Als Nederlander geboren in de kolonie, nu stateloos

Analyse

Surinamers zonder verblijfspapieren in Nederland

Als Nederlander geboren in de kolonie, nu stateloos

Als Nederlander geboren in de kolonie, nu stateloos
Als Nederlander geboren in de kolonie, nu stateloos

Oneworld / Fréderike Geerdink

11 januari 2022

Honderden mensen die als Nederlander in Suriname geboren werden, leven in Nederland zonder geldige verblijfspapieren. Teruggaan naar Suriname is voor de meesten geen optie, dus dolen ze al decennia rond zonder werk, huis en toekomst. Experts en betrokkenen pleiten voor een generaal pardon.

© Merlijn Michon

George Robbinson Ost staat voor het hek van T6, een oude gevangenis in Amsterdam die dienstdoet als 24-uursopvang.

© Merlijn Michon

George Robbinson Ost (67) werd geboren in Suriname in 1954 en kwam in 1997 naar Nederland om zijn kinderen op te zoeken. Zijn visum verliep. Hij weet zelf niet meer goed hoe dat precies ging en wat er sindsdien allemaal is gebeurd, maar na een reeks bureaucratische beslissingen verblijft hij nu al twintig jaar zonder geldige documenten in Nederland.

In de binnenzak van zijn jas bewaart hij een pasje van de daklozenopvang van de gemeente Utrecht, waarvan de geldigheid eind 2013 verliep. Het pasje, hoe oud ook, is belangrijk voor hem. ‘Het bewijst dat ik besta.’

In Amsterdam alleen al wonen mogelijk meer dan duizend mensen zonder verblijfspapieren die voor 1975 in Suriname werden geboren.

Voor een verblijfsvergunning komt Ost niet in aanmerking, laat staan een paspoort. Daarom heeft hij ook geen huis of vast werk. Wettelijk is hij namelijk een buitenlander zonder recht om in Nederland te zijn. Dat doet hem pijn, want hij beschouwt zichzelf als Nederlander: toen hij werd geboren, was Suriname nog een Nederlandse kolonie.

En Ost is niet alleen. Betrouwbare cijfers over mensen zonder verblijfspapieren zijn er weinig, maar de Regenbooggroep (een Amsterdamse instelling voor dak- en thuislozen) schat op basis van cijfers van gezondheidsonderzoekers dat er alleen al in Amsterdam honderden mensen zijn die voor 1975 in Suriname werden geboren maar nu geen papieren hebben. Mogelijk meer dan duizend. Ook in Den Haag, Rotterdam en andere grote steden zouden mensen in deze positie zitten.

Hoewel Ost zichzelf als Nederlander beschouwt, verloor hij het Nederlanderschap al in 1975. Toen werd namelijk in een zogenaamde Toescheidingsovereenkomst bepaald welke burgers welke nationaliteit kregen.

Het kwam erop neer dat wie in Suriname was geboren en in dat land woonde of verbleef op de dag van de onafhankelijkheid, Surinamer werd en automatisch de Nederlandse nationaliteit verloor. Surinamers die op dat moment in Nederland woonden of verbleven, behielden de Nederlandse nationaliteit. Daarnaast werd afgesproken dat Surinamers vijf jaar gemakkelijk een verblijfsvergunning kregen voor werk, studie of gezinshereniging in Nederland. Ook gold er aanvankelijk geen visumplicht.

De reden dat mensen als Ost geen verblijfspapieren hebben, lopen uiteen en zijn vaak persoonlijk van aard. In principe kunnen “oud-Nederlanders” hun Nederlandse nationaliteit terugkrijgen, maar daarvoor moeten ze voldoen aan een aantal voorwaarden, waaronder een verblijfsvergunning met een niet-tijdelijk doel, geen visum dus. Meestal voldoen ze niet aan die voorwaarden.

Net als de naar schatting 40.000 andere mensen zonder verblijfspapieren hebben ze in Nederland geen recht op huisvesting of een uitkering, en mogen ze officieel niet werken. Ze kunnen elk moment in vreemdelingendetentie belanden, wat een deel van de groep waar het hier om gaat ook geregeld overkomt.

‘Suriname is in feite altijd een kolonie gebleven, dat is het resultaat van vierhonderd jaar kolonialisme.’

Maar mede omdat veel mensen in deze groep ook in Suriname niet vindbaar zijn in de burgerlijke stand, werkt dat land niet mee aan terugkeer. Na een tijdje komen ze dus weer vrij, waarna ze opnieuw proberen vaste grond onder de voeten te krijgen.

Kees Groenendijk bevestigt het beeld dat de Regenbooggroep schetst. Hij is emeritus professor rechtssociologie aan de Nijmeegse Radboud Universiteit, verdiepte zich decennialang in de regulering van migratie in Nederland en is nog altijd verbonden aan het Centrum voor Migratierecht. Dat Surinamers zonder verblijfsvergunning nu geen speciale positie meer hebben, gaat volgens hem voorbij aan de ‘voortdurende relatie’ tussen Nederland en Suriname. ‘Iedere Surinamer heeft familie in Nederland, de banden zijn honderden jaren oud.’

Eigen foto

Roy Vlijter: ‘Soms had ik een tijdje werk of onderdak, maar het was een leven als een jojo. En als je geen inkomen hebt, ga je dingen doen die je eigenlijk niet wilt, om te overleven. Ik heb vastgezeten en raakte verslaafd.’

Eigen foto

Voor Roy Vlijter bijvoorbeeld, geboren in 1958. Hij was er als 17-jarige jongen bij toen in 1975 de onafhankelijkheid van Suriname werd uitgeroepen in het Suriname Stadion in Paramaribo. Vanaf dat moment was hij Surinamer. Vier jaar later trouwde hij met een Surinaamse vrouw die in Nederland woonde en de Nederlandse nationaliteit had. Hij kreeg een visum, werd vader en werkte bij de Hoogovens – tegenwoordig Tata Steel – in IJmuiden. Maar het huwelijk liep spaak, hij belandde op straat, verloor zijn werk en daardoor ook zijn verblijfsvergunning.

Dr. Barryl Biekman, mensenrechtenactivist en voorzitter van het Nederlands Platform Slavernijverleden, herkent dit. Zij vindt dat er een generaal pardon moet komen voor de groep mensen zonder verblijfspapieren, van wie de meesten inmiddels niet meer de jongsten zijn. In 2001 nam de VN de Verklaring van Durban aan, waarin kolonialisme erkend wordt als misdaad tegen de menselijkheid. Die verklaring zou, vindt zij, de basis moeten zijn van Nederlands handelen als het gaat om voormalige kolonies.

‘Zelfs in de diepste binnenlanden van Suriname wordt Nederlands gesproken. De Nederlandse cultuur, het erfgoed, het geheel van omgang: Suriname is in feite altijd een kolonie gebleven, dat is het resultaat van vierhonderd jaar kolonialisme. Als je dan excuses aanbiedt voor het slavernijverleden en het kolonialisme, dan horen daar daden van herstel bij.’

Niet terug naar Suriname

Had hij terug kunnen gaan naar Suriname? Ja, maar Vlijters leven speelde zich in Nederland af. ‘Mijn kinderen woonden hier, en mijn broer en zus.’ Dus bleef hij, zonder verblijfsvergunning. ‘Soms had ik een tijdje werk of onderdak, maar het was een leven als een jojo. En als je geen inkomen hebt, ga je dingen doen die je eigenlijk niet wilt, om te overleven. Ik heb vastgezeten en raakte verslaafd.’

Zijn verslaving heeft hij al lang overwonnen, op aandringen van zijn dochter. Inmiddels heeft hij vijf kleinkinderen. Met hulp van instanties en advocaten probeerde hij verschillende keren alsnog een verblijfsvergunning te krijgen, maar zonder resultaat. Hij zat een keer of vijf, zes in vreemdelingenbewaring. ‘Van de vreemdelingenpolitie moest ik naar de Surinaamse ambassade, maar ik ben in Suriname niet geregistreerd. Dus ik kwam telkens na een paar maanden weer vrij en dan was ik weer kwijt wat ik had opgebouwd, zoals een plek om te slapen, of klusjes om wat geld te verdienen. Dan moest ik weer opnieuw beginnen.’

‘Overdag verlaten ze het huis, ze verblijven op straat of werken hier en daar wat in het zwart, maar ze kunnen nooit een eigen leven opbouwen.’

De groep waar Ost en Vlijter deel van uitmaken is onzichtbaar, zegt Iwan Leeuwin, ex-politicus voor GroenLinks in Amsterdam-Zuidoost, programmamaker bij CaribbeanFM. Het bestuurslid van Comité 1-7-2013, dat vecht voor het recht van Surinaamse ex-Nederlanders op rechtmatig verblijf, schat dat het er in heel Nederland rond 8000 zijn.

Een deel van hen, zoals George Robbinson Ost, slaapt elke avond in de nachtopvang. Sommigen slapen noodgedwongen op straat, maar het grootste deel verblijft bij vrienden of familie. Leeuwin: ‘Die afhankelijkheid zorgt ervoor dat ze voortdurend in spanning leven. Overdag verlaten ze het huis, ze verblijven op straat of werken hier en daar wat in het zwart, maar ze kunnen nooit een eigen leven opbouwen.’

Leeuwin zet zich al jaren in voor een verblijfsvergunning voor Surinamers die voor 1975 in Suriname geboren werden en om welke reden dan ook hun verblijfsvergunning in Nederland verloren. Leeuwin: ‘Hier in Amsterdam-Zuidoost vragen mensen vaak of ik al iets heb bereikt. Maar juridisch is er geen collectieve regeling mogelijk, want er zijn individuele redenen waarom mensen hun verblijfspapieren kwijtraakten. Daarom zou er een humanitaire regeling moeten komen. Geef Surinamers die tijdens het kolonialisme zijn geboren de gelegenheid hun verblijfsstatus alsnog te regelen.’

De daad bij het woord

De kwestie kwam in een nieuw licht te staan toen de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema tijdens de viering van Keti Koti op 1 juli 2021 namens het college van Burgemeester en Wethouders haar excuses aanbood voor het Amsterdamse aandeel in het Nederlandse slavernijverleden. ‘Het woord is geschied’, zegt Leeuwin, ‘maar waar blijft de daad? Weet je dat Nederland niet één snelweg achterliet in Suriname, maar vierhonderd jaar alleen maar heeft geprofiteerd? Is het niet tijd om iets terug te doen?’

De burgemeester van Amsterdam kan niet besluiten om honderden van haar Surinaamse stadsgenoten een verblijfsvergunning te verstrekken, maar ze zou zich er wel hard voor moeten maken in Den Haag, vindt Leeuwin. ‘Volgens mij moet deze kwestie onderdeel zijn van een traject van reparatory justice (herstelrechtvaardigheid**[*]**).’

Hij trekt een parallel met het AOW-gat, een manco in de Nederlandse pensioenwetgeving: veel Surinaamse Nederlanders krijgen honderden euro’s minder uitgekeerd omdat ze voor 1975 in Suriname woonden.

Recent oordeelde de Raad van State dat er geen juridische basis is om dat “gat” te repareren. Ook in die kwestie pleiten velen voor een oplossing op humanitaire gronden in plaats van juridische.

Toch hoopvol

George Robbinson Ost vraagt zich af of hij voor zijn dood nog genaturaliseerd zal zijn. ‘Ik bid dagelijks dat er hulp komt’, vertelt hij. Hij slaapt elke nacht in de nachtopvang in Amsterdam, en wijkt soms uit naar zijn dochter in Purmerend. Ost: ‘Mijn kleindochter vraagt of ze ook een keer bij mij kan komen logeren. Hoe moet ik uitleggen dat dat niet kan? Ik verbloem de situatie voor haar.’

Hij heeft hoop, dat wel, want zonder hoop kan hij niet leven. ‘Maar Nederland is bang geworden, er is geen ruimte voor mij. Halsema heeft nu excuses aangeboden en misschien gaat de Nederlandse regering dat ook doen, maar wat doen ze aan de problemen? Vanbinnen ben ik boos, maar ik laat het niet merken.’

Roy Vlijter denkt nog wel eens aan die hoopvolle dag in november 1975, toen Suriname onafhankelijk werd. “Ik zag het gebeuren, ik was jong en het was mooi toen de Surinaamse vlag gehesen werd. Maar ik wist toen nog niet dat het zo moeilijk zou worden.”

© Merlijn Michon

George Robbinson Ost: Nederland is bang geworden, er is geen ruimte voor mij. Halsema heeft nu excuses aangeboden en misschien gaat de Nederlandse regering dat ook doen, maar wat doen ze aan de problemen?’

© Merlijn Michon

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op Oneworld.nl

[*] Behalve van ‘reparations’ (herstelbetalingen) spreken antiracismeactivisten ook wel van ‘reparatory justice’, wat zoveel betekent als ‘herstelrechtvaardigheid’. De gedachte is dat er vanwege de aanhoudende structurele ongelijkheid in inkomen en vermogen op een brede manier naar herstel gekeken moet worden.