Vier Zuidoost-Aziatische megasteden en hun strijd tegen stijgende oceanen

Dijken beschermen kuststeden, maar verdringen de armen

© Reuters / Dindi Tawatao

‘Mensen worden niet naar een veiligere plek gebracht om hen te beschermen tegen gevaar. Ze worden gewoon verplaatst van de ene risicozone naar de andere.’

Jakarta, Manilla, Ho Chi Minhstad en Bangkok: vier Zuidoost-Aziatische megasteden die de druk van de klimaatverandering heel acuut voelen. Elke stad telt minstens acht miljoen inwoners in een laaggelegen delta die bedreigd wordt door snelle verstedelijking, verzakkende ondergrond en stijgend oceaanwater.

Wanneer er oplossingen voorgesteld worden, staan sloppenwijken altijd in de kolom oorzaken van de problemen. Al te vaak blijkt de retoriek van klimaataanpassing een soort dubbelspraak voor het verwijderen van armen, terwijl ze een alibi levert voor volgehouden, niet-duurzame groei.

Overstromingen in Bangkok, Thailand

Je hebt geen uitzonderlijke regens nodig om catastrofale overstromingen te krijgen. Dat stelde de Thailandse hoofdstad Bangkok vast eind 2011. Industriële ontwikkeling in de overstromingsgebieden, grondverzakkingen als gevolg van grondwaterwinning en slecht beheer van dammen stroomopwaarts van de Chao Phraya-rivier leidden dat jaar tot overstromingen die 800 mensenlevens kosten en 13 miljoen andere mensen troffen.

De hoofdstad zelf bleef grotendeels gespaard omdat ze beschermd werd door een gordel van dijken, maar het overtollige water leidde tot des te meer onheil in de districten die buiten die beschermingsmuur lagen. De gebieden die opgeofferd werden, stonden wekenlang onder water, maandenlang zelfs.

Uiteindelijk zakten woedende overstromingsbendes af naar de beschermde zones, waar ze sluizen openden of gaten sloegen in de wallen van zandzakken. Maar de toenmalige premier van Thailand vroeg hen te denken aan het hogere nationale belang. Want als het stadscentrum zou overstromen,’ zei ze, ‘zouden buitenlanders zich afvragen waarom we zelfs onze hoofdstad niet kunnen beschermen, en dus hun vertrouwen in ons verliezen.’

Daarmee maakte Yingluck Shinawatra duidelijk dat veel van wat doorgaat als veerkracht tegenover klimaatverandering eigenlijk neerkomt op het geruststellen van mondiale investeerders en het veiligstellen van internationale productieketens. Duizenden soldaten werden ingezet om de stormvloedkeringen rond Bangkok te beschermen. Hun opdracht was om de veerkracht van de stad manu militari af te dwingen.

Jakarta, Indonesië

Veertig procent van de Indonesische hoofdstad Jakarta ligt onder de zeespiegel, terwijl de vervuilde rivieren en koloniale kanalen geregeld buiten hun oevers treden. De overstromingen van 2007, toen 300.000 inwoners geëvacueerd werden, waren een nieuwe impuls om de stad beter tegen het dreigende water te beschermen.

Een internationaal team onder leiding van de Nederlandse ontwerpbedrijven Witteveen+Bos en Grontmij stelden een grootschalige oplossing voor die vandaag bekendstaat als ‘De Grote Garuda’, omdat de ring van kunstmatige eilanden rond Jakarta leek op de mythologische vogel Garuda, die ook het nationale symbool van Indonesië is. Het plan zou grotendeels gefinancierd worden door privéontwikkeling op de nieuwe eilanden – waaronder een nieuw Central Business District, waar tot anderhalf miljoen mensen zouden gaan wonen.

© Reuters / Beawiharta

Het dringendste probleem voor Jakarta is niet de stijgende zeespiegel, maar de verzakkende grond als gevolg van snelle verstedelijking, industrialisering en stijgend grondwaterverbruik.

‘Klimaataanpassing is nooit een win-winscenario’
Auteur Lizzie Yarina is hoofd van het Urban Risk Lab aan het Massachusetts Institute for Technology (MIT) en is zeker niet tegen klimaatplanning.
‘Uiteraard moeten we werk maken van sociaal en ecologisch gezonde steden en landschappen, en de ingrepen van planners en ontwerpers kunnen ons helpen om ons voor te bereiden op een onzekere toekomst. Maar we moeten alert zijn voor de taal en de grote verhalen die we naar voren schuiven, zeker als het gaat om oplossingen in culturele contexten die van de onze verschillen.
Klimaataanpassing is nooit een win-winscenario, het is een onderhandeling over concurrerende prioriteiten. En we moeten beseffen dat sommige daarvan helemaal niets met veerkracht vandoen hebben.’

Victor Coenen, projectmanager voor Witteveen+Bos, beschrijft die Grote Garuda als een volledige inpoldering van Jakarta, waardoor de baai van Jakarta een gigantische badkuip wordt, gescheiden van de Javazee. Dat betekent ook dat het water van de rivieren in deze baai zal bezinken en in de oceaan gepompt moet worden.

Het project werd ingekrompen tot een ring van slechts dertig kilometer, uit angst voor geconcentreerde vervuiling en verhoogde risico’s op overstromingen buiten de Garuda. Daarvoor moeten eerst 2300 gebouwen of structuren verwijderd worden en zullen zo’n 200.000 inwoners van kampungs moeten wijken. Kampungs zijn de stedelijke dorpen in en rond Jakarta.

Het dringendste probleem voor Jakarta is trouwens niet de stijgende zeespiegel, maar de verzakkende grond.

Volgens Sandyawan Sumardi van het burgerplatform Ciliwung Merdeka worden veel inwoners van de kampungs van de ene uitzetting naar de volgende gedreven, omdat er steeds meer nederzettingen opgeofferd worden. Volgens hem zijn er families die al achtmaal uitgezet zijn. Nadat de kampung platgelegd is, blijken er weinig plannen om de overstromingsgebieden ook echt beter te beheren. Het Pluit-reservoir is intussen een ‘zwarte lagune’ geworden, vol puin, afval en overwoekerd door waterhyacint.

Het dringendste probleem voor Jakarta is trouwens niet de stijgende zeespiegel, maar de verzakkende grond. Het gevolg van snelle verstedelijking, industrialisering en stijgend grondwaterverbruik. Als je in Pluit langs de zeedijk loopt, sta je op dezelfde hoogte als de boten in de haven, maar een verdieping hoger dan het bruisende kampungleven aan de andere kant, dat uiteraard onderloopt bij hevige regens of springtij.

Maar projecten om daar wat aan te doen, kunnen niet verkocht worden als klimaataanpassingsmaatregelen, zoals polders, dijken en het vrijmaken van waterwegen. En dus krijgen die projecten duidelijk minder prioriteit.

Verzakkingen in Manilla, Filipijnen

De Filipijnse hoofdstedelijke regio Manilla, waar zo’n 24 miljoen mensen samenwonen, verzakt wel vijf centimeter per jaar. Toch komt hier het grootste gevaar van op zee, door de tientallen orkanen en stormen die de stad jaarlijks aandoen – met de bijbehorende stormvloeden. Alle voorspellingen geven trouwens aan dat die stormen krachtiger en minder voorspelbaar zullen worden.

‘Mensen worden niet naar een veiliger plek gebracht. Ze worden gewoon verplaatst van de ene risicozone naar de andere.’

Manilla kreeg in 2012 een overkoepelend plan dat voorziet in dammen en dijken, het schoonmaken van kanalen, de bouw van nieuwe pompstations en ‘het hervestigen van informele nederzettingen die de waterwegen verstoren’.

Het masterplan kost acht miljard dollar en wordt geleid door Joop Stoutjesdijk, een Nederlandse irrigatie-ingenieur die voor de Wereldbank werkt.

De lokale bestuurders werden uitgenodigd op een studiereis naar Nederland om te zien hoe de vernieuwende aanpak van ‘ruimte maken voor de rivier’ werkt. Maar vertaald naar Manilla betekent deze visie een radicale hertekening van de relatie tussen stad en rivier. Traditioneel vingen Filippino’s het overstromingsgevaar niet op door zich te verwijderen van het water, maar door aangepaste architectuur, zoals het bahay kubo-huis, dat met licht materiaal en op stelten gebouwd wordt.

Operatie Evacuatie

Het Wereldbankplan voorziet nu in het uitzetten van 125.000 huishoudens – goed voor ongeveer 750.000 mensen – die bijna allemaal uit de sloppen komen. De rijkere wijken en nieuw ontwikkelde woonprojecten in de overstromingsgebieden worden grotendeels ongemoeid gelaten.

Operatie Evacuatie begon met vrijwillige hervestiging naar plekken in de stad waar bewoners hun sociale en economische relaties konden behouden, maar schakelde intussen over op “onvrijwillige hervestiging” op plekken die twee tot vier uur verwijderd zijn van waar de mensen nu wonen. Het verzet tegen die aanpak wordt soms met militair geweld aangepakt, zoals in San Roque, waar duizend gewapende agenten de gebarricadeerde wijk binnenvielen en haar platwalsten.

Alfredo Bernarte van Urban Poor Associates (UPA) vergelijkt de hervestigingssites met vluchtelingenkampen. De uitzetting verstoort de sociale netwerken en de economische activiteiten waarrond mensen hun leven opgebouwd hebben. Dat leidt bij velen tot een snelle terugkeer naar de oude woonplek, maar dan zonder alles wat ze opgebouwd hadden.

En bovendien, zegt Bernarte, zijn de nieuwe wijken soms niet veiliger dan de oude. Dat werd duidelijk in Kasiglahan Village, waar een storm tweeduizend nieuwe woningen onder water zette. Bernarte: ‘Mensen worden niet naar een veiliger plek gebracht om hen te beschermen tegen gevaar. Ze worden gewoon verplaatst van de ene risicozone naar de andere.’

© Reuters / Andrees Latif

Industriële ontwikkeling in de overstromingsgebieden, grondverzakkingen als gevolg van grondwaterwinning en slecht beheer van dammen stroomopwaarts van de Chao Phrayarivier leidden tot overstromingen die 800 mensen het leven kostten en 13 miljoen andere mensen troffen.

Ho Chi Minhstad, Vietnam

Ho Chi Minhstad ligt aan de rand van de Vietnamese Mekongdelta, een ecologisch rijke regio van 38.850 km² met bijzonder vruchtbare bodem. Die is erg geschikt voor landbouw dankzij de sedimenten die door zijrivieren en vertakkingen afgezet worden. Mensen hebben hier van oudsher het water beheerd met kleine kanalen en dijken, en vulden hun grondlandbouw aan met drijvende rijstoogsten en visserij.

In de periode van de Franse kolonisering werden Hollandse dijken en polders meer gemeengoed. Dat werd nog versterkt in de naoorlogse jaren van Overal Rijst-campagnes. Dat heeft de stad eerder meer dan minder kwetsbaar gemaakt voor overstromingen, want de intensiteit, duur en frequentie van overstromingen in het vroegere Saigon nemen elk jaar toe, zegt Ho Long Phi, directeur van het Centrum voor Watermanagement en Klimaatverandering aan de Nationale Universiteit van Vietnam.

De komende jaren zal de stad 4,4 miljard dollar uitgeven aan overstromingsbeheersing: verbeteringen aan afvoersystemen en riolering, getijdencontrole, dijken en opvangbekkens.

Ook hier zitten de Nederlanders mee aan de knoppen, onder andere via de stedenband tussen Ho Chi Minh en Rotterdam. Er wordt hoog opgegeven van de gelijkenissen tussen de twee steden: ze zijn beiden gelegen in een grote rivierdelta, hebben een grote haven en zijn belangrijk voor het bruto nationaal product. De enorme sociale, economische en institutionele verschillen worden daarachter wat verborgen gehouden.

Het oorspronkelijke plan om de overstromingen te beheersen, had een ringdijk van 172 km, met een kostprijs van 2,6 miljard dollar, voor ogen. De hele stedelijke omgeving zou omringd worden, er zouden twaalf grote getijdenbrekers komen en kanalen zouden via sluisgaten leegstromen in zee. Het project kwam onder vuur te liggen als bewust megalomaan, om zo meer ruimte te hebben om de ambtenaren en politici te bedienen.

Het gevolg was dat twee Nederlandse bedrijven de opdracht kregen een goedkopere en wat bescheidener versie te ontwerpen. Stukken daarvan zijn in opbouw, zoals een acht kilometer lange oeverwal langs de Saigonrivier. De wal wordt gebouwd in een publiek-privaat partnerschap, waarbij de bouwonderneming landrechten in ruil krijgt. Zo’n 1500 mensen moeten hun huis verlaten en de vrees groeit dat het overstromingsgevaar zal toenemen voor de armere, rurale wijken aan de verkeerde kant van de muur.

Volgens de klimaataanpassingsstrategie moeten de dijken zoveel mogelijk ruimte laten voor de rivier en haar overstromingsgebieden. Dat klinkt goed, alleen is het maar de vraag wat “zoveel mogelijk” is. En dat hangt af van de bereidheid van de overheid om de grondrechten van duizenden mensen te erkennen.

We praten veel over veerkracht, maar weten niet wat we ermee bedoelen.

Bangkok: bedrijven eerst

De eerste reactie op de overstromingen van 2011 was niet de bouw van beter aangepaste woningen, maar het versterken van verdedigingsinfrastructuur in industriële gebieden – om te voorkomen dat investeerders zouden vertrekken. Nochtans is meer beton een recept voor grotere problemen, want het water keert zeker terug in deze vlakte.

Het grote Chao Phraya for All-project, met zijn 57 kilometer oeverwallen, zal tientallen gezinnen hun woning kosten. Critici vrezen dan ook dat het project mensen juist verder zal verwijderen van de rivier en dat het de kansen op overstromingen alleen doet toenemen. Dat tonen eerdere ervaringen met dijken al aan.

Apiwat Ratanawaraha, docent Planning aan de Chulalongkorn-universiteit, zegt dat het militaire regime (net als de verkozen regeringen in het verleden) overstromingen ziet als een kwestie van waterinfrastructuur. Er is veel te weinig aandacht voor het complexe web aan sociale en ruimtelijke factoren dat daarrond gespannen is.

Intussen is de Chao Phraya-rivier al geprangd tussen tachtig kilometer vloedkeringen en moet een pompsysteem het stedelijke waternetwerk in evenwicht houden – zolang er stroom is. Architect Dungrit Bunnag stelt dat het megaproject helemaal niet bedoeld is om de stad veerkrachtiger te maken, maar om corrupte ontwikkelaars en ambtenaren een voorwendsel te geven om hun zakken te vullen.

Water mag blijven, mensen niet

‘We praten veel over veerkracht, maar weten niet wat we ermee bedoelen. Of ten minste: we bedoelen er heel verschillende instrumenten, ideeën en praktijken mee om milieurisico’s aan te pakken. En elke verbeelding heeft een politieke lading, al wordt die meestal aan het oog onttrokken door het gedepolitiseerde jargon van bureaucratische rapporten en klimaataanpassingsprojecten.’

Een voorbeeld daarvan is het Thủ Thiêm Nieuwe Stedelijke Zone-project in Ho Chi Minhstad. Het Sasaki-plan voor het moerassige schiereiland tegenover het stadscentrum ‘incorporeert het natuurlijke landschap van de delta en haar rivierfluctuaties in het stedelijke weefsel en behoudt de natuurlijke vegetatie’. Het klopt dat er veel watergebied overblijft in de plannen: tussen de spaakgewijs ingeplante woonblokken werden waterwegen en groene ruimten geweven. Wat niet behouden werd, zijn de 14.600 gezinnen die nu thuis zijn in Thủ Thiêm.

Wat de verbeelding van veerkracht zou moeten zijn, is in feite de verbeelding van groei. Het plan voor Ho Chi Minhstad wordt aangeprezen als win-win, want ‘de ruimte boven op de dijken kan, met het zicht op de rivier, gebruikt worden om stedelijk te ontwikkelen’. Dat spoort met de vaststelling dat bedrijven en ontwikkelaars bijna nooit gevraagd wordt hun belangen op te offeren om de stad of de staat te beschermen tegen stormen, overstromingen of andere klimaatrampen. Nochtans is hun bijdrage aan de milieuproblemen in deze deltasteden onmiskenbaar en groot.

De lasten van aanpassing aan klimaatverandering of ecologische risico’s wordt enkel op de schouders gelegd van degenen die hem het minst kunnen dragen.

In de Filippijnen stelt de overheid dat 20.000 mensen zonder verblijfsrecht ‘zich bevinden vlak bij de belangrijkste waterwegen, waardoor ze het welzijn van 2,2 miljoen burgers van Metro Manilla in gevaar brengen’. Geen woord over de bedrijven en warenhuizen die zich, dankzij een gebrekkige regelgeving, aan de waterwegen gevestigd hebben. Ook niet wanneer de overheid in hetzelfde document vaststelt dat 41 procent van alle kreken en zijriviertjes spookwaterwegen geworden zijn of helemaal verdwenen.

En in Jakarta worden de kampungs geruimd, terwijl de stad wegzakt onder het gewicht van de bedrijven en de hoogbouw. De 170 megamarkten van Jakarta hebben gigantische hoeveelheden ruimte verhard en de bedrijven onttrekken veel meer grondwater aan de ondergrond dan de bewoners. Maar de lasten van aanpassing aan klimaatverandering of ecologische risico’s wordt enkel op de schouders gelegd van degenen die hem het minst kunnen dragen.

Stadsplanning als platform

De verbeelding van verzet kan de aanzet tot een nieuw ontwerp worden. Architect Kian Goh gebruikt de term ‘tegenplan’ in haar doctoraalscriptie, A Political Ecology of Design (die je hier kan lezen en downloaden). In Jakarta gingen de kampungbewoners die uitgesloten werden door de stadsplanners aan de slag met architecten en universiteiten om alternatieven uit te tekenen.

Ook in Manilla werkten de slopbewoners, met de steun van UPA, een alternatief plan uit om hun stedelijke dorp beter bestand te maken tegen overstromingen en aardbevingen. Hun voorstel om kleurrijke, energie-efficiënte appartementsblokken van drie hoog te bouwen, werd goedgekeurd. Op die manier, zegt Goh, wordt ‘planning een platform voor het organiseren van mensen’. Megaprojecten vormen één mogelijke manier om het probleem van veerkracht aan te pakken, tegenplannen benadrukken het feit dat klimaataanpassing een ruimte is waarover onderhandeld moet worden, geen vaststaand gegeven.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Klimaataanpassing is democratisch terrein

We hebben behoefte aan meer tegenplannen die stem geven aan de kwetsbaren, die lokale kennis waarderen en alternatieve modellen van veerkracht ontwikkelen. Dat betekent niet dat Grote Plannen om ecologische risico’s op te vangen of af te wenden nooit deugen. Klimaatverandering maakt het onvermijdelijk om radicaal anders te denken over de manier waarop we steden bouwen en veranderen.

Alleen mogen we de conceptualisering van de verandering niet alleen overlaten aan leiders en experts. Klimaataanpassing is geen technocratisch, maar een democratisch terrein, met concurrerende verbeeldingen en belangen.

Wanneer planners en ontwerpers helemaal op de lijn zitten van conventionele klimaataanpak en technische ontwikkelingsvisies, gummen ze de gemeenschappen die niet hun directe klanten zijn weg uit de tekening. Maar veerkracht is geen technisch gegeven, het is sociaal en politiek. Als ze niet onderhandelen met de burgers en gemeenschappen die getroffen worden door hun werk, eindigen ze met het bouwen van waterkeringen die, zoals in Bangkok, met de wapens verdedigd moeten worden.

Auteur Lizzie Yarina is hoofd van het Urban Risk Lab aan het Massachusetts Institute for Technology (MIT).
Dit is een verkorte bewerking van
Your Sea Wall Won’t Save You door Lizzie Tarina, oorspronkelijk gepubliceerd in Places Journal.

Dit artikel werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift