‘Zonder extra druk van de Europese lidstaten blijft alles bij het oude in Turkije’

Turkije vist naar Europees ticket, maar vangt voorlopig bot

© Stoyan Nenov / Reuters

'De EU moet de kandidatuur van Turkije ernstig nemen, in plaats van een autocraat als Erdogan telkens weer de kans te geven om met krasse uitspraken zijn pr te verzorgen.'

Nog steeds wil Turkije lid worden van de Europese Unie. Maar de autoritaire koers van president Erdoğan botst in Europa én in eigen land op steeds meer verzet. 'De meeste Europese landen willen strengere maatregelen tegen Turkije. Maar spijtig genoeg remt Angela Merkel die af.'

Op 8 december uitte Mevlüt Çavusoǧlu, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, zijn wens om een volwaardig lid te worden van de Europese Unie. Het was op zijn zachtst gezegd een opmerkelijke oproep. Had Turkije die ambitie al niet lang opgeborgen?

En toch. Tien dagen later verklaarde ook president Recep Ayyip Erdoğan dat Turkije 'een bladzijde wil omslaan in zijn betrekkingen met de EU'. Nochtans zitten de onderhandelingen over een toetreding tot de EU al een tijdje op een dood spoor: amper één hoofdstuk van de 33 toetredingshoofdstukken is klaar.

Bovendien is er geen lijn te vinden in Erdoğans communicatie: de ene dag beledigt hij de Franse president Emmanuel Macron en roept hij de moslimwereld op om Franse producten te boycotten, de volgende dag benadrukt hij dat de toekomst van Turkije in Europa ligt.

Na zoveel bochtenwerk is het duidelijk: de Turkse roerganger is alle geloofwaardigheid kwijt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Turkey 2020 Report

Hadden Çavusoǧlu en Erdoğan het Turkey 2020 Report van de Europese Commissie dan niet gelezen?

Het rapport is ontluisterend over de mensenrechten, de rechtstaat, de fundamentele vrijheden en de democratische waarden in Turkije. Op die manier drijft het land steeds verder af van de zogeheten criteria van Kopenhagen, de voorwaarden om toe te treden tot de EU.

Sinds de mislukte coup van 15 juli 2016 en de invoering van de noodtoestand ging het in sneltempo bergaf met de Turkse rechtstaat en de persvrijheid.

Er volgden 100.000 arrestaties. 150.000 overheidsambtenaren, leraren, academici en officieren werden ontslagen. 3000 scholen en universiteiten moesten de deuren sluiten. 189 media-instellingen werden opgedoekt, 320 journalisten werden gearresteerd (voor gedetailleerde cijfers: zie www.turkeypurge.com, red.).

Sinds de mislukte coup van 15 juli 2016 ging het in sneltempo bergaf met de Turkse rechtstaat en de persvrijheid.

De experts van het Turkey 2020 Report stellen dat ook na de opheffing van de noodtoestand, in juli 2018, weinig vooruitgang is geboekt.

In november 2020 veroordeelde een Turkse rechtbank 337 ‘medeplichtigen’ aan de couppoging van 2016. Na zowat 290 massaprocessen was dat al het lot van 2500 beklaagden.

Doodstraffen worden in Turkije niet uitgesproken. Erdoğans Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) schafte die in 2004 af, toen het land nog de ambitie had om toe te treden tot de EU.

Vandaag zijn willekeurige arrestaties, weinig transparante gerechtelijke procedures en massaprocessen schering en inslag. Wat blijft er over van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, als maar liefst 4500 rechters en openbare aanklagers uit hun ambt werden ontzet?

Vlaams standpunt: toetreding Turkije stopzetten of bevriezen?

Als het van de Vlaamse meerderheidspartijen N-VA, CD&V en Open VLD afhangt kan Turkije zijn Europees ticket vergeten.

Met de steun van Het Vlaams Belang keurden ze op 9 december in het Vlaams Parlement een resolutie goed waarin ze de EU oproepen om de besprekingen over het lidmaatschap van Turkije stop te zetten. Ook vragen ze om de jaarlijkse 600 miljoen euro toetredingssteun niet meer uit te keren.

Behalve over de agressieve Turkse buitenlandpolitiek, maken de partijen zich zorgen over de belabberde toestand van de mensenrechten, de democratie en de fundamentele vrijheden in Turkije zelf.

De linkse partijen Groen, SP.A en PVDA onthielden zich bij de stemming. Samen met de meerderheidspartijen beklemtonen SP.A en Groen dat Turkije een onmisbare NAVO-bondgenoot is. Ook is het land een belangrijke handelspartner van de EU.

Toch vragen ze zich af of Open VLD en CD&V zich niet op sleeptouw lieten nemen door de N-VA. In het Europees Parlement hadden die immers net als Groen en SP.A het standpunt ingenomen dat de besprekingen niet moesten worden stopgezet, maar ‘bevroren’.

Met hun pleidooi om de besprekingen te ‘bevriezen’ willen Groen en SP.A de 'dialoog openhouden’ met de democratische krachten in Turkije. Dat doen ze met het oog op het tijdperk na Erdoğan, zo blijkt uit het verslag van de plenaire vergadering van 9 december. Dat lijkt ook het standpunt te zijn van de federale regering.

Derwich Ferho van het Koerdeninstituut in Brussel juicht het initiatief van de Vlaamse meerderheidspartijen toe. 'Zonder extra druk van de Europese lidstaten blijft alles bij het oude in Turkije. De Turkse regering is uit op een islamo-Turks regime dat geen enkel respect heeft voor de Europese basisregels. De meeste Europese landen willen strengere maatregelen tegen Turkije, spijtig genoeg remt Angela Merkel die af.'

Kader Sevinç ziet het anders. De vertegenwoordigster van de sociaaldemocratische en seculiere CHP vindt dat de oproep van de Vlaamse meerderheid vooral in de kaart speelt van rechtse partijen. Die willen Turkije helemaal niet in de EU.

'Zonder extra druk van de Europese lidstaten blijft alles bij het oude in Turkije.'

'Zulke signalen zorgen ervoor dat de huidige Turkse regering alsmaar radicaler wordt in haar anti-Europese houding en ze isoleren de Turkse bevolking van het integratie- en vredesproject dat de EU is', zegt Sevinç.

'De EU moet de kandidatuur van Turkije ernstig nemen, in plaats van een autocraat als Erdoğan telkens weer de kans te geven om met krasse uitspraken zijn pr te verzorgen.'

Als grootste oppositiepartij is de CHP voorstander van een Europees lidmaatschap van Turkije. De partij pleit er al jaren voor om de hoofdstukken 23 en 24 van de toetredingsonderhandelingen te openen. Die gaan over democratie, onafhankelijke rechtspraak en persvrijheid.

Sevinç: 'Op die manier kan Erdoğan worden aangespoord om zich meer aan de regels van de rechtspraak en democratie te houden. De desinteresse van de Europese Commissie voor de onderhandelingen met Turkije nam zulke proporties aan, dat ze sinds 2010 geen moeite meer doet om de voortgangsrapporten over de vooruitgang die kandidaat-lidstaat Turkije had gemaakt naar het Turks te vertalen, ondanks protest van het Europees Parlement.'

Fethulah Gülen, luis in de pels van Erdoğan

In eigen land gaat het intussen van kwaad tot erger. In 2013 kwamen in de nasleep van de vreedzame bezetting van het Gezipark in Istanbul miljoenen Turken in opstand tegen het autoritaire bewind van Erdoğan en zijn AKP. De president sloeg het protest hard neer en zette honderden opposanten gevangen.

Na de mislukte coup van 2016 maakte de president van zijn gestegen populariteit gebruik om in 2017 een referendum te organiseren over een grondwetswijziging. De wijziging hield in dat de president zowel staatshoofd als regeringsleider kon zijn. Hij won het referendum nipt en werd vervolgens in 2018 herverkozen als president.

Sindsdien kan Erdoğan zelf ministers en rechters benoemen en decreten uitvaardigen, zonder dat hij daarvoor de goedkeuring of controle van het parlement nodig heeft.

Sevinç: 'Intussen zijn de staatsinstellingen ondoorzichtige AKP-apparaten waar corruptie welig tiert. Het gerecht verloor zijn onafhankelijkheid, kritiek op de president kan leiden tot forse boetes of opsluiting (op het beledigen van de president staan celstraffen tot vier jaar, red.). De hele samenleving leeft in een klimaat van angst.'

Een groot deel van de mensen die de voorbije jaren ten prooi vielen aan repressie en geweld, wordt ervan verdacht banden te hebben met de islambeweging van de geestelijke leider Fethulah Gülen. Volgens Erdoğan is hij het brein achter de mislukte coup van 2016.

Sinds 1999 leeft Gülen in ballingschap in de VS. De klopjacht op zijn aanhangers, de zogenaamde gülenisten, begon al vroeger, maar sinds 2016 verwijst de regering naar de islambeweging als de Fethullahist Terrorist Organisation (FETÖ).

Hoewel Gülen zelf de staatsgreep veroordeelde, vraagt Erdoğan nog steeds zijn uitlevering.

Wie zijn de Gülenisten?

Toen Erdogans AKP in 2002 aan de macht kwam, was de Hizmet-beweging van Gülen, met zijn vele hoogopgeleide aanhangers, een welgekomen bondgenoot om het staatsapparaat te bemannen.

AKP en Gülenisten streden uit tactische overwegingen samen tegen de kemalisten. In navolging van de grondlegger Kemal Attatürk, die decennialang religie en politiek strikt gescheiden hielden, pleitten ze voor een seculiere staat.

De Gülenisten stonden ook achter de grondwetswijziging in 2010 die de weg effende naar de zuivering van het gerechtelijke apparaat.

Gaandeweg werd hun machtige netwerk van scholen, universiteiten en zorginstellingen en hun macht in de overheidsdiensten en het gerechtsapparaat een bedreiging voor de AKP.

De machtsstrijd verhevigde en mondde in 2016 uit in een couppoging.

PKK: de kop van Jut

Behalve gülenisten moeten ook Koerdische activisten en politici het ontgelden. Volgens de Koerdische Derwich Ferho mislukten de vredesonderhandelingen tussen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in Turkije en de regering, omdat Erdogan in 2015 plots zijn politiek ten aanzien van de Koerden plots omgooide.

'Er volgde een klopjacht op alle Koerden die ervan verdacht werden banden te hebben met de PKK.'

Aanslagen die de president — al dan niet terecht — toeschreef aan de PKK, maakten het mogelijk om de Koerdische partij opnieuw als een terreurbeweging af te schilderen. Ook in de EU en in België kwam de PKK op de lijst van terreurgroepen.

Ferho: 'Er volgde een klopjacht op alle Koerden die ervan verdacht werden banden te hebben met de PKK. De regering liet de leider van de minderhedenpartij DPH en voormalig presidentskandidaat Selahattin Demirtas opsluiten, samen met 12 HDP-parlementsleden. Voor de opheffing van die parlementaire onschendbaarheid tegen 138 parlementairen vormden de Turkse nationalisten een front, de CHP incluis.'

'Sinds de lokale verkiezingen van 2019 werden al 59 van de 65 HDP-burgemeesters uit hun ambt ontzet, gevangen genomen of vervangen door vertrouwelingen van de regering. De HDP verdedigt de fundamentele rechten van de Koerden zoals het recht op onderwijs in de moedertaal, respect voor mensenrechten, eigen cultuur en identiteit, maar ook van andere minderheden, zoals de Armeniërs en de Assyriërs. Ze raakte in de verkiezingen van 2015 voor het eerst voorbij de kiesdrempel van 10% en veroverde 80 parlementszetels.'

Na een mislukte regeringsvorming kwamen er nieuwe verkiezingen, die Erdoğan vijf maanden later won na een felle, polariserende anti-PKK-campagne.Toch deelde ook de CHP in de klappen, meent Sevinç.

'Met gepolitiseerde rechtspraak viseert de AKP CHP-politici en maakt ze het functioneren van CHP-gemeentebesturen knap lastig. Systematisch dient ze klacht in tegen kritische uitspraken van CHP-parlementairen. Op die manier beknot ze hun recht op vrije meningsuiting.'

Tegenover de repressie plaatst CHP-leider Kiliçdaroglu een vreedzame ‘slow power’, zegt Sevinç. Als voorbeeld noemt ze de massale protestmars voor gerechtigheid (‘Adalet’) van Ankara naar een gevangenis in Istanbul in 2017, waaraan alle oppositiepartijen deelnamen.

Erdogan en de Koerden

De weigering van Turkije om de Koerden te steunen in hun strijd om de Syrische grensstad Kobani tegen de jihadisten van IS was een keerpunt, meent Erwin van Veen van het Nederlandse Clingendael Institute.

Het was het startschot voor de militarisering van Erdogans buitenlandpolitiek: eerst in Syrië, daarna in Libië en Azerbeidzjan.

De Syrische Democratische Strijdkrachten, waar de militaire arm van de PYD, de Syrische zusterorganisatie van de PKK, deel van uitmaakt, veroverden met Amerikaanse luchtsteun de Syrisch-Koerdische regio ten Oosten van de Eufraat op de IS-jihadisten. Daarbij namen ze meer dan 10.000 IS-strijders gevangen.

Een Syrisch-Koerdische autonome regio aan de Turkse grens ziet Erdogan echter als een bedreiging. Zo zou de PKK er vrij spel krijgen.

Het Turkse antwoord was een invasie van het Turkse leger tijdens drie militaire operaties en de organisatie van een bufferzone langs de Syrisch-Turkse grens na een akkoord met de VS en Rusland, terwijl de Koerden uit hun westerse enclave in Afrin werden verdreven.

Behalve de DHP stonden ongeveer alle Turkse partijen achter de eerste militaire operatie, inclusief de CHP. Die roept inmiddels op om verder bloedvergieten te stoppen.

Dissidentie binnen de AKP

Toch staat Erdoğan ook binnen de eigen partij niet boven alle kritiek verheven. Prominente AKP-leden zoals Bülent Arinç, de voormalige voorzitter van de Kamer en vicepremier, vinden dat de repressie te ver gaat.

Net zoals CHP-leider Kilicdaroglu waagde Arinç het om publiek de vrijlatingen van Selahattin Demirtas en zakenman-filantroop Osman Kavala te bepleiten.

Kavala zat vast voor zijn rol in de protesten van Gezipark in Istanbul in 2013 en werd later ook beschuldigd van banden met de coupplegers van 2016. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat Demirtas onrechtmatig op politieke gronden vastzit, en dat Kavala minstens even onrechtmatig als mensenrechtenactivist het zwijgen wordt opgelegd.

Erdoğan floot Arinç onmiddellijk terug, waarna die ontslag nam. Zo vertoeft hij nu in het gezelschap van een schare AKP-oudgedienden die helemaal klaar zijn met Erdoğans autoritaire koers, zoals oud-president Abdullah Gül, ex-premier Ahmet Davutoǧlu en de voormalige vicepremiers Beşir Atalay en Ali Babacan.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Zowel Davutoǧlu als Babacan richtte al een nieuwe partij op. Als Erdoğan van het politieke toneel verdwijnt, is een herverkaveling van het politieke landschap niet ondenkbaar.

Intussen kan Erdoğan niet zonder de steun van zijn coalitiepartner Devlet Bahceli van de ultrarechtse MHP. De twee vormden voor de verkiezingen in 2018 de Volksalliantie. Bahçeli stelde als voorwaarde dat er onder geen beding gesprekken zouden worden gevoerd met de Koerden, aldus Derwich Ferho.

Als Erdoğan van het politieke toneel verdwijnt, is een herverkaveling van het politieke landschap niet ondenkbaar.

Bahçeli’s keuzes doen bij velen de wenkbrauwen fronsen. Demirtas noemde hij een terrorist, terwijl hij zonder schroom maffiabaas Alaattin Çakici verdedigt. In een open brief bedreigde de voormalige Grijze Wolf Çakici in bedekte termen de CHP-leider, Kemal Kiliçdaroǧlu.

Çakici zat in de gevangenis als opdrachtgever van een aantal brutale liquidaties, maar hij profiteerde mee van een amnestiemaatregel die 90.000 gevangenen uit voorzorg tegen corona-uitbraken in de gevangenis op huisarrest plaatste.

Voor de duizenden politieke gevangenen gold die gunstmaatregel niet. Bahçeli is antiwesters en vindt het Turkse NAVO-lidmaatschap of de toetreding tot de EU allerminst prioritair.

Turkije: regionale grootmacht

Hoe weinig aandacht de reguliere Europese media hebben voor de schending van de democratische rechten in Turkije, des te meer lezen we over Erdoğans militaire bemoeizucht in de regio.

Volgens Erwin Van Veen van het Clingendael Institute is het Erdoğans bedoeling om 'Turkije geopolitiek als regionale grootmacht neer te zetten met een eigen invloedzone in Noord-Syrië, Noord-Irak, Azerbeidzjan, Noord-Cyprus en Libië'.

Omdat de VS en de NAVO hem lieten begaan, kon Erdoğan Syrië binnenvallen. Daarna mengde hij zich in de Libische burgeroorlog. Met drones en pro-Turkse huurlingen uit Noord-Syrië vocht hij aan de kant van de door de VN erkende West-Libische regering (Government of National Accord). Dit alles zou hij nog eens overdoen aan de kant van Azerbeidzjan, in het conflict met Armenië over Nagorno-Karabach.

Op de steun van het leger kan Erdoğan bijna onvoorwaardelijk rekenen. Na de coup zette hij de militaire toplaag naar zijn hand, aldus Ferho.

In het Turkse Noord-Cyprus steunde Erdogan de rechtse nationalist Ersin Tatar bij de presidentsverkiezingen. Tatar wil een stevigere band met Turkije en is een koele minaar van een hereniging met het Griekse Cyprus, dat deel uitmaakt van de EU.

Trump noemde Erdoğan zijn vriend en had een rechtstreekse telefoonlijn met hem.

Erdoğan eist ook een exclusieve economische zone op tussen de Turkse en Libische kust, op basis van een maritieme overeenkomst met de Libische regering in Tripoli.

Daarnaast liet hij Turkse boor- en verkenningsschepen, geëscorteerd door Turkse marineschepen, naar olie en gas zoeken op een stuk zeebodem dat volgens de EU tot de Cypriotische economische zone behoort.

De EU riposteerde op de Europese top van 9 en 10 december met de aankondiging van beperkte sancties tegen particulieren en organisaties die een rol spelen bij de illegale boringen.

Nu al hebben België, Nederland en Frankrijk wapenleveringen stopgezet. Maar een economische boycot tegen Turkije of een uitbreiding van het wapenembargo naar alle Europese lidstaten, zoals Griekenland vraagt, komt er nu nog niet.

Eurocommissaris Josep Borrell moet wel hardere sancties voorbereiden tegen de Europese top van maart 2021. En Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, verklaarde dat de EU haar Turkijebeleid op dat van de nieuwe regering-Biden zal afstemmen.

Met Donald Trump aan het roer in de VS was zoiets ondenkbaar. Trump noemde Erdoğan zijn vriend en had een rechtstreekse telefoonlijn met hem. Berat Albayrak, Erdoğans schoonzoon en ook voormalig minister van Financiën, kwam bij hem regelmatig dossiers bepleiten.

Aan die achterdeurdiplomatie komt er nu een eind. Biden wil de betrekkingen met de EU herstellen en beloofde mensenrechten en democratische waarden weer bovenaan zijn internationale agenda te plaatsen.

Migratiecrisis: troef en chantagemiddel

Toch kan de EU niet zomaar voluit gaan met sancties. Met zijn vluchtelingendeal beschikt Erdoğan over een geweldige troef. Met zes miljard euro Europese steun vangt Turkije zo’n 3,6 miljoen (vooral Syrische) vluchtelingen op en bespaart Europa zo een nieuwe migratiecrisis.

Dat is een zegen voor Europa, maar ook een chantagemiddel dat Erdoğan niet schuwt om te gebruiken. In maart 2020 zette hij de grenzen met Griekenland opnieuw open en stuurde hij er bussen vol met vluchtelingen heen. Duits bondskanselier Angela Merkel wil een herhaling van dat scenario koste wat het kost vermijden.

Met zijn vluchtelingendeal beschikt Erdoğan over een geweldige troef.

Opmerkelijk: in buitenlandse kwesties waar het ‘nationale belang’ op het spel staat, wijkt de visie van de CHP niet zo veraf van die van de AKP. De CHP meent dat Turkije het volgens het internationale recht bij het rechte eind heeft in de Oostelijke Middellandse Zee en steunt Azerbeidzjan in het conflict over Nagorno-Karabach.

Het grote verschil is dat haar leider Kemal Kılıçdaroğlu is gekant tegen de Turkse militaire interventie in Libië en wat Syrië betreft nu pleit voor vreedzame diplomatieke oplossingen. 'Erdoğan zoekt als een autoritair leider de buitenlandse conflicten op om de aandacht af te leiden van zijn politieke en economische falen in eigen land', meent Kader Sevinç.

AKP krijgt electorale klappen

In de lokale verkiezingen van 2019 incasseerde de partij van Erdoğan een electorale opdoffer van formaat.

De Volksalliantie van AKP en MHP bleef weliswaar het grootste blok, maar de Nationale Alliantie van de sociaaldemocratische CHP en de nationalistische liberale iYi-partij van Meral Aksener wist steden als Istanbul, Ankara, Izmir, Antalya, Mersin en Adana te veroveren, terwijl de pro-Koerdische HDP vooral in het oosten van het land goed scoorde.

De Nationale Alliantie heeft ook haar succes te danken aan de beslissing van de pro-Koerdische HDP om niet deel te nemen in de grote steden van West-Turkije en opriep om voor de alliantie te stemmen.

Voor een effectieve samenwerking tussen HDP en CHP tegen de AKP is het water nog te diep, merkt Derwich Ferho op.

'De CHP houdt de boot af, het Turkse nationalisme zet in die partij al decennialang de toon. Nochtans zou een krachtenbundeling het de AKP zeer moeilijk kunnen maken bij de presidents- en parlementsverkiezingen van 2023.'

Weinig perspectief

Om het tij te keren moet Erdoğan de inflatie (15 procent), de prijsstijgingen en de werkloosheid (20 procent) onder controle krijgen. Toch is Turkije bijzonder kwetsbaar, door zijn afhankelijkheid van buitenlands kapitaal en export.

Erdoğan en zijn schoonzoon Berat Albayrak maakten de fout om te blijven inzetten op groei. Ze dwongen de Centrale Bank om de rentevoeten laag te houden.

Dat pakte anders uit. Investeerders wantrouwden politieke manipulatie van rentevoeten en haalden hun kapitaal weg uit Turkije. Hierdoor nam de waarde van de lira een duik.

Met de verkoop van maar liefst 140 miljard dollar aan reserves van de Centrale Bank probeerde de regering de ontwaarding van de lira af te remmen. Ook dat had weinig uitwerking.

Erdoğan maakte daarom onlangs een bocht van 180 graden met de aanstelling van een nieuwe gouverneur van de nationale bank. Die verhoogde meteen de rente van 10,25 naar 15 procent. Ook verving hij zijn schoonzoon door een nieuwe minister van Financiën.

'Een autoritair regime is eenrichtingsverkeer: er is geen weg terug.'

Een ander zeer is de corruptie. Door gebrek aan transparantie worden overheidsopdrachten systematisch aan vijf bedrijven toegekend die banden hebben met Erdoğan, aldus Sevinç. De CHP wil die bedrijven nationaliseren als ze aan de macht komt.

Dat Erdoğan onder druk van de VS, de EU, een lege staatskas en een afkalvende electorale achterban toch enigszins bijstuurt, is natuurlijk nooit uitgesloten. Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Maar dat Erdoğan ook op het vlak van de mensenrechten en de democratische principes een gelijkaardige bocht zal maken, betwijfelen Kader Sevinç en Derwich Ferho.

Sevinç: ‘Een autoritair regime is eenrichtingsverkeer: er is geen weg terug. De EU dacht te veel aan de verdediging van haar eigen belangen tegenover Turkije. Ze had geen oog voor de strijd van het democratische middenveld dat zich afzet tegen het autoritaire regime van Erdoğan.'

'Af en toe vanuit het EU-hoofdkwartier in Brussel een persverklaring uitsturen over een land waar de pers aan banden ligt zal weinig uithalen', besluit Sevinç.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift