De economielessen die Cambodja kan leren van Vietnam

Analyse

De economielessen die Cambodja kan leren van Vietnam

De economielessen die Cambodja kan leren van Vietnam
De economielessen die Cambodja kan leren van Vietnam

IPS

25 augustus 2017

Cambodja is een van de sterkst groeiende economieën van de wereld. Miljoenen mensen worden uit de armoede getild. Maar de groei is afhankelijk van de textielindustrie en die hapert. Het land moet zijn industrie dringend diversifiëren. De Vietnamese economie kan een voorbeeld zijn.

Nog niet zo lang geleden was Cambodja een agrarisch land waar de economie groeide of vertraagde op het ritme van de seizoenen. Nu worden over de hele wereld kleren gedragen ‘Made in Cambodia.’

De ontwikkeling van de textielsector heeft de afgelopen twee decennia honderdduizenden mensen naar de fabrieken gelokt.

Een overvloed aan goedkope arbeidskrachten trekken buitenlandse investeerders aan die munt willen slaan uit de productie van t-shirts en schoenen voor rijke shoppers in het Westen. Dat is het belangrijkste fundament van de groeiende welvaart.

De textielexport is gegroeid van 80 miljoen dollar in 1996 tot 6,8 miljard dollar in 2015. De economie groeit jaarlijks met 7 procent, miljoenen mensen worden uit de extreme armoede getild. Een succesverhaal, of toch niet?

Niet competitief

Ondanks de solide exportcijfers drijven er donkere wolken boven de Cambodjaanse industrieparken. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie van de VN sukkelt de textielindustrie de laatste twee jaar met stagnerende exportprijzen, stijgende arbeidskosten en een belabberde arbeidsproductiviteit.

De laatste tien jaar is de gemiddelde prijs voor exportproducten naar de VS met 24 procent gedaald.

Duizenden textielarbeidsters zijn afhankelijk van een industrie die gewoonweg niet competitief is.

De productiviteit in buurland Thailand ligt vier keer hoger. Intussen zijn de minimumlonen in Cambodja gestegen van 63 dollar (2012) naar 153 dollar (2017). De laatste tien jaar is de gemiddelde prijs voor exportproducten naar de VS met 24 procent gedaald, de VS is samen met de EU de belangrijkste exportmarkt van de Cambodjaanse textielindustrie.

Cambodja is erg afhankelijk van zijn kwakkelende textielindustrie. Die was in 2015 goed voor een derde van de economische groei. Cambodja is dus gevoelig voor plotse schokken op de wereldmarkt. De concurrentie met Bangladesh en Myanmar is bikkelhard want daar liggen de lonen een pak lager. De Cambodjaans economie moet dus diversifiëren, maar dat lijkt niet te lukken.

Vietnam

Nochtans ligt een verdienstelijk voorbeeld naast de deur. Vietnam zat ooit in hetzelfde schuitje als Cambodja. Het land was 20 jaar geleden ook erg afhankelijk van de textielindustrie, maar heeft zijn economie wel kunnen diversifiëren.

Vietnam exporteert nu een grote variatie aan producten en diensten. Vaak met een hogere toegevoegde waarde, gespecialiseerd werk dat zich vertaalt in hogere inkomens. Het heeft onder andere een bloeiende elektronica-industrie. De textielarbeidsters van weleer knutselen nu smartphones en computers in elkaar voor een beter loon.

Dankzij die bredere economie kan Vietnam makkelijker schokken opvangen.

Gelijkaardige landen, verschillende economieën

Cambodja en Vietnam hebben veel gelijkenissen. Ze kennen alletwee een gestage groei van de export, voldoende arbeidskrachten, robuuste buitenlandse investeringen en een stijgende vraag.

De landen zijn aangesloten op de globale bevoorradingsketens en hun economieën groeien ongeveer even snel. Maar op de Index voor Economische Complexiteit met 116 onderzochte landen, staat Vietnam op de 67ste en Cambodia op de 89ste plaats.

Op het scorebord met de landen waar het makkelijk is om een bedrijf op te starten, zet de Wereldbank Cambodja op de 180ste plaats.

Een bezoek aan een Cambodjaanse textielfabriek verklaart veel. De weg ernaartoe zit vol putten. De machines zijn verouderd. De elektriciteit valt regelmatig uit en is duur. Bovendien gaat volgens de Wereldbank een kwart van de elektriciteit verloren door slechte infrastructuur.

Volgens een rapport van de Cambodian Labour Confederation (CLC) heeft de textielindustrie een fundamenteel gebrek aan essentiële infrastructuur. ‘Elektriciteit en transport kunnen veel beter, maar ook de overheidsdiensten,’ schrijft voorzitter Ath Thorn.

Ook de corruptie en rechtsonzekerheid in Cambodja schrikt buitenlandse investeerders af. Op het scorebord met de landen waar het makkelijk is om een bedrijf op te starten, werd Cambodja door de Wereldbank op de 180ste plaats gezet. Vietnam heeft wel een sterke overheid, die bovendien een efficiënter beleid voert dat vaker zijn doel haalt.

Cambodja loopt overigens een risico op politieke instabiliteit. De regering en het leger dreigen met geweld als de oppositie de verkiezingen van volgend jaar zou winnen.

Daarom stellen een aantal bedrijven investeringen uit, andere ondernemingen bereiden zelfs een evacuatie voor.

Handelsverdragen

De kledingindustrie is voor veel landen belangrijk in de eerste fase van hun economische ontwikkeling. Het creëert grote werkgelegenheid. In de tweede fase wordt die industrie meestal vervangen door andere sectoren. Zo heeft China zijn textielsector uitbesteed aan landen als Myanmar en Cambodja.

Zonder geschoolde arbeiders kan Cambodja geen producten maken met een toegevoegde waarde.

Vietnam zit nu in die tweede fase. Het heeft sectoren zoals elektronica en auto-onderdelen aangetrokken uit China. Dat kan echter alleen in een competentiegerichte economie, door arbeiders nieuwe vaardigheden te leren.

Ook daar blijft Cambodja achter. Zonder geschoolde arbeiders kan het land geen producten maken met een toegevoegde waarde. Zo blijft de productiviteit laag en daalt de concurrentiekracht.

Vietnam heeft op dat vlak wel grote sprongen vooruit gemaakt. Handelsverdragen met de EU en Korea hebben Vietnam aangemoedigd om zijn economie te liberaliseren. Dat deed het door overheidsbedrijven te reorganiseren, bureaucratie te verminderen, corruptie aan te pakken, infrastructuur uit te bouwen en de financiële sector te versterken. Allemaal hervormingen waar Cambodja nog aan moet beginnen.

Kwart miljoen arbeiders per jaar

Cambodja en Vietnam hebben een enorm potentieel voor economische groei. Dat Cambodja voor duizelingwekkende uitdagingen staat, blijkt uit het verschillende parcours dat de twee landen afleggen. Het kan met Cambodja nog alle kanten uitgaan.

Er komen elk jaar een kwart miljoen Cambodjanen op de arbeidsmarkt. Met een sterkere overheid, beter onderwijs en meer infrastructuur kunnen deze mensen aan het werk gezet worden in een hervormde economie met nieuwe industrieën.