Boeren in Burkina Faso: hard werk en de zegen van de regen

Begin maart in Burkina Faso. De middag is nog niet aangebroken maar het is al bloedheet in het dorp Pabre, op een boogscheut van de hoofdstad Ouagadougou: 38 graden in de schaduw. De woestijnwind harmattan schraapt over de droge akkers en het afgeleefde gras trilt onder de schroeiende zon. Af en toe schuift een wervelwind vol stof door het landschap. 

  • © Wouter Elsen © Wouter Elsen
  • © Wouter Elsen © Wouter Elsen
  • © Wouter Elsen © Wouter Elsen
  • © Wouter Elsen © Wouter Elsen
  • © Wouter Elsen © Wouter Elsen
  • © Wouter Elsen © Wouter Elsen

Mijn schoonbroer Ousseni veegt het zweet van zijn gezicht. Hij is bezig met de bouw van een eenvoudige hangar uit hout en stro: een plekje waar hij en de andere landarbeiders af en toe in de schaduw kunnen komen rusten van het werk in de zinderende hitte; een plekje ook waar ze over enkele maanden zullen schuilen als de regen plots met bakken uit de hemel valt.

De laatste regen hier dateert van half oktober vorig jaar. Dat herinnert hij zich goed, want dankzij die bui kon hij de arachides oogsten, die anders vast waren komen te zitten in de kurkdroge grond. De eerstvolgende regen zal meer dan waarschijnlijk tot eind mei dit jaar op zich laten wachten.

© Wouter Elsen

 

Twee gezichten

Burkina Faso heeft twee gezichten. Het ene lijkt zo weinig op het andere dat zelfs de boeren hier elk jaar weer verbaasd kijken naar hoe vanaf juni mais, bonen, sesam, én het bijhorende onkruid diepgroen en gul opschieten uit die aarde die acht maanden lang dood en droog was overgeleverd aan zon en wind.

De droom zal vier maanden duren. Eind september, begin oktober is ze weer voorbij, genadeloos. Tijdens die vier maanden moeten de zaadjes kunnen kiemen en tot volle planten met voldoende vruchten uitgroeien. Als de regen te lang uitblijft, te vroeg stopt, of eenvoudig niet vaak genoeg of in voldoende mate valt, dan loopt het mis.

Leven van landbouw

Landbouw is de dagtaak van 80% van de Burkinabé bevolking. Voor het overgrote deel werken die mensen op kleine familiale boerderijtjes. De teelten van het regenseizoen zijn voor hen de enige garantie op een voedselvoorraad die hen en hun families door het lange droge seizoen heen helpt. Wie over de middelen en voldoende grond beschikt, teelt grotere hoeveelheden mais, of katoen, want dat zijn cash crops. Dat betekent dat ze op de markt kunnen worden verkocht en zo de boeren niet alleen van voldoende voedsel maar ook van een bescheiden inkomen kunnen voorzien.

© Wouter Elsen

 

Problemen in veelvoud

De problemen van de landbouwsector in Burkina Faso, een “minst ontwikkeld land” aan de rand van de Sahel, zijn veelvoudig. De bodems zijn er arm en uitgeput. Het gebruik van natuurlijke mest en compost is te weinig ingeburgerd en kunstmest is duur en bovendien moeilijk verkrijgbaar. Het gebruik van pesticiden is verontrustend wijd verspreid en heeft bijna alle teelten “besmet”.

Ontbossing, voor het vrijmaken van landbouwgrond, en voor het fabriceren van houtskool als brandstof, is een permanente bedreiging. En ook het fragiele evenwicht tussen land-en tuinbouw enerzijds en de nog vaak nomadische veeteelt anderzijds, wordt steeds vaker verstoord, onder meer door een snel toenemende bevolking.

© Wouter Elsen

 

Voedselsoevereiniteit is nog een andere kwestie, die sterk bepaald wordt door internationale handelsrelaties én door lokaal consumentengedrag. Het gras is altijd groener aan de andere kant: veel Burkinabè verkiezen ingevoerde producten boven de vruchten van hun eigen land. Omgekeerd gaan grote stukken goede landbouwgrond naar teelten die bijna uitsluitend voor de export zijn bestemd, zoals katoen.

De grillen van het klimaat

Ook klimaatverandering draagt flink bij aan de uitdaging om in dit land aan landbouw te doen. Net als op veel andere plaatsen op de wereld krijgen de weergoden in Burkina Faso onvoorspelbare grillen. Het regenseizoen lijkt nog korter te worden dan het al was, en als het dan toch regent is dat steeds vaker met zoveel geweld en intensiteit dat het water meer kwaad aanricht dan het goed doet.

Ousseni zucht. Wie in laaggelegen gebieden werkt, kan op meer vocht in de grond rekenen maar wordt ook slachtoffer van overstromingen. Hogergelegen stukken blijven gespaard van de vernietigende kracht van het water, maar zijn helemaal overgeleverd aan het schroeien van de zon. Hij herinnert zich ook de verhalen van zijn vader, over hoe die sommige jaren al begin april aan het zaaien ging. Nu kan dat vaak pas in juni.

© Wouter Elsen

 

Wat water betreft, was het leven voor Ousseni en zijn gezin makkelijker in Karangasso-Vigue, het dorp op 50 km van de economische pool Bobo-Dioulasso, in het groene zuidwesten van het land. Het regent er gewoonlijk vroeger en de regens duren er langer, de grond is er vruchtbaarder, Ousseni gebruikte er de zaden van zijn eigen oogst.

Ook daar beleefde hij af en toe moeilijke jaren, omdat de regen niet voldoende of niet voldoende regelmatig kwam. Maar op het veel drogere centraal plateau rond Ouagadougou, waar hij begin vorig jaar naartoe kwam, is de uitdaging een stuk groter. En dat is nog maar een fractie van de problemen waar de boeren in het nog drogere noorden van het land mee kampen.

Het onmogelijke mogelijk maken

Toch, zegt Ousseni, slagen ook daar mensen er in om met succes aan landbouw te doen. Zo komen bijvoorbeeld alle aardappelen in het land uit het noorden. Burkina Faso heeft een indrukwekkend aantal barrages: door mensen aangelegde waterreservoirs die toelaten om ook in het droog seizoen de gronden te benutten, vooral voor tuinbouw. In het algemeen leggen de boeren erg veel creativiteit en doorzettingsvermogen aan de dag om het op het eerste gezicht onmogelijke toch mogelijk te maken.

Zelf heeft Ousseni er een goede eerste hivernage (zoals het regenseizoen hier genoemd wordt) op zitten, in Pabre. Dat is het gevolg van een combinatie van verschillende factoren. Tussen eind mei en half oktober 2016 viel er voldoende en voldoende verspreid regen, bijna overal in het land.

© Wouter Elsen

 

Hij liet de pesticiden helemaal links liggen, experimenteerde met natuurlijke producten en de valorisatie van traditionele technieken, zoals de zaï . Op die manier probeert hij, net als andere vooruitziende collega’s, tegelijk het potentieel van de bodem ten volle te benutten en die ook te verrijken voor de komende jaren.

Ousseni kijkt trots naar de 350 fruitbomen die hij samen met zijn broer heeft kunnen planten. Over een jaar of vijf zullen die bomen niet alleen vers fruit voor de markt in Ouagadougou leveren, maar ze zullen ook schaduw bieden, water vasthouden, en het ecosysteem van de bodem verbeteren.

Andere elementen die bijdragen aan een goed seizoen met een rijke oogst zijn de toegang tot (dierlijke) mest of compost, en die tot verbeterde zaden. Zulke zaden ontwikkelen zich in een kortere cyclus, en zijn dus beter aangepast aan het korte regenseizoen.

Nood aan investeringen

Al die elementen lonen, maar ze vragen van de boeren niet alleen enorm veel inventiviteit en zeer hard werk (het graven van de zaï bijvoorbeeld is veel en veel intensiever dan eenvoudig ploegen, zelfs als dat op artisanale wijze, met een os of ezel, gebeurt), maar ook voldoende middelen en tijd. Stevige investeringen in de landbouwsector zijn dan ook noodzakelijk, net als vorming en omkadering van die duizenden boeren, die elk jaar weer al hun hoop leggen in de aarde, en in de regen. Het is dat soort van investeringen dat o.a. Broederlijk Delen, met zijn campagne ‘Regen voor Burkina Faso’ mogelijk maakt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Sociaal ondernemer in Burkina Faso

    Mien De Graeve verhuisde in september 2012 naar Burkina Faso. Ze werkte er een jaar lang als vrijwilliger voor het online microfinancieringsplatform Zidisha.