‘Deze plantage is voor Suriname van groot belang’

Nederlands plantagebedrijf en Belgische managers laten Suriname met schulden en bananen achter

© Zoë Deceuninck

In november nam de Surinaamse overheid noodgedwongen het roer over van het grootste bananenbedrijf in dat land. Zes jaar lang was het in handen van een Nederlandse groep, onderdeel van het voedingsimperium van de Belgische ondernemer Hein Deprez. Die laat Suriname nu achter met een financiële kater.

Begin 2020 vertrok de Belgische directie van bananenbedrijf The Fruit Farm Group ‘als een dief in de nacht’ uit Suriname, zo beschreef nieuwssite Starnieuws het. Drie dagen eerder had die directie namens plantagebedrijf Food and Agriculture Industries (FAI) nog een hypotheeklening van zeven miljoen Amerikaanse dollar afgesloten met de Surinaamse Hakrinbank.

De Surinaamse bananenplantage FAI was sinds 2014 in handen van The Fruit Farm Group (TFFG), onder leiding van de Belgische ondernemer Hein Deprez. Op 13 februari 2020 stuurde die een korte brief naar de Surinaamse regering. Daarin stond te lezen dat de Belgische directie zich ‘noodgedwongen’ had teruggetrokken uit Suriname.

De verklaring was simpel: ‘de economische en politieke situatie van het land was er de afgelopen jaren alleen maar op achteruitgegaan’, klonk het in de brief. De regering kreeg de keuze: het bedrijf overkopen of het failliet verklaren. Van de ene dag op de andere werden de ruim 1000 arbeiders van FAI aan hun lot overgelaten.

‘De situatie is uitzichtloos’, zegt Rafaël, een arbeider die anoniem wil blijven. Al jaren werkt hij voor een schamel dagloon van amper vier euro bij FAI. Weer of geen weer, elke dag, van zeven uur 's ochtends tot vier uur in de namiddag, staat hij op het veld. Zondag is zijn enige rustdag.

‘Stel je voor dat een Surinaamse onderneming dit in West-Europa deed. Daarvoor beland je in de gevangenis.’

Rafaëls maandsalaris komt overeen met het absolute minimumloon in Suriname. Dat werd vorig jaar nog bijgesteld tot 1428 Surinaamse dollar (SRD), omgerekend zo’n 90 euro per maand. Dat is weinig, ook naar Surinaamse normen. Toch kan Rafaël zich een ontslag niet veroorloven. ‘Werk is schaars’, zegt hij.

Rabin Parmessar, begin dit jaar nog Surinaams minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij, verklaarde in het parlement dat er van een overname geen sprake zou zijn. ‘Stel je eens voor dat een Surinaamse onderneming dit in West-Europa deed. Mensen laten werken, niet betalen en dan met de noorderzon vertrekken. Daarvoor beland je in de gevangenis. De predikers van de mensenrechten vegen de vloer aan met hun rechten.’

De totale schuld die de Belgische directie in Suriname achterlaat, bedraagt 15 miljoen Amerikaanse dollar. Ze bestaat voornamelijk uit leningen die de directie bij de Hakrinbank aanging om de bananenproductie te bevorderen.

Arbeidsrust

Na het vertrek van ‘de Belgen’ besloot de Surinaamse regering om de openstaande lonen te blijven uitbetalen. ‘Om de arbeidsrust te bewaren’, aldus Parmessar. Ook werd vrij snel een interimmanagement aangesteld om de lopende zaken op te nemen. Van productie was nog amper sprake.

In Suriname liggen broodnodige inkomsten letterlijk op het veld te verrotten.

De export naar Europa kwam met het vertrek van de directie volledig stil te liggen. ‘We kunnen onze bacoven (Surinaamse benaming voor bananen die je meteen uit de schil eet, red.) niet meer kwijt. Een groot deel van de oogst kappen we in stukjes en gooien we terug op het veld’, zegt Dayanand Dwarka, voorzitter van de Bacoven Arbeiders Bond in Nickerie. Dat is een gebied in het westen van Suriname waar een belangrijke afdeling van FAI is gevestigd.

Voor de Belgen het bedrijf overnamen, exporteerde FAI wekelijks zo’n 80 containers bananen. Die hadden een jaarlijkse exportwaarde van bijna 50 miljoen euro. Bananen waren het op vier na grootste exportproduct van Suriname, na goud, hout, edelmetaal en olie. Europa vormde daarbij de belangrijkste afzetmarkt. Voor een appel en een ei lagen de Surinaamse bananen in winkels in België, Frankrijk, Oostenrijk of Hongarije.

Vandaag exporteert FAI nog maar vijf containers per week, en dat alleen naar enkele naburige Caraïbische eilanden. In Suriname, dat zelf ook op de rand van faillissement staat, liggen broodnodige inkomsten letterlijk op het veld te verrotten. Daarmee bereikte Suriname het zoveelste dieptepunt in de turbulente geschiedenis van zijn bananenindustrie.

Europese investeringen

De eerste poging om in Suriname bacoven op grote schaal te produceren en exporteren heette Surland. Het bedrijf ontstond in 1970, vijf jaar voor Suriname onafhankelijk werd van Nederland. Na de onafhankelijkheid kampte Surland met ontelbare problemen en in 2002 ging het uiteindelijk failliet.

Datzelfde jaar kwam er een doorstart met de oprichting van de Stichting Behoud Bacovensector Suriname (SBBS). Die moest Surland “opnieuw gezond” maken, zodat het in een later stadium geprivatiseerd kon worden.

‘The Fruit Farm Group maakte misbruik van laaggeschoolde mensen. De directie kon met hen doen wat ze wilde.’

Hoewel SBBS een Surinaams staatsbedrijf was, kon het op veel steun vanuit de Europese Unie rekenen. Tussen 2000 en 2009 investeerde die meer dan 23 miljoen euro in de Surinaamse bananenproductie. In 2012 kwam daar nog eens 9 miljoen euro bovenop.

De investeringen wierpen aanvankelijk – en letterlijk – hun vruchten af: in de periode van 2004 tot 2010 stegen de exportopbrengsten met maar liefst 370 procent. In 2008 kreeg SBBS ook nog eens ‘Global GAP’-certificaat. Hierdoor was het mogelijk Surinaamse bananen overal op de Europese markt af te zetten.

In 2014 vond uiteindelijk de langverwachte privatisering plaats. 90 procent van de aandelen werd voor 31 miljoen Amerikaanse dollar verkocht aan The Fruit Farm Group (TFFG). Dit bedrijf, gevestigd in Nederland, was datzelfde jaar door de Belgische ondernemer Hein Deprez opgericht, met behulp van een obligatielening ter waarde van 60 miljoen euro.

The Fruit Farm Group behoort tot holding De Weide Blik, en die is dan weer onderdeel van Greenyard Fresh, het voormalige Univeg van Hein Deprez. De bedoeling was dat The Fruit Farm Group alle plantageactiviteiten van Greenyard Fresh zou overnemen, financieren en coördineren.

In Suriname betekende dit dat SBBS werd overgenomen. Al was SBBS net voor de overname opnieuw in financiële moeilijkheden beland, door verhoogde concurrentie op de afzetmarkt in Europa. Suriname moest daardoor een tandje bijsteken.

© Zoë Deceuninck

Verplichte overuren

Na de overname door The Fruit Farm Group was de nieuwe directie streng, zegt arbeider Rafaël. ‘We moesten vele overuren maken, soms tot tien uur ’s avonds. In de drukste periodes stonden ze letterlijk op onze vingers te kijken. Voor velen van ons leverde het problemen op, want niet iedereen kon altijd een oppas betalen of voorzien’, zegt hij.

‘Omdat ze zoveel werkten, gingen velen naar de dokter. Maar wie zich vaak ziek meldde, werd zonder waarschuwing ontslagen.’

Maar voor de meeste arbeiders was aan de alarmbel trekken geen evidentie. ‘Weinigen kenden hun rechten, en wie ze wel kende werd geïntimideerd door de directie’, zegt Rafaël.

De Belgische directie, die tussen 2015 en 2018 onder leiding van Eduardo Melendez stond, trok bij haar aantreden in 2014 ook het mandaat van de Surinaamse juridische vertegenwoordiger voor FAI in. ‘Ze maakten misbruik van laaggeschoolde mensen die bij FAI werkten. De meesten die daar werkten wisten zelfs niet hoeveel één plus één is. De directie kon met hen doen wat ze wilde’, zegt Rafaël.

‘Jarenlang maakte de Belgische directie vooral misbruik van de vrouwen die bij FAI werkten’, bevestigt Ahmed, een voormalig werknemer van FAI. Ook hij wil ons enkel te woord staan als hij anoniem kan blijven. ‘Ze werkten vooral in de pakloodsen, waar ze verplicht overuren maakten.’

Ahmed vertrok omdat hij, naar eigen zeggen, de situatie niet meer kon aanzien. ‘Ik kreeg problemen met de Belgische directie, omdat ik probeerde op te komen voor de rechten van de vrouwen. Omdat ze zoveel moesten werken, gingen velen naar de dokter voor een ziektebriefje. Maar wie zich vaak ziek meldde, werd zonder waarschuwing ontslagen’, zegt Ahmed.

Van de 2600 werknemers die FAI in 2015 telde blijven er vandaag maar 1200 over. De meeste ontslagen vielen begin 2016. Toenmalig directeur Melendez zei destijds aan Surinaamse media dat het ging om ‘overtollige arbeiders’ die volgens hem ‘eeuwig ziek’ waren. Volgens vakbondsleider Dwarka zouden artsen ook zelf hebben toegegeven onterecht attesten te verstrekken aan arbeiders van FAI.

‘Europees dictaat’

De uitbraak van de mokoziekte in Suriname hielp de zaak er niet op vooruit. Die ziekte laat bananenplanten in een mum van tijd afsterven. In 2015 werd de besmettelijke bacterie opnieuw in Suriname gesignaleerd.

Dat jaar daalde de productie van FAI al met 15 procent. In 2017 werd nog eens tweederde van de aanplant noodgedwongen vernietigd, in een poging de verspreiding van de bacterie tegen te houden. Maar dat mocht niet baten: van de ruim 2000 hectare van FAI is nu nog minder dan de helft in productie.

FAI kon de gewenste resultaten in Suriname niet leveren, en mee daardoor raakte ook The Fruit Farm Group in Nederland in de problemen. In 2018 boekte The Fruit Farm Group een verlies van 25 miljoen euro, op een omzet van 105 miljoen euro. ‘Het eigen vermogen verdampte van 47 miljoen euro tot 1 miljoen euro’, schreef het Nederlandse Financieele Dagblad in augustus 2019.

Deprez’s holding ‘De Weide Blik’, waarvan The Fruit Farm Group onderdeel is, stond in 2019 zelf voor 76 miljoen euro in het rood. Deprez vroeg en kreeg in 2018 een jaar uitstel van zijn obligatiehouders, maar kon niet voorkomen dat hij een aantal van zijn bedrijven moest failliet verklaren of afstoten, waaronder die in Suriname.

‘Wil de overheid de bananenindustrie behouden, dan moet ze het vraagstuk over invoerrechten de nodige aandacht geven.'

Deprez probeerde dit jaar nog om via de rechtbank een deel van de schulden van The Fruit Farm Group kwijt te schelden. Dat plan mislukte, ook toen hij de gerechtelijke reorganisatie nadien probeerde door te drukken zonder tussenkomst van de schuldeisers. De rechter verwierp de plannen begin december, wat The Fruit Farm Group vandaag op de rand van een faillissement brengt.

De beslissing om FAI in Suriname af te stoten heeft, naast de financiële problemen van The Fruit Farm Group, mogelijk ook te maken met het in 2018 door de Surinaamse regering afgekeurde Economic Partnership Agreement (EPA) van de Europese Unie. Ex-dictator en voormalig president Desiré Bouterse weigerde, geheel volgens de populistische ideologie van zijn Nationaal Democratische Partij, die toen een absolute meerderheid in het parlement genoot, zich ‘te laten dicteren door Europa’.

Datzelfde jaar stopte The Fruit Farm Group met investeringen in Suriname. Want zonder de goedkeuring van het EPA-verdrag kan Suriname haar producten niet vrij van invoerrechten op de Europese markt brengen (en omgekeerd). ‘Door dit verdrag niet te ratificeren werd de toekomst van FAI uiterst onzeker. Wil de overheid de bananenindustrie behouden, dan moet ze dit vraagstuk de nodige aandacht geven’, waarschuwde de Hakrinbank, de grootste schuldeiser van FAI, in haar jaarverslag van 2018.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Eén van de grootste pleitbezorgers van het EPA-verdrag was voormalig oppositieleider en huidig president Chandrikapersad Santokhi. Of hij zijn nieuwe positie zal aanwenden om de discussie nieuw leven in te blazen moet nog blijken. Daarnaast is het de vraag of de Europese Unie er nog oren naar heeft.

‘Voor Suriname is het van groot belang dat het bedrijf overeind blijft.’

Na de verkiezingswinst in 2020 besloot zijn regering de communicatie met The Fruit Farm Group weer op te nemen. In november 2020 werd FAI voor 10 SRD (60 eurocent) overgenomen door Suriname. Daarmee nam Suriname niet alleen alle aandelen, maar ook de totale schuld van 15 miljoen dollar aan openstaande leningen over. Die schuld laat de Belgische directie achter in Suriname.

Volgens Dwarka is de overname een noodzakelijke stap om de toekomst van het bedrijf veilig te stellen. ‘Voor Suriname is het van groot belang dat het bedrijf overeind blijft. Faillissement zou leiden tot enorme sociale erupties, vooral op de afdeling in het westen van het land, waar mensen niet makkelijk een baan vinden’, zegt Dwarka.

Exact 45 jaar na de onafhankelijkheid van Suriname, op 25 november 1975, is ook de bananenindustrie opnieuw volledig in handen van de staat. ‘Het is een tweede kans voor Suriname, een tweede kans voor ons. Ik ben hoopvol’, zegt Rafaël.

The Fruit Farm Group was na herhaalde pogingen niet bereikbaar voor commentaar.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur