Een nederzettingenpolitiek als voorbeeld voor de hele wereld

De manier waarop Oeganda omgaat met de grote instroom van vluchtelingen wekt wereldwijd aandacht en bewondering. Een arm land dat 1,2 miljoen vluchtelingen onthaalt door ze meteen rechten en zelfs landbouwgrond te geven: je moet het maar doen. Gie Goris was op het terrein om “het Oegandese model” van dichterbij te bekijken.

CC Gie Goris (BY NC 2.0)

Margareth, een Zuid-Soedanese vluchtelingen in Bidibidi, Noord-Oeganda

De trip gaat naar het noordwesten van Oeganda, ter hoogte van het drielandenpunt waar Oeganda, Zuid-Soedan en de Democratische Republiek Congo elkaar raken. Deze regio is geïsoleerd, slecht ontwikkeld en dun bevolkt. Sinds de dictatuur van Amin werd hij gebruikt als uitvalsbasis voor rebellenbewegingen, en over de Nijl was ook het gewelddadige Lord’s Resistance Army jarenlang actief. Vandaag zijn de ogen van Afrika en de wereld opnieuw op dit afgelegen gebied gericht, nu er het ene na het andere vluchtelingenkamp opgericht wordt en volloopt. Wij zijn op weg naar Bidibidi, dat meestal omschreven wordt als het tweede grootste vluchtelingenkamp op Afrikaans grondgebied.

Vluchtelingen in Oeganda

1.252.470 vluchtelingen en asielzoekers

898.864 uit Zuid-Soedan
227.413 uit DR Congo
45.993 uit Burundi
42.826 uit Somalië
17.147 uit Rwanda
20.227 uit andere landen

In het noordwesten vangen de districten Arua, Yumbe, Moyo en Adjumani samen 832.230 vluchtelingen op.

In Yumbe is op dit moment al 1 op 3 inwoners vluchteling, in Adjumani 57% en in Moyo 53%.

Cijfers: UNHCR; 1 mei 2017

Als het bezoek alvast één zaak leert, dan is het dat de term vluchtelingenkamp beter niet gebruikt wordt. Niet omdat er geen vluchtelingen zijn, maar omdat er geen kamp is. Bidibidi heeft geen omheining. Het is geen omgeving waarbinnen de vluchtelingen beschermd worden én beperkt in hun bewegingsvrijheid en in hun levensopties. Bidibidi is een streek van zowat 250 km² waar tussen de bestaande dorpen met kerken en moskeeën nieuwe dorpen ontstaan omdat de vluchtelingen bij registratie een lapje grond krijgen waarop ze een onderkomen kunnen bouwen, waarop ze groenten kunnen telen, waarop ze met andere woorden meteen opnieuw kunnen proberen een eigen bestaan uit te bouwen.

De kinderen kunnen naar school, waar ze weliswaar terechtkomen in overbevolkte klassen, en de toegang tot de gezondheidszorg is voor de nieuwkomers dezelfde als voor de traditionele bewoners – wat ook betekent dat de gezondheidszorg veel te wensen overlaat. Dat deze politiek van vluchtelingennederzettingen enorme voordelen heeft op het vlak van menselijke waardigheid en het benutten van de economische potentialiteiten en menselijke capaciteiten, behoeft nauwelijks argumentatie.

De aanpak is ook kwetsbaar, natuurlijk. Dat bleek in Moyo, het district van waar ons 12-reizigersvliegtuigje bij valavond richting hoofdstad vertrok. Enkele uren voordien werd een dorpje vlakbij aangevallen door een militie die volgens de berichten deel uitmaakt van de regerende SPLA in Zuid-Soedan. Daarbij werden 180 stuks vee geroofd en werden ook dertien Zuid-Soedanese vluchtelingen ontvoerd. De grenzen zijn hier duidelijke lijnen op landkaarten, maar veelal onzichtbaar op het terrein.

‘Oeganda’s aanpak wordt algemeen aanzien als een lichtend voorbeeld omdat hij de vluchtelingen de kans biedt om met waardigheid, onafhankelijkheid en normaliteit te leven’

VN secretaris-generaal Antonio Guterres noemde het Oegandese vluchtelingenbeleid vorige week vrijdag op de Solidarity Summit in Kampala voorbeeldig, omdat het zorgt voor een leven in waardigheid voor de vluchtelingen. ‘Dat is op heel wat plaatsen in de wereld anders. Zelfs landen die heel wat rijker zijn dan Oeganda verwerpen vluchtelingen voordat ze geholpen kunnen worden.’

‘Oeganda’s aanpak wordt algemeen aanzien als een lichtend voorbeeld omdat hij de vluchtelingen de kans biedt om met waardigheid, onafhankelijkheid en normaliteit te leven binnen hun gastgemeenschappen. Dit verhoogt hun zelfredzaamheid. De overheid voorziet individuele identiteitskaarten voor vluchtelingen boven de 16 jaar en wijst hen land toe voor shelter en landbouw’, schrijft het kabinet Ontwikkelingssamenwerking in een briefing.

President Yoweri Museveni stelde die aanpak vorige week vrijdag, op een internationale conferentie in de hoofdstad Kampala, voor als een evidente consequentie van Afrikaanse broederlogica, geworteld in heel oude tradities. Want mensen die wegtrekken uit hun woongebied om zich te onttrekken aan slechte heersers, dat behoort volgens Museveni net zo zeer tot de Afrikaanse tradities als het feit dat die “bannelingen” elders een nieuw bestaan konden opbouwen.

CC Gie Goris (BY NC 2.0)

Een project, gesteund door de Belgische OS, om vluchtelingen via korte opleidingen meer kansen te geven op de arbeidsmarkt

De Oegandese regering zegt op de website van die Solidarity Summit dat de vluchtelingen papieren krijgen en meteen recht hebben om te werken, eigendom te verwerven en een zaak te beginnen. Bovendien, zegt de regering, investeert Oeganda flink in bescherming, registratie, documentatie, veiligheid, onderwijs, gezondheidszorg en weggennet voor de vluchtelingen. Oeganda heeft zijn vluchtelingenbeleid ook een formele plek gegeven in zijn nationale ontwikkelingsplan, onder het hoofdstuk Settlement Transformative Agenda (STA).

‘Oeganda’s benadering van de vluchtelingenproblematiek ziet vluchtelingen als economische actoren die hun eigen bijdrage kunnen leveren aan de economische ontwikkeling van de streek waarin ze opgevangen worden’, stelt het kabinet OS over die STA. ‘Het koninginnenstuk van het vluchtelingenbeleid bestaat uit het toebedelen van landbouwgrond aan de vluchtelingen om hen in staat te stellen deel te nemen aan de voedselproductie. De STA werd vertaald in de Refugee and Host Population Empowerment (ReHoPE) strategie. Hierin wordt onder meer toegezien dat ingezette middelen voor vluchtelingen ook de gastgemeenschappen ten goede komt.’

Van elke 100 euro die humanitaire organisaties voorzien voor de opvang en sociale zorg voor vluchtelingen, moet 30 euro naar de verbetering van sociale dienstverlening van de lokale bevolking gaan

Dat laatste heet op het terrein de dertig-procent-regel: van elke honderd euro die humanitaire organisaties voorzien voor de opvang en sociale zorg voor vluchtelingen, moet dertig euro naar de verbetering van sociale dienstverlening van de lokale bevolking gaan. Die structurele voordelen zorgen er tot nu ook voor dat die lokale gemeenschappen bereid zijn om een deel van hun gronden ter beschikking te stellen van de vluchtelingennederzettingen. Al lijkt die bereidheid af te brokkelen nu er zo veel vluchtelingen toegekomen zijn en worden de mogelijkheden om iedereen voldoende grond te geven steeds kleiner. Dat berichtte IRINnews al een jaar geleden, toen de vluchtelingenpopulatie in Oeganda nog maar de helft was van de 1,2 miljoen mensen vandaag.

Ook het kabinet Ontwikkelingssamenwerking beseft dat het model eerder een experiment is, met heel wat kwetsbare kanten. ‘Een eerste probleem voor de duurzaamheid van de STA en ReHoPE strategie is het feit dat de vluchtelingennederzettingen zich bevinden in afgelegen regio’s met een slechte infrastructuur. Bijgevolg zijn de positieve gevolgen van de brede toegang tot de Oegandese (arbeids)markt eerder beperkt. De vluchtelingen en de gastbevolking zijn in de eerste plaats afhankelijk van de lokale productie, wat de sociale en ecologische druk op de gastregio vergroot. Een tweede probleem stelt zich doordat internationale donoren vaak afhaken nadat de noodsituatie gestabiliseerd is. Bijgevolg is het moeilijk om het progressieve beleid op langere termijn te financieren.’

CC Gie Goris (BY NC 2.0)

Een 17-jarige Somalische vluchtelinge bracht een indrukwekkend getuigenis op de Solidarity Summit in Kampala. ‘Zorg ervoor dat wij onze ambities niet moeten opofferen’

Er zijn wel meer problemen met het Oegandese model, schrijft David Kigozi in een recent artikel op basis van onder andere onderzoek dat gedaan werd door het International Refugee Rights Initiative (IRRI) in het Adjumani District van Noord-Oeganda. De vrijheid van beweging is in principe bijvoorbeeld toch onderworpen aan de goedkeuring door het hoofd van de nederzetting. Daar wordt weliswaar niet strikt op toegekeken, maar het opent mogelijkheden voor corruptie en afpersing op kleine schaal.

Er is nauwelijks sprake van de economische netwerken, de inschakeling in de nationale economie en de economische zelfredzaamheid die centraal staan in het “Oegandese model”

Op een meer fundamenteel niveau, argumenteert Kigozi, worden de voordelen van de Oegandese aanpak te veel gebaseerd op onderzoek dat niet per se van toepassing is op de huidige situatie in het noorden van Oeganda, waar het voorbije jaar een explosie van Zuid-Soedanese vluchtelingen plaatsvond. Voorlopige vergelijkingen tussen het oorspronkelijke onderzoek door Alexander Betts, Louise Bloom, Josiah Kaplan en Naohiko Omata in hun boek Refugee Economies en de huidige situatie in onder andere Adjumani tonen volgens Kigozi aan dat er nauwelijks sprake is van de economische netwerken, de inschakeling in de nationale economie en de economische zelfredzaamheid die de basis vormen van de claim dat de Oegandese aanpak een model presenteert voor de rest van Afrika en wellicht voor de wereld.

Een korte toetsing van het “model” op het terrein in de grootste vluchtelingennederzetting in Bidibidi volstaat niet om een definitief oordeel te kunnen vormen over de reële impact en duurzaamheid van de Oegandese vluchtelingenaanpak. In een van de meer recente nederzettingen klaagden de vluchtelingen dat hun voedselrantsoenen al gehalveerd waren voordat ze zelf geteelde groenten konden oogsten. Zij hebben, met andere woorden, meer menselijke waardigheid dan vluchtelingen in klassieke massakampen, maar ze hebben ook honger. In een al wat meer gevestigde nederzetting op een uurtje rijden zagen de groentetuinen er een stuk weelderiger uit.

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo, die het initiatief nam voor het bezoek, is zich bewust van de kwetsbaarheid van de Oegandese aanpak. Maar, zegt hij in een interview met MO*, ‘we kunnen ons niet permitteren dat deze aanpak mislukt, want dat blijft er geen verhaal meer over van goede vluchtelingenopvang. Het klopt dus dat de internationale gemeenschap meer moet doen om Oeganda te ondersteunen, maar anderzijds moeten Oeganda en de landen van regio meer doen om het probleem aan de basis -het geweld, de burgeroorlog in Zuid-Soedan- op te lossen.’

VN secretaris-generaal Guterres had dezelfde twee klemtonen in zijn toespraak: er moet alles aan gedaan worden om een einde te maken aan de oorlog in Zuid-Soedan, én de internationale financiële steun moet omhoog. ‘Dat is geen kwestie van vrijgevigheid, maar van rechtvaardigheid. En als de inspanning van Oeganda mislukt, zal de impact op de regio enorm zijn’, besloot Guterres. Dat de grote tent met vooral aanwezigen uit Oeganda en de regio meer applaudisseerde voor de oproep voor internationale steun dan voor de oproep om een einde te maken aan de oorlog in Zuid-Soedan, zorgde ook bij Afrikaanse journalisten voor een dubbel gevoel.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur