Vrouwen roken zich dood, in de keuken

In Malawi roken vrouwen zich dood. En dat terwijl maar 0,4 procent van de vrouwelijke bevolking zelf tabak gebruikt. Maar geïmproviseerd kookvuur veroorzaakt een ware volksgezondheidscrisis en brengt het milieu onherstelbare schade toe.

© Nathalie Bertrams

Vrouwen koken op een open “driestenenvuur”, een geïmproviseerd fornuis gemaakt van stenen, brandhout eronder in het midden. Het vuur brandt niet alleen inefficiënt en geeft vieze rook, maar is bovendien ook nog eens erg gevaarlijk.

Huisvrouw Tina Chirwa uit Pitala, een klein dorp aan het Malawimeer in het noorden van het land, wrijft in haar ogen: ‘Als het vuur zo rookt, doe ik altijd even een stap achteruit’, zegt ze. De walm van de rook doet pijn aan haar ogen en ze moet constant hoesten. Erger nog vindt ze de borst- en hoofdpijn die ze krijgt als ze te lang aan het koken is. Haar zus Vanessa wijst naar haar babydochter, die met een doek op haar rug geknoopt is: ‘Als ik haar dan hier op haar ribbenkast aanraak, huilt ze.’

Vanessa en haar zus koken beiden op een open “driestenenvuur” – een geïmproviseerd fornuis gemaakt van stenen, brandhout eronder in het midden. Het vuur brandt niet alleen inefficiënt en geeft vieze rook, maar is ook nog eens erg gevaarlijk.

Kinderen die naast het instabiele vuur spelen kunnen makkelijk een pan met hete vloeistof over zich heen krijgen. Dat gebeurde bijvoorbeeld met Jacqueline, een tweeëneenhalf jaar oud meisje uit een dorp dicht bij hoofdstad Lilongwe. Een pot met kokend water viel om en haar lichaam is nu pijnlijk verbrand. Ze heeft haar tweede operatie in het Kamuzu Centraal Ziekenhuis inmiddels al achter de rug en is aan de beterende hand.

Elke acht seconden sterft er ergens ter wereld iemand aan het inhaleren van de giftige dampen van geïmproviseerd kookvuren.

Net zoals 98 procent van de bevolking in Malawi gebruiken Tina en Vanessa hout om al hun maaltijden op te koken, water op te warmen en het huis te verwarmen. Slechts tien procent van de bevolking in Malawi heeft toegang tot het onbetrouwbare elektriciteitsnetwerk.

Door de Wereldgezondheidsorganisatie wordt de rook van open brandhaarden ook wel ‘de stille moordenaar in de keuken’ genoemd. Elke acht seconden sterft er ergens ter wereld iemand aan het inhaleren van de giftige dampen van geïmproviseerd kookvuren. De rook doodt wereldwijd meer mensen dan aids, tuberculose en malaria bij elkaar.

Hoe kan dat? Door een gebrek aan ventilatie blijft de walm in huis hangen. Zo’n giftige rookwolk kan meer dan honderdmaal het aanvaardbare niveau aan roetdeeltjes bevatten. Roetdeeltjes dringen tot diep in de longen door en beschadigen de longzakjes permanent.

© Nathalie Bertrams

Jacqueline, 2.5 jaar oud en net uit de operatiekamer van het Kamuzu Central ziekenhuis in Lilongwe. Haar moeder Eliza is opgelucht dat de operatie geslaagd is.

Vierhonderd sigaretten

Gezondheidsdeskundigen schatten dat een uur in de keukenrook gelijkstaat aan het roken van vierhonderd sigaretten en zelfs fataal kan zijn. De WHO schat dat bijna een op de tien doden in Malawi bezwijkt aan long- en hartziekten, die vaak veroorzaakt worden door blootstelling aan de vervuilende brandstof. Wereldwijd sterven meer dan 4 miljoen mensen voortijdig aan ziekten die toe kunnen worden geschreven aan luchtvervuiling binnenshuis afkomstig van de rook van vaste brandstoffen zoals hout.

Dokter Wezzie Mumba, het hoofd van het Bwaila-ziekenhuis in Lilongwe, herkent de slachtoffers wel: ‘Vrouwen komen met een hoest die maar niet overgaat.’ Ze ziet het meteen: ‘De haren van hun armen zijn helemaal weggebrand. Dan weet ik dat ze op een open vuur koken.’

Hoewel de WHO luchtvervuiling binnenshuis een internationaal gezondheidsrisico noemt, lijkt het Ministerie van Gezondheid in Malawi er nog niet echt mee bezig te zijn: volgens de zussen in Pitala zeiden gezondheidsvoorlichters niets over de dodelijke smook. Wel werd hun verteld dat roken slecht voor hen is.

Maar ook al hadden ze geweten dat zowel roken als de traditionele kookmethode ongezond is, de kennis verandert er niets aan dat ze dagelijks toch ten minste twee warme maaltijden op hun open vuur moeten koken. ‘Het is traditie,’ zegt Vanessa, ‘als de man thuiskomt, moet het eten klaarstaan.’

Houtskool, het zwarte goud

‘We moeten handelen voor het te laat is’, zegt Teresa Mvula, bosbeheerder voor de overheid in Lilongwe. Bossen worden langzaam maar zeker leeggeplunderd voor brandstof. Door ontbossing is water schaars geworden, zijn rivieren dichtgeslibd, moeraslanden opgedroogd en is de biodiversiteit afgenomen. De waterkrachtcentrales op de Shirerivier draaien niet meer op volle sterkte, waardoor de steden geen elektriciteit hebben.

© Nathalie Bertrams

In Mulanje, in het zuiden van Malawi, worden bomen gekapt om plaats te maken voor de thee-industrie. Vrouwen lopen vaak lange afstanden, omhoog en omlaag, om brandhout te vinden.

Dorpshoofd Paulo Douglas ziet het al langer: ‘Onze vrouwen blijven steeds langer op de berg om naar brandhout te zoeken,’ zegt hij, ‘er zijn veel minder bomen dan vroeger.’ En dat is een probleem voor de mannen – ‘een vrouw hoort toch thuis te zijn’. In zijn dorp moet iedereen die een boom velt nu een nieuwe planten.

Het tweede weekend van februari 2017 was een rampzalige dag voor de bewoners van Salima, een kleine stad ten zuiden van het Malawimeer. Toen de Lifidzirivier overstroomde, moesten 35.000 mensen hun huis verlaten. In de afgelopen twintig jaar zijn extreme droogte, regenval en overstromingen fors toegenomen.

De gevolgen van “extreem weer” kunnen desastreus zijn: in 2016 riep de overheid zelfs de noodtoestand uit – de oogst was mislukt, duizenden boeren verloren investeringen en voedselschaarste was chronisch.

En dat zal alleen maar erger worden. Het ministerie van Financiën berekende dat dit jaar ten minste 6,5 miljoen van de 17 miljoen Malawiërs voedselhulp nodig zullen hebben om te overleven; een stijging met 129 procent ten opzichte van vorig jaar.

Hoewel kleine boeren als Paulo en zijn dorpsgenoten, of vrouwen zoals Vanessa en Tina uit Pitala, het milieu beschadigen door op hout te koken – 25% van alle zwarte koolstof in de atmosfeer is afkomstig van open vuur –, zijn zij eerder toekomstige slachtoffers van klimaatverandering dan schuldigen. De echte dader: houtskool, het zwarte goud.

Omdat koken op gas helaas onbetaalbaar is en het elektriciteitsnetwerk onbetrouwbaar, gebruiken vrouwen in Malawi’s steden houtskool om op te koken – ‘schoner’, sneller, moderner en makkelijker dan brandhout. Rose John, verkoopster op de Mgona houtskoolmarkt in Lilongwe, weet wat haar klanten willen: ‘Vooral tijdens een stroomstoring verkoop ik lekker veel.’

De productie, het transport en de verkoop van houtskool zijn sinds de ratificatie van de Houtvesterijwet in 1997 illegaal. En toch wordt de totale waarde van de illegale houtskoolhandel in Malawi op 57 miljoen dollar per jaar geschat. De industrie biedt werk aan zo’n honderdduizend mensen en is na tabak en thee de grootste bedrijfstak van het land. Goed georganiseerde zakenlieden en corrupte ambtenaren gaan er vandoor met winst gemaakt door het vernietigen van de natuur.

© Nathalie Bertrams

Grote baobab bomen zijn wel veilig voor de illegale houtkap. Ze bevatten teveel water om verbrand te kunnen worden.

Soldaten bewaken bomen

De grote vraag naar houtskool in de steden stimuleert mensen op het platteland om de illegale productie in te gaan. Producenten gaan uitermate inefficiënt te werk, waardoor onnodig veel bomen sneuvelen: slechts 15% van een boom wordt uiteindelijk tot houtskool gebrand.

Maar ook al weten de houtskoolbranders dat dit niet duurzaam is, als de oogst tegenvalt, is er geld nodig en de brandstof brengt brood op tafel. Steven Kakhuni, houtskoolhandelaar in Lilongwe, legt het uit: ‘We vernietigen de natuur, maar het is de armoede die ons ertoe dwingt.’ Na de middelbare school was er geen baan voor Steven – 21% van de bevolking in Malawi is momenteel werkloos – en de illegale handel was voor hem de makkelijkste manier om snel geld te verdienen.

‘We vernietigen de natuur, maar het is de armoede die ons ertoe dwingt.’

Bosbeheer staat steeds vaker machteloos. Sinds een jaar heeft de dienst zelfs de Malawische krijgsmacht ingeschakeld. Het leger moet de belangrijkste bosreservaten beschermen tegen plunderaars. Een hele taak, legt een luitenant uit die het Dzalanyama-bos (met 989 km2 het grootste natuurreservaat van Malawi) moet beschermen met minder dan dertig soldaten.

Ongeveer 60% van de brandstof wordt illegaal uit de nationale parken en bosreservaten gehaald. Teresa Mvula van Bosbeheer vertelt dat er sinds 1997 zonder scrupules van de overheid gestolen wordt: ‘Sinds Malawi democratisch bestuurd wordt, plunderen illegale houtskoolproducenten het bos.’

De heer Kabichi, beheerder van het Dzalanyamabos, legt uit dat de dingen wel anders liepen toen het land nog werd bestuurd door de Malawi Congress: ‘Toen waren mensen zelfs te bang om de ingang van het bos voorbij te lopen.’ Nu komen criminelen met grote vrachtauto’s het bos in en laden ze vol met illegale houtskool. Jaarlijks verliest het land bijna 3 procent bos door illegale houtkap.

Ngo’s werken al dertig jaar om een oplossing te vinden voor het kookprobleem. Wellicht kunnen duurzame kooktoestellen met dichte brandkamers een oplossing bieden: ze stoten minder rook uit, verbruiken minder hout en houtskool en zijn veiliger dan open vuur.

Heather Campbell, directeur van de Britse ngo United Purpose, vertelt wat ze in Malawi doen: ‘Vrouwengroepen maken de ovens van klei en verdienen zo een inkomen. Onze ovens zijn schoner dan open vuur en de populaire houtskoolbranders. Onze chitetezo-modellen zijn zeker niet vernieuwend, maar ze zijn wel aangepast aan de lokale omstandigheden.’

De reden: ‘Op het platteland zijn mensen erg arm. Naar schatting driekwart van de bevolking moet rondkomen van minder dan 1,25 dollar per dag.’ Daarom promoten ze de goedkope kleioven chitetezo mbaula: die kost maar rond een euro per stuk. Ook de National Cook Stove Steering Committee, het coördinerende orgaan voor ngo’s, overheidsinstellingen en andere groepen die de schone kooktoestellen in Malawi produceren, promoot de chitetezo als de beste oplossing voor Malawi.

Een sloom begin

Volgens de National Cookstove Steering Commitee zijn er nu al zo’n 500.000 ‘schonere en efficiënte’ kooktoestellen in gebruik. Dat is dus lang niet bij de hele bevolking. Waarom gebruikt niet iedereen zo’n toestel?

Jaarlijks verliest het land bijna 3 procent van zijn bos door illegale houtkap.

‘De consument is nog niet overtuigd,’ zegt Blessing Mawle van PERFORM, een initiatief voor het verminderen van CO²-uitstoot en ontbossing, ‘en daarom slaat deze nieuwe technologie niet zo aan.’

Blessings college Luke Malembo: ‘Mensen die in de buurt van bossen wonen, blijven veel bomen zien.’ Waarom zouden ze dan een euro investeren – voor velen nog steeds veel geld – in een energiebesparend kooktoestel?

Mitchell Maher / International Food Policy Institute (CC BY-NC-ND 2.0)

‘De chitetezo mbaula is zo primitief – het apparaat voldoet gewoon niet aan de eisen van de moderne samenleving.’

Een ander punt van kritiek is dat de ovens zo snel stuk gaan en niet draagbaar zijn. Ronald Nijera, een producent van inefficiënte houtskoolbranders op de Ngomamarkt in Lilongwe, legt uit waarom zijn klanten liever zijn houtskoolbranders kopen: ‘Ze zijn lichter en van betere kwaliteit.’ Felicia Willy, een theeplukker uit Mulema, spreekt uit eigen ervaring: ‘Mijn pot was al snel stuk.’

In de steden Lilongwe, Blantyre en Muzuzu ligt het anders. Cornwell Chisale, ambtenaar op de afdeling Alternatieve en Hernieuwbare Energie van het ministerie voor Energie, legt uit waarom men hier niet warmloopt voor de kleioven: ‘De chitetezo mbaula is zo primitief – het apparaat voldoet gewoon niet aan de eisen van de moderne samenleving.’

In de stad doen metalen duurzame houtskooltoestellen het beter. Een favoriet: een model ontworpen door Envirofit, een Amerikaanse sociale onderneming. De reden, volgens Dora Mlomba, apotheker uit Chirimba in Blantyre, is eenvoudig: ‘Het ontwerp is zo mooi, zo modern.’

Om meer mensen te bereiken experimenteert nu ook United Purpose met thermo-elektrische toestellen, die mobiele telefoons kunnen opladen tijdens het koken. Het kooktoestel kost 18 à 30 euro, zegt programmamanager Lloyd Archer.

Meer tijd

Maar of er voldoende belangstelling is voor zulke technologie is nog maar de vraag. En een duurzaam kooktoestel staat voor vrouwen in de stad ook nog niet boven aan de lijst. ‘Een auto of een televisie, dat is wat de middenklasse wil’, zegt energieadviseur John Mthandi. ‘Het behoud van de natuur heeft geen prioriteit.’

Misschien kunnen de tweedegeneratie kooktoestellen Malawi’s kookprobleem oplossen – en als vrouwen in de stad warmlopen voor het toestel, zal het brandstofverbuik verminderen. Maar het energieprobleem op het platteland is er niet mee opgelost: vrouwen zullen op hout moeten blijven koken, want houtskool kunnen ze zich niet veroorloven.

Het is een vicieuze cirkel: zolang er vraag naar houtskool is in de stad, zullen illegale handelaren bomen blijven omhakken. Maar hoelang kan het nog doorgaan, vraagt de heer Kabichi, beheerder van het Dzalanyamabos, zich af: ‘Als we nu niet handelen, dan is over vijf jaar al het bos verdwenen.’ Malawi’s energiebehoeftige bevolking groeit jaarlijks met 3,1%. Er is steeds meer energie nodig.

‘Als we nu niet handelen, dan is over vijf jaar al het bos verdwenen.’

Een verbeterd kooktoestel kan op dit moment het ontbossingsprobleem niet oplossen – maar bespaart Astina Nikina, moeder van zes kinderen, wel heel veel kostbare tijd. Vandaag duurde het bijna zeven uur voor ze genoeg brandhout had verzameld. De buit rust zwaar op haar hoofd: ‘Voorheen kookte ik maar drie dagen op veertig kilo en dan moest ik weer de berg op,’ zegt ze. ‘Nu doe ik met dezelfde bos twee weken.’

Het verschil met vroeger? Astina heeft haar open vuur vervangen door een duurzaam kooktoestel. Verbeterde kooktoestellen branden efficiënter dan open vuur en houtskoolbranders en besparen tot 60 procent aan brandhout. Haar Aleva-apparaat wordt geproduceerd in haar eigen dorp. Het bestaat uit bakstenen, bij elkaar gehouden door twee smalle ijzeren banden.

Verbeterde kooktoestellen zijn dan misschien wel niet een springplank naar moderniteit, zoals vrouwen in de stad al doorhadden. Maar voor vrouwen als Astina is het kooktoestel een echte luxe. Het verlicht iets van de dagelijkse last die ze als vrouw in Malawi moet dragen.

Ze wint tijd doordat ze minder hout hoeft te zoeken en ze hoest minder. Tijd die ze nu kan investeren in haar kinderen, om geld te verdienen of om zich te scholen. En is een goede gezondheid niet ook goudgeld waard?

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift