Dossier: 
Moslimmeerderheid in Kasjmir vreest bevolkingspolitiek van India

Kasjmir: een Palestijns scenario in de Himalaya?

© Belgaimage / Javed Dar

Een huis dat door het Indiase leger verwoest werd als represaille na een aanslag op een legerkonvooi eerder in 2019. Kasjmiri’s vrezen de bezetting, confiscatie van grond en verandering van wettelijke status.

In Indiaas Kasjmir werd de oude vrees van de moslimmeerderheid voor demografische verdringing vorig jaar nieuw leven ingeblazen toen India besliste het bijzondere statuut van de regio af te schaffen. Bij het begin van de coronacrisis werd een nieuwe domiciliewet afgekondigd en eind juni bleek dat er al 25.000 nieuwe domicilie-erkenningen afgeleverd waren. ‘De kolonisten komen eraan’, klinkt het in de vallei.

Kashmir rocks. Het had de titel van een film kunnen zijn, over demonstrerende jongeren die in de straten van Srinagar, de Kasjmirse hoofdstad, met stenen naar de politie gooien. Maar het was de ondertitel van een concert in de Tuin van de Vijf Zinnen in New Delhi.

Een serie Kasjmirse artiesten trad er op een zwoele zondagavond in maart 2011 op, voor een publiek van een paar honderd Kasjmiri pandits. Zo worden de opperkast hindoes uit Kasjmir genoemd.

De stenen trappen van het openluchttheater zaten afgeladen vol gezinnen. Die kwamen er hun Kasjmirse roots opzoeken, tegen de achtergrond van wat eerder beschaafde folk dan echte rock bleek te zijn.

Het grote succesnummer van de avond was een oud Kasjmirs gedicht, gebracht door Sumit Padwari, waarin het refrein geweven wordt rond de terugkerende mantra: ‘Ik zal niet zingen.’ Jong en oud schreeuwden mee dat ze niet zullen zingen zolang ze niet kunnen terugkeren naar de grond waar ze thuishoren, in de vallei waar alles mooier, groener en geuriger is dan in Delhi, de stad waar ze nu wonen.

De zuivering van de jaren 1990

Tienduizenden pandits verlieten in 1989 hun huizen in de Kasjmirvallei. Voorlopig, hoopten ze toen.

Dat gebeurde in de vroege dagen van de gewapende opstand tegen Delhi (zie kader), nadat een twintigtal Kasjmirse pandits vermoord werd door islamitische militanten – Pakistanen, zegden de meeste Kasjmiri’s een paar jaar later. Niemand weet of dat klopt, maar zeker is dat iedereen post factum zou willen dat de aanvallen en de daarop volgende exodus niet hadden plaatsgevonden.

Opstand tegen Delhi

Kasjmir is synoniem voor conflict, al sinds eind 1947. Toen werd het twistappel tussen de pas onafhankelijk geworden staten India en Pakistan.

De eerste oorlog om de noordelijke bergstaat Jammu&Kasjmir (van 1947 tot 1949) eindigde niet met een overwinning of een vredesakkoord, maar met een rommelig staakt-het-vuren en een verdeeld Jammu&Kasjmir.

Een tweede oorlog tussen India en Pakistan, in 1965, veranderde weinig op het terrein. En na de derde oorlog, in 1971, ditmaal om Bangladesh maar met ook gevechten in en om Kasjmir, werd de bestandslijn licht aangepast en omgedoopt tot Line of Control. Die “lijn” vormt tot vandaag de feitelijke en zwaar gemilitariseerde grens tussen India en Pakistan in het noorden.

Vanaf 1989, niet geheel toevallig het jaar dat de sovjets hun troepen terugtrekken uit Afghanistan, ontbrandt er in het door India gecontroleerde Jammu&Kasjmir een gewapende opstand tegen India. Het is een opstand tegen de manier waarop Delhi de deelstaatpolitiek mismeestert en stiefmoederlijk behandelt, en tegen het lange uitblijven van een referendum. Dat moet gaan over de toekomst van de hele, oorspronkelijke deelstaat en werd al in 1948 door de Verenigde Naties beloofd.


Het verhaal van de pandits uit Kasjmir is gecontesteerd. Niet de feiten, maar de omstandigheden zijn onderwerp van controverse. Vluchtten de pandits massaal in paniek en onder bedreiging? Of was het een politiek georkestreerde verplaatsing van mensen, om een wig te drijven tussen hindoes en moslims in Kasjmir?

Toen ik 1996 met de gerespecteerde rechter-op-rust Bahauddin Farooq over de gevluchte pandits sprak in Srinagar, reageerde hij kort: ‘Marionetten van Delhi. Poppetjes die misbruikt werden om de opstand in diskrediet te brengen, en die sindsdien verplicht worden in kampen te leven. Zodat de wereld kan zien hoe zielig het leven van de hindoeminderheid is.’

‘Deze exodus was alleen mogelijk omdat hij georganiseerd werd door de overheid zelf.’

Dat was niet hoe Santosh Shibanji, een van de vertegenwoordigers van de gevluchte Kasjmiri’s, het zag. Onder de saffraankleurige vlaggetjes van de hindoenationalistische partij BJP in Jammu zei hij: ‘Wij zijn het slachtoffer van een georkestreerde haatcampagne. Wij willen terugkeren naar Kasjmir. Wij kunnen samenleven met de moslims, want dat hebben we honderden jaren lang gedaan. Wij zijn de speelbal van de regeringen in India en Pakistan.’

In Nagrota, een vluchtelingenkamp voor pandits even buiten Jammu, gold de toenmalige gouverneur Jagmohan van Jammu & Kasjmir als de reddende engel. ‘Jagmohan was in 1990 de enige die naar ons omkeek. Hij is ook vandaag de enige die onze terugkeer kan verzekeren’, zei een van de vrouwen in een vluchtelingenkamp bij Jammu.

Maar in Srinagar zei rechter-op-rust Bahauddin: ‘Zonder Jagmohan was er nooit een vluchtelingenprobleem geweest. De noodtoestand in 1990 was zo allesomvattend dat zelfs een vlieg niet kon bewegen zonder geschreven toestemming. Er was geen vervoer. En toch konden plots tienduizenden mensen vertrekken. Geloof me, deze exodus was enkel mogelijk omdat hij georganiseerd werd door de overheid zelf.’

De angst voor nederzettingen

Anno 2020 blijft het “recht op terugkeer” van de Kasjmirse pandits een politieke troefkaart voor de hindoenationalistische beweging in India. Al was het maar omdat ze perfect inspeelt op de opgepookte tegenstelling tussen hindoes en moslims, en het programma om van India een “hindoestan” te maken.

Een deel van de pandit-diaspora vindt dat prima. Dat bleek nog eens toen de regering Modi op 5 augustus 2019 de speciale status van Jammu & Kasjmir, verankerd in Artikel 370, uit de grondwet verwijderde. Daardoor verdween ook de bijzondere bepaling in Artikel 35A: die reserveerde grondbezit in de deelstaat exclusief voor oorspronkelijke inwoners, ongeacht hun religieuze achtergrond.

Sommige panditorganisaties en een deel van de hindoegemeenschap in Jammu juichten die radicale ingreep toe. Ze zagen hem onder andere als een opstap naar gerechtigheid en terugkeer voor de pandits.

De moslimmeerderheid vreesde dat haar ergste nachtmerries nu werkelijkheid zouden worden: dat hun grond onteigend zou worden, dat Indiërs massaal zouden immigreren vanuit de vlakten, en uiteindelijk: dat ze politiek gemarginaliseerd zouden worden.

‘De hele strijd van de voorbije dertig jaar is gericht op het behoud van land, identiteit, zelfbeschikking. Het lijkt wel Palestina in de Himalaya.’

Wat ik een nachtmerrie noem, is voor de meeste moslims in Jammu & Kasjmir een uitgekookt plan dat alleen blinden niet zien. ‘Lees de teksten van de Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS)’, de moederorganisatie van het hindoenationalisme, wordt me herhaaldelijk aangeraden tijdens de interviews voor dit artikel.

In de missie van die RSS staat niet dat de noordelijke deelstaat van zijn moslimmeerderheid ontdaan moet worden. Er staat wel dat Jammu & Kasjmir gebukt gaat onder een verdrukkende moslimmeerderheid. En verder: dat die moslimbevolking eindeloos gepamperd wordt. ‘Zoals te veel verwennerij en een gebrek aan discipline een kind bederven, zo werd het probleem met Kasjmir gecreëerd door India’s eigen stommiteiten.’

Bovendien spelen radicale hindoes en pandits al jaren met de idee om gescheiden nederzettingen te ontwikkelen in Kasjmir, zegt Suvir Kaul. Hij is zelf een pandit die buiten Kasjmir opgroeide, maar hij onderhoudt er wel een sterke band mee. Vandaag is hij verbonden aan de Universiteit van Pennsylvania, waar hij onder andere directeur was van het Zuid-Aziëcentrum.

Suvir Kaul verwijst onder andere naar de plannen van panditorganisatie Panun Kashmir (letterlijk: Ons Kasjmir). Die pleitte enkele jaren geleden voor een apart thuisland voor pandits in Zuid-Kasjmir. Maar Kaul heeft het ook over de plannen van hindoenationalisten voor sainik-kolonies: nederzettingen voor (ex-)militairen die na jaren dienst in Kasjmir zouden willen blijven, en dus grond moeten kunnen kopen.

In 2015 deden die nederzettingenscenario’s de emoties hoog oplaaien. Des te meer omdat ze rechtstreeks ingevoerd leken uit de kolonisatiepolitiek van Israël in de Palestijnse gebieden.

© Belgaimage / Javed Dar

‘De hele strijd van de voorbije dertig jaar is gericht op het behoud van land, identiteit, zelfbeschikking. Het lijkt wel Palestina in de Himalaya.’

De kleine landeigendom

‘Land en de eigendom van grond zijn van enorm belang voor de mensen in Kasjmir’, zegt een Indiase journalist in Delhi, die liever anoniem blijft omdat het zo al moeilijk genoeg werken is. ‘Kasjmiri’s zijn ervan overtuigd dat hun unieke cultuur en manier van leven verbonden zijn met de plek waar ze leven en die ze de hunne kunnen noemen.’

‘Als de nieuwe wetten op verblijf en de aanpassingen in het recht op grondbezit als resultaat hebben dat de samenstelling van de bevolking grondig verandert,’ vervolgt de journalist, ‘dan vrezen ze dat hun hele identiteit bedreigd wordt. Als het land verloren gaat, is er niets meer wat overblijft. Dát gevoel.’

‘Daarom is de hele strijd van de voorbije dertig jaar ook gericht op het behoud van land, identiteit, zelfbeschikking. Het lijkt wel Palestina in de Himalaya.’ Alweer die verwijzing naar het conflict in het Midden-Oosten dat bijna even oud is als de strijd om Jammu & Kasjmir, en even onoplosbaar lijkt.

Ook Mohamad Junaid onderstreept in een Skype-gesprek dat grond en landeigendom van cruciaal belang zijn voor de Kasjmiri’s. Hij is antropoloog, afkomstig uit Kasjmir en momenteel prof aan het Massachusetts College of Liberal Arts. ‘In Srinagar, maar ook op andere plaatsen in Kasjmir, vind je nu begraafplaatsen van martelaren’, zegt Junaid. ‘Die begraafplaatsen zijn met meer steen en beton afgebakend dan andere, omdat ze in wezen onwrikbare aanspraken op het land zijn. Door de slachtoffers, of martelaren, zo duidelijk en herkenbaar te begraven, schreeuwen de Kasjmiri’s ook uit dat de opstand hun strijd is, niet die van Pakistan of van andere buitenlandse militanten.’

Ook Suvir Kaul publiceerde in 2015 een indrukwekkend foto- en essayboek Of Gardens and Graves. Essays on Kashmir. De titel verwijst naar de befaamde tuinen die honderden jaren oud zijn, maar ook naar de duizenden doden als gevolg van de repressie tegen de gewapende opstandelingen en de begrafplaatsen waar ze eeuwige rust of onrust vinden.

Jammu & Kasjmir: de krimpende staat

De oorspronkelijke “prinselijke” staat Jammu&Kasjmir omvatte naast Kasjmir ook Jammu, Leh, Kargil, Gilgit en Baltistan. Een Dogra-koninkrijk, dat tot stand kwam tijdens de Britse overheersing van Zuid-Azië. De totale oppervlakte: 222.441 vierkante kilometer.

Als onderdeel van hun nieuwe natie na 1947 eisten India en Pakistan de prinselijke staat op met oorlogen. Nadien viel een deel van het gebied onder Pakistaanse controle:

  • een stukje van de Kasjmirvallei dat Azad (Vrij) Kasjmir genoemd werd,
  • en Gilgit & Baltistan.

Het stuk onder Indiase controle (Jammu, Kasjmir en Ladakh) werd de deelstaat Jammu&Kasjmir. Oppervlakte: 101.387 vierkante kilometer. Ook China controleert sinds 1962 een deel van de oude prinselijke staat: Aksai Chin.

Op 5 augustus 2019 ontnam India die deelstaat zijn bijzondere status onder de Indiase grondwet. Jammu&Kasjmir werd opgesplitst in twee Union Territories (zonder parlement, rechtstreeks onder controle van Delhi): enerzijds Ladakh, anderzijds Jammu&Kasjmir – alweer dezelfde naam, maar opnieuw wat kleiner (oppervlakte: 42.241 vierkante kilometer).

 


‘Grondbezit was lang het alleenrecht van de maharadja, toen Jammu en Kasjmir nog een prinselijke staat binnen Brits-Indië was’, zegt Haris Zargar, een Kasjmiri die in India werkte als journalist. Momenteel promoveert hij met een onderzoek over landhervorming aan het Instituut voor Sociale Studies in Den Haag.

‘De link tussen lokale grondeigendom en opstand motiveert de hindoenationalisten om Kasjmirse grond op te eisen.’

‘Na de eerste oorlog om Kasjmir kwam er, mede op aandringen van de historische leider sjeikh Abdullah, een landhervorming. Die ging veel verder dan in de rest van India. Zowel een elite van pandits als een deel moslims slaagden erin om grond te verwerven. Dat was het begin van een winstgevende tuinbouwsector in deze deelstaat, waardoor Jammu & Kasjmir economisch behoorlijk onafhankelijk werd van Delhi. Dat alleen al verklaart de gehechtheid van Kasjmiri’s aan hun landeigendom.’

Maar er is meer, zegt Zargar. ‘Het was net die tuinbouwelite die in de jaren 1990 zorgde voor het nodige kapitaal om de opstand te financieren. Dat weet men in Delhi ook, al blijft men beweren dat de opstand ingevoerd werd uit Pakistan.’

‘Het is die link tussen lokale grondeigendom en opstand die de hindoenationalisten motiveert om Kasjmirse grond op te eisen voor het leger en om de lokale textiel- en toerisme-industrie te ontwrichten. De redenering is simpel: als de Kasjmirse economie geblokkeerd wordt, zal ook de opstand drooggelegd worden.’

Geen overrompeling, maar wel repressie

Eind juni stonden de Kasjmirse kranten en websites vol met berichten over de omvolkingspolitiek van Delhi: 25.000 “buitenstaanders” kregen plots een domicilie-erkenning. Dat was het resultaat van een nieuwe domiciliewet  die in april uitgevaardigd door de Indiase regering. Door die wet krijgt iedereen die vijftien jaar in de deelstaat geleefd heeft of er zeven jaar gestudeerd heeft recht op domicilie en daardoor ook op het kopen van grond, tewerkstelling bij de overheid of andere zaken die gereserveerd zijn voor inwoners van Jammu & Kasjmir.

Voor wie van geschiedenis houdt: de eerste wet die de oorspronkelijke bevolking tegen buitenstaanders beschermde, werd in 1927 afgekondigd door de (hindoe) maharadja onder druk van zijn bevolking. De mensen die onder die regeling staatsburgers waren, werden na de Pakistaans-Indiase oorlog van eind jaren 1940 “permanente ingezetenen”. En na de opsplitsing van de Indiase deelstaat in twee Union Territories hebben ze nu “domicilierecht”, dat ze zullen moeten delen met een groeiende groep niet-Kasjmiri’s.

Wie de cijfers erbij neemt, heeft wellicht moeite om de omvolkingsangst van de moslimmeerderheid in Jammu & Kasjmir te begrijpen. In de huidige regio Jammu & Kasjmir – zonder Ladakh, dat op 5 augustus 2019 een aparte regio werd – wonen ongeveer 12,5 miljoen mensen. Daarvan zijn zowat 70 procent moslim. In de nederzettingenscenario’s is meestal sprake van 100.000 tot 200.000 terugkeerders of nieuwkomers, de nieuwe domiciliewet produceert voorlopig maar een fractie van die inwijking.

Niet echt een overrompeling of een scenario om de electorale verhoudingen op hun kop te zetten, leg ik mijn gesprekspartners voor. Op korte termijn klopt dat, geven ze toe. Maar de hindoenationalisten hebben tijd om op lange termijn te werken, zegt Suvir Kaul. ‘En vergeet niet het half miljoen hindoes die Pakistan ontvluchtten, die in 1947 vestigingsrecht in Jammu & Kasjmir kregen’, zegt Mohamad Junaid.

Een goed deel van de 25.000 “nieuwe” domiciliehouders zijn inderdaad (afstammelingen van) vluchtelingen uit Pakistan. Maar wat verontrustender is, zeggen waarnemers, is de druk en de snelheid waarmee de domicilie-aanvragen behandeld worden. Een lokale overheid die een aanvraag niet binnen veertien dagen afhandelt, krijgt een stevige boete. ‘Ik heb nog nooit zo’n snelle overheidsdienstverlening gezien in Kasjmir’, zegt journalist Irfan Mehraj in Clarion India.

‘Wat je vandaag ziet, is de regering in Delhi die stilaan de volledige controle over Jammu & Kasjmir verkrijgt.’

Dat niets eenvoudig of rechtlijnig is in Jammu & Kasjmir, bleek zowel de aankondiging van de nieuwe domiciliewet begin april als na de ingreep van 5 augustus 2019, toen de bijzondere status van de deelstaat opgeheven werd.

Telkens was er applaus in Jammu. Maar verrassend genoeg kwam ook het eerste protest telkens uit Jammu, uit hindoenationalistische kringen. Dat heeft uiteraard te maken met de verstikkende repressie in Kasjmir, waardoor verzet vanuit de vallei zo goed als onmogelijk is.

Maar het heeft ook te maken ook met de belangen van hindoes en sikhs in Jammu. ‘De ondernemers en middenklassers in Jammu beseffen maar al te goed dat de speciale status die de vroegere deelstaat had, hen veel voordeel opleverde’, zegt Anuradha Bhasin Jamwal. Zij is al decennia actief in de journalistiek en is op dit moment hoofdredacteur van de Kashmir Times, met kantoor in Jammu.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
‘Voor veel ondernemingen is de regio Kasjmir te risicovol, dus werd Jammu de favoriete locatie voor wie zaken wou doen in de voormalige deelstaat. Dat voordeel dreigt men nu te verliezen’, zegt Jamwal.

‘Opent dat een perspectief op een soort monsterverbond tussen de Kasjmirse (moslim)nationalisten en de hindoe(nationalisten) uit Jammu?’, vraag ik. ‘Je droomt’, antwoordt Amit Kumar, een historicus die doceert aan het Women’s College in Srinagar. ‘Wat je vandaag ziet, is de regering in Delhi die stilaan de volledige controle over Jammu & Kasjmir verkrijgt en niet zal rusten tot ze die machtspositie kan omzetten in een nieuwe demografische realiteit, waarin hindoes de meerderheid hebben in plaats van moslims.’

‘Op het tweede plan zien we de klassenbelangen opduiken’, verduidelijkt Kumar. ‘De zakenelite in Jammu wil maar al te graag meegaan in de plannen van de hindoenationalisten, zolang dat hun eigen privileges niet ondermijnt.’

Na de publicatie van de eerste resultaten van de nieuwe domiciliewet eind juni, tweette Omar Abdullah, de vroegere deelstaatpremier en zoon van de historische leider van Jammu & Kasjmir: ‘Al onze onaangename voorgevoelens over de nieuwe domicilieregels worden bevestigd.’ En Mubeen Shah, een ondernemer die ook erg actief is in het Kasjmirse middenveld, tweette: ‘We moeten samen dit kolonistenkolonialisme bestrijden. Het is nu of nooit. Het is vechten of sterven.’

[De oorspronkelijke versie van dit artikel verscheen begin juni in MO*magazine. Alle referenties naar de situatie eind juni werden toegevoegd voor deze online versie.]

Dit artikel werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur