5 stellingen over de toekomst van de ontwikkelingssamenwerking

Staten hebben eeuwenlang vooral tegen elkaar gestreden – soms totterdood – maar in de jaren vijftig kwam een nieuw soort verhouding tot stand: rijke landen die arme landen wilden helpen zich te ontwikkelen, vooral door de overdracht van financiële en menselijke middelen. Maar zo zuiver, in de zin van onbaatzuchtig, was die ontwikkelingshulp nu ook weer niet.

In de Koude Oorlog tussen een communistisch en een kapitalistisch blok gebruikten beide kanten de hulp om staten in hun kamp te houden.

Het beste bewijs daarvan was dat de Amerikaanse en Russische hulp na 1990 ineenzakte toen de Koude Oorlog voorbij was.

© Reuters / Beawiharta

Landen uit het zuiden eisten al in 1955 hun plaats op. Doel van de Aziatisch-Afrikaanse Bandungconferentie was onderlinge samenwerking stimuleren en weerstand bieden aan neokolonialisme. Zestig jaar later sieren de gezichten van prominente deelnemers aan de conferentie de straten van de voormalige gaststad in Indonesië.

© Reuters / Beawiharta

Voor de oude koloniale mogendheden was ontwikkelingshulp een manier om hun belangen en afzetmarkten in de voormalige kolonies veilig te stellen. In België slaagden grote bedrijven er tot de jaren negentig in grote delen van de hulp te instrumentaliseren voor de levering van hun producten in ontwikkelingslanden. Slechts na een reeks schandalen werd onze hulp bijgestuurd in de richting van armoedebestrijding en weg van infrastructuurprojecten. Verder verliep een groot deel van de hulp via een uitgebreid netwerk van missionarissen en paste dus in het streven van de Kerk naar nieuwe gelovigen.

Slechts na een reeks schandalen werd onze hulp bijgestuurd in de richting van armoedebestrijding en weg van infrastructuurprojecten.

In de jaren zestig en zeventig groeide in de westerse landen een kritische Derde-Wereldbeweging die de hulp boven de liefdadigheid uit wilde tillen. Ze wees op structurele uitbuitingsmechanismen en vond dat alleen een bijsturing van het kapitalistisch systeem ontwikkeling mogelijk maakte. Ze vond ook dat hulp een recht was om de negatieve gevolgen van het systeem en het koloniale verleden te compenseren. Het was in die context dat de Verenigde Naties in 1970 voor het eerst een resolutie goedkeurden die bepaalde dat de overheden van de rijke landen elk jaar 0,7 procent van het nationaal inkomen aan ontwikkelingshulp moesten besteden. De 0,7 als het minimum van internationale solidariteit.

Cruciaal was het geloof dat een overdracht van middelen van rijke naar arme landen zou bijdragen tot ontwikkeling. Intussen weten we dat ontwikkelingshulp niet tot ontwikkeling leidt als er geen lokale dynamiek aanwezig is. En dat ontwikkeling een leerproces is: de ontwikkeling van een land steunt op individuele en collectieve leerprocessen die ook neerslaan in nieuwe instellingen. Als dat leerproces er niet is, zal er in wezen niet veel veranderen.

Tot zover de geschiedenis van de ontwikkelingssamenwerking (OS) in een notendop. De vraagt rijst wat de toekomst van de ontwikkelingssamenwerking wordt in een wereld die de voorbije halve eeuw dramatisch is veranderd.

1. Klassieke OS zal krimpen

‘Tachtig procent van de absoluut armen wonen in middeninkomenslanden. De indeling van de wereld in rijke en arme landen wordt dus problematisch,’ stelt professor Tom De Herdt van het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid van Universiteit Antwerpen. Daarmee stelt De Herdt ook de vraag of die middeninkomenslanden niet zelf middelen hebben om hun armoede aan te pakken.

‘Andere geldstromen naar de ontwikkelingslanden zijn veel groter geworden dan hulp.’

An Ansoms, onderzoekster aan de UCLouvain, voegt daaraan toe: ‘Andere geldstromen naar de ontwikkelingslanden zijn veel groter geworden dan hulp: buitenlandse investeringen, het geld dat migranten terugsturen, de steun van private stichtingen en nog andere factoren wegen nu zwaarder. Bovendien zijn er andere spelers zoals China en andere opkomende landen die hun partij meeblazen in het ontwikkelingsdebat. Ons vermogen om voorwaarden op te leggen is beperkter.’

UN (cc by-nc-nd 2.0)

‘De VN hebben hun tijd gehad. Zonder werkelijke leiding in de wereld hoeven we daar niet veel meer van te verwachten.’

UN (cc by-nc-nd 2.0)

Bogdan Vandenberghe, directeur van 11.11.11, erkent die vaststellingen maar wijst erop dat voor de broze staten hulp erg belangrijk blijft en soms zelfs goed is voor de helft van het overheidsbudget. ‘Met globale cijfers kan je alles bewijzen, maar feit is dat hulp voor de minst ontwikkelde landen een van de weinige stabiele inkomensstromen is.’

Jan Vandemoortele, die een heel leven bij de VN werkte, verwacht dat de grote ontwikkelingsinstellingen zwakker zullen worden. ‘De VN hebben hun tijd gehad. Zonder werkelijke leiding in de wereld hoeven we daar niet veel meer van te verwachten. Solidariteit zal zich op een andere manier uiten, meer van beneden af.’

2. Klassieke OS moet slimmer

‘Wat we nu doen, heeft geen zin. Het is goed zolang we het doen, maar zodra we weggaan, stort het in.’

‘Wat we nu doen, heeft geen zin’, zegt Carl Michiels, directeur van de Belgische Technische Coöperatie. ‘Het is goed zolang we het doen, maar zodra we weggaan, stort het in. Dat is geen duurzame ontwikkeling.’

Michiels doelt op de ontevredenheid in de sector over de Verklaring van Parijs, vooral dan over de aanname dat het ontwikkelingsland de eigenaar van het ontwikkelingsproces moet zijn. Carl Michiels: ‘Het is compleet ahistorisch om uit te gaan van de veronderstelling dat een staat het beste voor heeft met zijn bevolking. Dat strookt niet met mijn ervaringen. De Verklaring is haar momentum kwijt. Binnenkort is Parijs gewoon een stad in Frankrijk.’

Bogdan Vandenberghe van 11.11.11 wijst erop dat eigenaarschap vaak te eng wordt opgevat als: de regering. ‘Er is ook een parlement, je hebt een civiele samenleving… Latijns-Amerika maakte de voorbije jaren een positieve evolutie door. De civiele samenleving speelde daarin een grote rol: vaak is die nu zelf de overheid geworden.’ De Britse ontwikkelingsdenker David Booth zit op dezelfde golflengte: ‘Je tracht eigenaarschap te creëren door samen met alle betrokken partijen, niet alleen de regering van het land, naar oplossingen te zoeken. Laat de onderhandelingen leiden door hen die er baat bij hebben.’

cgiarclimate (cc by-nc-sa 2.0)

‘Latijns-Amerika maakte de voorbije jaren een positieve evolutie door. De civiele samenleving speelde daarin een grote rol: vaak is die nu zelf de overheid geworden.’

cgiarclimate (cc by-nc-sa 2.0)

‘In sommige landen moet je eigenlijk de tegenkrachten van de overheid versterken.’

Carl Michiels werkt dat verder uit: ‘In sommige landen moet je eigenlijk de tegenkrachten van de overheid versterken. Een van de allerbelangrijkste relaties in het ontwikkelingsvraagstuk is die tussen de overheid en haar burgers. Verandering verkrijgen met alleen de overheid gaat te traag, zonder de overheid is het echter niet duurzaam. Hulp kan daarop inspelen.’ Velen zijn het er ook over eens – nieuw is dat niet – dat donoren veel meer één lijn moeten trekken als ze invloed willen hebben op regeringen in het Zuiden. 

Deze discussie komt sterker bovendrijven omdat de klassieke ontwikkelingssamenwerking door de opkomst van heel wat ontwikkelingslanden steeds meer actief is in de meest broze staten. David Booth: ‘Dat zijn precies staten waar de leiders zich niet kunnen of willen opstellen achter een strak ontwikkelingsplan. We weten niet hoe zo’n plan eruitziet in zulke staten.’ Werken in zwakke staten betekent dan ook veel leren en aanvaarden dat dingen kunnen mislukken. Dat vergt een samenwerking op lange termijn, terwijl in tijden van besparingen iedereen snel resultaten wil zien. Zo ook onze minister De Croo, die onze hulp concentreert op broze staten, en bovendien eist dat ze democratisch zijn, de mensenrechten en de rechtsstaat respecteren. Dat is een moeilijke combinatie.

3. De eeuwige strijd om het geld

In de context van het werken in broze staten ervaart Carl Michiels het vasthouden aan het streefdoel van de 0,7% als contraproductief. ‘Het schept een bestedingsdruk bij donoren waardoor je partners wéten dat je veel geld moet besteden. Dan wordt het bijna: mag ik helpen zodat ik dat geld kan uitgeven? Dat is geen gezonde verhouding.’

‘Je moet flexibeler kunnen omgaan met je bestedingen: als een partner dan niet voldoet, kan je je hulp verleggen.’

Bogdan Vandenberghe van 11.11.11 vindt dat donoren zich niet in die positie moeten laten manoeuvreren. ‘Je moet flexibeler kunnen omgaan met je bestedingen: als een partner dan niet voldoet, kan je je hulp verleggen. Maar ik geef toe dat zulks makkelijker is voor ngo’s dan voor regeringen.’

Zegt een insider: ‘Het wordt pervers als de 0,7 een fetisj is. Dan ga je uitgaven doen omdat ze “DAC-able” zijn (aanrekenbaar als hulp bij het Development Aid Committee dat de hulp van landen in kaart brengt). Zo konden we woningen van Congolese militairen met hulp financieren als ze voldoende ver van de kazerne af lagen. Nochtans is een stabiel leger een voorwaarde voor ontwikkeling, of de soldatenwoningen nu op 150 of op 300 meter liggen.’

SSgt. Jocelyn A. Guthrie (CC 0)

‘Een stabiel leger is een voorwaarde voor ontwikkeling.’

SSgt. Jocelyn A. Guthrie (CC 0)

Toch is de huidige regering geen vragende partij om de hulp al te drastisch te verminderen. Een Belgisch diplomaat: ‘Het moet fatsoenlijk blijven. 0,35% lijkt me een minimum. Vergeet ook niet: het brengt ons ook iets op. Het schept banen. Het is goed voor ons imago. Dat helpt als we ergens investeren of als we een zetel willen in een internationale instelling. Men gunt je meer dan.’

‘Het moet fatsoenlijk blijven. 0,35% lijkt me een minimum. Vergeet ook niet: het brengt ons ook iets op.’

Bogdan Vandenberghe wil de discussie over de 0,7% graag door de bril van de ruimere samenwerkingsagenda (zie stelling vier) bekijken. ‘Wat mij betreft, mag je in de VN een wetenschappelijk panel oprichten, zoals het klimaatpanel IPCC, dat uitzoekt hoeveel geld er nodig is om de ongelijkheid op een aanvaardbaar niveau te krijgen. Op basis daarvan kan je dan een nieuwe norm instellen. En geloof me, er zal meer geld dan de 0,7% nodig zijn voor die nieuwe agenda.’

Belgische beleidsmakers zijn ervan overtuigd dat een deel van die ruimere agenda gerust gefinancierd kan worden met het geld dat nu naar ontwikkelingshulp gaat. ‘Als we een waterkrachtcentrale financieren in Rwanda, is dat hulp én klimaatbeleid, we kunnen dat dus ook aanrekenen als bijdrage aan het klimaatfonds.’ Die vlieger gaat volgens Vandenberghe maar heel gedeeltelijk op. ‘Soms zijn er wel overlappingen, maar de rijke landen kunnen de 100 miljard dollar die ze beloofd hebben voor het klimaatfonds niet aftrekken van de 130 miljard die naar hulp gaat.’

4. Gedeelde doelen

‘De klassieke ontwikkelingssamenwerking past op de toekomstige internationale samenwerking, de post 2015-agenda, als een tang op een varken. Wat voor zin heeft het om steeds meer geld naar zwakke staten te sturen als daarnaast een enorme agenda van mondiale doelen bestaat?’ Aan het woord is Jean Bossuyt van het European Center for Development Cooperation Management, tevens voorzitter van de ngo-federatie. De nieuwe agenda van internationale samenwerking bestaat voor Bossuyt onder meer uit de strijd tegen de ongelijkheid en het werken aan gelijke rechten, rechtvaardige regels en mondiale publieke goederen, met het milieu als eerste.

‘Het spel is veranderd en de beleidsnota van minister De Croo heeft dat absoluut nog niet door.’

Bossuyt is tevreden dat de duurzame ontwikkelingsdoelen voor 2030 waarover de wereld het vorig jaar eens raakte veel meer dan de millenniumontwikkelingsdoelen die mondiale agenda overnemen. Hij is kritisch: ‘Het klassieke ontwikkelingsdenken zit vast aan een overdracht van middelen, aan de Noord-Zuidkloof, aan verouderde instrumenten en actoren. Maar het spel is veranderd en de beleidsnota van minister De Croo heeft dat absoluut nog niet door. De ontwikkelingsbranche verzet zich tegen de verandering.’

Een ouwe rot in de ontwikkelingssamenwerking meent: ‘Je zult meer geld bij elkaar krijgen voor die universele agenda dan voor armoedebestrijding in het Zuiden.’ In veel gevallen raken de twee elkaar steeds meer: zwakke staten worden vrijhavens voor terreur en bedreigen zo de internationale veiligheid. En verre oorlogen en uitzichtloosheid drijven de migratie op. Als rijke landen die onder controle willen krijgen, worden veiligheid en vooruitgang elders een gedeeld belang. Bogdan Vandenberghe is het daarmee eens: ‘Maar het gaat niet alleen om eigenbelang. Ook solidariteit is een motor van samenwerking.’

5. Minstens evenveel werk hier

‘Er zijn zeker evenveel dingen die je hier kunt doen als elders, als je echt wilt werken aan duurzame ontwikkeling,’ zegt professor Huib Huyse, hoofd van de onderzoeksgroep Duurzame Ontwikkeling aan de KULeuven. Professor Tom De Herdt vindt dat de discussie over de 0,7-norm soms te veel werkt als oogkleppen die deze waarheid aan het zicht onttrekken.

Ons eigen beleid en gedrag tegen het licht houden van de globale noden is minstens even nuttig en nodig als de klassieke ontwikkelingshulp.

‘Onze consumptiepatronen zijn allerminst duurzaam en inclusief, onze ecologische voetafdruk heeft een onevenredig grote invloed op de minst ontwikkelde landen. Ontwikkelingssamenwerking 3.0 heeft daarom wellicht in de eerste plaats te maken met werken aan een duurzame economie in Europa, een economie gebaseerd op waardig werk.’

Dat kan dan gaan van een stop op de subsidiëring van bedrijfswagens over minder vlees eten tot meer hernieuwbare energie… Proberen geen kwaad te doen door ons eigen beleid en gedrag tegen het licht te houden van de globale noden is een zeer veelzijdige uitdaging. Dat is ook wat men bedoelt met een coherent ontwikkelingsbeleid: een beleid dat in al zijn aspecten rekening houdt met de ontwikkelingsbehoeften van andere landen. Je hoeft dus niet op reis te gaan: je kunt ook hier aan die betere wereld werken.

Dit artikel verscheen eerder in het zomernummer van MO*. Het verscheen eerder online op 5 juni 2015 en werd opnieuw gepubliceerd als onderdeel van de MO* Must Reads zomerreeks.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift