Financiële crisis, COVID-19, armoede en ongelijkheid houden Libanon in dodelijke wurggreep

‘De sociale stabiliteit in Libanon staat op het spel’

© Reuters

In Libanon geldt nog tot minstens 8 februari een uitgaansverbod van 24 uur per dag. ‘Je mag slechts naar buiten met speciale toestemming.’

Aan het grote lijden van Libanon lijkt maar geen eind te komen. Het land is politiek stuurloos en financieel bankroet en zit inmiddels ook stevig in de greep van het coronavirus. Er verblijven ook meer dan een miljoen (!) Syrische vluchtelingen, en zij hebben het in Libanon extra zwaar. De Wereldbank springt nu bij om de ellende enigszins te verzachten.

‘Ons ziekenhuis zit helemaal vol’, zegt dokter Firass Abiad, hoofd van het universitair ziekenhuis Rafik Hariri in Beiroet. ‘We hebben momenteel zo’n honderd COVID-patiënten. Alle veertig bedden van de intensieve zorg zijn bezet. Van de twintig patiënten op de spoedafdeling wacht twee derde op een bed op de intensieve zorg.’

Het is een soortgelijk verhaal elders in het land. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is de landelijke bezettingsgraad in Libanons ziekenhuizen 91 procent, en in de hoofdstad Beiroet loopt die op tot 97 procent.

Sinds vorig jaar zomer is het aantal COVID-gevallen scherp gestegen. Het ging van minder dan 100 per dag, begin juli, tot 6.154 op 15 januari dit jaar. Dat is een voorlopig record. Sinds kort is het aantal dagelijkse gevallen iets afgenomen, maar dat is volgens Abiad nog geen reden tot juichen.

‘Ik ben bang dat we de piek nog niet hebben bereikt’, zei hij. ‘We zitten nog altijd op een reproductiegetal van rond de één.’

Doker Abiad was dan ook groot voorstander van het recente besluit van de Libanese interimregering: die kondigde aan dat de totale lockdown, die op 14 januari van kracht ging, verlengd werd tot tenminste 8 februari.

‘Behalve bakkers, supermarkten en apothekers zijn alle winkels dicht’, vertelt Ara Barsoumian, een kunstenaar in Beiroet. ‘Er geldt een uitgaansverbod van 24 uur per dag. Je mag slechts naar buiten met speciale toestemming. Eten en boodschappen worden thuisbezorgd. Tenzij je thuis bakken geld hebt liggen, wordt het een lastig verhaal om te blijven rondkomen tot 8 februari.’

Met de verlengde lockdown heeft het nieuwe jaar nog weinig goeds gebracht voor Libanon, dat in 2020 al een absoluut rampjaar beleefde. De regering kon vorig jaar leningen niet afbetalen, de nationale munt kelderde, banktegoeden werden bevroren en veel bedrijven sloten hun deuren. Daar kwam op 4 augustus nog eens de enorme explosie bovenop van 2750 ammoniumnitraat, in de haven van Beiroet.

Lange tijd was de relatieve afwezigheid van het coronavirus het enige lichtpuntje. Het eerste geval van COVID-19 landde op 21 februari 2020 in Beiroet, met de terugkeer van een besmette pelgrim uit Iran. Verschillende anderen volgden. De autoriteiten reageerden snel en adequaat: op 15 maart werd het vliegveld gesloten en kort daarop volgde een avondklok.

‘De situatie is slecht voor de gemiddelde Libanees en nog slechter voor Syrische vluchtelingen.’

Die maatregelen hadden succes. Op 1 juni vorig jaar telde Libanon in totaal zo’n 1000 coronabesmettingen, waarvan minder dan 50 mensen overleden.

Op 23 januari, vorige zaterdag, was het een heel ander verhaal: Libanon telde die dag 272.461 gevallen, waarvan 2208 besmette personen overleden. Wat ging er mis? Was de explosie op 4 augustus de oorzaak, doordat ze de dagen en weken erna grote aantallen mensen op straat bracht?

‘De regering schuift de schuld graag in de schoenen van de explosie, maar dat is te makkelijk’, zegt dokter Abiad. ‘Wanneer je de statistieken bestudeert, zie je al in juli een toename. De regering opende op 1 juli de luchthaven in de hoop nog wat toerisme en hoognodige inkomsten te genereren. Daarbij komt dat de bevolking geleidelijk aan wat lakser werd in het volgen van de voorschriften. Op de dag van de explosie zat ons ziekenhuis al voor 85 procent vol, voornamelijk als gevolg van corona.’

Armoede

‘De situatie is slecht voor de gemiddelde Libanees en nog slechter voor Syrische vluchtelingen’, zegt Ralph Haddad, Hoofd Onderzoek van Basmeh & Zeitouneh, een non-gouvernementele organisatie voor Syrische vluchtelingen in Libanon en lokale partner van 11.11.11 in België.

Volgens de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) zijn er in Libanon 865.531 geregistreerde vluchtelingen uit buurland Syrië. Maar er wordt geschat dat het ware aantal tot ver boven een miljoen reikt.

‘Ziekenhuizen zijn vol en wachtlijsten zijn lang’, zegt Haddad. ‘Niet-dringende operaties worden uitgesteld. Met milde COVID-symptomen moet je thuis uitzieken.’ Tenzij je minister bent. Op 13 januari had Libanons interimminister van Gezondheid Hamad Hasan geen enkele moeite om een bed te vinden in het Saint-George-ziekenhuis in Beiroet. Hetzelfde gold voor zijn zoon. Ook al hadden beiden slechts milde klachten.

‘Wij hebben zojuist een studie afgerond’, vervolgt Haddad. ‘Die toont, weinig verrassend, dat Syrische vluchtelingen minder toegang hebben tot COVID-tests en -zorg in klinieken of ziekenhuizen. Bovendien wonen ze vaak dicht op elkaar. Of dat nu in kampen is of met meerdere families in een gehuurd appartement. Zoals meestal bij een crisis of lockdown zijn mensen die toch al in precaire omstandigheden leefden, nog kwetsbaarder geworden.’

Officieel geregistreerd als vluchteling of niet: de Libanese regering vermijdt de term ‘vluchtelingen’. Uit angst dat de Syriërs niet zullen terugkeren naar hun thuisland, spreekt ze liever over ‘migranten’.

‘Deze mensen zijn vluchtelingen in sociale zin, maar niet in legale zin’, aldus Haddad. ‘De laatste jaren is een aantal van hen teruggekeerd. De meesten trokken bij familie in. Maar de situatie in Syrië is veilig noch stabiel. Mee als gevolg van de internationale sancties is er een vreselijke economische malaise. Aan beide van zijden van de Syrisch-Libanese grens hebben Syriërs het vreselijk zwaar.’

‘Ik woon in Ashrafieh, in het oosten van Beiroet’, zegt Haddad. ‘Ik heb elektriciteit, verwarming en een baan. Maar hoe overleeft iemand zonder werk, zonder inkomen, de huidige lockdown? Voor hoe lang? En dat in een land in crisis, waar alles almaar duurder wordt?’

Miljardenschuld

De Libanese overheid is niet in staat om wie dan ook financieel bij te springen. Niet de eigen onderdanen, en laat staan de Syrische vluchtelingen. Die laatsten zijn dus volledig afhankelijk zijn van lokale initiatieven, de VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) en internationale hulporganisaties. De Libanese staat en het financieel systeem zijn failliet.

Libanon leefde jarenlang op te grote voet, en dat werd mogelijk gemaakt door de Libanese banken. Zij waren het immers vooral die Libanons lucratieve staatsobligaties en schatkistpapier kochten. Op het einde van de Libanese burgeroorlog, in 1990, bedroeg de Libanese staatsschuld zo’n 3 miljard dollar. Begin vorig jaar was die staatsschuld opgelopen tot zo’n 90 miljard dollar.

Sommigen spreken van Ponzifraude op nationale schaal, een een-tweetje tussen politici en bankiers. Voortdurend moesten er bij de banken dollars binnenrollen om nieuwe leningen te kunnen verschaffen. Met die nieuwe leningen kon de overheid dan rente betalen en oude leningen aflossen.

Dat moest een keer fout gaan, en dat deed het op 9 maart 2020, een goede twee weken na de eerste melding van corona in Libanon. Voor het eerst in de geschiedenis bleek Libanon niet in staat een lening, ter waarde van 1,2 miljard dollar, af te lossen.

Sinds dat moment verslechterde de financiële situatie in snel tempo. 55 procent van de Libanese bevolking leeft onder de armoedegrens, zo berichtte de Economische en Sociale Commissie voor West-Azië van de VN vorig jaar in augustus. Meer dan 30 procent van de bevolking was werkloos. En bij het einde van het jaar was de nationale munt, de Lira, 80 procent in waarde gedaald.

Tot op de dag van vandaag opereren banken onder zware restricties. Spaartegoeden zijn bevroren. Geldopnames zijn tot een minimum beperkt en geldtransfers naar het buitenland zijn verboden. Veel Libanezen vrezen dat ze hun geld bij de bank nooit meer zullen terugzien. Bedenk daarbij wel: de helft van de Libanese bevolking had nooit een bankrekening.

Wereldbank

Door de erbarmelijke economische situatie besloot de Wereldbank op 12 januari om financieel bij te springen. Ze stelde een fonds van 246 miljoen dollar ter beschikking van 147.000 Libanese families in extreme armoede. Zij krijgen een jaar lang een maandelijks bedrag van 200.000 lira per gezin plus 100.000 lira per gezinslid. Voor een familie van vier is dat het equivalent van zo’n 100 dollar volgens de officiële koers. Op de zwarte markt is het slechts de helft daarvan waard.

‘De gevolgen van deze herhaaldelijke schokken zijn verreikend en mogelijk desastreus voor het welzijn van de Libanese gezinnen’, liet de regionale directeur van de Wereldbank, Saroj Kumar Jha, optekenen in een persbericht van de Wereldbank. ‘Met de stijgende armoede en groeiende ongelijkheid staat de sociale stabiliteit op het spel, en kunnen verworvenheden door investering in menselijk kapitaal snel teruggedraaid worden.’

Een voorval op 26 december maakte duidelijk wat dat kan betekenen. Die dag werd een vluchtelingenkamp voor zo’n 75 families in het noorden van Libanon in brand gestoken na een ruzie tussen een lokale familie en een aantal vluchtelingen.

Vaccin

Op 22 januari, de dag dat de Libanese regering de lockdown verlengde, stak de Wereldbank nogmaals een helpende hand uit. Het gaf Libanon een lening ter waarde van 34 miljoen dollar om voor zo’n 2 miljoen mensen coronavirusvaccins aan te schaffen. Syrische vluchtelingen zijn niet opgenomen in de vaccinregeling. Het is tot nu toe niet duidelijk of en hoe vluchtelingen zullen worden gevaccineerd.

‘De eerste 60.000 vaccins komen in februari aan, de rest arriveert geleidelijk aan over de periode van een jaar’, zegt dokter Abiad. ‘Maar dat is slechts deel van de oplossing. De interimregering moet zich nu richten op het formuleren van een plan voor na de lockdown. Doet ze dat niet, dan is het enkel wachten op een déjà vu.’

‘Wij vrezen dat de Wereldbank deze lening zal gebruiken om bezuinigingen en privatiseringen door te voeren in Libanon.’

Een saillant detail: de Wereldbank zal het beloofde geld overmaken aan de Libanese Centrale Bank (BDL), die in crisis verkeert. En dat twee dagen nadat Zwitserland de tegoeden van de gouverneur van die bank, ter waarde van 400 miljoen dollar, bevroor wegens vermoedelijk financieel geknoei.

‘Wij vrezen dat de Wereldbank deze lening zal gebruiken om voet aan de grond te krijgen in Libanon, om bezuinigingen en privatiseringen door te voeren’, zegt Haddad. ‘De regering heeft het al over het afschaffen van de overheidssubsidies voor graan, benzine en medicijnen. Geldverspilling, noemt ze dat. Maar stel je voor wat dat zou betekenen voor een toch al murw gebeukte bevolking. En als de Libanezen al niet langer kunnen rondkomen, hoe dan in godsnaam de Syrische vluchtelingen?’

Het ‘Refugee Protection Watch’-project (een samenwerking tussen 11.11.11, Alef, Basmeh & Zeitooneh, PAX Nederland en Upinion) bracht de alarmerende situatie in het land voor de lockdown in kaart.

Op basis van gesprekken met 428 Syrische vluchtelingen en Libanezen tussen 15 december 2020 en 15 januari 2021 krijgen we zo inzicht in de schrijnende situatie voor de start van de strenge lockdown:

  • Respectievelijk 83,8% en 77% van Libanese en Syrische respondenten zeggen dat ze de eindjes niet langer aan elkaar kunnen knopen, hun inkomen volstaat niet om in hun levensonderhoud te voorzien.
  • Slechts 4.6% van alle respondenten geeft aan in staat te zijn om wintermaterialen, zoals brandstof en warme kledij, te kunnen kopen.
  • 88.2% van alle respondenten zegt geen toegang te hebben tot een minimale gezondheidszorg, als ze COVID-19 zouden oplopen.
  • 74.4% van de ondervraagde Syrische vluchtelingen voelen een toegenomen druk om (gedwongen) terug te keren naar Syrië.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Peter Speetjens is journalist. Na zijn studie rechten in Rotterdam trok hij de wereld in. Hij verbleef een jaar in India en woonde lang in Beiroet, voordat hij in 2016 naar São Paolo vertrok.