Energiebeleid: België doet alleen wat Europa oplegt

Energie is een cruciale factor op economisch, ecologisch en sociaal vlak. Slaagde het beleid erin serieuze stappen vooruit te zetten in de energietransitie naar meer hernieuwbare energie, minder C02-uitstoot, meer energie-efficiëntie en meer bevoorradingszekerheid? Werd er op lange termijn gedacht? En hoe sociaal was het gevoerde energiebeleid, met andere woorden: wie betaalt de rekening? MO* sprak met enkele stakeholders.

Vlaanderen heeft zijn Kyotodoelstelling gehaald: tegen 2012 moest het 5,2 procent minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990 en het realiseerde een daling van 6,8 procent. ‘Een groot deel van die prestatie is te danken aan de grote energie-intensieve bedrijven die minder uitstootten, hoofdzakelijk door de economische crisis,’ zegt Bert De Wel, de energiespecialist van het ACV.

Het wegverkeer daarentegen, blijft een enorme bron van emissies van broeikasgassen en fijn stof. Wagens mogen dan gemiddeld wat minder uitstoten, omdat het aantal wagens blijft toenemen, slagen we er niet in de emissies te beperken.

CC BY-SA 2.0 David van der Mark

De elektrificatie van het transport bleef onder de verwachtingen.

Het is onduidelijk in welke mate de aankoop van emissierechten bijdroeg tot het halen van de Kyotodoelstelling. Dat er rechten werden aangekocht, staat evenwel buiten kijf.  De Wel: ‘Het is zorgwekkend dat Vlaanderen voor zo’n kleine vermindering van zijn emissies al beroep moest doen op die buitenlandse kredieten. Iedereen weet immers dat de emissies tegen 2050 met liefst 80 tot 95 procent moeten verminderen.’

De Europese Commissie van haar kant legt ons een vermindering van de emissies met twintig procent (tegenover 1990) op tegen 2020. Zes jaar nadat de EU die doelstelling introduceerde, zijn de Belgische gewesten er nog steeds niet in geslaagd om de inspanningen voor de Belgisch-federale klimaatdoelen onder elkaar te verdelen. Nochtans dacht men er in 2010 al uit te geraken.

Hernieuwbare energie

© Elia

Schets van het Stevinproject.

Ook een ander Europees klimaatdoel – dat België dertien procent hernieuwbare energie tegen 2020 moet realiseren – ligt nog ver buiten bereik. Momenteel halen we 6,8 procent. Als het Stevinproject (dat een groot deel van de stroom van de windkrachtprojecten op zee tot bij de verbruikers moet brengen) niet vergund raakt, dan is het doel nog moeilijk haalbaar.

Positief noemt Bart Bode, directeur van de Organisatie voor Duurzame Energie (ODE), dat de Vlaamse minister van energie, Freya Van den Bossche, de noodzakelijke hervormingen heeft doorgevoerd van het certificatensysteem – zeg maar: de extreme oversubsidiëring heeft weggewerkt. Dat heeft het Mattheuseffect dat samenhangt met de groene stroom – dat het rijkere mensen rijker maakt, terwijl alle anderen de rekening betalen - afgezwakt. 

De Vlaamse regering heeft ter zake wel geen oplossing geboden voor de ‘rugzak uit het verleden’, het overschot aan Groene StroomCerficaten (GSC). Pieter Verbeeck, milieu- en energiespecialist van het Vlaams ABVV, wijst erop dat volgens de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) dat overschot tegen 2015 zal zijn opgelopen tot 1,85 miljard euro. ‘De reden is dat de netbeheerders – Eandis en Infrax – van de overheid de opdracht kregen om die GSC nog niet door te rekenen om de energieprijs niet nog meer te doen stijgen.’

Dat heeft ermee te maken dat in ons land de hernieuwbare stroom helemaal gefinancierd wordt via de stroomfactuur en dus vooral door de gezinnen en de kleine bedrijven wordt betaald. De grote bedrijven ontspringen de dans omdat zij op de groothandelsmarkt hun stroom kopen aan veel lagere prijzen.

Sociaal?

Het beleid inzake hernieuwbare energie helemaal niet sociaal, wel integendeel

‘Daardoor was het beleid inzake hernieuwbare energie helemaal niet sociaal, wel integendeel,’ stelt Pieter Verbeeck. ‘Zowel inzake de verdeling van de lasten (hogere prijzen), en als van de lusten (opbrengsten van hernieuwbare energie).’

Verbeeck doelt daarmee op het feit dat de meerprijs voor de hernieuwbare energie door iedereen via de stroomfactuur worden betaald, terwijl de lusten gaan naar diegenen die de middelen hebben om zonnepanelen te kopen, of de aandeelhouders van de windturbines.

Een vraag voor de toekomst is dan ook hoe we dat overschot aan GSC na de verkiezingen zullen wegwerken. Verbeeck pleit ervoor om dat uit de algemene middelen – de belastingen zeg maar – te betalen, zodat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Anderen stellen vragen bij die aanpak.  

De btw-verlaging op elektriciteit was een maatregel die werd ingevoerd om de energiekosten te verlagen. ‘Dat is goed als tijdelijke maatregel. Het is niet structureel. De verwarmingsfactuur van slecht geïsoleerde woningen blijft het grote probleem voor kansarmen. Daar moeten dringend maatregelen komen,’ aldus Bode.

Luc Barbé, auteur van meerdere boeken over energie en voormalig kabinetschef en energiespecialist bij Groen, wijst erop dat we lage sociale tarieven voor elektriciteit en gas hebben voor mensen met een laag inkomen. Barbé wijst eveneens op het probleem van de slecht geïsoleerde huurwoningen: ‘Freya Van den Bossche heeft op dat vlak wel wat maatregelen genomen – premies – maar dat was niet het massale investeringsprogramma dat nodig was. De volgende jaren biedt zich met de overdracht van de woonbonus naar de gewesten een kans: dat geld kan verschoven worden naar huurders, naar verbouwen, en naar een groene transitie in de woningmarkt.’

Energiebesparing

Een grote uitdaging blijft de omvangrijke stock aan bestaande woningen die onvoldoende energiezuinig zijn. In Vlaanderen beschikt slechts de helft van de huizen over een geïsoleerd dak én dubbel glas én een energiezuinige ketel.

De Vlaamse overheid zette de voorbije jaren in op het stimuleren van energiebesparende maatregelen. Dat is vooral gelukt op het gebied van de nieuwbouw van particuliere woningen, zegt Bert De Wel: ‘De Vlaming is intussen overtuigd geraakt van het nut van energiezuinig bouwen. Vaak wordt er zelfs zuiniger gebouwd dan de normen voorschrijven omdat men weet dat het op termijn loont.’ 

Luc Barbé wijst erop dat Brussel strengere normen heeft inzake energiezuinigheid van woningen dan Vlaanderen. ‘Dat is doorgepraat met de bouwsector en in voege. Het kan dus: het vergt geduld, overleg en moed.’

In de isolatie van bestaande woningen werd veel minder vooruitgang geboekt. Sara Van Dijck van Bond Beter Leefmilieu wijst erop dat het beleid inzake energiebesparing niet eenduidig was: ‘Onder druk van de economische crisis en het kwijnende draagvlak voor hernieuwbare energie, kwamen positieve maatregelen onder druk te staan. Een pijnlijk voorbeeld daarvan is de plotse afschaffing van de federale fiscale aftrek voor energiebesparende  ingrepen.’

Lange termijn

Het gebrek aan lange termijn visie wordt over het algemeen als het grootste gebrek van het beleid gezien.

Het gebrek aan lange termijn visie wordt over het algemeen als het grootste gebrek van het beleid gezien. Bart Bode van ODE heeft het over een kneuterig gebrek aan ambitie.

Toch vindt hij het ‘de grote verdienste van de vier Belgische energieministers dat ze samen de studie Honderd procent hernieuwbare energie 2050 bij het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek en het Federaal Planbureau bestelden. Toen bleek dat dit technisch haalbaar was, werd de studie vooral door de grootverbruikers zoveel mogelijk onder de mat geveegd. Men heeft niet de politieke moed gehad om er meer mee te doen.’

Alle geraadpleegde stakeholders zijn het erover eens dat Vlaanderen erg weinig eigen ambities aan de dag legt: we doen enkel wat we moeten doen van Europa.

Bart Bode: ‘En als Vlaanderen kan, dan probeert het op Europees vlak af te remmen. Het Belgische standpunt inzake de 2030 doelen voor Europa wijzigde heel recent in negatieve zin: enkel een algemene CO2-doelstelling in plaats van specifieke en ambitieuze doelstellingen rond energiebesparing en hernieuwbare energie. Dit standpunt wijzigde onder meer onder Vlaamse druk: er is in Vlaanderen echt geen lange termijnvisie.’

Luc Barbé vindt dat de verlenging van de kernreactor van Tihange 1 neerkomt op een keuze voor een energiebron van de vorige eeuw. ‘Het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol mag dan weer doorgaan met zijn experimentele reactor Myrrha. Die kost 1 miljard euro en de externe financiering geraakt niet rond. Terwijl de federale regering zegt uit kernenergie te stappen, geeft ze geld en legitimiteit aan een nieuw nucleair project dat maar zin heeft in het kader van veel nieuwe reactoren en grootschalige opwerking van bestraalde kernbrandstof, en dus van een heel ander verhaal.’

CC BY-NC-SA 2.0 Mattias Olson

Koeltorens van de kerncentrale van Tihange.

Het is vooral de angst dat de bevoorradingszekerheid in het gedrang komt die de regering ertoe bewoog een zekere wazigheid over de sluiting van de kerncentrales in stand te houden. Dat vreet dan weer aan de investeringszekerheid inzake hernieuwbare energie. Het gebrek aan uitgesproken lange termijnkeuzes schept investeringsonzekerheid in alle sectoren van de energieproductie.

De regering slaagde er wel in Electrabel een grotere nucleaire rente te doen betalen, zij het dat ze een pak lager lag dan wat de CREG, de federale energieregulator, had vooropgesteld. Het bedrijf haalde extra winst uit het feit dat de centrales, die al volledig zijn afgeschreven, langer mogen openblijven dan gepland. 

De Wel ziet dat het Vlaamse energiebeleid onder druk staat van de noodzaak om de concurrentiepositie te vrijwaren: de energieprijzen mogen hier niet hoger zijn dan elders. ‘Die dynamiek zien we ook op Europees niveau. Het is echt maar de vraag of het op termijn een slimme strategie is om hiervoor het milieu- en energiebeleid uit te kleden.’ Men ziet de economische kansen en jobs niet die in een koolstofarme economie schuilen.

De verliezers remmen natuurlijk af en daar zijn grote jongens zoals Suez bij.

Barbé vreest dat de EU op die manier zijn leidinggevende rol in de wereld op het gebied van klimaatbeleid zal verliezen: ‘Dat gebeurt onder druk van de crisis en het schaliegas in de VS maar je kan het ook omdraaien: we maken hier een opportuniteit van en zoeken synergieën  die goed zijn voor het milieu, jobs en bedrijven. Dat is zeer goed mogelijk, maar sommige bedrijven zullen winnen en anderen zullen verliezen. En die laatsten remmen natuurlijk af en daar zijn grote jongens zoals Suez bij.’

Barbé vindt dat de politieke elites een beleid moeten uitdragen en legitimiteit verschaffen. ‘Dat is gebeurd met verkeersveiligheid of met de pensioenhervorming. Niemand stelt de noodzaak daarvan nu nog in vraag. Bij energie is die urgentie er niet: de politiek kiest niet echt voor hernieuwbare energie en energiebesparing. Die urgentie wordt niet naar voor geschoven of versterkt, zelfs niet opgebouwd. Zeker op Vlaams niveau is het gewoon ‘het moet van Europa’, zij het dat Freya Van den Bossche af en toe wat moediger durfde te zijn. Zo’n politieke keuze is nochtans fundamenteel.’ 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

randomness