Chinese investeringstrein stopt ook in Zwitserland

Made in China: megabedrijven moeten zorgen voor Chinese renaissance

© Hans Wetzels

Met geplande investeringen in tien topsectoren moet China tegen 2049, op het moment dat de Chinese Volksrepubliek precies een eeuw bestaat, een mondiale technologische supermacht geworden zijn.

Het hoofdkwartier van de China National Chemical Corporation (ChemChina) is gevestigd in het district Haidian, niet ver van de Vierde Ringbaan in de Chinese hoofdstad Beijing. ChemChina is een staatsonderneming van enorme omvang. Het bedrijf produceert chemicaliën, rubber, landbouwbestrijdingsmiddelen en autobanden en raffineert olie.

Wereldwijd heeft ChemChina bijna honderdveertigduizend werknemers. Het draait een jaaromzet van rond de 67 miljard dollar en staat tussen de voormalige klassenvijanden op plek 144 van de Fortune Global 500. Niet slecht voor een voormalig schoonmaakbedrijfje met bescheiden wortels.

Megabedrijf ChemChina

* begon in 1984 als Bluestar Company in Lanzhou
* oprichter: Ren Jianxin (°1958)
* hoofdkwartier: Haidian, Beijing
* produceert chemicaliën, rubber, autobanden, bestrijdingsmiddelen voor de landbouw en raffineert olie
* bijna 140.000 werknemers wereldwijd

ChemChina staat intussen op plaats 144 in de Fortune Global 500, de Fortune-ranglijst van bedrijven met de grootste omzet.

Brein achter het huidige megaconglomeraat is de flamboyante zakenman Ren Jianxin. In 1984 startte hij in de stoffige industriestad Lanzhou een schoonmaakbedrijfje onder de naam Bluestar Company. De toen 26-jarige Ren leende tienduizend yuan (nu ongeveer 1.300 euro) van de overheid. De bezittingen van zijn familie gebruikte hij als onderpand.

Op dat moment was China onder het reformistische regime van president Deng Xiaoping net begonnen aan de eerste voorzichtige stappen richting markteconomie. Bij het zuidelijke vissersdorp Shenzhen, nu een miljoenenstad, was toen vijf jaar eerder de eerste vrijhandelszone van China geopend om kapitaal vanuit de toen nog Britse kroonkolonie Hongkong aan te trekken. De Chinese Communistische Partij (CCP) stond experimenten met privaat ondernemerschap oogluikend toe.

Bluestar begon met de productie van schoonmaakchemicaliën. Ren bood zijn diensten aan bij lokale mijnbouwbedrijven, om pijpleidingen of opslagtanks te reinigen. Al vroeg stuurde de tactisch slimme zakenman medewerkers naar Japan om daar heimelijk bij te leren over technologie en betere bedrijfsvoering. In de jaren tachtig begon Bluestar tal van noodlijdende fabrieken over te nemen van het ministerie voor Chemische Industrie.

Mega-overnames en dan met pensioen

Door alle slimme deals van Ren groeide Bluestar als kool. In 1995 besloot Ren zijn bedrijf van provinciestad Lanzhou naar het hoofdstedelijke Beijing te verhuizen. In 2004 veranderde het bedrijf de naam naar China National Chemical Corporation. Al die jaren is de Chinese staat (formeel) eigenaar van het bedrijf.

Ren zette zijn strategie van groei door overnames voort. Hij nam schoonmaakbedrijven over in Frankrijk, Australië, kocht het Noorse chemicaliënbedrijf Elkem, nam de Israëlische pesticideproducent Adama over, legde acht miljard dollar op tafel voor de wereldbefaamde Italiaanse bandenfabrikant Pirelli en onderhandelde drie jaar lang over de overname van de Duitse machinebouwer KraussMaffei.

In 2014 schreef Ren Jianxin in een interne bedrijfsnieuwsbrief dat China ‘voor een verbeterde versie van de Chinese economie’ een ‘verbeterde versie van het Chinese bedrijf’ nodig heeft. De sleutel daartoe was volgens Ren ‘het opkopen van westerse bedrijven’. In 2016 volgde de grote klapper: ChemChina kondigde aan de Zwitserse chemiemultinational Syngenta over te nemen voor 43 miljard euro: het grootste Chinese overnamebod ooit. Twee jaar na het succesvol afronden van die transactie ging dealmaker Ren Jianxin met pensioen.

Voor China was de overname van Syngenta van groot belang voor de voedselzekerheid. Staatsbedrijf ChemChina kreeg in een klap de beschikking over een wijde waaier aan moderne Europese landbouwtechnologie: genetisch gemanipuleerde zaden, gewasbestrijdingsmiddelen en moderne kunstmest. Maar voor het Chinese leiderschap maakt het verwerven van buitenlandse bedrijven ook deel uit van een nieuwe industriestrategie: Made in China 2025.

Made in China 2025 werd in 2015 gelanceerd en gemodelleerd naar het Duitse industriële leiderschapsplan Industrie 4.0 (I40) uit 2011. Met dat plan wilde de regering in Berlijn Duitsland in de voorhoede van de nieuwe digitale economie houden. Hoe? Door honderden miljoenen euro’s te pompen in innovatie en digitalisering, vooral om de concurrentie met groeiende machten als China en India aan te kunnen.

China wil met haar Made in China 2015 hetzelfde doen in tien door de Chinese Communistische Partij aangewezen topsectoren: informatietechnologie, robotica, groene energie, luchtvaart, scheepsbouw, treinbouw, gereedschappen, materiaalontwikkeling, biotechnologie en landbouwapparatuur.

Zo moet China in 2049, op het moment dat de Chinese Volksrepubliek precies een eeuw bestaat, een mondiale technologische supermacht geworden zijn.

© Hans Wetzels

De nieuw opgerichte ontwikkelingsbank AIIB (Asian Infrastructure and Investment Bank) moet gaan concurreren met de Amerikaanse Wereldbank. (foto: het AIIB-hoofdkwartier in Beijing)

Chinese renaissance

Onder president Xi Jinping wil China meer worden dan alleen de fabriek van de wereld. Beijing mikt na een “lange eeuw van vernedering” door Britten, Amerikanen en Japanners op een heuse Chinese renaissance.

China investeert steeds meer in de opbouw van een degelijk leger, de nieuw opgerichte ontwikkelingsbank AIIB (Asian Infrastructure and Investment Bank) moet gaan concurreren met de door Amerika gedomineerde Wereldbank, en het vergroot zijn aanwezigheid in Afrika steeds meer. Via Made in China 2025 wil Beijing technologische knowhow binnenhalen.

En in een reactie op de complexe spaghetti aan mondiale handelsregels en verdragen die het Westen over de wereldbol heeft uitgesmeerd, bouwt China aan een eigen megavrijhandelsverdrag: het Regional Comprehensive Economic Partnership (RCEP), met onder meer Japan, India, Maleisië, Australië en Zuid-Korea aan de onderhandelingstafel.

De plannen van China om zich als wereldmacht te vestigen, zijn even ingenieus als legitiem.

Chinese staatsbanken schrijven grote leningen uit aan landen als Kazachstan, Pakistan, Oekraïne en Servië. Met dat geld bouwen ze snelwegen, spoorlijnen, bruggen en overslagterminals om samen een Nieuwe Zijderoute (BRI: Belt & Road Initiative) te vormen, met China als middelpunt.

‘De plannen van China om zichzelf als wereldmacht te vestigen, zijn even ingenieus als legitiem’, meent Max Zenglein van de Berlijnse denktank Mercator Institute for China Studies (Merics). ‘Als je kijkt naar hoe Japan of Zuid-Korea welvarend zijn geworden, dan zie je dat staatsbemoeienis met de economie niet ongewoon is’.

‘Het verschil is dat China verder niet doet wat wij verwachten. China wordt niet opener, blijft de eigen markt afschermen en wordt juist autocratischer in plaats van meer democratisch. China schuift op van goedkope arbeid naar hoogwaardige productie en dat begint voor het Westen een probleem te worden. Want in plaats van een handige toeleverancier is China nu opeens een directe concurrent. Dat past de industriële fundamenten van landen als Duitsland aan.’

Huawei, Alibaba en Lenovo

Merics-lid Max Zenglein woonde zelf tien jaar lang in Shenzhen, in Zuid-China. Begin jaren tachtig was dat nog een vissersdorpje aan de Chinese kant van de grens met Brits Hongkong. Nu is het een metropool met ruim 11 miljoen inwoners.

Tussen 2006 en 2016 heeft Zenglein de skyline de lucht in zien schieten en de bouw van een modern metronetwerk kunnen observeren. ‘Ik heb met eigen ogen mogen zien hoe snel een stad kan transformeren’, vertelt hij de Duitse onderzoekers.

We zitten symbolisch genoeg in een koffietentje aan de Berlijnse Kurfürstendamm: ooit bij uitstek het centrum van West-Berlijn en uithangbord voor de superioriteit van het westerse kapitalistische systeem.

‘Als je tien jaar geleden aan een willekeurige Europeaan had een gevraagd om een Chinees merk te noemen, was niemand dat gelukt. Nu heeft China wereldberoemde bedrijven als Huawei, Alibaba of Lenovo. Dat is een goede indicatie van de richting die het CCP-leiderschap voor ogen heeft.’

Zwitserland, hart van Europa

In juni 2017 stuurde het hoofdkwartier van Syngenta in het Zwitserse Bazel een persbericht uit om de afronding van de overnametransactie met ChemChina wereldkundig te maken. 95 procent van de aandeelhoudersvergadering had ingestemd met de benoeming van Ren Jianxin tot bestuursvoorzitter.

Het kantoor van Syngenta ligt aan de noordoever van de Rijn, niet ver van de Duitse en de Franse grens. Vanuit het op loopafstand gelegen Badischer Bahnhof vertrekken dagelijks internationale treinen naar Berlijn, Keulen en Milaan.

Zwitserland ligt in het hart van Europa en is daarom van strategisch belang voor China. In 2014 was het kleine alpenland het eerste Europese land dat een handelsverdrag met China afsloot: op de aandelenbeurs van Zürich kan je in Chinese yuans handelen.

ChemChina benadrukte dat het nieuwe fusiebedrijf na de overname gewoon in Zwitserland gevestigd blijft. Ook de meeste researchlocaties en laboratoria zouden niet verdwijnen, om geen arbeidsplaatsen verloren te laten gaan.

‘Uit onderzoek blijkt dat zestig procent van grote buitenlandse overnames door Chinese bedrijven gelinkt is aan de strategie Made in China 2025.’

De overnamegesprekken tussen ChemChina en Syngenta duurden in totaal een jaar en vier maanden. Bij de fusie betrokken Zwitserse consultants van Ernst & Young AG willen geen commentaar geven op het verloop van die gesprekken. Ook de media-afdeling van Syngenta zelf doet een informatieverzoek af met een verwijzing naar de eigen website.

‘Uit onderzoek van Merics blijkt dat zestig procent van grote buitenlandse overnames door Chinese bedrijven gelinkt is aan Made in China 2025. De overname van Syngenta is daarop geen uitzondering’, legt Zenglein uit.

‘Naast veel technische kennis bezitten westerse bedrijven namelijk jarenlange ervaring op de wereldmarkt. Veel Chinese bedrijven hebben dat nog niet. Dus kopen ze die kennis simpelweg. Ze gebruiken het westerse liberale handelssysteem tegen ons. Chinese bedrijven kunnen met steun van de staat hoger bieden dan nodig en weten dat aandeelhouders zo’n bod niet weigeren. Het is onbegrijpelijk dat de Europese Unie jarenlang heeft nagelaten daar een helder standpunt over in te nemen.’

En de CCP lijkt nog lang niet klaar met het creëren van Chinese megabedrijven. ChemChina staat op het punt te fuseren met het eveneens gigantische staatsoliebedrijf Sinochem. Volgens de liberale krant South China Morning Post heeft het Chinese regime het overnamebod op Syngenta zelfs alleen goedgekeurd op voorwaarde dat het fusiebedrijf na de transactie zou fuseren met Sinochem, om de schuld van 43 miljard behapbaar te maken.

Middeninkomensval

Voor het Chinese regime is het van levensbelang om de Chinese economie concurrerend te houden en de beruchte middeninkomensval te vermijden. Naarmate een ontwikkelingsland steeds welvarender wordt, stijgen ook de lonen. Waar eerdere welvaartsgroei zich baseerde op het concurrentievoordeel, erodeert dat fenomeen daardoor.

Om sociale onrust te voorkomen, is het (zeker voor autoritaire landen als China) cruciaal dat de bevolking blijft profiteren van het systeem.

Europa en de VS moeten aanvaarden dat er krachten zijn die niet volgens onze waarden, maar naar hun eigen belang handelen.

Uit onderzoek van Merics blijkt dan ook dat de CCP tegen het einde van 2018 al 445 bindende beleidsdocumenten ondertekend heeft om Made in China 2025 aan te zwengelen. Maatregelen gaan van het opzetten van National Demonstration Zones (NDZ’s) waar nieuwe technologie ontwikkeld moet worden, over belastingvoordelen aan buitenlandse investeerders tot miljarden yuans stoppen in subsidies voor pilotprojecten.

Het plan lijkt succes te hebben: de Duitse autofabrikanten BMW en Volkswagen hebben hun researchfaciliteiten voor elektrisch rijden inmiddels verplaatst naar China.

De staatsinmenging in de economie kan onder liberale westerse economen en politici op veel kritiek rekenen. Maar dat is niet helemaal terecht, volgens analist Jacopo Pepe van de Duitse Raad voor Buitenlandpolitiek (DGAP). ‘Europa en de VS moeten langzaamaan aanvaarden dat er krachten zijn in de wereld die niet volgens onze waarden, maar naar hun eigen belang handelen’, legt Pepe uit.

‘China blijkt in staat min of meer zijn eigen gang te gaan. We moeten sommige dingen die we zeker dachten te weten over de wereld, heroverwegen. We zullen de geldigheid van ons liberale handelsdogma moeten heroverwegen om binnen de EU een vrije markt te kunnen blijven garanderen. Maar partijen uit andere landen met eigen politieke agenda’s moeten we dan scherper tegen het licht houden.’

Koelkasten en robots

Binnen Europa hebben Italië en Griekenland zich al aangesloten bij de Nieuwe Zijderoute. In Oost-Europa belegt Beijing jaarlijkse topontmoetingen met de politieke leiders van zeventien Europese landen. Landen als Hongarije en Servië profiteren van genereuze leningen door Chinese staatsbanken om infrastructuur te bouwen.

Maar in Duitsland is de weerstand tegen China groeiende. In 2016 nam de Duitse regering de voorgenomen overname van een gloeilampenproducent door een Chinees consortium onder de loep. Vervolgens blokkeerde ze alsnog de verkoop van chipproducent Aixtron aan investeringsfonds Fujian Grand Chip Investment, ook al was die dan al door de aandeelhoudersvergadering goedgekeurd.

Ook in 2016 kwam Duits minister van Economie Sigmar Gabriel (SPD) hoogstpersoonlijk tussen in de verkoop van de “strategisch belangrijke” robotbouwer Kuka aan de Chinese koelkastfabrikant Midea. ‘De vraag is natuurlijk wat een producent van koelkasten moet met zulke complexe Duitse robottechnologie’, analyseert Max Zenglein. ‘In China zijn economische en politieke belangen vaak moeilijk uit elkaar te houden.’

Europese samenwerking

In april van dit jaar presenteerde de Europese Commissie eindelijk haar langverwachte Investment screening mechanism. Daarmee wil Brussel voortaan kunnen beoordelen of buitenlandse investeringen Europese strategische belangen zouden kunnen schaden voor er toestemming gegeven wordt voor een fusie of overname.

MO* deed een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) om meer te weten te komen over waarom de overname van Syngenta door ChemChina werd goedgekeurd, maar die poging leverde niets op. Een woordvoerder van de Europese Commissie verklaarde op onze vraag dat er geen verband bestaat tussen de nieuwe investeringswetgeving en de overname:

‘De Europese Commissie onderhoudt regelmatig contact met de Chinese missie in Brussel over dit soort zaken. Onze Europese politieke kopstukken deinzen er evenmin voor terug om moeilijke zaken in die context aan te kaarten. Dat doen we alleen graag wél op een open en constructieve manier.’

De opkomst van China kan een kans voor Europa zijn om zichzelf te manifesteren in een nieuwe, multipolaire wereld.

Wat Brussel zich volgens Pepe onvoldoende realiseert, is dat Duitsland en Oost-Europa veel belangrijker zijn vanuit Chinees perspectief dan Atlantische kustlanden als België, Frankrijk of Nederland. Pepe is in de Duitse Raad voor Buitenlandpolitiek verantwoordelijk voor een onderzoeksproject naar geostrategische relaties tussen de EU, China en Rusland.

De opkomst van China onderstreept volgens hem bij uitstek het belang van Europese samenwerking. ‘Geen actie ondernemen in Oost-Europa betekent dat de Chinezen daar hun kansen zullen pakken.’

‘Ook moet de Europese Commissie fusies zoals tussen Syngenta en ChemChina veel nauwkeuriger onderzoeken, door ook politieke belangen te laten meewegen. Om dat te doen, moeten we anders naar de wereld leren kijken en opnieuw definiëren wat onze Europese belangen en waarden nou eigenlijk zijn. Want Europa heeft zich op het gebied van waarden rond milieu of mensenrechten ook niet altijd als lichtend voorbeeld in de wereld gedragen’, zegt Pepe nadrukkelijk.

‘Als dat lukt, kan de opkomst van China een kans worden voor Europa om zichzelf te manifesteren in een nieuwe, multipolaire wereld die niet helemaal Europees, niet helemaal Amerikaans en ook niet helemaal Chinees gaat zijn.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Hans Wetzels (Heerlen, 1982) is cultuurwetenschapper en freelance journalist. Hij schrijft over vrijhandel, ontwikkeling en het mondiale voedselsysteem.