Dossier: 
Wat als we de twee recente klimaatrapporten als basis hanteren voor de verschillende beleidsverklaringen?

De verkiezingen zijn voorbij. Tijd voor klimaatbeleid

CC0

De pijnlijke realiteit van het krachteloze klimaatbeleid dat de voorbije vijf jaar in Vlaanderen gevoerd werd, is dat we amper verder staan dan 25 jaar geleden en er dus in realiteit op achteruit zijn gegaan. Dit vertaalt zich in twee grafieken die weinig ruimte laten aan twijfel of verbeelding. Tegen 2020 moet Vlaanderen 15,9 procent minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. We zijn erin geslaagd het volume met 0,6 procent te verminderen. Zowel in de sectoren die door de Vlaamse klimaatadministratie worden opgevolgd als in de industrie die onder het Europees emissiesysteem valt (ETS).

Grafiek 1: broeikasgasemissies Vlaanderen (Mton CO2 eq) — opslitsing per broeikasgas

© Vlaamse Milieumaatschappij

Broeikasgasemissies Vlaanderen (Mton CO2 eq) — opslitsing per broeikasgas

Grafiek 2: broeikasgasemissies Vlaanderen (Mton CO2 eq) — opsplitsing ETS en niet-ETS

© Vlaamse Milieumaatschappij

Broeikasgasemissies Vlaanderen (Mton CO2 eq) — opsplitsing ETS en niet-ETS

De opeenvolgende Vlaamse regeringen hebben steeds de neiging gehad de klimaatontwrichting af te wikkelen volgens boekhoudkundige principes – wat hier niet lukte, werd elders aan propere lucht aangekocht – of door het op de schouders van liefst individuele burgers af te wentelen. Liever dan pertinente maatregelen te nemen – denk aan de geamputeerde betonstop, het afserveren van statiegeld, het geflipflop over rekeningrijden, het taboe rond de afbouw van de veestapel of het totaal gebrek aan bosbeleid – werd er gegrossierd in proefprojecten, in sensibiliseren en in verleiden.

Gele hesjes zijn geen gevolg van klimaatbeleid, wel van ondoordacht beleid vermomd als klimaatmaatregelen

Ondertussen heeft onderzoek aangetoond dat het hameren op individuele gedragswijzigingen als aanpak voor een allesomvattend probleem net het tegengestelde effect heeft: mensen vinden snel dat ze al genoeg doen en dat het nu aan iemand anders is om een steen bij te dragen. Klimaatbeleid heeft een gezamenlijke aanpak nodig, waarbij industrie, overheid en burger elk hun verantwoordelijkheid dragen, maar waarbij de kosten eerlijk en evenredig verdeeld worden. Gele hesjes zijn geen gevolg van klimaatbeleid, wel van ondoordacht beleid vermomd als klimaatmaatregelen.

Klimaatakkoord ligt klaar

Het goede nieuws is dat alle betogingen voor en oproepen tot een meer ambitieus en sociaal rechtvaardig klimaatbeleid de voorbije maanden twee rapporten hebben opgeleverd waarin alle sporen voor een doordacht en grondig klimaatbeleid staan uitgelijnd. Het klimaatpanel dat op vraag van Youth for Climate werd opgericht, publiceerde een uitgesponnen visie op de ombouw van onze samenleving en in opdracht van Sign for my Future werkte een groep wetenschappers een uitgestippeld transitietraject uit naar een klimaatneutraal België in 2050.

Wat een luxe voor de komende regeringen. Het voorbereidende werk is klaar. De stapel visies, roadmaps en plannen is stilaan even hoog als onze uitstoot

Wat een luxe voor de komende regeringen. Het voorbereidende werk is klaar. Voor de zoveelste keer, zouden we kunnen schrijven, want de stapel visies, roadmaps en plannen is stilaan even hoog als onze uitstoot.

Maar wat als we deze keer de twee rapporten nu eens ernstig namen? Omdat de tijd echt dringt dat we het tij keren. Wat als we ze als basis hanteren voor de verschillende beleidsverklaringen? Of gaan we twee analyses waar bijna tachtig wetenschappers in hun vrije tijd aan meewerkten, waarvoor ze de grenzen van hun disciplines overschreden en waarvoor ze uit de veiligheid van hun wetenschappelijk veld traden zo maar naast ons neerleggen? Met welke reden, uitleg of verklaring?

Zeker als beide analyses, die we vanaf hier Klimaatpanel en Roadmap noemen, duidelijk aantonen dat talmen al lang geen optie meer is, dat de technologie die we nodig hebben er grotendeels is en dat investeren in klimaat en natuur uiteindelijk een betere, meer rechtvaardige, gezondere en aangenamere samenleving en omgeving opleveren?

Tomas Wyns, die als natuurkundige aan de VUB onderzoekt hoe de transitie naar een emissievrije industrie eruit ziet en die aan beide rapporten meeschreef, verwoordt het zo: ‘Is de omslag waar we voor staan makkelijk of eenvoudig te realiseren? Nee, dan was ze al gebeurd. Het is een fundamentele hervorming die zeker in Vlaanderen, met onze ruimtelijke ordening, onze petrochemische cluster in de Antwerpse haven, onze intensieve landbouw moeilijk te realiseren is. Maar dit schept ook een ongeziene mogelijkheid om internationaal een voortrekkersrol te spelen. Als het onder deze omstandigheden lukt, als we in Vlaanderen de fossiele uitstoot kunnen uitfaseren, dan kan het overal en heeft niemand ter wereld nog een argument om het niet te doen.’

Vlaanderen en België als lichtend voorbeeld. Welke regering wil daar nu niet mee aan de slag of mee uitpakken? De principes om er te geraken, lopen in beide rapporten opvallend gelijk. Er mag geen open ruimte meer worden ingenomen, elektrificatie van alle sectoren staat centraal, ons mobiliteitssysteem moet hertekend worden, eerst energie besparen dan inzetten op de uitbouw van een intelligent netwerk van hernieuwbare energie, waarbij elektrische (deel)auto’s als opslag kunnen dienen, een circulaire economie waar hergebruik van grondstoffen en het koppelen van industriële processen centraal staat en waarbij recyclage de laatste stap is en een landbouw die geen klimaatprobleem meer is maar een klimaatoplossing wordt door een geleidelijke afbouw van de veestapel en door in te zetten op een levendige en gezonde bodem.

Geen betonstop, maar betonshift

Een schets van hoe de toekomst er kan uitzien, als je de rode draden uit de rapporten met elkaar verbindt: een woonkern bestaande uit een mix van hoog- en laagbouw, met daktuinen, stadstuinen, parken en wild groen. Alle voorzieningen liggen op wandel- en fietsafstand. Voor langere afstanden zijn er treinen of deelauto’s, en mobiliteitsknooppunten maken het onderweg makkelijk om over te stappen op een ander vervoersmiddel. Het stedelijke gebied is omgeven door op de stad gerichte boerderijen die een zeer divers aanbod aan groenten, peulvruchten en graangewassen telen, verderop natuur en bos. De lucht is er fris, zelfs in de stad kan men opgelucht ademhalen.

Dat beeld is waar zowel de Roadmap als het Klimaatpanel naar streven. Alle voorstellen die ze in hun rapporten doen, werken het beste als ze in hun geheel worden ingevoerd, omdat ze elkaar versterken.

Om dat ideaal voor elkaar te krijgen, staan beide rapporten achter een onmiddellijke betonstop, of beter: betonshift. Er mag enkel nog gebouwd en verbouwd worden in kerngebieden. Geen uitbreiding van de lintbebouwing, geen verdere inname van de open ruimte. Goed voor de natuur, goed voor de mobiliteit omdat men op termijn dichter zal wonen bij werk, ontspanning of voedingshub. Deze betonshift is een prioriteit voor om het even welke coalitie. Zonder is een doeltreffend klimaatbeleid amper mogelijk.

Van de 10.000 hectare bos die sinds 2000 beloofd zijn, is amper een hectare gerealiseerd

De uitstoot van mobiliteit in Vlaanderen stijgt jaar na jaar; bovendien heeft analyse van Bos+ onlangs nog maar bewezen dat van de 10.000 hectare bos die sinds 2000 beloofd zijn, er amper een hectare gerealiseerd is. In tegendeel: het bos verloor nog terrein in Vlaanderen. Al is bebossen volgens het Klimaatpanel niet voldoende. Wie zowel de klimaat- als de biodiversiteitcrisis wil aanpakken, zet in op meer ruimte voor de natuur. Op dit moment is die door onze kwistige inname van de open ruimte sterk versnipperd. Door alle natuur in Vlaanderen met elkaar te verbinden met zwarte corridors – groene zones waarin de nachtverlichting gedoofd wordt – ecoducten en bijkomende natuur, versterk je niet alleen de veerkracht van het landschap tegen de effecten van klimaatverandering, maar geef je soorten die onder druk staan ook meer levensruimte.

Minder energie, meer isoleren

Een versnelde renovatiegraad is een andere prioriteit. Beiden rapporten schuiven emissievrije woningen naar voren. Door hierin massaal te investeren en ervoor te zorgen dat dit zowel betaalbaar en zinvol is voor huur- als noodkoopwoningen, zoals Nederland ambieert met de Stroomversnelling, daalt het energieverbruik niet alleen drastisch, maar weegt ook de energiefactuur minder zwaar door voor de laagste inkomens. Zeker in de manier waarop een overheid de renovatie van gebouwen aanpakt, zitten volgens de auteurs van het Klimaatpanel kansen om de transitie sociaal rechtvaardig door te voeren.

Maar de ambitie moet volgens de beide rapporten verder reiken dan emissievrij. Onze woningen moeten vooral fossielvrij zijn. Dit door in te zetten op gemeentelijke warmteplannen, op warmtepompen, maar vooral door een globale aanpak die verder springt dan de gebruikelijke proeftuin.

Het Klimaatpanel benadrukt ook het belang van groepswonen, gedeelde ruimtes en andere financierings- of eigendomsmodellen. Door in te zetten op woningcoöperaties en flexibele bouwrechten hoopt het rapport mensen in staat te stellen om in verschillende levensfasen makkelijk van woning te wisselen. Op die manier kunnen woningen optimaal benut worden naargelang de noden van de bewoners.

Meer delen, minder rijden

Mobility as a service. Zo kan onze mobiliteit er in 2050, en zelfs vroeger uitzien volgens de geraadpleegde mobiliteitskenners. Waarbij eigendom vervangen is door het kunnen beschikken over. Dat is het systeem. Om er te geraken zijn stuwende maatregelen nodig. Een slimme kilometerheffing, het vergroenen en uiteindelijk uitfaseren van de salariswagens: beide rapporten tonen aan dat het individuele autobezit zowel een ruimtevreter als een klimaatkiller is. Maar het heeft geen zin mensen uit een auto te jagen als het alternatief niet veel aantrekkelijker en makkelijker is. Investeren in het openbaar vervoer kan niet anders dan prioritair zijn voor een regering die klimaatbeleid ernstig neemt. Uiteindelijk zijn trams, bussen, metro’s en treinen de ultieme voorbeelden van gedeelde mobiliteit. Tegelijkertijd zien de wetenschappers ook een groeiende plek voor deelauto’s, zowel in de steden als in de kernen er rond.

Beide rapporten tonen aan dat het individuele autobezit zowel een ruimtevreter als een klimaatkiller is

De aandacht moet gaan naar de uitbouw of ombouw van fietsinfrastructuur en ruimte voor openbaar vervoer. Het Klimaatpanel legt zelfs een asfaltstop voor weginfrastructuur op tafel en zet vraagtekens bij de toekomstbestendigheid van grote wegenprojecten die nu op stapel staan. De uitbreiding van de Brusselse Ring, maar ook de Oosterweelverbinding. Hoe zinvol zijn meer dan tien rijstroken als de ambitie minder auto’s en vrachtverkeer is?

Herstellandbouw & kringloopindustrie

Te intensieve landbouw op te weinig ruimte is niet langer houdbaar. Beide rapporten wijzen erop hoe landbouw kan evolueren van probleemsector naar een sector die koolstof opslaat en zo bijdraagt aan de oplossing. Een gezondere bodem, betere landbouwmethoden, meer agro-ecologische technieken kunnen daarvoor zorgen, maar ook een sociaal verantwoorde afbouw van de veestapel is nodig. Van exportsector zal de landbouw moeten evolueren naar een sector die voor een groot deel de lokale markt voedt. Dit geldt in twee richtingen: door minder (dieren)voeders te importeren en door minder te exporteren, wordt transport vermeden. Om ook daar de vergroening af te dwingen wil de Roadmap lage emissiezones in de grote havens invoeren.

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt het komende jaar hervormd. Er ligt een enorme kans om van hieruit boeren te steunen die willen inzetten op herstellandbouw, landbouw die zowel de bodem herstelt als de band met de klant, of die in hun praktijk de zorg voor de natuur willen integreren.

De analyses zijn duidelijk. Iedere industriële investering die nog gebeurt, moet kunnen bewijzen dat ze tegen 2050 emissievrij is of in staat is de uitstoot netto tot nul te brengen

Tot slot de industrie. De analyses zijn duidelijk. Iedere industriële investering die nog gebeurt, moet kunnen bewijzen dat ze tegen 2050 emissievrij is of in staat is de uitstoot netto tot nul te brengen. Vanuit deze optiek is het wenselijk vraagtekens te plaatsen bij subsidies en risicogaranties voor een fabriek als Ineos die met Amerikaans schaliegas plastic korrels wil produceren in de Antwerpse haven.

Circulariteit en hergebruik zullen kernwoorden zijn voor de industrie van nu die de industrie van de toekomst hoopt te zijn. Drie begrippen staan daarbij volgens de wetenschappers centraal: vermijden van nieuwe grondstoffen, hergebruiken van grondstoffen en pas in laatste instantie: recyclage. In ieder geval kunnen we er niet omheen dat producten geproduceerd worden om mee te gaan, om hersteld te worden en om hergebruikt te worden. Dat zouden de voorwaarden moeten zijn voor industriële processen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Op die manier hoopt het Klimaatpanel dat recyclage zoveel mogelijk voorkomen wordt, omdat recycleren nog steeds een intensief proces is. Hoewel het wel te verkiezen blijft boven weggooien. De circulaire economie zal zich niet alleen beperken tot eindproducten. Ook fabrieken onderling kunnen bij- of restproducten uitwisselen, wat trouwens evengoed geldt voor restwarmte.

Nieuwe politiek

Klimaat overstijgt iedere bevoegdheid en vergt een herinrichting van onze besluitvorming. Vooral het Klimaatpanel hamert hierop. Geen staatkundige ombouw op basis van taal wel op basis van klimaat. Het legt hiervoor een aantal ideeën op tafel. Van een klimaatintendant over burgerpanels tot een expertencommissie. Het lijkt in ieder geval aangewezen klimaatmaatregelen beter te onderbouwen dan tot nu is gebeurd.

Een aantal zaken zijn duidelijk en noodzakelijk. Die betonshift, die mobiliteitsshift, die landbouwomslag, die energietransitie. Maar om te weten wie de rekening betaalt en wie de voordelen plukt, is een structurele opvolging en bijsturing nodig. Met duidelijke streefdoelen en tussendoelen. Vijf jaar treuzelen en sensibiliseren heeft geen zin. Niet voor klimaat, niet voor biodiversiteit. Laat dat vooral duidelijk zijn. En vooral, heb de moed om de politieke verschillen te overstijgen. De plannen liggen klaar, creëer als politici het kader om ze zo snel en goed mogelijk uit te voeren waarbij mensen even snel de lusten ervaren als de onvermijdelijke lasten van de overgang.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's