Dossier: 

65 doden, meer dan 4000 gewonden: een zomer als geen andere in Kasjmir

In de geweldlijstjes van de zomer van 2016 is bijna nooit sprake van Kasjmir. Nochtans werden er in de Indiase deelstaat de voorbije maanden minstens 65 Kasjmiri’s gedood en meer dan 4000 gewond. Maakt het feit dat de daders Indiase soldaten zijn die cijfers onzichtbaar? Zuid-Azië staat onder hoogspanning.

  • Sameer Bhat via Twitter Sameer Bhat via Twitter
  • © Kashmir Global © Kashmir Global

Srinagar is vandaag opnieuw de bezette stad die ze de voorbije kwarteeuw al zo vaak geweest is. De zandzakkenbunkers op elke straathoek worden bemand door nerveuze Indiase soldaten, door de straten lopen voortdurend Indiase militairen die hun wapens op scherp staan hebben en midden in de stad, op het Rode Plein of Lal Chowk, zijn alle metalen rolluiken neergelaten.

Meer dan de helft van de 12,5 miljoen inwoners van de Indiase deelstaat heeft nooit een andere realiteit gekend dan de bezetting door 6-700.000 Indiase soldaten

Sinds er in 1989 een gewapende opstand tegen India uitbrak, is dit beeld van een dode en bezette stad zo vaak teruggekeerd in de zomerhoofstad van de Himalayastaat Jammu and Kashmir, dat het intussen het nieuwe normaal geworden is.

Meer dan de helft van de 12,5 miljoen inwoners van de Indiase deelstaat heeft nooit een andere realiteit gekend dan de bezetting door 6-700.000 Indiase soldaten en speciale troepen.

Die ervaring domineert met name de verbeelding van de min-dertigjarigen uit de Kasjmirvallei, die in alle historische bronnen beschreven wordt als een paradijs op aarde. Dat beeld zegt de “generatie van de opstand” echter niets meer.

© Kashmir Global

 

Een lange, hete zomer

De hele zomer van 2016 zijn er in de Kasjmirvallei betogingen geweest en de ene hartal volgde de andere op. Hartals zijn een populaire actievorm in Zuid-Azië die neerkomt op het volledig stilleggen van het openbare leven: alle winkels dicht, alle vervoer van de weg, iedereen binnen –behalve als de bewegingen nodig zijn om het verzet te voeden en te tonen. Wie niet goedschiks deelneemt aan deze “dode stad”-acties, wordt er door de militanten via vlugschriften en aanplakbiljetten aan herinnerd dat niet-deelname beschouwd wordt als collaboratie met de “bezetter”, met alle gevolgen vandien.

De demonstraties worden door het Indiase leger vaak met de wapens beantwoord, soms met kogels, in toenemende mate door hagel

De demonstraties worden door het Indiase leger vaak met de wapens beantwoord, soms met kogels, in toenemende mate door “niet-dodelijke” hagel. Van de ongeveer 4000 gewonden die deze zomer al gevallen zijn in de straten van Kasjmir, zou een derde tot de helft geveld zijn door hagelinslag. Honderden jongeren werden daarbij geraakt in een of twee ogen.

Twee zaken maken deze zomer van geweld in Kasjmir anders dan de zomers van 2008 tot 2010, schrijft journalist Muzamil Jaleel in The Indian Express.

Ten eerste zijn de demonstraties ditmaal niet gedreven door verontwaardiging over de systematische schendingen van mensenrechten door het Indiase leger, en zelfs niet door de populariteit van de militant die begin juli gedood werd en wiens begrafenis de huidige onlusten in gang zette, maar door een massale en publieke identificatie met het ideaal waarvoor die militant vocht. ‘Wij willen geen deel uitmaken van India’, is volgens Jaleel nu de consensus in de Vallei, en de jongeren die op straat komen weten dat ze daarvoor duur zullen betalen.

Ten tweede is er het officiële Kasjmirbeleid van de Indiase regering in New Delhi. Dat is nooit gericht geweest op zelfbeschikking voor de Kasjmiri’s, maar hield wel altijd de belofte op dialoog en diplomatieke oplossingen in. Onder huidig premier Modi en zijn hindoenationalistische BJP geldt dat volgens Jaleel niet langer. Daardoor verdwijnt de laatste legitimiteit voor de meer gematigde strekkingen in de Kasjmirse politiek en verzet, en blijft alleen de harde lijn van afscheiding en/of aansluiting bij Pakistan over.

Het verleden is nooit voorbij

Jammu and Kashmir was 69 jaar geleden al een van de voornaamste redenen voor vijandschap tussen India en Pakistan

Jammu and Kashmir, de voormalige prinselijke staat, was 69 jaar geleden, toen zowel India als Pakistan op 15 augustus onafhankelijk werden van de Britse kolonisator, een van de voornaamste redenen voor vijandschap tussen de nieuwe naties.

Enkele maanden later leidde het dispuut over de vraag of J&K deel moest uitmaken van Pakistan –vanwege zijn overwegend islamitische bevolking en geografische ligging- of van India –zoals de hindoeïstische Dogra-heerser uiteindelijk besliste, toen gewapende groepen vanuit de Pakistaans-Afghaanse grensregio zijn staat binnenvielen en Srinagar bedreigden- tot de eerste oorlog tussen de twee landen.

Er zouden nog twee oorlogen volgen: om Kasjmir in 1965 en om Bangladesh in 1971, maar ook die werd gedeeltelijk in Kasjmir uitgevochten, en in 1999 vond in Kasjmir opnieuw een kleine oorlog plaats.

Het resultaat van al die oorlogen is een de facto opdeling van de oude staat in een grondgebied dat onder Pakistaanse controle valt (Azad Kashmir en Gilgit and Baltistan), een wat groter territorium onder Indiase controle (Jammu and Kashmir, met de Vallei van Kasjmir, Jammu en Ladakh) en een kleiner deel onder Chinese controle (Aksai Chin, na een oorlog tussen China en India in 1961).

De gewapende strijd werd overgenomen door militanten uit Pakistan en uit de internationalistenbrigades die voordien in Afghanistan tegen de Sovjetunie streden

De gewapende opstand die in 1989 uitbrak, was in eerste instantie een nationalistische en separatistische opstand, geleid door Kasjmirse studenten. Het repressieve antwoord van het massaal ingezette Indiase leger brak die opstand binnen enkele jaren, maar dat maakte vooral de weg vrij voor de overname van de gewapende strijd door militanten uit Pakistan en uit de internationalistenbrigades die voordien in Afghanistan tegen de Sovjetunie streden.

De opstand werd daardoor ook meteen islamistisch. De Pakistaanse staat was minstens passief betrokken bij deze groepen, en de meeste waarnemers gaan uit van een zeer actieve betrokkenheid, waarbij de Pakistaanse militaire inlichtingendienst ISI verantwoordelijk zou zijn voor training, bewapening, financiering en strategische begeleiding van de militanten.

Na 11 september 2001 veranderde de internationale houding tegenover gewapende opstand fundamenteel, en zeker als die opstand ook een politieke jihad was met historische, ideologische en organisatorische banden met het Al Qaeda universum.

De Pakistaanse regering werd gedwongen haar steun voor de militanten terug te dringen en zo onzichtbaar mogelijk te maken. Dat leidde tot verminderde slagkracht in Indiaas Kasjmir. Samen met de vaststelling dat meer dan een decennium van gewapend geweld en dodelijke repressie het ideaal van Kasjmirse zelfbeschikking of autonome toekomstkeuze geen millimeter dichterbij gebracht had, leidde dit tot hernieuwde interesse in geweldloos maar massaal verzet op straat.

Telkens stelden de Kashmiri’s vast dat de geweldloze bezetting van straten en pleinen vanuit India hetzelfde antwoord kreeg als gewapend verzet

In 2008 zetten massale demonstraties Srinagar en de rest van de Indiase deelstaat op zijn kop. Hetzelfde scenario herhaalde zich in de zomers van 2009 en 2010. Maar telkens stelden de Kashmiri’s vast dat de geweldloze bezetting van straten en pleinen vanuit India hetzelfde antwoord kreeg als gewapend verzet: een stug politiek njet gekoppeld aan genadeloze militaire repressie, vooral gericht tegen jongeren, ook al deden die niet meer dan stenen gooien of anti-Indiase Facebookposts plaatsen. 

De voorspelbare uitkomst daarvan was het herleven van de gewapende strijd, met een veel grotere Kasjmirse inbreng dan in de jaren negentig. Niemand belichaamde die nieuwe fase van de strijd beter dan Burhan Wani, de Kasjmirse jongen die als een van de commandanten van de Hizbul Mujahedeen een heel sterke aanwezigheid op sociale media had uitgebouwd. Toen hij op 8 juli tijdens een treffen met het Indiase leger gedood werd, ontplofte Kasjmir.

Politieke hoogspanning tussen nucleaire buren

De gewelddadige opflakkering van het slepende conflict in Kasjmir zorgt ook voor oplopende spanningen tussen India en Pakistan, twee nucleaire buurlanden die elkaar beschouwen als erfvijanden. Tijdens zijn toespraak in het Rode Fort van Delhi op de 69ste verjaardag van de onafhankelijkheid haalde premier Modi scherp uit naar degenen die terroristen verheerlijken als martelaars. Een duidelijke verwijzing naar de reactie van de Pakistaanse politieke wereld –inclusief premier Nawaz Sharif- naar aanleiding van de dood van Burhan Wani.

Modi deed opvallende uitspraken over interne Pakistaanse aangelegenheden en over Kasjmirs gebied onder Pakistaanse controle

Wat nog opvallender in die toespraak van 15 augustus, was de expliciete verwijzing door Narendra Modi naar de gewapende opstand in de Pakistaanse provincie Baloetsjistan, en naar onvrede met Pakistaans bestuur in Gilgit en Kasjmir –allebei onderdeel van de oorspronkelijke staat Jammu and Kashmir. Geen enkele Indiase premier voor Modi deed dergelijke uitspraken over interne Pakistaanse aangelegenheden of over Kasjmirs gebied onder Pakistaanse controle tijdens een onafhankelijkheidsviering.

Het is des te opvallender omdat vanuit Pakistan steeds nadrukkelijker gesteld wordt dat de separatistische opstand in zijn westelijke provincie Baloetsjistan opgezet en gefinancierd wordt door de Indiase geheime diensten. Toen op 8 augustus een zelfmoordaanslag bij een ziekenhuid in de Baloetsje hoofdstad Quetta 70 doden en meer dan 130 gewonden maakte, was de onmiddellijke reactie van de provinciale eerste minister, maar ook van voormalig dictator Pervez Musharraf en de Pakistaanse topadviseur voor Nationale Veiligheid en Buitenlandse Zaken, Sartaj Aziz, dat de Indiase geheime dienst verantwoordelijk was, die door dit soort geweld de Chinese investeringen in Pakistaanse infrastructuur probeerde te kelderen.

De Indiase regering verwierp intussen een uitnodiging van Pakistan tot bilateraal overleg over de toestand in Jammu and Kashmir. De onlusten zijn een interne zaak voor India, was het antwoord, maar Delhi liet weten wél bereid te zijn om het te hebben over terrorisme en met name over grensoverschrijdend terrorisme, want dat is volgens de Indiase overheid nog steeds het kernprobleem in Kasjmir.

In Pakistan biedt het geweld in Indiaas Kasjmir intussen hernieuwde ruimte aan extremistische groepen

In Pakistan biedt het geweld in Indiaas Kasjmir intussen hernieuwde ruimte aan extremistische groepen die zonder terughoudendheid pleiten voor gewapende steun aan de Kasjmirse opstand, en die steun zelf al lang en openlijk leveren.

Dat is opvallend, want sinds de moorddadige aanslag op een school in Peshawar in december 2014 zou de Pakistaanse staat eensgezind in actie geschoten zijn tegen gewapende extremisten allerhande, van de pakistaanse Taliban over de sektarische militanten tot de gewapende groepen die de “bevrijding” van Indiaas Kasjmir als hun missie zien. De realiteit blijkt anders.

Eind juli stapte Syed Salahuddin, de leider van de gewapende organisatie waartoe Burhan Wani behoorde, de Hizbul Mujahedeen, op aan het hoofd van een grote manifestatie in de Pakistaanse stad Lahore. Naast hem liep de leiding van Pakistans oudste islamistische partij, de Jamaat-e-Islami. De menigte scandeerde voortdurend: ‘Jihad is de enige oplossing voor India’, schrijft de Pakistaanse journalist Umer Ali in The Diplomat.

Jawad-ud-Dawa, een andere organisatie die op de internationale terrorismelijsten staat, organiseerde intussen haar eigen Azadi (of Vrijheids)karavaan vanuit Lahore naar Islamabad, met de belofte dat de karavaan uiteindelijk Indiaas Kasjmir zou binnentrekken om de Kasjmiri’s ‘hun vrijheid te geven’. Die karavaan werd geleid door Hafez Saeed, de man die door India en de Verenigde Staten verantwoordelijk wordt gehouden voor de terroristische aanval op Mumbai in november 2008.

Internationale steun legitimeren

Munir Akram, de Pakistaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, argumenteert in de Pakistaanse krant Dawn van 21 augustus dat het een vergissing zou zijn om nu over Kasjmir te onderhandelen met India.

Hij stelt voor om in de plaats daarvan internationale aandacht te vragen voor de mensenrechtenschendingen door de Indiase veiligheidstroepen en op te komen voor het recht van Pakistan en andere landen om de Kasjmirse strijd voor zelfbeschikking te steunen  -op basis van Resolutie 2649 uit 1970, die het recht van volken op zelfbeschikking erkent én het recht om alle mogelijke middelen in te zetten om die te realiseren, inclusief gewapende strijd.

Akram wil het verschil tussen terrorisme en bevrijdingsstrijd opnieuw laten erkennen

Akram wil het verschil tussen terrorisme en bevrijdingsstrijd opnieuw laten erkennen, want dan wordt staatssteun aan Kasjmirs verzet internationaal ook legitiem, schrijft de ambassadeur.

Of dat zo eenvoudig is, zal de toekomst en de diplomatieke reactie vanuit India moeten uitwijzen. Intussen blijven de slachtoffers dag na dag vallen. Het zeventigste jaar onafhankelijkheid voor India en Pakistan is slecht ingezet. Voor Kasjmir moet het eerste jaar zelfbeschikking nog beginnen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur