Dossier: 

‘Europa, dat is altijd nog een land verder’

De omvang van de menselijke drama’s voor de Europese kusten en de onverschilligheid van Europa voor de drama’s op de Middellandse Zee zijn moeilijk te vatten. Maar de zee is niet de enige toegangspoort naar Europa. En de weg over land is ook niet zonder gevaar voor lijf en leven. MO* verkent de Balkanroute.

  • © Toon Lambrechts Beeld uit Idomeni. © Toon Lambrechts
  • © Vasilis Tsartsanis Beeld uit Idomeni. © Vasilis Tsartsanis
  • © Toon Lambrechts Beeld uit Idomeni. © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts Beeld uit Idomeni. © Toon Lambrechts
  • © Vasilis Tsartsanis Beeld uit Idomeni. © Vasilis Tsartsanis

Een verlaten fabrieksterrein net buiten Subotica, een stadje helemaal in het noorden van Servië. Een groepje Afghanen wacht op de nacht om de grens met Hongarije over te steken. Een van hen heeft een vraag. Servië, is dat nu Azië of Europa? De rest moet er mee lachen. Zeker niet Europa, dat begint pas in Hongarije. Ook daar is niet iedereen het eens mee. Duitsland, of Oostenrijk, daar begint Europa.

De conversatie typeert transitmigratie. Europa, de utopische plek waar een nieuw leven wacht, is altijd nog een land verder, er is altijd nog een grens die overgestoken dient te worden. En grenzen, die zijn er op overschot in de Balkan.

Aanzwellende stroom

De cijfers liegen er niet om. De Westelijke Balkanroute, die loopt van Griekenland en Bulgarije over Macedonië en Servië tot Hongarije, is snel op weg om een belangrijke toegangsweg naar Europa te worden. In 2010 werden er 2370 mensen betrapt aan de Hongaarse grens, in 2014 maar liefst 43.360.

Een aanzienlijk deel van de mensen die hun weg zoeken door de Balkan heeft jarenlang in Griekenland geleefd.

Alles wijst erop dat de cijfers dit jaar van dezelfde orde zullen zijn. Dat is ook het gevoel dat heerst bij Frontex, het Europees agentschap dat instaat voor de coördinatie van de beschermingen van de buitengrenzen. ‘We vermoeden dat het aantal migranten dat gebruik maakt van de westelijke Balkanroute de komende jaren inderdaad nog zal stijgen’, zegt Izabelle Cooper, woordvoerster bij Frontex.

‘De migratiedruk neemt duidelijk toe. Vorig jaar staken 280.000 vluchtelingen de Europese grenzen over, het jaar ervoor 100.000. Syrië is slechts een van de drama’s die zich voor onze deur afspeelt. Irak, Libië, Eritrea… De lijst is lang, en er is weinig reden tot optimisme. Het is moeilijk uitspraken over de toekomst te doen. Veel hangt af van de situatie in de landen van herkomst, en van wat er zich afspeelt in de transitlanden.’

© Vasilis Tsartsanis

Beeld uit Idomeni.

De westelijke Balkanroute is wat men een “secundaire migratieroute” noemt. De echte buitengrenzen van Europa zijn al overgestoken, meestal in Griekenland, in toenemende mate in Bulgarije. Maar die twee landen hebben migranten niets te bieden. Bulgarije is het armste land van de Unie en Griekenland blijft kreunen onder een economische crisis waarvan het einde nog niet in zicht is. Niet meteen aantrekkelijke plaatsen voor wie hoopt een beter bestaan te vinden.

De meeste mensen die via de Balkan Europa trachten te bereiken zijn Syriërs en Afghanen. Andere grote groepen zijn Pakistanen, Iraniërs en Bengalezen, net als mensen uit Somalië en Eritrea. De meesten, vooral de Syriërs, zijn transitmigranten in de zuivere zin van het woord. Ze willen zo snel mogelijk naar West-Europa.

Een aanzienlijk deel van de mensen die hun weg zoeken door de Balkan heeft echter jarenlang in Griekenland geleefd, al dan niet met papieren. Maar de aanhoudende crisis en de vijandige sfeer tegenover migranten in dat land zorgt ervoor dat ze hun heil elders gaan zoeken.

Het eiland Kosovo

© Toon Lambrechts

Beeld uit Idomeni.

De Balkanlanden zelf zijn echter ook nog steeds belangrijke herkomstlanden. De afschaffing van de visumplicht voor Europa maakt echter dat de inwoners van de Balkan vrij kunnen reizen naar Europa voor een periode van drie maanden.

Enkel voor Kosovo geldt de visaplicht nog. Dat maakt dat de Kosovaren wel nog terug te vinden zijn in de illegale mensenstroom.

2014 was een uitzonderlijk jaar.

Vreemd genoeg gebruiken de Kosovaren dezelfde route, maar gescheiden smokkelnetwerken. Een groot deel van de scherpe stijging in het aantal onderschepte grensoverschrijdingen vorig jaar komt op rekening van de Kosovaren, aldus Izabelle Cooper van Frontex.

‘In dat opzicht was 2014 een uitzonderlijk jaar. Het aantal mensen dat vanuit Griekenland vertrok bleef stabiel, maar er was een kortstondige, enorme piek in het aantal Kosovaren.’

‘In enkele maanden tijd werden er zo’n 20.000 Kosovaren geregistreerd aan de Hongaarse grens. Dat verklaart grotendeels de verdubbeling van het aantal grensoverschrijdingen vorig jaar. Ondertussen is die migratie vanuit Kosovo nagenoeg stil gevallen, al blijft het aantal transitmigranten vanuit Griekenland wel stijgen.’

Fijnmazig netwerk

Het zou verkeerd zijn de Balkanroute op te vatten als een brede mensenrivier. Het is een open netwerk van routes en mogelijkheden waar migranten zelf een traject uit knippen en plakken. Soms zijn bepaalde routes niet beschikbaar door weersomstandigheden of door opgevoerde grenscontroles. Evengoed speelt het budget dat een migrant ter beschikking heeft een rol.

Tot vorig jaar trokken veel vluchtelingen via Albanië, Kosovo en Servië naar het noorden, een route die ondertussen volledig in ongebruik geraakt is. Als ergens een route afgesloten wordt, is dat elders voelbaar. Een belangrijk gegeven in de groei van de Balkanroute sinds 2012 is bijvoorbeeld het feit dat de zeeroute tussen Griekenland en Italië bijna wegviel door opgevoerde controles op vracht- en personenschepen.

De aanwezigheid van grote groepen migranten uit Azië en Afrika is nieuw voor een aantal landen in de Balkan.

De westelijke Balkanroute loopt over land, en dat geeft mensen meer vrijheid. Enkele jaren geleden, en nu nog steeds, legden heel wat vluchtelingen de route gewoon te voet af, zonder de hulp van smokkelaars. Dat is op zee niet mogelijk.

Ze volgen daarbij de grote oriëntatiepunten in het landschap, zoals de E75 die van Thessaloniki naar Boedapest loopt, of meestal eerder de spoorweg die hetzelfde traject aflegt. Steeds vaker maken vluchtelingen gebruik van smokkelaars die hen te voet de grens over helpen om hen dan met een wagen naar het volgende punt te brengen. Een andere methode is om zich te verstoppen op de goederentreinen naar het noorden.

De aanwezigheid van grote groepen migranten uit Azië en Afrika is nieuw voor een aantal landen in de Balkan. Migratie zelf niet natuurlijk. De oorlogen van de jaren negentig joegen grote groepen mensen op de vlucht, en de belabberde economie blijft jonge mensen in de Balkan en Griekenland aanzetten hun geluk elders te beproeven.

Ieder land gaat anders om met die nieuwe realiteit om. Bulgarije moet zich als EU-lidstaat passen binnen het wettelijk kader omtrent migratie dat de EU uitgestippeld heeft. Servië lijkt voor een meer liberale aanpak te kiezen, terwijl in Macedonië migratie een zaak van criminele netwerken is.

© Toon Lambrechts

Beeld uit Idomeni.

Migratie 2.0

Het zou de 21ste eeuw niet zijn als er geen randje sociale media aan het verhaal zat. Het doet vreemd aan, mannen die bij een smeulend kampvuur, met niets dan een stuk plastiek om hen tegen de regen te beschermen, op hun smartphone zitten te tokkelen. In praktijk is het een bijzonder handig instrument voor wie de tocht richting Europa maakt.

Facebook, viber en whatsapp worden veelvuldig gebruikt om in contact te blijven met elkaar, met wie al voorop loopt of met het thuisfront. Er bestaan verschillende facebookgroepen waarin Syriërs informatie uitwisselen over de route, de smokkelaars en de kansen op asiel. Gps-toepassingen zijn zeer gewild.

Het meest verontrustend is de steeds grotere aanwezigheid van georganiseerde criminaliteit op de route.

Dat weet de grenspolitie ook, en de smokkelaars weten dat de politie dat weet. Oversteken betekent offline gaan, soms voor dagen, zodat de grenswachters de signalen niet kunnen detecteren.

Tegelijk vallen migranten terug op een eeuwenoude vorm van communicatie, namelijk het achterlaten van opschriften op plekken langs de route.

In het treinstation van Idomeni, in de Macedonische detentiecentra, in de verlaten steenbakkerij van Subotica, en waarschijnlijk op tal van andere plekken valt migratiegraffiti te lezen. Soms betekenisloos gekrabbel, soms enkel namen, soms nuttige informatie. Hoeveel een Macedonische politieagent “kost” bijvoorbeeld, of hoelang iemand op een bepaalde plek gewacht heeft.

De westelijke Balkanroute is niet de dodentocht die de bootvluchtelingen op de Middellandse Zee of de Egeïsche Zee moeten doorstaan. Maar het is zeker geen picknick, al is dat de term die de Syriërs met hun apart gevoel voor humor gebruiken voor de route.

Er vallen voldoende verhalen te rapen over mensen die het leven laten onderweg, achtergelaten door smokkelaars in de bergen tussen Macedonië en Servië, of bij ongevallen veroorzaakt door de onvoorzichtigheid van smokkelaars.

Het harde leven buiten in weer en wind breekt mensen, en de angst, de onzekerheid en de brutaliteit van de politie in sommige landen weegt evengoed. Het meest verontrustend is de steeds grotere aanwezigheid van georganiseerde criminaliteit op de route, aangetrokken door het geld en de kwetsbaarheid van de vluchtelingen.

© Vasilis Tsartsanis

Beeld uit Idomeni.

Wel bescherming, geen toegang

‘De EU zou zeker meer druk moeten zetten op de betrokken landen om de mensenrechten van vluchtelingen te garanderen.’

De Europese leiders vergaderden eind vorige week over de situatie op de Middellandse Zee. Maar eigenlijk moet het hele migratiebeleid herdacht worden. De manier waarop Europa vandaag krampachtig de grenzen dicht probeert te houden, kost mensenleven en maakt criminelen rijk. Dat geldt voor de maritieme routes, en dat is op de westelijke Balkan niet anders, aldus Tvrtko Barun, directeur van het Jesuit Refugee Service South East Europe.

‘De EU zou zeker meer druk moeten zetten op de betrokken landen om de mensenrechten van vluchtelingen te garanderen. Maar we moeten ons daar geen illusies over maken, als de EU bepaalde veranderingen wil zien, zal ze die moeten financieren. Transitmigratie is voor de landen in de Balkan absoluut geen prioriteit. Financiering geeft ook de autoriteit om te controleren of er wel een zekere standaard gehaald wordt.’

Veel mensen vinden het huidige beleid hypocriet. Een groot deel van de mensen op weg in de Balkan, zeker de Syriërs, komt in aanmerking voor bescherming als vluchteling in Europa. Op voorwaarde dat ze in Europa geraken uiteraard. De illegale routes zijn daarvoor de enige manier, want de deur zit op slot.

Dat dit een probleem is, erkent zelfs Izabelle Cooper van Frontex. ‘Absoluut. Momenteel is er geen enkele mogelijkheid voor mensen die recht hebben op bescherming om asiel aan te vragen buiten de EU of buiten het grondgebied van een lidstaat. Dat dwingt mensen om het erop te wagen illegaal de grens over te steken en dat jaagt hen in de armen van smokkelaars die grof geld verdienen aan hun miserie. Het is een vraagstuk dat al meermaals op de tafel gekomen is bij de Europese Commissie, maar het vereist een politieke oplossing.’

De Balkanroute

De vraag hoe het anders zou kunnen is niet eenvoudig te beantwoorden, erkent Tvrtko Barun van het JRS South East Europe. Maar het is een kwestie van andere principes, van een andere manier om over migratie te denken.

‘Migratie gaat over solidariteit tussen de verschillende landen, tussen verschillende continenten zelfs. Maar er wordt maar erg weinig op die manier naar migratie gekeken. Momenteel ligt de focus van de EU te eenzijdig op het buiten houden van vluchtelingen. Sommige landen stellen zich meer open dan andere, maar de algemene tendens is duidelijk: de deur blijft dicht.’

MO* publiceert deze week tien artikels over de Balkanroute. Toon Lambrechts neemt u mee van Griekenland naar Hongarije, via Macedonië en Servië met een omweg langs Kosovo en Bulgarije.

Het dossier De Balkanroute volgt de weg die al duizenden mensen aflegden, in weer en wind, op zoek naar een beter leven. Het is het verhaal van de broers Ashraf en Kareem, die waarschijnlijk nog altijd in Belgrado op een kans wachten. Het is het verhaal van Omar, die in Oostenrijk een nieuw leven begint, maar evengoed van Nazim, die teleurgesteld op zijn stappen terugkeerde. Het is het verhaal van hoe hoop een weg zoekt in een labyrint van grenzen, hoe mensen op de vlucht tegelijk kwetsbaar en onoverwinnelijk zijn.

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Toon Lambrechts is freelance journalist tegen beter weten in. Behalve in MO* Magazine en op MO.be is hij ook te lezen in onder andere Knack, EOS en Vice.