De heropstanding van de vierde macht

Wapenhandelaars, fraudeurs, spionnen, belastingontduikers, maffiosi en corrupte politici zijn gewaarschuwd: wanneer onderzoeksjournalisten over de landsgrenzen heen de handen in elkaar slaan, is geen geheim nog veilig. Anno 2015 is de vierde macht helemaal terug van weggeweest. De succesformule? Moedige klokkenluiders, de juiste technologie én een wereldwijd vertakt netwerk van onderzoeksjournalisten.

‘De grootste innovatie in journalistiek dit jaar was de snelle groei van grensoverschrijdende onderzoeken door journalisten van verschillende redacties die samenwerkten.’ Zo staat het in het juryrapport van de Europese Persprijs 2015. De innovatieprijs ging naar The Migrant Files, de schokkende realiteit achter de levensgevaarlijke tocht richting Fort Europa blootgelegd door een team journalisten uit zes landen.

Het project is maar een van de vele recente voorbeelden van geslaagde internationale samenwerking tussen reporters.

‘Het voorbije decennium zijn overal ter wereld talrijke nieuwe samenwerkingsinitiatieven van onderzoeksjournalisten ontstaan’, zegt Ides Debruyne, een van de drijvende krachten achter onderzoeksjournalistiek in Vlaanderen. Hij onderscheidt daarbij fondsen, verenigingen en onderzoekscentra.

Als directeur van de vzw Journalismfund.eu/Fonds Pascal Decroos staat hij zelf aan het hoofd van zo’n fonds. Debruyne: ‘In verenigingen komen journalisten samen om kennis te delen –denk aan de Vlaams-Nederlandse Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) of het Netzwerk Recherche in Duitsland. En in de centra ten slotte zetten journalisten onderzoeken op. Hieronder vallen bijvoorbeeld het Bureau for Investigative Reporting in het Verenigd Koninkrijk, Correctiv in Duitsland of het Investigative Reporting Project Italy. Die laatste twee hebben elkaar overigens gevonden en de activiteiten van de Italiaanse maffia in Afrika en Duitsland blootgelegd.’

Onderzoeksjournalistiek is een kwestie van vertrouwensbanden creëren. In gevoelige dossiers moet je blindelings op je collega’s kunnen vertrouwen.’

Nog een belangrijk centrum is het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP), een non-profit die journalisten uit de Balkan, Oost-Europa en de Kaukasus groepeert, en focust op berichtgeving over georganiseerde misdaad en corruptie. De onderzoeken van het centrum hebben naar eigen zeggen geleid tot 75 arrestaties, 20 wetswijzigingen, meer dan 2.500 sluitingen van bedrijven, het ontslag van tien politici en de sluiting van een universiteit.

Opmerkelijk: al die initiatieven zijn na het jaar 2000 opgericht. Volgens Debruyne is dat geen toeval: ‘Alle initiatiefnemers kennen elkaar van wereldconferenties over onderzoeksjournalistiek. De meesten hebben daar hun inspiratie gevonden. Op die conferenties zie je trouwens steeds dezelfde gezichten. Onderzoeksjournalistiek is dan ook een kwestie van vertrouwensbanden creëren, kijken wie over de nodige vaardigheden beschikt. In gevoelige dossiers moet je immers blindelings op je collega’s kunnen vertrouwen. Zo’n netwerk opbouwen kost tijd.’

Autobom

De eerste Global Investigative Journalism Conference vond in 2001 plaats in de Deense hoofdstad Kopenhagen. Ze was de vrucht van een Deens-Amerikaanse samenwerking tussen journalisten. Debruyne: ‘De initiatiefnemers van die allereerste conferentie waren Brant Houston en Nils Mulvad. Houston was vroeger baas van Investigative Reporters and Editors (IRE), een Amerikaans journalistennetwerk dat in 1975 is opgericht nadat een reporter een bom onder zijn auto had gevonden. De man liet daarbij het leven, waarna journalisten in verschillende Amerikaanse staten zijn werk hebben voortgezet.

De IRE begon kennis en onderzoekstechnieken te promoten. Toen vervolgens Scandinavische journalisten tijd en ruimte kregen om opleidingen te volgen, sloegen de Deense journalist Nils Mulvad en de IRE de handen in elkaar.’

Zo zijn de Global Investigative Journalism Conferences ontstaan, die op hun beurt in 2003 hebben geleid tot de oprichting van het Global Investigative Journalism Network (GIJN), een internationale koepelorganisatie met intussen meer dan honderd lidorganisaties in 53 landen.

Behalve in de uitwisseling van kennis speelt het netwerk ook een belangrijke rol in het verdedigen van de persvrijheid. Het lobbyt bijvoorbeeld actief voor de vrijlating van Ýsmayýlova İsmayılova, de Azerbeidzjaanse onderzoeksjournaliste van Radio Free Europe die in december 2014 werd opgesloten op basis van dubieuze verdachtmakingen.

Van Wikileaks tot ICIJ

Nog een andere impuls voor internationale samenwerking tussen journalisten kwam volgens Debruyne van Wikileaks, de klokkenluiderswebsite die Julian Assange in 2006 heeft opgericht. ‘Eigenlijk is dat een activistische beweging die werkt rondom informatievrijheid, met een focus op gelekte data. Assange zag dat hij al die informatie niet kon verwerken, en zocht vervolgens contact met een handvol grote mediabedrijven. In ruil voor samenwerking kregen zij exclusiviteit. Gevolg? CableGate – gelekte Amerikaanse diplomatieke telexen – werd een succes. Plots merkten media dat samenwerking tot heel wat impact kan leiden.’

Wat we niet willen, is een netwerk van individuele sterren. Dan zal elke ster apart zijn licht laten schijnen, maar zo versterk je elkaar niet.

De eerste speler die, nog voor Wikileaks of de wereldconferenties onderzoeksjournalistiek, op een georganiseerde manier inzette op een internationale krachtenbundeling tussen reporters was ICIJ, het International Consortium of Investigative Journalists. Toen de Amerikaanse journalist Charles Lewis het netwerk in 1997 opzette vanuit zijn non-profit Center for Public Integrity, verenigde hij 76 reporters uit 41 landen. Vandaag staat de teller op ruim 190 onderzoeksjournalisten uit 65 landen, waaronder drie Belgen –Lars Bové (De Tijd), Alain Lallemand (Le Soir) en Kristof Clerix (MO*).

ICIJ-directeur Gerard Ryle en zijn deputy Marina Walker lanceerden het Luxleaksonderzoek in juni 2014 op de redactie van Le Soir

‘Dat netwerk van reporters vormt de kracht van ICIJ’, zegt vicedirecteur Marina Guevara Walker. ‘Doordat je over de grenzen heen samenwerkt, heb je niet alleen nationale impact maar ga je een stap verder en is je impact wereldwijd.’ Volgens Walker zijn er een aantal criteria voor lidmaatschap. ‘Eerst en vooral zoeken we journalisten die in eigen land op onderzoeksjournalistiek gebied al iets hebben laten zien. Even belangrijk is dat ze teamspelers zijn. Wat we niet willen, is een netwerk van individuele sterren. Dan zal elke ster apart zijn licht laten schijnen, maar zo versterk je elkaar niet. We zoeken journalisten die echt willen samenwerken en informatie uitwisselen. Verder gaat ICIJ ook na waar de journalisten werken, om er zeker van te zijn dat ze in hun media-organisatie steun krijgen om dit soort werk te doen. Ten slotte zoeken we journalisten met een open persoonlijkheid.’

Wereldwijde impact

In zijn eerste vijftien jaar initieerde het ICIJ onder meer onderzoeken naar internationale tabakssmokkel, private militaire kartels, asbestbedrijven, lobbyisten en contracten voor de oorlogen in Irak en Afghanistan. ‘Daarvoor kregen we toen ook al erkenning,’ zegt Walker, ‘maar het onderzoek Offshore Leaks heeft ons in 2013 op de wereldkaart gezet. Daar kon je onmogelijk omheen. Het was dan ook ons eerste echt grote onderzoek.

Bij Offshore Leaks sloegen meer dan honderd journalisten de handen in elkaar. Dan val je natuurlijk op.

Tot dan ging het om een samenwerking van telkens tien à vijftien reporters; bij Offshore Leaks sloegen meer dan honderd journalisten de handen in elkaar. Dan val je natuurlijk op. Bovendien sloeg ook het thema aan: de manier waarop de machtigen en corrupten erin slaagden hun geld te verbergen in belastingparadijzen.’ Plots waren de verwachtingen wel torenhoog. Kon ICIJ zo’n wereldstunt nog wel herhalen?

Het lukte. Met LuxLeaks en SwissLeaks was de impact nog groter. In cijfers: de LuxLeaks-artikels op de websites van ICIJ en zijn partnermedia werden liefst 4,3 miljoen keer aangeklikt – en dat is dan nog een onderschatting aangezien niet alle partnermedia om technische redenen de klikratio door ICIJ laten tellen. SwissLeaks deed het nog beter, en resulteerde in een miljoen page views op de ICIJ-site plus 5,6 miljoen op de websites van partnermedia. De interactieve gegevensbank op de website van het consortium werd maar liefst 9,7 miljoen keer geraadpleegd.

de LuxLeaks-artikels op de websites van ICIJ en zijn partnermedia werden liefst 4,3 miljoen keer aangeklikt.

Het SwissLeaks-dossier zou nooit zó als een bom zijn ingeslagen als de Franse krant Le Monde het achterliggende datalek van Zwitserse bankgegevens niet had gedeeld met ICIJ. Walker: ‘Na de eerste artikels in Le Monde over de HSBC-bank in Genève gebeurde er niet veel. Buiten Frankrijk had nauwelijks iemand het gezien.’

Journalist Serge Michel van Le Monde: ‘Wanneer je als journalist een scoop krijgt, ga je die doorgaans zelf onderzoeken. Maar in dit geval realiseerden we ons bij Le Monde dat het verhaal te groot was voor ons alleen. Al heeft het wel een tijdje geduurd voor we dat beseften. Eerst hebben we nog geprobeerd om de buitenlandse correspondenten van Le Monde in te schakelen. Maar na drie maanden begrepen we dat we de informatie moésten delen. Daarom klopten we aan bij ICIJ.’

Bij macht hoort verantwoordelijkheid

Wie de voorpagina’s en nieuwsbulletins van kranten wereldwijd kan bepalen heeft macht. De keerzijde van macht is verantwoordelijkheid. Wie bepaalt de inhoudelijke focus van ICIJ-onderzoeken? Walker: ‘We houden regelmatig brainstormsessies in ons team. Elk nieuw project moet aan drie criteria voldoen. Het thema moet van wereldwijd belang zijn, het moet gaan om systemische problemen en het onderzoek moet een concreet resultaat kunnen bereiken –het moet iets kunnen veranderen.’

Klokkenluiders willen niet gewoon informatie dumpen op het internet. Ze stappen naar een journalist, omdat ze willen dat die een journalistieke methode toepast op de informatie.

Wat deels ook een rol speelt, is de informatie die aan ICIJ wordt gelekt. Walker: ‘Tegenwoordig kloppen veel klokkenluiders en andere bronnen aan bij ICIJ met informatie en gegevens. Ze kunnen zich vinden in de manier waarop we te werk gaan; we hebben aangetoond dat we betrouwbaar zijn. Klokkenluiders willen niet gewoon informatie dumpen op het internet. Ze stappen naar een journalist, omdat ze willen dat die een journalistieke methode toepast op de informatie. Dat zien ze. Ze zien ook dat het efficiënt is om naar ICIJ te stappen, want je klopt aan op één plaats maar het effect is wereldwijd.’

Toch lag bij de meeste ICIJ-onderzoeken geen lek aan de basis, nuanceert Walker. ‘Neem het Wereldbankverhaal dat we in april hebben uitgebracht. De onderliggende data stonden gewoon op de Wereldbank-website, al hebben we die wel moeten scrapen en vervolgens de informatie moeten analyseren. Zo ontdekten we systemische problemen die heel belangrijk zijn voor de allerarmsten in de maatschappij.’

Virtuele redactie

Het vliegwieleffect van ICIJ wordt pas helemaal duidelijk als je naar de omvang van de staf kijkt. De non-profitorganisatie met wereldfaam telt slechts elf voltijdse werknemers. Walker: ‘De helft zit in Washington en New York, de andere in Costa Rica en Spanje. Binnenkort zal een van onze medewerkers ingebed worden bij Le Monde in Parijs.’

‘Interessant is dat de helft van onze staf bij de data-unit werkt’, zegt Walker. Die afdeling zet rekenkracht in om grote hoeveelheden data te analyseren, maar ontwikkelt ook nieuwe samenwerkingsplatformen. ‘Een deel van onze missie is immers te innoveren en instrumenten te ontwikkelen die journalisten kunnen gebruiken om de samenwerking te verbeteren.’

‘De journalisten van deze wereld zouden moeten samenwerken in het tijdperk van globalisering’.

ICIJ-oprichter Charles Lewis onderstreepte het belang daarvan al tijdens zijn toespraak op de eerste Global Investigative Journalism Conference in Kopenhagen. ‘We kunnen computers gebruiken, het internet, encryptie, draadloze en andere technologieën om de wereld veel, veel kleiner te maken. En we kunnen netwerken met elkaar als nooit tevoren’, klonk het vijftien jaar geleden profetisch in zijn lezing, getiteld ‘De journalisten van deze wereld zouden moeten samenwerken in het tijdperk van globalisering’.

Voor Offshore Leaks experimenteerde ICIJ voor het eerst met een prototype van een online samenwerkingsplatform. Tijdens LuxLeaks, SwissLeaks en het Wereldbank-onderzoek werden gebruiksvriendelijkere virtuele fora opgezet met betere mogelijkheden. En met een beurs van de Knight Foundation ontwikkelt ICIJ momenteel een Global I-Hub, een veilige virtuele redactie waar journalisten wereldwijd kunnen samenwerken. Walker: ‘Dat is nodig om onze samenwerking duurzaam te maken. We gaan alle bestaande virtuele platformen samenbrengen in één geheel.’

Volg het geldspoor

Een van de technieken die onderzoeksjournalisten steevast krijgen aangeleerd op workshops en conferenties is follow the money: als je de echte agenda van een initiatief wilt kennen, zoek dan uit wie het financiert. Bij ICIJ staan de recente financierders op de website: Adessium Foundation, Open Society Foundations, The Sigrid Rausing Trust, The Ford Foundation, The David and Lucile Packard Foundation, Pew Charitable Trusts and Waterloo Foundation.

‘Zowat 90 procent van ons budget komt van stichtingen’, zegt Walker. ‘En sinds twee jaar krijgen we ook steun van een Australische ondernemer, Graeme Wood. Hij gelooft in onze missie en in ons werk. Gelukkig bestaat in de VS een traditie onder stichtingen om goed bestuur, transparantie en onderzoeksjournalistiek te ondersteunen.’

In Europa bestaat die traditie niet, betreurt Ides Debruyne, en ook de Europese Commissie heeft volgens hem geen geld over voor onderzoeksjournalistiek. ‘Journalismfund.eu kan rekenen op financiering van de Nederlandse stichting Adessium en het Noorse Fritt Ort – het Vrije Woord –, maar verder zijn we op Amerikaans geld aangewezen, onder meer van de Open Society Foundations van filantroop George Soros. Dat we altijd bij de Amerikanen moeten aankloppen, vind ik een probleem. Niet alleen omdat Europa zo wel een ontwikkelingsland lijkt, maar vooral omdat de VS zo een agenda kunnen opleggen.’ 

Dit artikel verscheen in het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2388  proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur