De Ultima’s zijn meer dan alleen tomatenpuree

Analyse

De toekomst is aan de kunst van samen, niet aan het individuele genie

De Ultima’s zijn meer dan alleen tomatenpuree

De Ultima’s zijn meer dan alleen tomatenpuree
De Ultima’s zijn meer dan alleen tomatenpuree

Wouter Hillaert

23 februari 2020

Vorige week leek de Vlaamse cultuursector eerder een groentemarkt, met rotte tomaten en schreeuwende marktkramers. Nu de praatprogramma’s en de opiniepagina’s op zoek zijn naar de volgende controverse, maakt Wouter Hillaert de echte rekening van de Ultima’s op.  Hij zag een heel nieuwe visie op kunst en maatschappij, en dus een bij uitstek positieve, politieke show.

CC Jam Project (CC BY-NC-NA 2.0)

Wie heeft er nu gewonnen bij de Ultima’s? De cultuursector? Jan Jambon? Of toch de twaalf laureaten om wie de uitreiking eigenlijk draaide? Hun verdienste is in de berichtgeving helemaal bedolven onder een paar tomaten. Samen belichamen hun prijzen nochtans de echte winnaar van de Ultima’s: de kunst van samen.

De Ultima’s staan los van media-bekendheid en vallen zelfs te lezen als een correctie op grote publieke belangstelling

Bijzonder aan de Ultima’s, de vroegere ‘Vlaamse Cultuurprijzen’, is dat ze niet door pers en publiek gekozen worden (zoals de MIA’s voor muziek). Het zijn professionele peers uit het cultuurveld zelf, verdeeld over twaalf aparte jury’s, die de prijzen toekennen. De Ultima’s staan dus los van media-bekendheid of fan-base. Niet zelden vallen ze zelfs te lezen als een correctie op die grote publieke belangstelling. Samen tonen ze al sinds 2003 wat het cultuurveld zelf beschouwt als goede en relevante kunst en cultuur. En zeker de jongste jaren vallen daarin opmerkelijke verschuivingen op.

Neem de laureaat Muziek: De Centrale, genoemd naar de oude elektriciteitscentrale in Gent waarin dit wereldcultuurhuis sinds 2000 huist. Met etnisch-culturele diversiteit als uitgangspunt elektrificeert het vandaag zijn stad met concerten, workshops en zelfs een wereldmuziekschool. Voor de jury geldt De Centrale dan ook als een toonbeeld van hoe je binnen cultuur succesvol kan omgaan met participatie, superdiversiteit, publiekswerking en programmatie vanuit diverse gemeenschappen. ‘In De Centrale tillen musici met diverse achtergronden elkaar, het publiek en de maatschappij naar een hoger niveau, zowel op artistiek als op menselijk vlak. Ze heeft een voorbeeldfunctie voor het kunstenveld en voor de samenleving.’

Is het Vlaamse cultuurveld zich eindelijk bewust geworden van de meerwaarde van buiten-Europese invloeden?

Had De Centrale vijf jaar geleden ook al kunnen winnen? Afgaande op de erelijst niet. Die telt tussen 2003 en 2015 vooral individuele muzikanten met een klinkende naam in jazz, opera of Vlaamse pop: Kris Defoort, Mauro Pawlowski, Filip Kowlier, Bert Joris, Daan Stuyven, Yevgueni, René Jacobs, Lander Gyselinck… Maar sinds de Ultima voor Muziekpublique in 2016 (grofweg de Brusselse pendant van De Centrale) vormt ‘kleur’ de rode draad door de laureaten, met Coely in 2017 en Tamino in 2018. Is het Vlaamse cultuurveld zich eindelijk bewust geworden van de meerwaarde van buiten-Europese invloeden?

De witte canon opengebroken

Zeker de Ultima Letteren voor Rachida Lamrabet is historisch. Het is de eerste dat een literair oeuvre met een heel andere perspectief dan de witte norm de prijs krijgt. ‘Met haar authentieke, zintuiglijke stijl’ corrigeert Lamrabet in haar jongste roman Vertel het iemand (2018) de klassieke herinnering rond de Eerste Wereldoorlog, door specifiek in te zoomen op de vergeten ervaringen van zoveel moslims die meegevochten hebben aan het front. Al sinds haar debuut Vrouwland (2007) opent Lamrabet de Vlaamse letteren voor thema’s als racisme, identiteit en sociale ongelijkheid, maar deze Ultima erkent haar werk eindelijk ook gewoon als literatuur.

Hetzelfde geldt voor Mama’s Open Mic, de laureaat voor Amateurkunsten. Bezielers Elisabeth Severino Fernandes en Samira Saleh richtten dit nomadische podium voor spoken word en ander verbaal talent tien jaar geleden op als een alternatief voor de grote cultuurcentra: als een vertrouwde plek om nieuwe stappen in rap, hiphop, stand-up, slam poetry… eerst af te toetsen bij een betrokken gemeenschap. Jarenlang zijn zulke nieuwe expressievormen niet erkend als artistiek evenwaardig. Maar als we vandaag ‘plots’ wel een opmars zien van allerlei vormen van woordkunst van heel wat artiesten van kleur, dan is dat mee dankzij de veilige haven van Mama’s Open Mic, zonder dat het witte cultuurveld zich daar echt bewust van was.

De erkenning van de artistieke meerwaarde van kleur, diversiteit en nieuwe artistieke invloeden en thema’s viel ook al op in de vorige selecties

Die erkenning van de artistieke meerwaarde van kleur, diversiteit en nieuwe artistieke invloeden en thema’s viel ook al op in de vorige selecties, met bekroningen voor nomadisch kunstencentrum Moussem in 2017 en van beeldend kunstenaar Otobong Nkanga, burgerplatform BXLREFUGEES en het sociaal-artistieke orkest The Ostend Street Orkestra in 2018. Ze signaleren een cultuurlandschap dat zich meer en meer bewust is geworden van zijn veranderende stedelijke omgeving en tegelijk de beperkingen is gaan beseffen van zijn eigen canonieke tradities en institutionele geplogenheden.

Het genie heeft afgedaan

Nog opvallend aan deze editie is hoe weinig individuele kunstenaars er nog bekroond worden: amper vier, minder dan ooit tevoren. Daaronder: de Ultima voor Vormgeving voor de 80-jarige Paul Ibou, die zichzelf een ‘totaal multi-kunstenaar’ noemt, maar vooral bekendheid geniet omwille van de bijna 400 krachtige logo’s en huisstijlen die hij ontwierp, onder andere voor de Provincie Antwerpen. Ook de Ultima voor Beeldende Kunst aan zijn generatiegenoot Walter Swennen is vooral een carrièreprijs voor iemand waarvan het oeuvre volgens de jury meer erkenning zou mogen krijgen. Als schilder vecht hij met de verf, die hij als non-conformist op van alles en nog wat kan schilderen: van doek en hout tot afgedankte fornuizen en wasmachines.

Bij andere kunstdisciplines als Film en Podiumkunsten daarentegen gaan de Ultima’s naar nieuwe vormen van artistieke samenwerking. Emma De Swaef en Marc James Roels maken hun meermaals gelauwerde stop-motion kortfilms met wol en vilt als koppel en kunstenaarsduo. Het grote publiek kent hen vooral van hun stressmannetje voor De Lijn, maar de jury apprecieert vooral hun ‘twee prachtige animatieparels’ Oh Willy en Ce Magnifique Gâteau, om hun ‘unieke stijl en maatschappelijk relevante boodschap’. Zo peutert de laatste film in het pijnlijke koloniale verleden van België.

Het draait niet langer om de individuele inspiraties van één verlicht artiest, maar om een gedeelde infrastructuur voor multidisciplinaire en grootstedelijke samenwerking

Ook bij de Podiumkunsten valt met het Decoratelier van Jozef Wouters en Menno Vandevelde een project in de prijzen dat niet langer draait om de individuele inspiraties van één verlicht artiest, maar om een gedeelde infrastructuur voor multidisciplinaire en grootstedelijke samenwerking. Het werkt als een hub waar meerdere artiesten onder dak zijn en de voorwaarden bij elke samenwerking opnieuw gedefinieerd worden. Dat leidde niet alleen tot de prachtige voorstelling Underneath Which River Flow rond de utopische dromen van Brusselse bewoners uit allerlei windstreken, maar ook tot een samenwerking met bijvoorbeeld Tunis.

Zo staat Decoratelier symbool voor ook zoveel andere artist-driven off spaces waar vaak jongere artiesten elkaar vinden om samen hun noden aan te pakken en op te lossen. In een kapot bespaard kunstenlandschap wordt de toegang tot grotere instellingen voor hen immers steeds moeilijker, en sowieso voelen ze zich beter thuis in meer horizontale en coöperatieve structuren. Onderlinge competitie wisselen ze voor collectieve kracht. Hun artistieke skills houden ze niet louter voor zichzelf, maar stellen ze graag ook ten dienste van andere verhalen. Hun urbane nieuwsgierigheid is groot, net als hun groeiende besef van witte en koloniale machtsmechanismen. Het is deze generatie die vandaag steeds meer aan zet komt.

CC Dietmut Teijgeman Hansen (CC BY-NC-NA 2.0)

CC Dietmut Teijgeman Hansen (CC BY-NC-NA 2.0)

Intermenselijke dialoog

Die ‘kunst van samen’ spreekt ook uit de Ultima’s voor Lokaal Cultuurbeleid en Cultureel Ondernemerschap. Met Allez, Chantez! ontwikkelden Annelore Camps en Laila De Bruyne een heel businessmodel rond gratis samen zingen, zonder drempels of vast lidmaatschap. Rond waarden als solidariteit en positiviteit brachten ze zo op vijf jaar tijd ruim 43.000 mensen aan het zingen in 64 gemeenten.

En ook het project Grond der Dingen van ARSENAAL/LAZARUS en Museum Hof van Busleyden in Mechelen verbindt een hele stad rond de toekomstdromen van haar bewoners, door hen simpelweg één vierkante meter grond aan te bieden: wat zou jij willen dat daarmee gebeurt? In beide gevallen zetten artistieke spelers hun artistieke kunde en verbeelding in voor meer sociale interactie en intermenselijke dialoog.

Pure esthetiek, ambacht en artistieke kwaliteit zouden in de verdrukking komen door ‘bijzaken’ als participatie, kleur en ander ‘politiek-correct gedoe’

Cynici durven dat wel eens bestempelen als de ‘socioculturalisering’ van de kunstwereld. Pure esthetiek, ambacht en artistieke kwaliteit zouden in de verdrukking komen door ‘bijzaken’ als participatie, kleur en ander ‘politiek-correct gedoe’.

De subversiviteit die de modernistische kunst altijd hoog in haar vaandel droeg, zou nu jammerlijk ingewisseld worden voor een al te slaafse omhelzing van de maatschappelijke mêlée. ‘We zijn toch geen sociaal werkers, zeker?’ Wat betekent de autonomie van de kunstenaar nog? Waarom gelden nu plots allerlei morele criteria in de slipstream van ‘trends’ als #metoo, dekolonisering en aanvallen op ‘oude witte mannen’?

Deze selectie Ultima’s waardeert inderdaad nieuwe waarden als samenwerking, verbinding, machtsdeling, cocreatie, diversiteit van expressie…, maar toont ook dat kunst creëren en een reëel maatschappelijk verschil maken elkaar helemaal niet hoeven uit te sluiten. Ze laten zien hoe het Vlaamse cultuurveld zijn aanvankelijke scepsis voor Bert Anciaux’ voortdurende pleidooi voor participatie en interculturaliteit na vijftien jaar helemaal heeft laten varen. En bovenal: dat al die populistische aanvallen op ‘de kunsten in hun ivoren toren’ nog in een vorig tijdperk zijn blijven hangen. Zij lijden aan een verouderd kunstbeeld.

Het laatste monument?

Eén categorie binnen de Ultima’s is wel altijd redelijk immuun gebleven voor al die culturele verschuivingen: die voor Algemene Culturele Verdienste. Met laureaten als Gerard Mortier, Hugo Claus, Raoul De Keyser, Sigiswald Kuijken, Jan Hoet, Anne Teresa De Keersmaeker, Jan Decleir, Guy Mortier, Alain Platel, Ivo Van Hove, Raf Simons, Viviane De Muynck en Jan Decorte & Sigrid Vinks is die Ultima altijd sterk blijven geloven in het modernistische ideaal van het individuele genie.

Tuymans toonde de hele culturele transformatie in één ultiem gebaar.

Maar ook daarmee rekende Luc Tuymans dit jaar genereus af, door zelf weg te blijven, zijn lege plek te laten oplichten door twee dansers van Let’s Go Urban (zelf al laureaat Amateurkunsten in 2010) en zijn prijs van 20.000 euro aan hen over te dragen. Het was die hele culturele transformatie in één ultiem gebaar.

Prijzen zijn wél politiek

Net daarom is het zo jammer dat van deze selectie enkel tomatenpuree dreigt over te blijven. De uitreiking was nog niet voorbij of de camera draaide al van de laureaten en hun verdiensten naar het boegeroep en de rijpe vruchten die de dienstdoende minister over zich kreeg. Het vervolg viel te verwachten: een kransje commentaren gaande van een snerende tweet van Vlaams Belang richting ‘de culturele elite’ (‘dit zijn dan de bruggenbouwers die het altijd hebben over onverdraagzaamheid, polarisatie en hoe rechts dat in de hand werkt’) tot een bijna gênant apolitieke Bart Peeters die dat soort boegeroep in De Afspraak ‘echt heel akward’ vond voor de toffe sfeer, want ‘muzikanten horen sowieso niet graag boegeroep en het voegt ook niets toe aan het debat’. Waarop het debat toch gewoon bleef doorgaan over het boegeroep.

Natuurlijk gaat zo’n prijsuitreiking niet alleen over showbizz en net wél over politiek

Natuurlijk gaat zo’n prijsuitreiking niet alleen over showbizz en net wél over politiek, beste Bart. De politieke kwestie is precies dat er met de nodige show 10.000 euro geschonken werd aan bijvoorbeeld de bijzondere archief- en publiekswerking van het Vlaams Architectuurinstituut als laureaat Roerend Erfgoed, terwijl het VAi op 1 januari een veelvoud van dat bedrag is kwijtgespeeld aan Jambons generieke besparingen.

Die ironie, dat is politiek. Ze is ook van alle tijden. In 2011 ontving Tapis Plein net dezelfde Cultuurprijs voor Erfgoed uit handen van Joke Schauvliege, nadat het pas al zijn zes medewerkers in vooropzeg had moeten plaatsen omdat zijn subsidies op de tocht waren komen te staan.

De politieke kwestie is dat prijsuitreikingen altijd minstens zo hard het aura van de gever dienen als het culturele kapitaal van wie de prijs krijgt. De Vlaamse Gemeenschap: trotse supporter van haar culturele veld! Daar hebben we de laatste maanden anders weinig van mogen merken. Die discrepantie, dát is politiek. Dát is wat — met een spijtig gebrek aan fantasie — die paar tomaten wilden zeggen.

De echte confrontatie

Waar de minister voor grote instellingen gaat, tonen deze prijzen vooral het belang van het kleine

Onder de confrontatie tussen Jambon en de cultuursector over zijn besparingen rust echter een nog veel diepere tegenstelling. Jambons cultuurbeleid staat bijna diametraal op de waarden achter deze Ultima’s. Waar de minister voor grote instellingen gaat, tonen deze prijzen vooral het belang van het kleine. Waar ‘excellentie’ de grote trom slaat in zijn Visienota Cultuur, danken vele laureaten hun Ultima net aan hun zin voor trage ontwikkeling of gedurfd experiment. Tegenover het grote respect onder deze Ultima’s voor participatieve initiatieven, staat Jambons brute schrapping van de subsidies voor zoveel gelijkaardige participatieprojecten eind december.

En wat met die Ultima voor Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk voor Vzw Humain, die al jaren humanitaire bijstand verleent aan de transmigranten in het vluchtelingenkamp Grand-Synthe in Noord-Frankrijk? In het huidige Vlaanderen geldt hun werking straks misschien wel als illegaal.

Dát was wat deze uitreiking van de Ultima’s scherpstelde: hoe het culturele veld meer en meer weg evolueert van de witte en klassieke cultuurvisie waar het beleid steeds meer naartoe evolueert. De kunst van samen tegenover de kunst van snijden, met of zonder tomatenpuree: dat worden nog boeiende jaren…