De toekomst van taal

Analyse

De toekomst van taal

30 november 2006

De globalisering bedreigt een groot deel van de kleinere talen. Toch zal de toekomst meertalig zijn.

Op 17 oktober werd de Franse en Spaanse editie voorgesteld van het Wereld Talen Rapport, dat eerder al in het Engels en het Baskisch verschenen was. Fèlix Martí, erevoorzitter van Unesco Catalunya en hoofdauteur van het rapport, was behoorlijk optimistisch, ondanks de alarmerende statistieken.
‘Enerzijds vrezen sommige wetenschappers dat we deze eeuw 80 procent van de ongeveer 6500 talen in de wereld zullen zien verdwijnen. Anderzijds groeit de impact van het Engels als mondiale communicatietaal. Het gevolg daarvan zal wellicht zijn dat we meerdere varianten van het Engels zullen zien ontstaan, varianten die niet beperkt zijn tot een andere uitspraak, maar die zich ook baseren op regionale identiteiten en op de diverse waardesystemen die erin uitgedrukt moeten worden. Een taal is immers niet enkel een instrument om te communiceren, het is ook de neerslag van en een overdrachtmechanisme voor wereldbeschouwingen en waarden.
Via de taal worden bepaalde vormen van menselijk gedrag impliciet goedgekeurd of afgekeurd. Een taal is dus niet neutraal.’ Fèlix Martí gaat verder: ‘Eentaligheid behoort tot het verleden. De steden van de toekomst zijn plaatsen waar tientallen of honderden talen tegelijk een thuis zoeken. Elke stad of streek zal weliswaar behoefte hebben aan een lokale werk- en omgangstaal. In Bilbao zal dat Baskisch zijn, in Barcelona Catalaans, in Antwerpen Nederlands. Maar er moet ook veel meer aandacht gaan naar de grotere minderheidstaalgemeenschappen die zich in die stad bevinden. Zij moeten –niet alleen als etnische, religieuze of cultuurgemeenschap, maar ook als taalgemeenschappen–met veel meer respect benaderd moeten worden. Opdat die nieuwe vormen van meertaligheid zich zouden kunnen ontwikkelen tot positieve uitgangspunten, zullen alle inwoners meertalig moeten worden.’ (gg)

Engels is niet het probleem

‘Een Indiase auteur die in het Engels schrijft, krijgt bij élke publieke lezing de vraag voor welk publiek hij wel schrijft.’ Amit Chaudhuri, die deze vaststelling in mei formuleerde in de Indiase krant The Telegraph en haar deze zomer verder uitwerkte in de Britse New Left Review, was op 9 oktober te gast in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel, samen met enkele andere Indiase schrijvers.
Hij keek dus niet op toen de eerste vraag uit het publiek over taal en publiek ging. Of het niet godgeklaagd was dat zoveel Indiërs in het Engels schreven, terwijl de massa in India geen toegang had tot die taal? Pavan K. Varma, directeur-generaal van de Indian Council for Cultural Relations, bevestigde het probleem en verklaarde het als een etterende wonde van de kolonisering.
‘De Britten hebben taalwezen van ons gemaakt en zestig jaar later zijn we daarvan nog steeds niet hersteld. Nochtans,’ besloot Varma, ‘wordt een volk in de wereld pas gerespecteerd als het zijn eigen taal heeft, spreekt en cultiveert.’ Chaudhuri wou niet weten van die slachtoffer-opstelling. Volgens hem is de hele obsessie met het “schrijven in de eigen taal” juist een deel van de koloniale erfenis.
‘We moeten eindelijk eens af geraken van die achterhoedegevechten tegen het Engels en voor het schrijven in het Hindi, het Urdu, het Marathi… Alsof de massa’s in India plots wel boeken zouden gaan lezen als de schrijvers maar van taal zouden willen veranderen. Belangrijker,’ voegde Chaudhuri er aan toe, ‘is het feit dat elke literatuur die zich niet plooit naar de commerciële geboden van de globalisering vandaag bedreigd wordt. Ook de Engelstalige. De echte strijd is dus voor een creatieve ruimte waarin cultuur op eigen kracht kan bestaan, los van de wetten van markt.’ (gg)

Vlaams inburgeringsbeleid is taalnaïef

‘Dat kennis van het Nederlands de allochtone Belg een snelle toegang garandeert tot werk, kwaliteitsonderwijs en wonen, is een naïeve stelling’. Sociolinguïsten Jan Blommaert en Piet Van Avermaet vinden dat het Vlaams inburgeringsbeleid het Nederlands te dominant naar voor schuift.’We geloven dat het Nederlands de scharnier van onze Vlaamse cultuur vormt in de politiek, de media, het onderwijs, de administratie.
Maar hoe hoog we de taalmuren rond Vlaanderen ook maken, Vlaanderen is een deel van een geglobaliseerde wereld, en die loopt hier binnen en buiten.’ Laten we realistisch zijn, zeggen beide wetenschappers. Ons taalgebied is te klein om minder populistische boeken verkocht te krijgen aan een uitgever, wetenschappers die erkenning willen, publiceren in het Engels.
Werkzoekenden botsen bij jobaanbiedingen constant op ronkende Engelse slogans en functietitels. Onze media kopen documentaires en reportages in Angelsaksische landen, want die zijn goedkoper. Enzovoort. Dan maar inburgeringscursussen Engels in plaats van Nederlands? Toch niet, zeggen Blommaert en Van Avermaet. Er is niets mis met Nederlands taalvaardigheidsonderwijs, maar we moeten af van de overdreven stelling dat het spreken van de officiële taal zaligmakend is.
Dat het Vlaamse sociaal woonbeleid aan taalvoorwaarden gekoppeld wordt, een voorzet van minister Marino Keulen, is daarom een fout en naïef signaal. Onderwijsachterstand bij doelgroepen heeft niet alleen met taalachterstand te maken, maar is ingebed in een scala van sociaal-culturele feitelijkheden, waaronder kansarmoede, sociale posities, marginaliteit. Het onderwijs fietst ook voorbij de meerwaarde dat veel allochtone kinderen twee- of meertalig zijn. Een Vlaming “die zijn talen kent”, wordt geprezen.
Een kind dat Russisch, Georgisch en wat Engels spreekt en vlot in het Cyrillische alfabet schrijft, wordt gezien als taalloos en ongeletterd. Op die manier tover je de taalbagage van dat kind weg. Ook cultuurwetenschapper Meyrem Almaci vindt dat het Vlaams onderwijs anderstalige kinderen stiefmoederlijk behandelt. ‘Vaak proberen scholen om het Nederlands als enige taal naar voor te schuiven. Dat gebeurt met de beste bedoelingen, maar door de moedertaal van een kind te ontkennen, ontken je ook de identiteit en culturele bagage van dat kind.
We moeten bij het aanleren van de Nederlandse taal juist vertrekken vanuit anderstaligheid. Als een kind niet weet wat het Nederlandse woord is voor een bal, kan je vragen hoe het ding in zijn moedertaal heet en daarna de correcte vertaling geven. Dat heeft zowel op de taal- als persoonlijkheidsontwikkeling een positief effect.’ (td)

Babel: waar mensen thuis zijn

Volgens de Eurobarometer (2005) spreekt de helft van de inwoners van de lidstaten minstens twee talen, zeker in kleinere taalgemeenschappen zoals Luxemburg, Letland, Malta en Litouwen. Volgens het Wereld Talen Rapport antwoordde 64 procent van de bevraagde respondenten dat leden van hun taalgemeenschap tweetalig waren.
Een aanvullende 10 procent antwoordde dat hun gemeenschap minstens drie talen sprak. Nog volgens het rapport antwoordden de respondenten redelijk eensgezind dat meertaligheid niet tot communicatieproblemen leidt, noch dat het een bedreiging vormt voor de samenhang van een groep, gemeenschap of staat. (td)