Terrorisme bedreigt steeds meer Afrikaanse landen

Een overheid die alleen met harde hand reageert, versterkt extremistische bewegingen

CC USAF (CC BY 2.0)

Jihadisten bezetten havenstadje in Mozambique. Voor de meeste media was het een donderslag bij heldere hemel, voor MO*lezers niet. Maar waarom lijken Afrikaanse regeringen telkens onvoorbereid als een lang aangekondigde aanslag uiteindelijk plaatsvindt? Terrorisme-expert Peter Knoope vat samen wat er mis gaat.

Half augustus werd de wereld opgeschrikt door de gebeurtenissen in Noord-Mozambique. Ook in media die anders het zuidelijk Afrikaanse land niet weten liggen werd plots melding gemaakt van de bezetting van de havenstad Mocimboa de Praia door aan IS gelieerde jihadisten. Het nieuws kwam voor velen als een donderslag bij heldere hemel. Alleen MO*lezers waren gewaarschuwd dankzij de uitstekende reportage van Arne Gillis.

Experts die zich met terrorisme in Afrika bezighouden hadden de het zien aankomen

Experts die zich met terrorisme in Afrika bezighouden hadden de gebeurtenissen al jaren zien aankomen, door de voortdurende toename van aanslagen en de invloed van terrorisme in Noord-Mozambique. Maar ondanks de waarschuwingen van die deskundigen is er niet veel gedaan om het tij te keren. Wederom heeft “early warning” niet gewerkt. Dat is niet de eerste keer.

Au suivant?

De ontwikkelingen in Mozambique zijn een schoolvoorbeeld van alles wat er mis gaat in veel Afrikaanse landen als het gaat om preventie en terrorismebestrijding. Ondanks het feit dat Burkina Faso, Nigeria, Tsjaad, Kameroen, Mali en Niger voorbeelden hadden kunnen zijn van `hoe het niet moet`, zijn er te weinig lessen geleerd door de Mozambikaanse overheid uit die ervaringen.

Het is niet ver gezicht om te vrezen dat binnenkort andere landen aan de beurt zijn: kustlanden in West-Afrika zoals Benin en Ghana of de landen in het Grote Merengebied zoals de Democratische republiek Congo. Misschien is het moment gekomen om tijdig en op de juiste manier te handelen om een verdere toename van terroristische dreigingen in West- en Centraal-Afrika tegen te gaan. Tot nu werd er niet tijdig en op basis van waarschuwingen van terrorismedeskundigen preventief ingegrepen. Bovendien loopt er ook in de aanpak nogal wat mis.

De jeugd van tegenwoordig

In veel Afrikaanse landen leeft de overtuiging dat de samenleving beschermd wordt tegen radicale predikers en fanatisme door de traditie en dominantie van de tolerantere vormen van religiebeleving en -interpretatie. Verdraagzaamheid kenmerkt de Afrikaanse culturen en samenlevingen, en dat zorgt voor de nodige weerbaarheid. Maar dat rotsvaste vertrouwen is onvoldoende terecht gebleken en heeft integendeel geleid tot doofheid voor waarschuwingen.

Verdraagzaamheid kenmerkt de Afrikaanse culturen en samenlevingen, en dat zorgt voor de nodige weerbaarheid. Maar dat volstaat niet.

Er is in veel Afrikaanse landen wel degelijk een voedingsbodem voor radicalisering en fanatisme. De ingrediënten daarvan zijn inmiddels bekend. Er is veel uitzichtloosheid onder stedelijke jongeren; er is in veel landen een kloof tussen de ouderen en een jongere generatie. De jongere generatie is op zoek naar maatschappelijke posities en morele en sociale waarden. Het is een zoektocht die door de toegang tot internet wordt beïnvloed en door radicale en inspirerende predikers wordt gekaapt.

In dat intergenerationele landschap hebben de veelal oudere politieke leiders geen oog voor de ontwikkelingen onder de jongeren die zij vaak afdoen als ongedisciplineerd en eigenwijs. Dat is immers `de jeugd van tegenwoordig`. Dit maakt hen doof voor early warning signalen en het zorgt ervoor dat waarschuwingen vaak niet op de juiste plaats terechtkomen.

Daardoor wordt vaak veel te laat ingegrepen. En daar waar wordt ingegrepen, zoals in Burkina Faso, Nigeria, Niger of Tsjaad gebeurt dat op een contraproductieve manier. De recente ontwikkelingen in Mali maar ook in Nigeria en Burkina Faso laten dat op een pijnlijke en verwoestende manier zien. Wat gaat er mis?

Een Noord-Zuidprobleem met koloniale wortels

Terroristische groeperingen in Afrika maken misbruik van de onvrede onder grote groepen van de bevolking om jonge mensen te rekruteren om deel te nemen aan hun strijd. Het is opvallend hoe vaak die strijd gaat tussen het noorden en het zuiden binnen Afrikaanse landen. Dat geldt bijvoorbeeld voor Burkina Faso, Nigeria, Kameroen en Mali maar ook voor Mozambique.

De spanningen tussen noord en zuid houdt in Afrikaanse landen vaak verband met het verschil in de economische basis. In de aangehaalde voorbeelden kan je grofweg stellen dat noord staat voor veeteelt en zuid voor landbouw. Dat verschil heeft verstrekkende gevolgen voor levensstijl, grondgebruik en eigendomsrechten.

Noord en zuid, veeteelt en landbouw, islam en christendom

Die scheiding valt in deze gevallen bovendien samen met een scheiding in religie. Opnieuw veralgemenend is het christendom de religie van de landbouwers en islam de religie van de veetelers. Christendom is bovendien de religie van de voormalig koloniale machthebbers die, voor hen die zich bekeerden, toegang verschaften tot onderwijs. Die toegang tot christelijk onderwijs gaf uiteindelijk ook toegang tot de politieke, economische en academische elite. Daar zit de macht. Tot overmaat van ramp wordt die machtspositie in veel landen tegenwoordig verder versterkt door fanatieke Evangelisten die gefinancierd worden vanuit de VS.

De historisch bepaalde verschillen tussen regio’s zit ingebakken in de geografische indeling van nationale eenheden in Afrika. Het continent is verkeerd ingedeeld. De landsgrenzen zijn getrokken van zuid naar noord omdat de kolonisator met de boot, dus aan de kust, aankwam en de hoofdsteden daardoor vaak aan die kust lagen.

Deze grondoorzaak en bron van politieke spanning en rekrutering door terroristische organisaties krijgt te weinig aandacht in de zoektocht naar preventie en bestrijding van terrorisme in Afrika. Daardoor kan de spanning tussen het islamitische noorden en het christelijke zuiden in landen zoals Mozambique, Nigeria en straks misschien in Benin en Ghana een steeds grotere politieke wig drijven en tot gewelddadige confrontaties leiden.

Met harde hand

In zijn algemeenheid geldt dat Afrikaanse overheden geneigd zijn oplossingen te zoeken voor terrorisme in de vorm van hard power. Omdat terrorisme geweld inzet als middel om maatschappelijke schade aan te richten, is een militaire reactie voor de hand liggend.

Elke keer weer blijkt dat het eenzijdig inzetten op de harde hand vooral escalatie tot gevolg heeft

Elke keer weer blijkt echter dat het eenzijdig inzetten op de harde hand vooral escalatie tot gevolg heeft. De geweldspiraal gaat omhoog en de oplossing wordt steeds lastiger. De voorbeelden zijn legio.

De legitimatie van gebruik van geweld door niet statelijke actoren ligt in het feit dat het monopolie op gebruik van geweld door de Staat wordt aangevochten. Dat monopolie is vastgelegd in het westerse concept van de Staat sinds het verdrag van Westfalen in 1648. Maar juist dat westerse staatsmodel is in de ogen van velen in Afrika verbonden met het koloniale en repressieve verleden.

Voor Noord-Nigerianen is de Staat, zoals vertegenwoordigd door de moderne overheid, een hedendaags verlengstuk van de westerse repressieve dominantie. De soldaat of de politieman is eenvoudigweg een nieuwe onderdrukker die de traditie van repressie voortzet. Hetzelfde geldt voor de man in de straat in Noord-Mozambique. De vertegenwoordiger van de overheid uit Maputo is eenvoudigweg niet veel beter dan de dienaar van de voormalig Portugese koloniale structuur.

Het gebruik van geweld door de Staat wordt niet gezien als legitiem maar als onderdeel van een onderdrukkend systeem

Het gebruik van geweld door die Staat wordt niet gezien als legitiem of als onderdeel van een sociaal contract maar als onderdeel van een onderdrukkend systeem, opgezet om uitbuiting en repressie mogelijk te maken. In die situatie ligt het voor de hand dat het gebruik van hard power geen oplossing biedt, maar het probleem groter maakt. Het bevestigt het bestaande beeld van een overheid die er is om met harde hand op te treden tegen de eigen bevolking.

Arm in een rijk continent

(c) Arne Gillis

Het eenzijdige geloof in hard power als panacee voor alle bestaande politieke en maatschappelijke spanningen gaat gepaard met een blinde vlek voor bestaande zwaktes in het bestuur binnen veel Afrikaanse landen.

Verdelingsvraagstukken rond de inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen vragen al decennialang om aandacht. De rijkdom concentreert zich bij een kleine toplaag die economische en politieke macht naar zich toe heeft getrokken ten koste van de grote massa`s. Ondanks het feit dat het continent rijk is aan grondstoffen, blijft de bevolking veelal arm.

Ondanks het feit dat het continent rijk is aan grondstoffen, blijft de bevolking veelal arm

Dat is volgens de Britse ngo Global Justice Now het gevolg van een netto kapitaal flow vanuit het continent in de richting van multinationals. De winst uit de mijnbouw, en zelfs van de voedselproductie, blijft niet in het continent maar verdwijnt in de zakken van de multinationale bedrijven. Dit wordt gefaciliteerd door een politieke bovenlaag die onderdeel is geworden van het internationale politieke en economische systeem.

In een aantal landen is de verwevenheid tussen bedrijfsleven en politiek zo intens geworden dat er sprake is van State Capture: de overheid loopt aan de leiband van het bedrijfsleven in plaats van andersom. De concentratie van rijkdom bij een kleine groep levert een zichtbare en frustrerende ongelijkheid op. Zelfs bij de middenklasse zorgt die relatieve armoede voor onrust.

Noord-Mozambique valt nu ten prooi aan de frustraties die dat oplevert. Mensen zien dat er natuurlijke rijkdommen zijn, ze zien de buitenlandse investeerders komen en ze weten dat de winsten wegvloeien, ze zien de toplaag binnen hun overheid daarvan profiteren en ze weten dat er niets gedaan wordt om winsten te herinvesteren ten bate van de bevolking in het eigen land.

Wanneer er vervolgens onrust ontstaat, wordt er met harde hand opgetreden. Het soft power instrumentarium om onderliggende verdelingsvraagstukken, corruptie, machtsmisbruik en misbruik van geweldsmiddelen aan te pakken, is onderontwikkeld. Ook omdat zorg voor de rechten en economische situatie aan de onderkant van de samenleving sinds de onafhankelijkheid veel te vaak is overgelaten aan VN-agentschappen, westerse donoren en ngo’s.

De baobab groeit niet in de grootstad

Maar niet alleen op het gebied van soft power is er achterstallig onderhoud. Ook de systemen die bedoeld zijn om onderlinge conflicten op te lossen hebben een nieuwe laag verf nodig.

Elke samenleving krijgt te maken met spanningen en meningsverschillen. Het is inherent aan samenleven. In de Afrikaanse context zijn daar altijd min of meer adequate lokale oplossingen voor geweest. De l`arbe de palabre heeft internationale naamsbekendheid gekregen als een soort universele Afrikaanse oplossing. Die boom kent echter vele varianten. Specifieke lokale tradities zijn belangrijk en hebben invloed op de vorm en samenstelling van deze lokale rechtbanken.

De oorspronkelijke oplossingen hebben voor jongeren en in de grootstedelijke Afrikaanse setting steeds minder relevantie

Deze oorspronkelijke oplossingen hebben voor jongeren en in de grootstedelijke Afrikaanse setting steeds minder relevantie of werken in elk geval niet meer. Dat geeft voortdurend een vloedgolf aan onopgeloste kleine of grote conflicten die elk op zichzelf niet tot politiek geweld leiden, maar die wel tot toenemende gevoelens van onrechtvaardigheid en rechteloosheid kunnen leiden.

De “moderne” (lees op westerse lees geschoeide) rechtspraak die dit vacuüm zou moeten vullen, is in veel landen ten prooi gevallen aan corruptie en machtspolitiek. Hij werkt niet of nauwelijks. De politie die voor de handhaving van de wet en regels zou moeten zorgen, wordt veel te vaak geteisterd door corruptie en gebrek aan middelen. De reflex van de overheid als er onrust over dit explosieve mengsel van rechteloosheid en misbruik ontstaat, is – alweer – het gebruik van geweld, veelal door het leger.

Structurele oplossingen, eindelijk?

De golf van terrorisme in Afrika, waarvan Mozambique het meest recente voorbeeld is, legt een aantal structurele zwaktes in de omgang met tegenstellingen en politieke spanningen van het continent bloot. Die structurele zwaktes smeken om een structurele oplossingen.

Er kan niet worden volstaan met het inzetten van gewapende eenheden om terroristen op het slagveld te verslaan

Bij het uitblijven daarvan zal elke keer weer gegrepen worden naar de meest voor de hand liggende en contraproductieve kortetermijnoplossing. Hoe noodzakelijk het stoppen van IS in Afrika ook is, er kan niet worden volstaan met het inzetten van gewapende eenheden om terroristen op het slagveld te verslaan om dan over te gaan tot de orde van de dag.

Early warning systemen, gecombineerd met effectieve vormen van conflicthantering en soft power instrumenten, gericht op het beluisteren en tegemoetkomen van de belangen van een nieuwe generatie Afrikanen, zijn de basisingrediënten voor een oplossing. Alleen in die combinatie kan de inzet van militaire middelen, complementair, ook effectief zijn.

Peter Knoope is de Senior visiting fellow van Clingendael en auteur van een boek over de grondoorzaken van terrorisme met als titel Het Westen onder vuur.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift