Ethiopië te trots om hongersnood toe te geven

In gesprekken over de honger in Ethiopië, valt op dat bijna niemand in Ethiopië luidop durft te zeggen dat er hongersnood is. Dat is misschien begrijpelijk, want de vernedering waarmee Bob Geldof en Live Aid deze fiere natie opzadelden, is na 31 jaar nog steeds niet vergeten. Maar nuttig is het verzwijgen zeker niet.

  • © Seppe Deckers Greppels, bomen en terrassen hebben op sommige plaatsen regens 'opgehouden' © Seppe Deckers
  • © Seppe Deckers Wie schoffelt, graaft en labeurt, krijgt gratis eten © Seppe Deckers
  • © Seppe Deckers Voedselbedeling helpt overleven, maar tast waardigheid aan © Seppe Deckers
  • © Stefaan Anrys “Ooit waren we groots en dat zullen we opnieuw worden” © Stefaan Anrys

El Niño, een natuurfenomeen dat regens en overstromingen veroorzaakt in Zuid-Amerika, terwijl het aan het andere halfrond droogte troef is, heeft in de hoorn van Afrika ongemeen hard toegeslagen. De droogte die Ethiopië treft, is veel erger dan in 1984/5, toen de BBC en Live Aid een stroom van voedselhulp op gang brachten. Die moeder aller hongersnoden was toen vooral te wijten aan een desastreus (landbouw)beleid van het communistisch regime en kostte het leven aan wellicht één miljoen Ethiopiërs.

Droger, maar beter voorbereid

Bodemkundige Seppe Deckers (KUL) en Ethiopië-kenner is pas terug van een rondreis doorheen de toen zwaar getroffen provincie Tigray en is naar eigen zeggen “voorzichtig optimistisch”. Tegelijk erkent ook hij dat van een “hongersnood” spreken, sowieso moeilijk ligt voor de meeste Ethiopiërs. “Het is bijna taboe”.

Seppe Deckers: ‘Ja, de droogte in Ethiopië is even erg als dertig jaar geleden, zoniet erger. Het gebied dat geteisterd wordt is ook veel groter, maar het land is er beter op voorzien. Er zijn in Tigray goede wegen aangelegd en de Ethiopische overheid transporteert voedsel uit regio’s waar er wel landbouwopbrengst was. Uit de diaspora komt hulp en zelfs via buurland Djibouti wordt voedsel aangevoerd. Bovendien heeft het zogenaamde voedsel-voor-werk-programma, dat na de hongersnood van 1985 werd opgestart, vruchten afgeworpen’.

© Seppe Deckers

Wie schoffelt, graaft en labeurt, krijgt gratis eten

Na de hongersnood van 1984/1985 startte Ethiopië met hulp van de Wereldbank het Productive Safety Net Programme op. 8 op 10 Ethiopiërs leeft van (kleinschalige) landbouw en boeren die het nodig hebben, krijgen via dit programma olie en eten, in ruil voor vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld bij het graven van greppels, het planten van bomen en het aanleggen van terrassen. Deckers en zijn academici-collega’s werkten met steun van het Vlaamse VLIR-UOS aan het efficiënter maken van dergelijke ingrepen, onder meer in Lahama.

‘Het WereldBank-programma duwt boeren dieper in de armoede’

Seppe Deckers: ‘Al die ingrepen moeten de regens beter vasthouden. In Tigray wordt dit conserveringsprogramma nauwgezet opgevolgd. In Korem en Alamata, vlakbij het Ashanga-meertje, is de gerst al aan het kiemen. De belg, de lenteregens zijn aan het vallen en als die aanhouden, dan is er binnen drie maanden weer voedsel van eigen kweek. Het conserveringsbeleid werpt met andere woorden zijn vruchten af. Niet overal, want het merendeel van Tigray staat kurkdroog, maar toch zie ik hoop. En de boeren die ik gesproken heb, zijn redelijk optimistisch’.

© Seppe Deckers

Greppels, bomen en terrassen hebben op sommige plaatsen regens ‘opgehouden’

Er is echter ook kritiek op het voedsel-voor-werk-programma, omdat het boeren afhankelijk maakt, zegt Ayalew Talema Legass, bioloog uit Zuid-Wollo, niet ver van de hoofdstad Addis Abeba. Ayalew bezocht in november 2015 zijn geboortedorp in Zuid-Wollo, ten zuiden van de provincie Tigray. Hij beschrijft hoe lokale ambtenaren die instaan voor de verdeling van de hulp, a la tête du client beslissen wie hulp verdient en zo landbouwers nog minder zelfredzaam maken.

Perverse neveneffecten

© Seppe Deckers

‘Voedselbedeling helpt overleven, maar tast waardigheid aan’ (Ayalew Talema Legass)

Ayalew Talema Legass: ‘Toen ik jong was, droeg iedereen wit om naar de kerk of de markt te gaan. Mensen gingen prat op hun uitzicht. Vandaag loopt iedereen in Debra Senbo er vuil en slonzig bij, omdat ze anders geen steun krijgen. Ook mag je geen veestapel hebben, wil je kunnen genieten van het voedsel-voor-werk-programma. Dus iedereen doet zijn vee van de hand. Het programma duwt boeren met andere woorden dieper in de armoede. Ja, ze kunnen overleven, maar ze verliezen wel hun veerkracht én hun waardigheid. Twee van mijn broers, één zus en mijn vader zijn landbouwers. Sinds zij jaren geleden in het programma instapten, is hun leven er echt niet op verbeterd.’

Volgens de FAO, de VN-Voedsel en Landbouworganisatie, zijn er op dit ogenblik zo’n 10 miljoen Ethiopiërs getroffen door voedselonzekerheid en dat aantal kan oplopen tot 12 of 15 miljoen.

Waarom Ethiopië, en ook andere landen in Afrika, er nu zo erg aan toe is, heeft te maken met de klimaatsopwarming en met El Niño, een natuurfenomeen waarbij koel zeewater in de Stille Oceaan opwarmt en enerzijds regens en overstromingen veroorzaakt in Zuid-Amerika, terwijl het aan het andere halfrond droogte troef is. Het zogenaamde Kerstekind heeft dit keer echter ongemeen hard toegeslagen, precies door de kimaatswijziging, zegt Deckers. ‘Daardoor is de droogte in Oost-Afrika uitgesprokener en langduriger’.

Live Aid, het vervolg?

Tigray is maar één Ethiopische staat of “provincie”, zij het één van de droogste in Ethiopië. Aan de oostgrens van Tigray ligt Afar en in het zuidoosten de provincie “Somali”. Daar zijn nagenoeg alle gewassen verdord en de rondtrekkende veehoeders die er wonen, zoeken hopeloos naar gras of moeten hun veestapel aan bodemprijzen verkopen of zelf opeten.

Dit keer zijn de koeien de klos, want er is geen veevoeder

Seppe Deckers: ‘Ik geloof niet dat we een herhaling krijgen van 1985, maar als er drama’s gebeuren, dan zal het wellicht eerder in de veestapel zijn. Boeren zoeken hopeloos naar de laatste sprietjes gras en er is geen of weinig veevoeder voorhanden. Zakt het aantal runderen onder een kritische grens, dan krijgen de pastoralisten in Afar en Somali het natuurlijk knap lastig, want dat is hun enig kapitaal. Ook landbouwers zijn echter de klos, want zonder ossen kan je niet ploegen. Toch ben ik van mening dat deze crisis wel ‘s een blessing in disguise zou kunnen zijn. Er lopen vandaag immers veel te veel runderen rond in Afar en Somali, in verhouding met de draagkracht van deze provincies. Misschien herstelt El Niño wel het natuurlijk evenwicht’.

Dat Ethiopië mogelijks met een huizenhoog probleem zit, krijgt de overheid alvast niet over de lippen. Ethiopië is sinds de Ethiopische eeuwwisseling naar eigen zeggen bezig aan zijn hidase – Amhaars voor ‘renaissance’– en bouwt met eigen of buitenlandse fondsen indrukwekkende dammen, (spoor)wegen en wind- en waterkrachtcentrales. De teneur in Addis Abeba is dan ook dat deze regering – een coalitie van vier etnische partijen gedomineerd door politici uit Tigray – het zelf wel afkan. Talak neberin talakim enehonalen is één van haar slogans, wat zoveel betekent als “Ooit waren we groots en dat zullen we opnieuw worden”.

© Stefaan Anrys

“Ooit waren we groots en dat zullen we opnieuw worden”

Yes, we can.. die too

Al gaf die regering tijdens een rondetafel eind januari met hoge VN-vertegenwoordigers, schoorvoetend toe dat het land ‘rekent op jullie, onze internationale partners, om ons te steunen in onze inspanningen deze ramp te boven te komen’; het laatste wat de trotse natie wil, is een remake van het vernederende Do they know it’s Christmas, dat weliswaar honderdduizenden Ethiopiërs gered heeft, maar tegelijk de fiere natie nog dieper in de kuchit duwde, Amhaars voor “vernedering”. Toch is het oppassen geblazen, waarschuwt Ayalew, want die trots zou Ethiopië wel ‘s zuur kunnen opbreken. Hij vertelt hoe zijn schoonfamilie dagelijks tot zes uur moet lopen omdat er geen drinkwater meer is in de kebele Doks.

Ambtenaren zijn bang of zwijgen over de honger, om een goede beurt te maken

Ayalew Talema Legass: ‘Dat is nooit eerder gebeurd voor zover ons geheugen reikt. Niemand die het ziet, want media komen er niet. Er is honger in veel huishoudens en mensen kunnen doodgaan zonder dat de overheid het merkt, al is het maar omdat ze van een klif vallen op zoek naar water. Daarover zwijgen onze ambtenaren, omdat ze bang zijn of op een goed blaadje willen staan bij hun oversten en niet de spelbederver willen zijn. Ook dat is de realiteit. Als we dit niet onder ogen zien, zou het wel ‘s echt uit de hand kunnen lopen. Honger zie je niet. Het verzwakt de boeren, mensen blijven in hun huis, lijden in stilte en als er dan ergens ziekte uitbreekt, verspreidt die zich als een lopend vuurtje.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur