Een politieke generatie van brokkenpiloten

Wordt de wereld bestuurd door een politieke generatie die haar taak niet aankan? Grexit, Brexit, Oekraïne, Syrië, Palestina, de interculturele samenleving: alles moet blijkbaar kapot. Dries Lesage overschouwt de eerste helft van 2015 en wordt daar niet vrolijk van. ‘VN-resoluties blijken vodjes papier en de angst voor de Russen wordt de mensen aangepraat.’

  • Thierry Ehrmann (CC BY 2.0) Er is te weinig aandacht voor langetermijngevolgen, de gezondheid van de structuur van het internationaal systeem, de manier waarop actoren elkaar kneden en self-fulfilling prophecies genereren, waar men later erg verbaasd over doet. Thierry Ehrmann (CC BY 2.0)
  • © Cathal McNaughton/Reuters De mondiale financiële crisis is via Griekenland in de Eurozone blijven doorspelen. Foto: graffiti in Athene. © Cathal McNaughton/Reuters
  • Marco Fieber (CC BY-NC-ND 2.0) Te midden de Syriëcrisis vond in de Oekraïense hoofdstad Kiev de revolutie tegen de autoritaire en corrupte, doch verkozen president Janoekovitsj plaats. Marco Fieber (CC BY-NC-ND 2.0)
  • © Hein-Peter Bader/Reuters Onderhandelaars van Iran en de zes grootmachten aan tafel in de kelder van het Palais Coburg hotel in Wenen, 22 juli 2015. © Hein-Peter Bader/Reuters
  • Kyle Taylor (CC BY 2.0) VN-posten in Gaza worden herhaaldelijk gebombardeerd. VN-organen die Palestina als lidstaat erkennen, worden zonder geld gezet. Kyle Taylor (CC BY 2.0)

Het is natuurlijk niet waar dat er alleen maar afgebroken wordt. Denk aan het nucleair akkoord met Iran, waardoor misschien een oorlog is vermeden. Denk aan de Sustainable Development Goals van de VN, een omvattend toetsingskader om de wereld tussen nu en 2030 duurzamer te maken.

Kijk naar de vooruitgang op het vlak van internationale fiscale samenwerking.

Of zie hoe de Obama-administratie op enkele vlakken een constructieve rol probeert te spelen.

Gezocht: briljante politieke generatie

Toch zien we veel destructie, met inbegrip van de ondermijning van samenwerkingsverbanden, relaties en zelfs vredesprocessen. Dit kan met de kwaliteit van het leiderschap in verband worden gebracht. Op zich is dat niet nieuw, en wellicht van alle tijden. Maar vandaag is niet te vergelijken met bijvoorbeeld de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog. In 1944-’45 werden de Verenigde Naties opgericht, naast het IMF en de Wereldbank, die toen met veel goede bedoelingen omgeven waren.

Door de mondialisering is internationale samenwerking meer dan ooit nodig.

Kort daarna brak de Koude Oorlog uit, met een nucleaire wapenwedloop en veel echte oorlogen in het Zuiden. Geen episode waar we heimwee naar moeten hebben. Maar in de periode 1945-1975 heerste wereldwijd wel een consensus over het feit dat de economie door de staat, of de gemeenschap, in de hand moest worden gehouden. De wereld hoefde geen casino of marktplein met alle bijhorende concurrentie en risico’s te worden. Regeringen beloofden en realiseerden de uitbouw van verzorgingsstaten en volledige tewerkstelling.

Maar tijdens de crisis van de jaren ’70 brak het neoliberalisme door, één van de drijvende krachten achter de mondialisering die we vandaag kennen. Na de Koude Oorlog is ook de geopolitiek blijven schuiven. De groep van zeven rijkste industrielanden van weleer (G7) moet aan de top de macht delen met opkomende machten zoals de BRICS en anderen. Dat maakt de wereldpolitiek iets democratischer, maar de besluitvorming moeilijker. Nochtans is door de mondialisering internationale samenwerking meer dan ooit nodig. Het hoofd bieden aan de meervoudige crisissen die we meemaken (financiën, klimaat, voedsel, vluchtelingen, terreur, …) vergt een briljante politieke generatie met de juiste mentaliteit.

© Cathal McNaughton/Reuters

De mondiale financiële crisis is via Griekenland in de Eurozone blijven doorspelen. Foto: graffiti in Athene.

Diepe democratische crisis

Helaas zijn er sterke aanwijzingen dat we net zo’n generatie missen. Ook in de eerste helft van 2015 waren daar directe en indirecte gevolgen van te zien. De mondiale financiële crisis is via Griekenland in de Eurozone blijven doorspelen. Naast een schuldenprobleem van Europese regeringen, mogen we niet vergeten dat deze crisis getriggerd is door overmatige risico’s in Amerikaanse en Europese banken.

Dit is geen technisch probleem, geen accident de parcours. Het is het gevolg van overmatige deregulering, van doorgeschoten neoliberaal kapitalisme. Het is een verhaal van belangenvermenging, partijfinanciering, gebrekkig toezicht en ideologisch dogmatisme, wat ook een diepe democratische en zelfs beschavingscrisis in de westerse landen blootlegt. De gevolgen zijn immers enorm en treffen wereldwijd honderden miljoenen mensen. Het zegt iets over onze instellingen maar ook het leiderschap dat zoiets kon gebeuren. De afwikkeling van de crisis heeft in bepaalde opzichten de Europese samenwerking versterkt, maar tegelijkertijd enorme klappen toegediend aan het geloof van de bevolking in het Europese project. Hierdoor kreeg ook de verrechtsing een nieuwe impuls. Faut le faire.

De opkomst van populistische partijen haalt op zijn beurt kracht weg voor een interessant en visionair buitenlands beleid. Niettemin wordt deze mondialiserende wereld meer multipolair: er is geen supermacht of selecte club die de wereld kan dicteren. Grote en middelgrote mogendheden moeten met elkaar rekening houden. Als ze slim zijn, laten ze ook de zwaksten volop mee beslissen. Want het schuitje waar we samen in zitten, verdraagt geen unilateralisme of machtsmisbruik meer.

Maar de barometer staat doorgaans niet op overleg of diplomatie. Men slaagt er niet eens in door het Westen gedomineerde wereldinstellingen zoals IMF en Wereldbank aan te passen aan de nieuwe machtsverhoudingen, en groei- en ontwikkelingslanden een zwaardere stem te geven. Dit werkt fragmentatie en de creatie van nieuwe instellingen in de hand, zoals de New Development Bank van de BRICS en de Chinees-geleide Asian Infrastructure Investment Bank. Laat er echter geen twijfel over bestaan dat ook niet-westerse landen zoals Rusland en China hun deel van de verantwoordelijkheid voor de politieke toestand dragen. Alleen hebben wij daar nog minder invloed op.

Marco Fieber (CC BY-NC-ND 2.0)

Te midden de Syriëcrisis vond in de Oekraïense hoofdstad Kiev de revolutie tegen de autoritaire en corrupte, doch verkozen president Janoekovitsj plaats.

Kon Maidan niet even wachten?

Bij het uitbreken van de Syrische burgeroorlog bestond onder de grote mogendheden geen gedeelde mentaliteit dat ze dit samen moesten proberen te managen. Aan zo’n ‘concert’ had vooraf gewerkt moeten zijn. Maar nu overheerste wantrouwen. Rusland en Iran vreesden regime change ten nadele van hun bondgenoot Assad, en ten voordele van een marionet van de VS en de Golfstaten of jihadistische groepen.

Een democratische transitie, geruggesteund door Rusland en Iran, naar een Syrië dat in geopolitiek opzicht min of meer neutraal zou blijven, zat er niet meer in. In plaats daarvan gingen mondiale en regionale mogendheden dan maar elk hun proxies steunen. De humanitaire catastrofe is niet te beschrijven. Typerend voor het soort internationale leiderschap dat we hebben, is dat uit deze chaos een bende gekken zoals Daesh zich heeft kunnen opwerken tot een transnationale dreiging van formaat.

Te midden de Syriëcrisis vond in de Oekraïense hoofdstad Kiev de revolutie tegen de autoritaire en corrupte, doch verkozen president Janoekovitsj plaats. Had men niet kunnen voorzien dat westerse steun aan de opstandelingen op de Maidan om de zaak te forceren, een tegenreactie van ‘Russisch-gezinden’ en Rusland zelf zou uitlokken? Zo geschiedde. Een burgeroorlog met meer dan 6000 doden is het gevolg. In plaats van meer overleg werd Rusland uit de G8 gegooid. Ook dit typeert deze generatie: bij wijze van sanctie een overlegorgaan tussen grote mogendheden opblazen. De NAVO en Rusland verhogen hun militaire aanwezigheid in de grensgebieden. Het was onmogelijk dat deze episode de diplomatie omtrent Syrië zou bevorderen.

Om in deze context nog even terug te komen op het nucleaire akkoord met Iran: hier hebben Obama en zijn Europese collega’s een mooie trofee beet. Iran zal wellicht geen kernwapen maken. De Israëlische (en Amerikaanse) bommenwerpers hoeven dus niet op te stijgen, ook al zijn de Israëlische en Saoedische regering erg gefrustreerd. Maar wat betekent dit nu voor het Syrische conflict?

De afbouw van de sancties zal de Iraanse economie en schatkist wellicht een boost geven. De Syrische rebellen vrezen dat een Iran met meer geld en politiek-economische bewegingsvrijheid Assad sterker zal maken. Is dit goed nieuws op een ogenblik dat zijn wreedheden gewoon verdergaan? Wordt voor de nucleaire deal een bedenkelijke prijs betaald? Of geeft de nucleaire deal nu net een kans voor effectieve diplomatie over Syrië?

© Hein-Peter Bader/Reuters

Onderhandelaars van Iran en de zes grootmachten aan tafel in de kelder van het Palais Coburg hotel in Wenen, 22 juli 2015.

Gesol met de VN

Over het beleid ten aanzien van Libië en Egypte zouden we het ook kunnen hebben. Kadafi is mede door de NAVO afgezet, maar er was geen follow-up. In plaats daarvan kwam er een burgeroorlog en terreinwinst voor een plaatselijk IS. In Egypte, waar dictator Sissi een ‘Tienanmen’ aanrichtte en honderden doodstraffen liet uitspreken, sluiten Europese landen nu miljardencontracten en wapendeals. Opnieuw koren op de molen van extremisten.

Westerse staten ondermijnen zelf de legitimiteit van hun buitenlands beleid.

Maar er is nog meer destructie, met moeilijk te herstellen schade. De toename van Israëlische nederzettingen op illegaal bezet Palestijns gebied maakt volgens bijna alle waarnemers een rechtvaardige vrede tussen Israël en de Palestijnen erg twijfelachtig. De waarschuwingen van Europese diplomaten, grote Amerikaanse kranten en zelfs de Obama-administratie ten spijt, gaat dit gewoon door.

Opvallend is de manier waarop de Verenigde Naties, de organisatie waarvan de mensheid in 1945 hoopte dat ze vrede zou brengen, in deze kwestie wordt behandeld.

VN-resoluties blijken vodjes papier. Hun uitvoering wordt overgelaten aan supermarkten die stickertjes op producten mogen kleven. VN-posten in Gaza worden herhaaldelijk gebombardeerd. VN-organen die Palestina als lidstaat erkennen, worden zonder geld gezet.

Hiermee ondergraven westerse staten zelf de legitimiteit van hun buitenlands beleid. Hoewel dat een erg complexe thematiek betreft, kunnen we veilig stellen dat dit soort wanbeleid de strijd tegen radicalisering niet vooruithelpt. Desondanks bestaat er in België en andere westerse landen niet eens een maatschappelijk debat over de cruciale rol van het westen bij de onderdrukking van de Palestijnen.

Dit brengt ons bij een laatste voorbeeld: de manier waarop de interculturele samenleving onder druk wordt gezet, en meer bepaald tegenstellingen tussen moslims en niet-moslims op de spits worden gedreven. Gezaghebbende en vooruitziende leiders zouden de gevaren hiervan inzien, zeker in een wereld waarin tussenschotten tussen binnen- en buitenland soms op angstwekkende wijze vervagen.

Deze gevaren nemen verscheidene vormen aan. Ze zouden er alles aan doen om de extremisten en anti-democraten in de beeldvorming te isoleren van de grote groepen. Ze zouden jongeren met allochtone roots de ondubbelzinnige boodschap geven dat ze er voor eens en voor altijd bij horen. Sommige leiders doen dat ook. Binnen deze contouren kan vervolgens over alles gesproken worden. Maar anderen raken maar niet weg uit de dubbelzinnigheid. Of erger.

Kyle Taylor (CC BY 2.0)

VN-posten in Gaza worden herhaaldelijk gebombardeerd. VN-organen die Palestina als lidstaat erkennen, worden zonder geld gezet.

Avondland verdedigen

Critici kunnen zeggen dat hier veel op een hoop wordt gegooid dat niets of weinig met elkaar te maken heeft. Dat er wellicht geen ‘systeem’ in zit. Omtrent zulke macro-verhalen moeten we inderdaad opletten met sterke claims. Toch is het mogelijk dat een paar gemeenschappelijke factoren aan de basis liggen van deze ‘destructieve neigingen’.

Eén is zeker de neoliberale mentaliteit, het ongeloof in wat politieke overheden moeten en kunnen doen. Zo is het zwaktebod a priori ingebakken. De politieke generatie vlak na de Tweede Wereldoorlog was doordrongen van de gedachte dat de politiek het laatste woord heeft over de marktkrachten en niet omgekeerd. In internationale beleidskringen groeit nu wel het besef over de noodzaak van sterke staten en samenwerkingsverbanden, maar het gaat traag.

Als de politieke en maatschappelijke wil aanwezig is, kan heel veel gerealiseerd worden om landen en regio’s duurzamer en stabieler te maken. Daarbij is solidariteit tussen en binnen landen vitaal. Er is een alternatief voor de schande van Lampedusa en de Middellandse Zee.

Twee: ‘meer ideologie’ biedt doorgaans een goede aanvulling op centrumpolitiek, technocratie of populisme. Een clash van ideeën of zelfs een gezonde polarisatie is heilzaam als dingen moeten veranderen. Maar de internationale politiek in een wereld als de onze is veeleer gebaat met voldoende pragmatisme en realisme, een goede balans tussen de eigen ‘waarden’ (zo die er zijn) en empathie met wat anderen belangrijk vinden. De westerse publieke opinie zit wat internationale thema’s betreft de laatste tijd soms in een te ideologische modus (of de beleidsmakers denken dat).

Een groot deel van de bevolking is niet te vinden voor een confrontatiepolitiek.

Er is een onderstroom die het Avondland bedreigd ziet door de islam, het terrorisme, de migratiestromen, China. Aan deze ‘bezorgdheden’ tegemoetkomen wordt een politieke prioriteit. In bepaalde gevallen worden angsten aangepraat; de angst voor de Russen is hier wellicht een voorbeeld van. Het leidt tot een neiging om het eigen fort sterker te maken, tot een draagvlak voor bewapening en zelfs interventies. Dit gaat gepaard met een soort kruisvaardersmentaliteit, superioriteitsgevoelens en weinig zelfkritiek. Op die manier maakt ‘ideologie’ de problemen groter. En gaan tegenstanders navenant reageren en hun draagvlak zien groeien, net hetgeen je wou vermijden.

Er zijn ook tegenkrachten. Een groot deel van de bevolking is niet te vinden voor een confrontatiepolitiek tegen Rusland of anderen. Ook onder de politieke elites proberen sommigen enkele bruggen met Rusland te behouden; hopelijk gaat dat over meer dan economische deals. Maar over het algemeen is de mentaliteit te weinig mondiaal gericht, te weinig doordrongen van de wederzijdse afhankelijkheid tussen landen en lokale gemeenschappen, en te weinig bewust van de noodzaak om met een diversiteit aan belangen en gevoeligheden om te gaan.

Dit hangt samen met kortzichtigheid en de drang van politici om goedkoop te scoren. Er is te weinig aandacht voor langetermijngevolgen, de gezondheid van de structuur van het internationaal systeem, de manier waarop actoren elkaar kneden en self-fulfilling prophecies genereren, waar men later erg verbaasd over doet.

Samengevat: misschien gaat het gewoon over verantwoordelijkheidszin.

Dries Lesage is verbonden aan het Ghent Institute for International Studies van de UGent.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift