Brazilië: landbouwsupermacht met duistere kant

Analyse

Industriële landbouw voedt geen Brazilianen

Brazilië: landbouwsupermacht met duistere kant

c

Raimunda Rodrigues, een rivierbewoner zoekt naar zoekt naar paranoten, babassunoten en andere soorten in een bosgebied aan de Rio Novo-rivier.

c

Raimunda Rodrigues, een rivierbewoner zoekt naar zoekt naar paranoten, babassunoten en andere soorten in een bosgebied aan de Rio Novo-rivier.

Als één van de grootste exporteurs van voedsel ter wereld hanteert Brazilië hoogtechnologische landbouw. Maar die heeft een verwoestend effect op het land, het milieu en de inheemse bevolking. Bovendien vrezen Europese boeren die landbouw na het tekenen van het handelsakkoord tussen de EU en Mercosur. Volgens kenners schuilt de oplossing in kleinschalige landbouw, de agro-ecologie.

Na 26 jaar onderhandelen werd begin dit jaar het handelsakkoord tussen de EU en Mercosur, een handelsalliantie van Zuid-Amerikaanse landen, getekend. Dat werd blij onthaald door politieke- en bedrijfselites in Europa en Zuid-Amerika.

Maar het akkoord is ook controversieel. Europese boeren vrezen immers de harde concurrentie van de Zuid-Amerikaanse landbouw. Ze zakten dan ook meermaals af naar Brussel om er – vaak grimmig – tegen te protesteren. Hun laatste hoop is nu gevestigd op het Europees Parlement dat het akkoord nog moet goedkeuren. Gebeurt dit niet, dan kan het akkoord niet in werking treden.

De Braziliaan Marcelo Salazar weet heel goed waar die Zuid-Amerikaanse landbouw toe in staat is. De ingenieur en activist woont in Altamira, een “gemeente” (het landoppervlak is vijf keer groter dan dat van België) in het Amazonewoud die verschillende jaren na elkaar de snelst ontbossende gemeente in Brazilië was. ‘De soja dringt door tot in het woud’, zucht hij. ‘Terreinen dichtbij de weg die al ontbost zijn, worden stilaan opgekocht. De mensen die deze gronden verkopen, gaan dieper het woud in om daar te ontbossen en vee te plaatsen. Ze hopen om over enkele jaren opnieuw aan een sojaboer te kunnen verkopen, en zo het hele proces te herhalen.’

Salazar heeft weinig goeds te zeggen over de grootschalige Braziliaanse landbouw. ‘De eigenaar van zo’n landbouwbedrijf woont vaak ver weg’, vertelt hij. ‘Die landbouw is kapitaalintensief, maar stelt weinig mensen te werk. Bovendien verdwijnen de opbrengsten weer naar andere regio’s. Tegelijk verdringt die industriële landbouw de inheemse gemeenschappen en kleine boeren die op meer ecologische wijze aan landbouw doen.’

Scheefgegroeid landeigenaarschap

Brazilië is één van de grootste exporteurs van landbouwproducten in de wereld. Enkel de VS exporteert meer. In 2024 was het verantwoordelijk voor 54% van de sojamarkt. Maar het land had in datzelfde jaar evengoed ongeveer een vierde van de globale koffie- en bevroren rundvleesmarkt in handen.

Dat was niet altijd het geval. In de jaren ‘60 was Brazilië nog een grote importeur van voeding en ontving het zelfs voedselhulp van landen als de VS. Sindsdien industrialiseerde de Braziliaanse landbouw in sneltempo. Grootschalige boerderijen zijn vandaag de norm. Ze maken gebruik van de nieuwste modellen landbouwmachines, hyperproductief zaaigoed en grote aantallen meststoffen en pesticiden.

Die transitie was een economisch mirakel, maar kwam met een prijs. Het zorgde voor zware milieuschade in regio’s zoals het Amazonewoud en de Cerrado. Tegelijk steunt het op een historisch scheefgegroeid landeigenaarschap. Volgens berekeningen op basis van de laatste landbouwcensus uit 2017, bezat 1% van de boerderijen 50% van de landbouwgrond. Dat maakt Brazilië tot één van de landen met de meest ongelijke toegang tot grond in de wereld.

‘Brazilië is een landbouwsupermacht’, bevestigt Wilder Robles, professor aan de Canadese Brandon University en specialist in boerenbewegingen in Brazilië. ‘De landbouw is dynamisch, technologisch gesofisticeerd en wordt hard gesteund door de overheid. Maar dat heeft een donkere zijde voor mens en natuur.’

c

Raimunda Rodrigues, een rivierbewoner, en chef-kok Bel Coelho in een bosrijk gebied aan de Rio Novo met een paranotenboom van meer dan 200 jaar oud op de achtergrond.

Conservatieve modernisering

Claiton Marcio da Silva is professor aan de Universidade Federal da Fronteira Sul en landbouwhistoricus. Hij bevestigt dat de landbouwtransitie er kwam met zware overheidsinterventie. ‘Brazilië moderniseerde grotendeels vanaf de jaren ‘50, maar het was een conservatieve modernisering’, vertelt hij. ‘Er was geen agrarische revolutie of landhervorming. Het land bleef in handen van een minderheid. De traditionele latifundia, de koloniale plantages, werden vervangen door grootgrondbezitters die een moderniseringsproces inleidden. De zwarte arbeiders werden daarbij in grote mate vervangen door machines.’

Die latifundia kweekten ten tijde van de kolonisatie door de Portugezen cashcrops, gewassen met hoge opbrengst zoals suiker en koffie, voor internationale markten. Maar de plantages waren doorgaans weinig productief en werden tot het einde van de 19de eeuw bewerkt door slaven.

Naarmate het land industrialiseerde en verstedelijkte, ontstond er een gigantische volksverhuizing van het platteland naar de stad. Waar in 1940 slechts 15% van de bevolking in steden leefde, was dat in 1970 meer dan de helft. ‘Na de Tweede Wereldoorlog was Brazilië nog steeds erg afhankelijk van koffie’, vertelt da Silva. ‘Maar arbeiders kunnen geen koffie eten. Als je wil industrialiseren, en je bevolking van het platteland naar de stad brengen, dan heb je voedselgewassen nodig.’

‘De breuk tussen traditionele en moderne Braziliaanse landbouw vond plaats in de jaren ‘50’, vertelt da Silva. ‘Tot dan gebeurde landbouw met paard en ploeg. Daarna kwamen er enorm veel machines en technologie.’ Die automatisering zorgde ervoor dat er minder mensen nodig waren op het platteland.

De landbouwtransitie versnelde onder de militaire dictatuur die het land van 1964 tot 1985 met ijzeren vuist regeerde. Ze investeerde hevig in landbouwtechnologie, introduceerde nieuwe gewassen, zoals soja, nam grote stukken grond in en stimuleerde boeren met Europese achtergrond, vaak uit het Zuiden van het land.

‘Dat waren meestal mensen van Italiaanse of Duitse afkomst’, legt da Silva uit. ‘Zij werden gezien als blank en moesten “beschaving” naar het Amazonewoud en het centrum van Brazilië brengen. Er zat dus duidelijk een raciaal element in. De dictatuur heeft dat nooit expliciet gezegd, maar wilde een landbouwelite van blanke boeren creëren.’

Er werden nieuwe gebieden beschikbaar gemaakt voor de landbouw. In het Amazonewoud werd stevig gehakt, maar in de Cerrado, een soort uitgestrekte tropische savanne in het midden van Brazilië, was de impact pas echt ingrijpend. ‘Het was rampzalig voor die droge regio’, vertelt da Silva. ‘Vroeger stonden er bomen met wortels die heel diep onder de grond water konden opzuigen. Die bomen zijn omgehakt en vervangen door soja. Er is geen connectie meer tussen het regenwater en het ondergrondse water, waardoor de bodem wegwast.’

c
Manzape
c

Autonome onderzoekers

Eén van de speerpunten van die conservatieve modernisering was de Empresa Brasileira de Pesquisa Agropecuária, Embrapa, dat werd opgericht in 1972. Het instituut doet onderzoek naar nieuwe gewassen, genetisch gemanipuleerde zaden, pesticiden en meststoffen. ‘Embrapa is een publiek bedrijf, gefinancierd door de overheid’, zegt Ryan Nehring, onderzoeksfellow bij het International Food Policy Research Institute (IFPRI). ‘Maar het unieke is dat het een grote autonomie heeft. Niet alleen in onderzoek, maar ook om bijkomende financiële bronnen zoals de Wereldbank aan te spreken, en publiek-private partnerschappen aan te gaan.’

Die autonomie kon het instituut ook tijdens de militaire dictatuur behouden. ‘Dat regime was bijzonder repressief, maar tegelijk ook technocratisch’, verduidelijkt Nehring. ‘Zolang het onderzoek zich richtte op de modernisering van de Braziliaanse landbouw en bijhorende export om de inkomsten te verhogen, was Embrapa heel vrij.’

Dat werk legt de basis voor de echte explosie van de Braziliaanse landbouw in de jaren ‘80. In 1985 democratiseert het land en krijgt het via internationale akkoorden toegang tot nieuwe markten. Daar vinden producten als soja, vlees en granen gewillige klanten.

In de jaren ‘90 verschenen er ook internationale spelers zoals Monsanto op de Braziliaanse markt. Tot dan sprong het land nogal laks om met internationale wetten rond intellectueel eigendom op zaden bijvoorbeeld, waardoor zulke multinationals wegbleven uit Brazilië. Maar vanaf toen moest het zich naar die wetten voegen.

‘Boeren moesten niet langer via Embrapa gaan en konden nu gemakkelijk internationale zaden aankopen. Die waren doorgaans productiever, maar gingen vaak ten koste van het milieu’, vertelt Nehring. ‘Je kon nieuwe soorten aanplanten en het hele veld besproeien met pesticiden, zodat alles behalve de soja doodging. In die context werd de rol van Embrapa veel minder belangrijk.’

Onder de leiding van de Arbeiderspartij (PT) van huidig president Lula da Silva kwam er in het nieuwe millennium een focus op kleinschalige en duurzame landbouw. Die moest een “nieuw” Embrapa creëren, maar die transitie is voor de instelling onwennig.

Agro-ecologie is echt alternatief

Ondanks de transitie naar grootschalige, industriële landbouw, blijft de kleinschalige landbouw belangrijk voor Brazilië. Een organisatie zoals de Beweging van Landloze Boeren (MST) heeft miljoenen leden en bezet braakliggende terreinen van grootgrondbezitters. Kleinschalige landbouw produceert daarnaast veel van de voeding voor de Braziliaanse interne markt. MST is bijvoorbeeld de grootste producent van biologische rijst in het land.

‘Landloze boeren eisen nu toegang tot land’, vertelt Robles, een Peruaan die de beweging van landloze boeren bestudeert. ‘Ze zetten de overheid onder druk en richten coöperatieven op. Ironisch genoeg voorzien zij in de meeste voeding die de Brazilianen echt eten. De agro-industrie kweekt geen tomaten, ajuinen of rijst, maar maïs, suikerriet en soja voor de export. Het zijn de kleine boeren die Brazilië voeden. Dat is toch krankzinnig?’

Volgens Robles is agro-ecologie een echt alternatief voor de Braziliaanse landbouw omdat ecologische en sociale bedenkingen samenkomen in één landbouwsysteem. ‘Dat is het belangrijkste antwoord op niet duurzame landbouw’, vertelt hij. ‘In tegenstelling tot grootschalige landbouw is agro-ecologie arbeidsintensief, waardoor je meer mensen nodig hebt. Dat zorgt voor kansen voor landloze boeren die nu van grond worden uitgesloten.’

In Altamira probeert Salazar alvast agro-ecologische initiatieven te ondersteunen. ‘Het zijn kleine, hechte gemeenschappen die vaak verschillende gewassen en boomsoorten door elkaar telen. Het is een manier van landbouw die door de inheemsen al millennia gebruikt wordt. Het Amazonewoud, door hen vormgegeven, is geen wild gebied, maar een landschap dat op ecologische manier werd bewerkt. Daar moeten we van leren. Dit soort landbouw moeten we voortzetten, niet de landbouw van de machines, de pesticiden en de ontbossing.’

Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox

Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld.