‘De bendes van vandaag zijn assertiever en in staat eisen te stellen’

Hoe bendegeweld een hypotheek legt op de toekomst van Haïti

Reuters / Valerie Baeriswyl

Kinderen schuilen voor geweld na de moord van een lokale bendeleider, Port-au-Prince, Haïti, 10 december 2019.

In Haïti zijn ontvoeringen en bendegeweld sinds een jaar schering en inslag. De bendes in de sloppenwijken van Port-au-Prince lijken intussen machtiger dan de staat zelf. Kan de Haïtiaanse politiek de monsters die ze heeft gecreëerd nog wel de baas? ‘De bendes zijn groot geworden omdat de staat zwak is.’

Toen Evelyne Sincère op 29 oktober in Port-au-Prince werd gekidnapt, wees niets er nog op dat het met haar anders zou aflopen dan met de tientallen ontvoeringen dit voorbije jaar. De familie van de jonge studente kreeg het standaardbevel om een overdreven som losgeld te betalen.

Haar zus Enette onderhandelde met de ontvoerders en kreeg hen zo ver dat ze met 200 euro genoegen namen. Die waarschuwden haar niet te talmen ‘want we hebben te weinig plaats’. Enette herinnert zich hoe ze de criminelen smeekte ‘haar kleine zusje, haar prinsesje’ te sparen en dat ze haar best zou doen het geld snel te verzamelen.

Vier dagen later nam de beproeving van de familie Sincère een catastrofale wending. Via een telefoontje kreeg ze botweg te horen waar ze Evelynes lijk kon ophalen. Enette vond haar zus terug op een vuilnisbelt. Uit de autopsie bleek dat Evelyne was verkracht, gedrogeerd met een cocktail van rattenvergif en marihuana en – toen dat te traag bleek te werken – was gewurgd.

Voor de Haïtiaanse bevolking was Sincères dood de tragedie te veel. Scholen gingen uit protest dicht, tv-zenders staakten en bekende figuren vroegen om gerechtigheid. Haar beeltenis werd het symbool van de slachtoffers van de vele ontvoeringen die het land al een jaar in hun greep houden.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Enkele dagen nadat het schandaal was losgebarsten, liet de gezochte gangster Jimmy ‘Barbecue’ Chérizier een video-opname verspreiden. Zijn bende zou de vermeende moordenaar, ene Obed Joseph, hebben geklist en aan politie uitgeleverd, naar eigen zeggen ‘omdat ik ook kinderen heb’. Maar volgens sommigen is Joseph een van zijn voetsoldaten, die onder druk van de mediastorm is opgeofferd.

De ware toedracht zullen we wellicht nooit kennen. De zaak-Sincère toont vooral hoe betekenisvol de gangs van Port-au-Prince zijn. Het was niet de politie maar een bende die de vermeende moordenaar oppakte en aan het formele gerecht overdroeg.

Grote delen van de hoofdstad zijn intussen afgesloten voor het wettelijke gezag. In maart dit jaar kwamen vier agenten om toen ze de Village-de-Dieu, een wijk op een boogscheut van de Nationale Bank van Haïti, probeerden binnen te dringen.

Parallelle staat

Toch zou niet alleen het onvermogen van de autoriteiten de gangs in stand houden. Sommige politici worden ervan verdacht hen te tolereren, of zelfs actief te steunen.

In een land waar de vroegere dictator Jean-Claude ‘Baby Doc’ Duvalier zijn privémilitie, de Tonton Macoutes, op tegenstanders losliet, is dat geen loze beschuldiging. Sinds de val van de dictator zijn gewapende gangs deel van het Haïtiaanse leven gebleven.

Chelsey Kivland, antropologe en auteur van Street Sovereigns (2020), benadrukt de politieke roots van de baz, zoals de bendes zichzelf noemen. ‘Jean-Bertrand Aristide (de linkse ex-priester die tussen 1991 en 2004 afwisselend president was, red.) was de echte vader van de huidige baz, toen ze nog gewoon lokale organisaties van zijn partij waren. Voor hem en zijn bondgenoten waren ze een instrument om in de volkswijken beleid te voeren.’

‘Gaandeweg werden ze onafhankelijker en dat had zijn nadelen’, gaat ze verder. ‘Toch hield hun gedeelde loyaliteit aan de president het bendegeweld enigszins onder controle. Na de laatste coup tegen Aristide viel het grote politieke project weg en traden criminele activiteiten op het voorplan.’

Ondertussen bleven de gangs in grote delen van de hoofdstad het enige gezag. In de wijk Bel-Air, vlakbij het ingestorte presidentiële paleis , zag Kivland hoe de baz “fe leta”, een staat improviseerden.

‘We zien er aspecten van justitie opduiken, zoals arrestaties en publieke berechting van verdachten. Zo zag ik zelf ooit de aanhouding van een persoon, die dan later aan de politie werd uitgeleverd. In Bel-Air werkt dat heel goed en steunt de buurt de aanpak van die crimineel. Maar soms loopt het uit de hand en zie je misbruiken, zoals lijfstraffen. Bendes heffen ook “belastingen” voor de bescherming van publieke markten, maar dat kun je evengoed kwalificeren als afpersing’, zegt Kivland.

Respect is alles

De gangs van Port-au-Prince hebben al van bij het begin een gewelddadige reputatie. De chimères, bendes trouw aan president Aristide, zwaaien de plak over wijken door er ‘de wapens te laten zingen’.

Antropologe Kivland ziet een direct verband met de omstandigheden in de Haïtiaanse slums. ‘Respe (respect) is de sleutel om de baz te begrijpen. Leven in Port-au-Prince is vaak onmenselijk. Autoriteit uitoefenen over anderen of respect krijgen van anderen is een bijzonder schaars goed. Voor veel jonge mannen zijn de bendes daartoe het middel. Het symbool bij uitstek van die autoriteit is een vuurwapen, vaak een gewoon .38-pistool. Maar respe is ook een bron van conflict tussen gangs. Meer nog dan een strijd om middelen gaat het vaak over gepercipieerd gezichtsverlies.’

Toch is autoriteit door angst alleen niet genoeg. De baz zoeken legitimiteit door zich via bevriende politici te positioneren als doorgeefluik tussen de staat en de bevolking van hun wijk. Daarmee schiet de al grotendeels afwezige Haïtiaanse overheid zichzelf in de voet. Zij is de laatste die respe zal krijgen als er voedselpakketten worden verdeeld.

Plots ontdekte Port-au-Prince dat de gangs zich vlot buiten hun eigen territorium kunnen laten gelden.

Kivland merkt op dat ook ngo’s niet onbesproken zijn. ‘Veel buitenlandse organisaties zetten geen permanente structuur op, maar werken met kortetermijnprojecten. Die komen dan snel bij de baz uit voor de concrete uitwerking. Lokale empowerment in Haïti is vaak gang empowerment.’

Toen Aristide in 2004 van het toneel verdween en de VN een vredesmacht leverden, zou Haïti met een schone lei beginnen. Met de versterking van de blauwhelmen kon de politie enkele notoire bandieten arresteren. In sloppenwijken als Cité Soleil waren zelfs enkele baz doodverklaard.

Rosy Ducena, expert bij de mensenrechtenorganisatie RNDDH, zag oude gewoonten snel weer de kop opsteken. ‘De VN-interventie had een einde kunnen maken aan de bendes, als de autoriteiten hadden beslist zich in die zones te affirmeren. Maar in de plaats probeerden bepaalde politici de overgebleven bendes te coöpteren. Ze tolereerden de gangs, als die hun deel van de deal maar nakwamen.’

United Nations Photo (CC BY-NC-ND 2.0)

Ceremonie bij het einde van de MINUSTAH) na dertien jaar. MINUSTAH-missie van de Verenigde Naties, 5 oktober 2017, Port-au-Prince, Haïti.

‘Hun eerste opdracht is nu electoraal. En dan spreken we niet over het aanleveren van enkele stemmen, of het beletten dat tegenstanders op hun domein campagne voeren. Het gaat om het verzekeren van hele electoraten voor hun patroons.’

Terreur en ontvoeringen

Toch dwongen de toenmalige president Martelly en zijn opvolger Jovenel Moïse bij de baz niet hetzelfde respect af als Aristide. Zeker Moïse zit niet stevig in het zadel. Onder zijn presidentschap nam het bendegeweld gevoelig toe.

2018 bleek een kantelpunt. Een belangrijk schandaal mobiliseerde toen brede lagen van de bevolking tegen de chronische corruptie in het land. Evenredig met de protesten namen volgens de mensenrechtenorganisatie RNDDH ook de aanvallen op wijken met een militante reputatie toe.

Het bloedbad van La Saline in november dat jaar was een trieste voorbode van wat nog zou komen. In een raid op die sloppenwijk stierven minstens 71 mensen. Later dook de naam ‘Barbecue’ Chérizier, toen nog politieman, op onder het groepje ambtenaren dat de aanval zou hebben opgezet.

In de anarchie is het niet duidelijk of iemand nog iets controleert.

Rosy Ducena ziet politieke motieven in de tragedie: ‘De regering wilde de controle over de volkswijken herstellen door een klimaat van angst te creëren. Die week was een grote protestmars gepland, en die moest worden gestopt. De PetroCaribe-manifestaties waren een zegen voor Haïti. Eindelijk begonnen mensen zich de juiste vragen te stellen over de gang van zaken in dit land. Wat gebeurt er met het geld van de staat? Waarom zien we geen vooruitgang? Daarvoor werd de bevolking gestraft.’

Het Amerikaanse ministerie van Financiën volgt deze versie van de feiten en zette Chérizier op zijn sanctielijst. De naam ‘Barbecue’, nu ontslagen en gezocht door het Haïtiaanse gerecht, blijft opduiken in raids op rivaliserende bendes. De regering ontkent alle betrokkenheid.

Ondertussen is de politieke impasse in Haïti totaal en ligt de economie op apegapen. Daardoor droogt niet alleen het budget van de staat op, ook de gangs hebben andere inkomsten nodig. Kidnapping voor losgeld, een beproefde methode, maakte sinds vorig jaar haar comeback.

Plots ontdekte Port-au-Prince dat de gangs zich vlot buiten hun eigen territorium kunnen laten gelden. In de algemene anarchie is het niet duidelijk of iemand nog iets controleert. Niemand is nog veilig. Niet alleen zakenmensen, maar ook gewone Haïtianen als Evelyne Sincère en haar familie worden geviseerd.

Overlevingsstrategieën

Mensen in Port-au-Prince proberen van dag tot dag te overleven. Verplaatsingen gebeuren bij voorkeur op onregelmatige uren. Wagens manoeuvreren zich zo snel als ze kunnen door smalle straatjes, ver van de hoofdwegen. En altijd is het zoeken naar tips, geruchten en nieuwtjes die iets zeggen over de snel veranderende situatie.

In de wat rijkere buurten trekken bewoners zich terug in de relatieve veiligheid van een eigen huis. De gewone Haïtiaan kan zich niet verschuilen achter met prikkeldraad omzoomde muren. Om te leven moet hij de straat op, en daar riskeert hij vandaag zijn leven.

‘Haïtianen hebben al veel doorstaan en verwachten daarom weinig van het leven.’

Voor sommigen toont zich nu de veerkracht van de Haïtiaanse bevolking om met extreme tegenslag om te gaan. Toch ziet Rosy Ducena duidelijk de impact van de permanente dreiging. ‘Haïtianen hebben al veel doorstaan en verwachten daarom weinig van het leven. Deze situatie is echter extreem, net zoals de gevolgen. Op straat zie je mensen voor wie de spanning te veel werd en er psychisch helemaal onderdoor zitten.’

Ook waar bendes nog geen voet aan de grond hebben zijn de zenuwen gespannen. De Amerikaanse ambassade waarschuwt haar landgenoten zich niet met een auto met geblindeerde ramen te verplaatsen. Omdat die vaak voor kidnappings worden gebruikt, kan wie ermee rijdt het mikpunt worden van agressie. In het dorpje Boucan-Carré, aan de rand van een no-gozone ten noorden van de hoofdstad, vergrepen bewoners zich aan drie arrestanten die verdacht waren van ontvoeringen. Zij werden uit hun cel gesleurd en gelyncht.

Burgeroorlog?

Mensenrechtenorganisaties kijken intussen bezorgd naar de politieke evolutie. President Jovenel Moïse regeert al een jaar per decreet en wil in een nieuwe grondwet meer macht voor de president.

Op het terrein zag in juni de “G9 en vrienden” het licht, een alliantie van gangs onder leiding van de eeuwige ‘Barbecue’ Chérizier. Die blijft elke band met de partij van Moïse ontkennen en noemt de G9 ‘een groep jonge mensen die hun koppen bij elkaar steekt’ en het heft in eigen handen neemt. ‘Alleen de baz kunnen Haïti veranderen.’

Is dat hoogmoed of zijn leiders als Chérizier werkelijk klaar om op grote schaal “fe leta”, een staat te improviseren? Volgens Rosy Ducena is de macht van de bendes nog nooit zo groot geweest.

‘Zolang corruptie de overheidsmiddelen blijft uitputten, zal niets veranderen.’

‘In vergelijking met de chimères zijn deze gangs extreem goed bewapend en georganiseerd. In het verleden controleerde de politiek de baz. De bendes van vandaag zijn assertiever en in staat eisen te stellen.’

De regering zelf zegt de gangs via dialoog te willen ontwapenen. ‘Ik ben president van alle Haïtianen, zowel de goede als de slechte’, volgens Moïse.

Ondertussen gaan de ontvoeringen gewoon door. Waarnemers telden dit jaar alleen al 152 gevallen. De straten van de hoofdstad blijven het decor van bendegeweld. Het laatste wapenfeit van de G9 was een aanval op Bel-Air, begin april, helemaal in de stijl van het bloedbad van La Saline. Franck Moléon, 81 jaar en blind, was een van de slachtoffers. Zijn zoon kon hem niet op tijd uit hun brandende huis redden.

Maakt het land een soort burgeroorlog door met een lage intensiteit? Ducena wil dat grote woord niet in de mond nemen. ‘We geloven nog steeds dat de staat zijn autoriteit kan laten gelden. De gangs zijn groot geworden omdat de staat zwak is. Maar zolang corruptie de overheidsmiddelen blijft uitputten, zal niets veranderen. Haïti kiest ervoor zwak te zijn.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3094   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur