Vijf uitdagingen voor het grootste land van Afrika

Blijft de oude garde aan de macht in Nigeria?

Heinrich-Böll-Stiftung (CC BY-SA 2.0)

Verkiezingsaffiches voor de president Buharu tijdens de verkiezingen van 2015. Zal de huidige president erin slagen zijn macht te behouden?

Zaterdag trekt Nigeria voor de zesde maal sinds het einde van de militaire dictatuur naar de stembus. Huidig President en voormalig generaal-majoor Muhammaduu Buhari mikt met zijn All Progressives Congress (APC) op een tweede ambtstermijn. Hoewel 73 politieke partijen hun kandidaten naar voren schuiven, lijkt slechts één tegenstander een herverkiezing te kunnen bedreigen: voormalig vice-president Alhaji Atiku Abubakar van de People’s Democratic Party (PDP). Een analyse van de grootste uitdagingen voor het grootste land van Afrika.

Heropstanding van Boko Harram

Boko Haram, de Jihadistische terreurorganisatie die actief is in het noorden van Nigeria en het grensgebied rond het Tsjaadmeer, is verantwoordelijk voor de dood van tienduizenden burgers en de ontvoering van honderden kinderen en vrouwen. Meer dan twee miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen voor het geweld, dat zich ook naar buurlanden Tsjaad, Niger en Kameroen verspreidt.

De Islamitische extremisten haalden in 2014 wereldwijd de voorpagina’s met de ontvoering van zeker 200 meisjes in de stad Chibok, in het noordoosten van het land. Datzelfde jaar werd Boko Haram door de Global Terrorism Index als de meest dodelijke terreurorganisatie ter wereld bestempeld, een lugubere titel die presidentskandidaat Buhari bij de verkiezingen van 2015 beloofde te bestrijden.

Bij zijn aantreden zette de voormalige generaal, samen met Tsjaad, Kameroen, Niger en Benin, een militaire coalitie op die later ook op de ondersteuning van Amerikaanse troepen kon rekenen. Al in december van datzelfde jaar verklaart president Buhari Boko Haram “technisch gezien verslagen”. Cijfers van het Armed Conflict Location & Event Data Project (ACLED) bevestigen een forse daling in het aantal burgerslachtoffers vanaf het aantreden van Buhari. Waar de terreurorganisatie in 2015 aan nog meer dan 5000 mensen het leven kostte, is dat cijfer de afgelopen drie jaar teruggelopen tot onder de duizend. In zijn nieuwjaarstoespraak van 2018 klopte Buhari zich nogmaals op de borst dat ‘Boko Haram verslagen is’ en er enkel nog ‘geïsoleerde aanvallen plaatsvinden’.

de terreurorganisatie lijkt terug aan een opmars begonnen. Sinds het begin van 2019 kostte het conflict het leven aan 1075 mensen.

De realiteit blijkt echter wat genuanceerder. Uit cijfers van de Nigeria Security Tracker van de Council of Foreign Relations lijkt de terreurorganisatie eerder terug aan een opmars begonnen. Sinds het begin van 2019 kostte het conflict het leven aan 1075 mensen. Ook het aantal ontvoeringen en bomaanslagen stijgt sinds vorig jaar opnieuw. Volgens sommigen wijst het op een tactiekwijziging. Nu Boko Haram militair niet langer de bovenhand heeft, kiezen ze vaker zachte doelwitten uit zoals scholen en afgelegen dorpen in plaats van de directe confrontatie met het coalitieleger aan te gaan. Net zoals in 2015 is dreiging van Boko Haram deze verkiezingen opnieuw een centraal thema waar huidig president Buhari mogelijks wordt op afgerekend.

Het Herders-boeren conflict

Het conflict tussen de boeren en de Fulani herders gaat terug tot het prekoloniale tijdperk van Nigeria. In hoofdzaak is het een strijd om schaarse gronden en hulpbronnen. Enerzijds vindt het conflict zijn oorsprong in Nigeria’s ongeziene urbanisatie. Lagos bijvoorbeeld, de grootste stad van het land, zag de voorbije eeuw zijn stedelijke oppervlakte met meer dan 30.000 procent toenemen en kende in de afgelopen 30 jaar een verdubbeling van zijn bevolking, tot net geen 15 miljoen inwoners.

CC BY 2.0

Een Fulani herder drijft zijn vee richting Lagos, in het noorden van Nigeria.

Wanneer landbouwgrond moet wijken voor urbanisatie, zien de boeren en herders zich vaak gedwongen andere oorden op te zoeken, waarbij ze onvermijdelijk in elkaars territorium verzeild raken. Klimaatverandering is een andere voedingsbodem van het conflict. Door dessertificatie, de verwoestijning van grond door aanhoudende droogte, gaat alsmaar meer kostbaar weiland verloren waardoor de Fulani herders zich genoodzaakt zien verder naar het zuiden te trekken.

Crisis Group International stelt ‘Wat ooit spontane aanvallen waren, zijn nu voorbedachte en gecoördineerde campagnes waarbij grond wordt verschroeid en dorpen in brand worden gestoken’.

Hoewel het conflict altijd al een gewelddadig karakter heeft gehad, lijkt het de laatste jaren volledig te ontsporen. Volgens cijfers van Amnesty International zou het conflict in 2018 bijna 4.000 levens gekost hebben en zijn 300.000 mensen op de vlucht geslagen. Crisis Group International stelt ‘Wat ooit spontane aanvallen waren, zijn nu voorbedachte en gecoördineerde campagnes waarbij grond wordt verschroeid en dorpen in brand worden gestoken’.

Het conflict zou volgens de Council of Foreign Relations ondertussen zesmaal meer levens kosten dan Boko Haram. Volgens Crisis Group International heeft die stijging in het aantal doden veel te maken met de gewapende conflicten in het naburige Mali en Libië. ‘Nigeria heeft poreuze, moeilijk te controleren grenzen waardoor wapens er makkelijk in de handen vallen van de herders en de boeren.’

Ook economisch valt het conflict niet te onderschatten. Volgens de ngo Mercy Crops leed Nigeria tussen 2012 en 2014 veertien miljard dollar schade door het aanhoudende geweld. ‘ Door de vernietiging van productiemiddelen, het afschrikken van investeringen en het wantrouwen tussen de marktspelers wordt de marktontwikkeling en de economische groei van Nigeria belemmerd’ aldus het rapport.

Voorlopig lijkt de Nigeriaanse overheid geen vat te hebben op het conflict. Het geweld speelt zich vaak af in de eerder rurale regio’s in het noorden van het land waar de overheid minder controle heeft. In juli 2016 liet de Hoge Commissaris voor mensenrechten van de VN in een persmededeling, in een reactie op de verwoesting van dertien dorpen waarbij 300 mensen het leven lieten in februari van dat jaar, weten zich zorgen te maken over de ‘complete straffeloosheid voor de daders van het geweld’. De Nigeriaanse overheid zou voor de aanval gewaarschuwd geweest zijn maar liet het na om op te treden. ‘Wat de Nigeriaanse overheid toont, kan enkel en alleen omschreven worden als grove incompetentie. Ze faalt in haar plicht om haar bevolking te beschermen’, stelt Osai Ojigho, directeur van Amnesty International Nigeria.

In de Nigeriaanse media wordt het geweld door de herders als barbaars terrorisme afgeschilderd, terwijl de aanvallen door de boeren meestal gewoon buiten beeld blijven. President Buhari, zelf Fulani, is in het hele verhaal opvallend afwezig, zowel in beleid als in retoriek. In tegenstelling tot de verkiezingen van 2015, toen Buhari de Christelijke Jonathan Goodluck uit het zuiden van land uitdaagde, lijken religie en etniciteit deze verkiezingen niet zo zeer centraal te staan. Atiku Abubakar, Buhari’s grootste uitdager, is tevens een Fulani moslim uit het noorden van het land. Het wordt dan ook maar de vraag of het conflict echt zal doorwegen op deze verkiezingen.

Stotterende motor van Afrika

Nigeria is de grootste economie van het Afrikaanse continent en tevens de grootste olieproducent. Die laatste medaille heeft echter ook een keerzijde. Toen de olieprijzen in 2016 een duikvlucht namen, kwam Nigeria’s economie, die voornamelijk afhankelijk is van de olieproductie, in een recessie terecht waarvan het tot op heden nog moet van bekomen. De spil waar alles bij deze verkiezingen dan ook lijkt om te draaien is de economische toestand van het land.

Voor veel Nigerianen is het gebrek aan jobs, de dalende levensstandaard en de hoge inflatie hun grootste bezorgdheid. De werkloosheid steeg vorig jaar tot 23,1 procent, het hoogste niveau sinds 2010, en het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking is dit jaar kleiner dan toen Buhari in 2015 aantrad als president.

Het zijn allesbehalve eervolle verdiensten voor Buhari. Tegenstanders verwijten de president er dan ook van niet bekwaam te zijn om de grootste economie van het Afrikaanse continent te leiden. Zijn uitdager daarentegen, Atiku Abubakar, geldt in Nigeria als één van de meest prominente zakenmensen, met activiteiten in vastgoed en de olie-industrie. Hij is ervan overtuigd dat hij met zijn ervaring in de private sector de uitverkoren man is om Nigeria’s economie terug op de rails te krijgen.

De voormalig vicepresident, die een groot bewonderaar zou zijn van Margaret Thatcher, pleit voor een volledige privatisering van de olie-industrie en wil een beter investeringsklimaat creëren. Volgens Atiku moet dit jaarlijks 2,5 miljoen jobs opleveren en in de eerste twee jaar van zijn ambt niet minder dan 50 miljoen mensen, of een kwart van de bevolking, uit de armoede helpen. Economen zijn echter sceptisch over de haalbaarheid van die voorstellen, vooral in een land waar vaak de basisinfrastructuur nog ontbreekt.

CC BY 2.0

Presidentskandidaat Atiku Abubakar

Corruptie

Buhari trok in 2015 naar de kiezer met de belofte een einde te maken aan de welig tierende corruptie, een plaag die het land al decennia teistert. Volgens onderzoek zou de staatskas sinds de onafhankelijkheid in de jaren zestig 400 miljard dollar aan olie-inkomsten mislopen zijn. Eerder deze maand bracht de Volkskrant aan het licht hoe Shell, samen met het Italiaanse Eni, in 2011 de exploitatierechten verwierf voor één van ’s werelds grootste olievelden. Van de 1,3 miljard dollar die op tafel werd gelegd belandde er slechts 210 miljoen in de Nigeriaanse schatkist. De rest verdween als smeergeld in de zakken van functionarissen.

Hoewel het aantal veroordelingen in corruptiezaken onder Buhari bijna verdubbelde, beweert de oppositie dat de grote vissen nog steeds buiten schot blijven.

Op de corruptie index van Transparancy International haalt Nigeria dan ook een bedenkelijke 148e plaats op 180 landen. Buhari beloofde in 2015 met zijn partij grote kuis te houden in het overheidsapparaat (het logo van het APC is niet toevallig een bezem) en het vertrouwen in de politiek te herstellen. Maar na vier jaar aan de macht is het land niet onverdeeld overtuigd van het succes. Hoewel het aantal veroordelingen in corruptiezaken onder Buhari bijna verdubbelde, beweert de oppositie dat de grote vissen nog steeds buiten schot blijven. Ook zouden christelijke ambtenaren in het zuiden van het land vaker geviseerd worden dan de moslims in het noorden, onder wie Buhari, zelf een Fulani moslim, grote politieke steun geniet.

Buhari’s voornaamste tegenstander, Atiku Abubakar, staat allerminst goed te boek. De afgelopen jaren werd de voormalige vice-president veelvuldig beschuldigd van geldverduistering, waaronder het achteroverdrukken van 125 miljoen dollar aan publieke middelen. Hoewel het nooit tot een veroordeling kwam blijven de aantijgingen een smet op het imago van Atiku.

Gebrekkige representatie

Wanneer Nigeria zaterdag naar de stembus trekt zijn Muhammadu Buhari (76) en Atiku Abubakar (72) samen 148 jaar. Een opmerkelijk gegeven in een land waar meer dan de helft van de bevolking jonger is dan achtien. De leeftijd van beide kandidaten leidt al langer tot hevige discussies. Buhari was sinds zijn aantreden in 2015 reeds 170 dagen op “medisch verlof” in Londen, waar hij in behandeling is voor een niet nader genoemde ziekte. Toch blijft zijn entourage erop aandringen dat de president in goede gezondheid is en in staat is om zich voor een tweede maal kandidaat te stellen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Als reactie op de “oude mannen club” werd in Nigeria de “Not Too Young To Run” campagne gelanceerd, waarin gepleit werd voor een verlaging van de leeftijdslimiet waarop kandidaten zich verkiesbaar kunnen stellen, en met succes. In juli 2017 werd de grens verlaagd naar 35 jaar voor presidentskandidaten en 30 voor gouverneurs. Toch is het slechts een pleister op de wonde. De oorlogskas die noodzakelijk is om een verkiezingscampagne te voeren, is een nauwelijks overwinbaar obstakel. Zich bij het APC kandidaat stellen, komt met een prijskaartje van 125.000 dollar. Bij de PDP komt een kandidaat er met 33.000 dollar net wat goedkoper vanaf. Op twitter uitten vele jongeren hun onvrede onder de hashtag “Too Poor to Run”.

Niet enkel leeftijd zorgt voor een gebrekkige representatie van de Nigeriaanse bevolking. Volgens de VN heeft het land één van de laagste participatiegraden van vrouwen in het parlement wereldwijd. Het rapport stelt dat ‘de patriarchale structuur van de Nigeriaanse samenleving en het gebrek aan transparantie in het selectieproces van de kandidaten’ de voornaamste redenen zijn waarom vrouwen de kans niet krijgen om aan het politieke proces deel te nemen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift