecreëerd, als afleidingsmanoeuvre, en nepnieuws en desinformatie. Om de bevolking te misleiden en de staatsgreep te doen lukken.

In de verwarring die daaruit volgde, werden tijdens straatgevechten 1166 mensen gedood. 862 daarvan vielen nádat Ceaușescu al gevlucht was. Er vielen ook 2150 gewonden.

23-24 december 1989

De gevechten tussen verschillende facties gaan door in Boekarest. VTM-journalist Danny Huwé wordt doodgeschoten in Boekarest

25 december 1989

Ceaușescu en zijn vrouw Elena worden in een snel opgezette militaire rechtbank in de stad Târgoviște veroordeeld en onmiddellijk geëxecuteerd door een vuurpeloton.

26 december 1989 

Iliescu wordt aangeduid als interimpresident. Een groot deel van het land schaart zich achter hem. De media zetten de overgebleven demonstranten, die geloofden dat Iliescu het communistische regime wilde verderzetten, al snel weg als ‘decadente onruststokers’.

Het is opmerkelijk hoe snel en makkelijk de bevolking, die een paar dagen eerder nog verenigd en massaal op het plein stond tegen het regime, met subtiele propaganda wordt opgezet tegen de resterende demonstranten om het regime te verdedigen. Maar dat weten ze op dat moment niet. Ze zijn in de waan dat Iliescu hun revolutie vertegenwoordigt. Ook dit scenario heeft het Egyptische leger in 2011 met succes gekopieerd.

20 mei 1990

Iliescu hitst de bevolking op tegen zijn uitdagers, tijdens de campagne voor de eerste vrije verkiezingen op 20 mei 1990. Dat leidt bijna tot publieke lynchpartijen. De bevolking is in de ban van een massapsychose.

Om de bevolking aan zijn kant te krijgen, blijft Iliescu de instituten van de communistische staat gebruiken. Zo gebruikt hij tijdens de verkiezingscampagne miljoenen lei uit de staatskas om de mensen voor de verkiezingen allerlei sociale voordelen te gunnen. Omkoping van de kiezers, reageren zijn uitdagers.

Iliescu maakt gebruik van de angst onder de bevolking. Revolutionaire slogans als ‘beter dood dan communist’ boezemen wel wat angst in, in een land waar miljoenen mensen lid waren van de communistische partij en jarenlang carrière hadden gemaakt in het systeem. Iliescu, op de foto in het midden, wint uiteindelijk de verkiezingen met meer dan tachtig procent van de stemmen. 

13-15 juni 1990

Een maand later laat Iliescu de oproerpolitie de laatste revolutionaire demonstranten met geweld van de pleinen verwijderen. Meer nog: in een televisietoespraak roept hij de bevolking op tot massaprotesten tegen de ‘oproerkraaiers’. Amper een half jaar na de revolutie hervallen Roemenen opnieuw in hetzelfde gedrag als toen ze deelnamen aan massabetogingen voor het regime van Ceaușescu. 

Iliescu trommelt mijnwerkers op om de overgebleven revolutionaire demonstranten aan te vallen. Ook voormalige leden van Ceaușescu’s gevreesde geheime politie Securitate nemen deel aan wat voor hen een wraakactie is. Er vallen nog eens zeven doden en meer dan duizend gewonden. Het communistische regime is nog steeds aan de macht, ná een revolutie die het had omvergeworpen.

Iliescu zet het communistische beleid tijdens zijn presidentschap vanaf de jaren 1990 ook gewoon verder. Er is geen transitie naar een kapitalistische vrije markteconomie zoals in andere Oost-Europese landen.

1990-1991

Dat ‘nieuwe socialisme’ betekent niet meteen rechtvaardigheid voor de bevolking. Een aantal rijke Roemenen zat immers niet stil. Roemenen die tijdens het regime van Ceaușescu in het buitenland actief waren in de handel, keren naar Roemenië terug. Om privébedrijven op te richten, bijvoorbeeld voor de verkoop van televisies en huishoudapparatuur.

Dat zijn mensen die altijd goede banden met de Securitate hadden. Sommige Securitate-leden werden zélf werden zakenman. Zij beginnen de invoer en de uitvoer te controleren en betalen nul belastingen. Ze boeken winstmarges van wel 6000 procent. Ze zwemmen letterlijk in het cash geld, terwijl de staatskas leeg is en de bevolking verder in diepe armoede leeft. Het bruto nationaal product zakt nog eens tien procent op iets meer dan een jaar.

Ook al is er dringend nood aan inkomsten voor de staat, toch houdt Iliescu buitenlandse investeringen tegen. Hij hitst de bevolking op om op straat te komen met de slogan ‘Wij verkopen ons land niet’. Wat in werkelijkheid gebeurt, is dat er een Roemeense klasse ontstaat van rijke oligarchen die in de politiek gaan. Zo kunnen ze nog meer voordelen voor hun bedrijven bedingen met wetgeving die vaak op hun maat geschreven is. Ondertussen lijdt de bevolking onder massale inflatie en lage pensioenen. 

1992

Een cruciaal jaar. Iliescu wordt herkozen als president. Volgens liberale dissidenten zijn de daaropvolgende vier jaar dé jaren waarin Roemenië ‘alle treinen richting het Westen mist’. Alle regeringsleden hebben een verleden in de Communistische Partij.

De economische situatie blijft rampzalig en langzaamaan keert de bevolking zich tegen Iliescu. Zijn nieuw plan is om hen een droom voor te schotelen: Roemenië op weg zetten naar EU-lidmaatschap. Niet omdat hij plots gelooft in de liberale democratie van de Europese Unie, maar omdat hij weet dat hij anders niet aan de macht zou kunnen blijven. 

1996

De verkiezingen van 1996 brengen toch een andere president aan de macht: de liberaal Emil Constantinescu. Omdat Iliescu de moeilijke, maar onafwendbare beslissingen had uitgesteld, is het aan Constantinescu om een hele resem onpopulaire maatregelen te nemen. De sluiting van fabrieken en privatisering van staatsbedrijven, bijvoorbeeld. De armoede daalt niet, integendeel. Vier jaar later kan Iliescu daardoor terugkeren naar de macht. 

2004

Telkens opnieuw gelooft een groot deel van de Roemenen in redders. De liberaal Traian Băsescu is de volgende redder wanneer hij in 2004 president wordt. Sinds 2004 zijn onafgebroken liberale presidenten aan de macht, ook al blijven de voormalige communisten – inmiddels verveld tot sociaaldemocratische partij – nu en dan parlementsverkiezingen winnen. 

Băsescu had tijdens de verkiezingscampagne beloofd om werk te maken van de strijd tegen corruptie, als oppositie tegen de sociaaldemocraten. Na zijn overwinning moet Băsescu dus met resultaten komen. Hij hervormt de Nationale Anticorruptiedienst en benoemt toegewijde corruptiebestrijders tot minister van Justitie (Monica Macovei) en hoofdaanklager (Laura Kövesi). Dat is een cruciale stap richting EU-lidmaatschap, amper drie jaar later.

Beide vrouwen nemen hun taak zeer ernstig, maar voor Băsescu is de anticorruptiestrijd altijd een wapen tegen zijn politieke vijanden geweest.

Toch doet het gerecht onder Macovei voor het eerst zijn werk op basis van bewijsmateriaal, los van politieke inmenging. De ene na de andere hooggeplaatste politicus of zakenman wordt in staat van beschuldiging gesteld. Oligarchen reageren hevig in de media en achter de schermen. Een vrij gerecht betekent dat iedereen zou weten hoe zij hun rijkdomen hebben verworven.

2007 

Roemenië treedt toe tot de Europese Unie. Een succes dat Băsescu op zijn conto schrijft.

De oligarchen willen Băsescu weg. De sociaaldemocraten in de oppositie en een kleine conservatieve partij in de regering vormen daarvoor het vehikel. De conservatieve partij stapt uit de regering, waarna het parlement voor de afzetting van Băsescu stemt. Maar er komt een referendum, en een meerderheid van de kiezers stemt tegen de afzetting. 

2009

Băsescu wordt herkozen. Ondertussen zijn steeds meer Roemenen het land aan het verlaten. De toetreding tot de EU heeft de exodus nog versneld. Miljoenen Roemenen ‘stemmen met hun voeten’. Ze voelen zich verraden door de hele politieke klasse sinds 1989. Voor vele Roemenen is de toetreding van hun land tot de EU geen reden om trots te zijn op hun land, maar een kans om het de rug toe te keren.

Toch hebben zij hun land vanuit de steeds aangroeiende diaspora nooit écht de rug toegekeerd. Getuige daarvan de telkens opnieuw ellenlange wachtrijen aan Roemeense ambassades in West-Europese landen bij Roemeense verkiezingen. De massale emigratie is een van de uitkomsten van de mislukte revolutie, of van de mislukte transitie na de revolutie. Roemenië is nog niet genezen. De emigratie is een open wonde, een nationaal trauma.

2014

Een golf van anticorruptieprotesten begint, en is tot vandaag nog niet gestopt. Wat er vanaf 2014 in Roemenië gebeurt, lees je uitgebreid in het MO*dossier Roemenië kraakt onder corruptie en populisme.  

2019

De diaspora is een machtsfactor geworden. In West-Europa ondergaan ze een mentaliteitsverandering. Hun stem bij verkiezingen is een stem over wat ze in het Westen hebben gezien, en over het contrast met het gebrek aan ontwikkeling in hun thuisland. De Roemenen in andere EU-landen dienen de sociaaldemocraten hun zwaarste nederlagen ooit toe bij de Europese verkiezingen en presidentsverkiezingen van 2019.

 

De wetenden door Mircea Cărtărescu is uitgegeven door De Bezige Bij. 496 blzn. ISBN 9789023451174
De trofee door Mircea Cărtărescu is uitgegeven door De Bezige Bij. 544 blzn. ISBN 9789023476153
Het onmetelijke mausoleum door Mircea Cărtărescu is uitgegeven door De Bezige Bij. 624 blzn. ISBN 9789023491996
Wasted morning door Gabriela Adameșteanu is uitgegeven door Northwestern University Press. 400 blzn. ISBN 9780810126374
Life begins on Friday door Ioana Pârvulescu is uitgegeven door Istros Books. 280 blzn. ISBN 9781908236296
La septième partie du monde door Cătălin Pavel is uitgegeven door Editions Non Lieu. 288 blzn. ISBN 9782352702504

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur