Geen gouden paspoort, maar zwartwerk voor vluchtelingen op Malta

De economie floreert in de kleine EU-lidstaat Malta. Daardoor en door zijn ligging in de Middellandse Zee heeft Malta veel werkzoekende vluchtelingen. Zij doen alles voor werk, maar botsen daardoor ook met de Maltese ongeschoolde arbeiders. Intussen kunnen Arabische oliesjeiks er officiële paspoorten kopen tegen 1 miljoen euro.

  • © Egmont Ruelens In de oude haven dobberen enkel nog roestige scheepswrakken verlaten rond © Egmont Ruelens
  • © Egmont Ruelens Veel vluchtelingen werken voor een hongerloon en in het zwart in de bouwsector © Egmont Ruelens
  • © Egmont Ruelens Nu en dan vertraagt of stopt een bestelwagen of een vrachtwagen, en wordt dan bestormd door de wachtende mannen. Ze weten dat er maar werk is voor één of twee van hen. © Egmont Ruelens
  • © Egmont Ruelens © Egmont Ruelens
  • © Egmont Ruelens © Egmont Ruelens
  • © Egmont Ruelens © Egmont Ruelens
  • © Egmont Ruelens zo’n werkvergunning stelt veel vluchtelingen bloot aan vervolging en deportatie. Het zou niet de eerste keer zijn dat een Nigeriaan of Somali op zijn werkplaats wordt aangehouden, in detentie geplaatst en vervolgens gedeporteerd wordt. Dus neemt hij liever zwartwerk aan, wat hem dan weer kwetsbaar maakt voor uitbuiting en gevaarlijk werk. © Egmont Ruelens
  • © Egmont Ruelens © Egmont Ruelens
  • © Egmont Ruelens © Egmont Ruelens
  • © Egmont Ruelens © Egmont Ruelens
  • © Egmont Ruelens De poorten van het kamp staan open, maar toch bekruipt je het gevoel een gevangenis te betreden. © Egmont Ruelens
  • © Egmont Ruelens ‘In plaats van een verhaal van mensenrechten naar voor te schuiven, sluiten onze overheden de grenzen en zetten in op repressie en controle.’ © Egmont Ruelens

‘Zie je die stenen daar?’ Wiliam, een magere dertiger uit Nigeria wijst naar enkele lijmstenen blokken. ‘Gebel tal franka. Daar wordt alles hier mee gebouwd. Ze zijn goedkoper dan de gewone bakstenen. Tachtig kilo weegt zo’n ding.’ Hij toont me de littekens op zijn schouders en in zijn nek en lacht zijn tanden bloot. Op zijn schouders draagt Wiliam de stenen naar boven op de werf waar hij werk vond.

Hij kwam twee maanden geleden aan op Malta. Niet overgestoken uit Afrika, maar al in 2004 kwam hij per boot aan in Italië. Het bedrijf waar hij werk vond, delocaliseerde naar China en dus kwam hij naar Malta. Zoals veel andere vluchtelingen, vond hij werk in de bouwsector. Vaak verliest iemand een vinger of breekt een been. Zo’n accidenten zijn niet ongewoon, en meer dan eens lopen ze fataal af. ‘Maar daar moet je niet aan denken. Werken is wat telt.’

Het eiland kende sinds het begin van het millennium een grote toestroom van vooral Afrikaanse vluchtelingen die als bij vergissing op het eiland terecht kwamen.

Malta, de kleine archipel in de Middellandse Zee ligt net onder Sicilië en 400 kilometer ten oosten van Tunis. Met slechts 400.000 inwoners geldt het toch als één van de dichtst bevolkte regio’s in Europa. Het eiland kende sinds het begin van het millennium een grote toestroom van vooral Afrikaanse vluchtelingen die als bij vergissing op het eiland terecht kwamen.

Heel wat gammele bootjes strandden niet op Lampedusa of het Italiaanse vasteland, van waaruit de vluchtelingen verder naar Noord-Europa hopen te geraken. Ze werden door de Maltese kustwacht onderschept en de drenkelingen van weleer vormen nu het leger goedkope arbeidskrachten dat de economie van de oude Britse kolonie overeind houdt. Maar ook vluchtelingen die Italië wel bereikten, Italiaanse architecten en Scandinavische IT’ers doen Malta aan als een plek waar werk te vinden is.

Het is begin juni en de zon verzengt Victoria, de hoofdstad van Gozo, het kleinere eiland van de archipel. Vanuit de kleine Afrikaanse supermarkt zie je het centrale busstation aan de overkant van het centrale plein van Victoria. In en buiten de winkel hangen groepjes jonge Afrikanen rond. Veel van hen zitten onder het stof van de bouwwerf waar ze even voordien hun werkdag afsloten.

© Egmont Ruelens

Veel vluchtelingen werken voor een hongerloon (en in het zwart) in de bouwsector

Er wordt druk gediscussieerd over de voetbalmatch Engeland tegen Wales. Wiliam is één van hen. Hij is naar Malta gekomen om werk te vinden en heeft hoop. ‘Europeanen zijn goede mensen. Ze zien ons graag. Waarom zouden ze ons anders papieren geven?’ Hij houdt van Europeanen omdat ze niet snel opgeven. Omdat het volgens hem doorzetters zijn, in tegenstelling tot Afrikanen…

Hamidou mengt zich in het gesprek. ‘Wat zeg jij nu? Hoe heb je die hele tocht naar Europa afgelegd? Door snel op te geven misschien?’ Hij grinnikt. Hamidou is heel zijn leven boer geweest. In Ghana hielp hij zijn vader op de cacaoplantage. Hard werk. En waarvoor? Mensen in Ghana zijn arm. Ze zien Afrikaanse voetbalspeler en zwarte Hollywoodsterren op de televisie en dromen van een beter leven. Hamidou verwijt het de Afrikaanse leiders. Zij denken enkel aan het vetten van hun bankrekeningen in Zwitserland en Luxemburg.

Verhalen van uitbuiting en onzekerheid

Twee jaar heeft hij in Libië gewerkt, in een gipsfabriek. Maar dan zijn de bombardementen begonnen, door de NAVO. De Libische politie en het leger jaagden hem en veel andere Afrikaanse mannen in bootjes en stuurden hen de Middellandse Zee op. Hij toont me zijn roze kaart. ‘Permesso di soggiorno’. De Italiaanse verblijfsvergunning is geldig tot 2020. Zijn enige zekerheid.

Op een boerderij in Calabrië kreeg hij een contract voor 56 dagen. Het werd niet verlengd, maar hij kon er wel blijven werken. ‘Zes maanden, twaalf uur per dag, zwoegen op het veld, zonder één dag rust, geen zondagen, geen feestdagen, voor 30 euro per dag. We werkten als ezels.’

De halftijdse job in een fastfoodrestaurant waar hij nu werkt, heeft hij gevonden via een uitzendkantoor hier op Gozo. Toch kreeg hij geen contract. Per uur wordt hij vier euro betaald, terwijl de Maltezen die er werken er volgens Hamidou minstens het dubbele krijgen.

De verhalen van Wiliam en Hamidou zijn er van uitbuiting en onzekerheid. Volgens het Nationale Commissie voor de Promotie van Gelijkheid (NCPE) is de Maltese werkvloer de plaats waar vluchtelingen en migranten het meest met discriminatie en racisme af te rekenen krijgen.

Het gaat meestal over jonge mannen, fysiek in staat tot zware arbeid en lange uren. Op het veld of op bouwwerven, als bordenwassers in restaurants en hotels. Ze hebben geen kinderen en delen een kamer met vier of vijf lotgenoten. Ze vinden moeilijk werk en worden gediscrimineerd op de werkvloer waar ze geen enkele bescherming bij een ongeval of ziekte genieten. Als toerist krijg je ze amper te zien. Gescheiden van de rest van de samenleving, leiden ze parallelle levens.

© Egmont Ruelens

De Maltese werkvloer is de plaats waar vluchtelingen en migranten het meest met discriminatie en racisme af te rekenen krijgen.

Om de hoek van de Afrikaanse winkel bevindt zich het oude hospitaal van Victoria. De vroegere ziekenzaal werd omgevormd tot het lokale kantoor van het Departement van Sociale Zekerheid. Hier worden de werkloosheidsuitkeringen, de ziektetoeslagen en de pensioenen uitgekeerd. Op de kartonnen muren van de open kantoorruimte prijken citaten van Napoleon en Bismarck. ‘Als je iets gedaan wil krijgen, doe het dan zelf.’ Het bureau is bezaaid met paperassen en lege koffietassen.

Victoria, een mollige Maltese vrouw in de veertiger jaren met dezelfde naam als haar geboortestad, is hoofd van de lokale afdeling. ‘Vandaag is Zwarte Woensdag,’ knipoogt ze terwijl een zakje crackers opent. Op woensdag komen vluchtelingen die daar recht op hebben hun uitkering innen.

Ook de bank- en IT sector werden aangezogen door aantrekkelijke belastingsregimes waardoor Malta geldt als een belastingparadijs binnen de Europese Unie.

In de gang van het oude hospitaal schuiven vooral jonge Afrikaanse mannen aan, naast enkele Somalische gezinnen met kinderwagens. Veel uitgebluste gezichten.

Victoria verzekert dat iedere erkende vluchteling beschouwd en behandeld wordt als een Maltese burger. ‘Maar integratie is een proces dat van twee kanten moet komen. De basis van integratie is werk. En voor wie wil werken, is er op Malta altijd werk.’

De Maltese economie heeft de financiële crisis van 2008 vlot doorstaan. Het toerisme, dat 80% van het BNP uitmaakt, heeft zich snel hersteld door de instabiliteit in de rest van de Middellandse zee. Veel toeristen verkiezen tegenwoordig Malta boven Griekenland, Egypte of Tunesië.

De bouwsector heeft daar mee van geprofiteerd. Ook de bank- en IT sector werden aangezogen door aantrekkelijke belastingsregimes waardoor Malta geldt als een belastingparadijs binnen de Europese Unie. ‘Malta Freeport’ is de derde grootste overslaghaven van de Middellandse Zee en de scheepvaart zorgt voor duizenden jobs.

© Egmont Ruelens

In de oude haven dobberen enkel nog roestige scheepswrakken verlaten rond

Ondanks privatiseringen in de telecommunicatie en scheepsbouw bij het toetreden tot de Europese Unie in 2004, bleven gezondheidszorg, onderwijs en transport in handen van de overheid en dus een stabiele vorm van werkgelegenheid. Het gaat goed met Malta en er is werk, maar dat was ooit anders.

Na de Tweede Wereldoorlog lag het eiland in puin en het herstel was lang en moeizaam. Bovendien sloten veel scheepswerven hun deuren na het vertrek van de Britten in 1964. Het leven was hard en getekend door armoede. Victoria herinnert zich hoe haar vader zelf nog de ploeg trok op zijn akkers. Veel Maltezen trokken weg, naar de Verenigde Staten, Australië of Canada. Op zoek naar een beter leven.

De economische situatie verbeterde pas in de jaren ’90, en de verandering die daaruit volgden hebben de Maltese samenleving drastisch veranderd. Het land zocht toenadering tot de EU, opende haar markten en voerde een liberalisering van de financiële sector door.

Mensen konden plots goedkope leningen aangaan. Kabeltelevisie en reizen naar het buitenland werden betaalbaar. Het massatoerisme kwam op gang en samen met de aansluiting bij de EU in 2004, deed het internet zijn intrede, werden nieuwe wegen aangelegd en kwam Malta los uit zijn katholieke keurslijf. Wetten over echtscheiding en het homohuwelijk zorgden voor heftig maatschappelijk debat, maar werden doorgevoerd.

Stijgende welvaart versus toenemend zwartwerk

Uiteindelijk evolueerde Malta van een land van emigratie, naar een land van immigratie. Nu zijn het Hamidou uit Ghana en Wiliam uit Nigeria die hierheen komen, op zoek gaan naar een beter leven. Hun verhaal contrasteert scherp met het succesverhaal van welvaart en groei op Malta. Ze hopen hun plekje te kunnen innemen in dat succesverhaal, maar stoten op een onzichtbare muur. Ze vinden enkel werk in het zwart, zonder perspectief of zekerheid.

In Marsa, één van de groezeligere buitenwijken van de nationale hoofdstad Valletta, wordt duidelijk hoe deze zwarte markt in zijn werk gaat. Vlakbij de oude haven, waar enkel nog roestige scheepswrakken verlaten ronddobberen, bevindt zich een druk verkeersknooppunt met verschillende ronde punten, omzoomd door vervallen gebouwen en hoopjes zwerfafval. Achter een muurtje liggen in een grote kuil vuile matrassen uitgespreid tussen kookgerij en hoopjes persoonlijke spullen. Daar slapen “Italiaanse” vluchtelingen die hier op Malta werk komen zoeken.

De zon gaat nog maar net op, maar her en der zitten al groepjes jonge Afrikaanse mannen te wachten aan de kant van de weg. Nu en dan vertraagt of stopt een bestelwagen of een vrachtwagen, en wordt dan bestormd door de wachtende mannen. Ze weten dat er maar werk is voor één of twee van hen. Die hijsen zich aan boord en de vrachtwagen rijdt alweer verder, naar een bouwwerf, een restaurant of gewoon een plek waar klusjes op te knappen zijn.

De rest van de mannen neemt hun plaats in het decor terug in. Abderrahman, een jonge reus uit Mali rookt nerveus een sigaret. ‘Als je geluk hebt, kan je hier werk voor een paar weken vinden, maar vaak krijg je maar één dag, of zelfs maar een paar uur. Soms kan je hier dagenlang zitten, te wachten, zonder ook maar één cent te verdienen. Het is om gek van de worden.’

© Egmont Ruelens

Nu en dan vertraagt of stopt een bestelwagen of een vrachtwagen, en wordt dan bestormd door de wachtende mannen. Ze weten dat er maar werk is voor één of twee van hen.

Voortdurend rijden auto’s voorbij, nu en dan een vrachtwagen. Wanneer die ook maar een beetje vertragen, schiet Abderrahman recht om op hen toe te lopen, maar telkens rijden de wagens door zonder iemand op te pikken. Hij moet grinniken om zijn eigen opgejaagde reacties. Om het absurde schouwspel dat hier wordt opgevoerd en waar hij ongewild deel van uitmaakt.

Dat hij op deze manier werk zou moeten zoeken, had hij niet verwacht. Toen hij op Malta aankwam, had hij nog nooit van het eiland gehoord. ‘Ik kon wel janken. Achttien maanden heb ik in een gesloten detentiecentrum vastgezeten. Daarna kreeg ik de boodschap dat ik het land moest verlaten. Maar hoe? Zonder papieren kan ik niet vertrekken. Ik zit niet meer opgesloten, maar nu is het hele eiland mijn gevangenis.’

Na drie uur geeft hij het wachten op voor vandaag. Morgen zal hij het opnieuw proberen.

Abderrahman verblijft in het open opvangcentrum van Ħal Far, in het zuiden van het eiland. Hier kunnen vluchtelingen die geen papieren of verblijfsvergunning hebben, toch een onderkomen vinden. Het centrum ligt er desolaat bij, aan de rand van een oud industrieterrein. De poorten van het kamp staan open, maar toch bekruipt je het gevoel een gevangenis te betreden. Pascontroles, containers op elkaar gestapeld, beton, prikkeldraad.

© Egmont Ruelens

De poorten van het opvangcentrum Ħal Far staan open, maar toch bekruipt je het gevoel een gevangenis te betreden.

Met drie Nigerianen en twee Ghanezen betrekt Abderrahman een container. Zes stapelbedden en een kast. Meer staat er niet. In de zomer is het er binnen niet uit te houden door de hitte. Er is geen gas om te koken. ‘Het kan niemand wat schelen. Wie we zijn, hoe we leven, hoe we overleven. Waar je ook bent, altijd en overal: als je zwart bent, kijkt men op je neer. Je bent lui, arm, vuil en onbetrouwbaar. Je wordt minder betaald, je moet harder werken. We zijn nog altijd slaven.’

Een werkvergunning stelt veel vluchtelingen bloot aan vervolging en deportatie. Dus neemt hij liever zwartwerk aan.

Hoewel hij geen papieren kan krijgen, heeft Abderrahman wel recht op een werkvergunning. Dan wordt het werk dat hij vindt gelegaliseerd, hoewel zijn aanwezigheid hier niet legaal is. Maar zo’n werkvergunning stelt veel vluchtelingen bloot aan vervolging en deportatie. Het zou niet de eerste keer zijn dat een Nigeriaan of Somali op zijn werkplaats wordt aangehouden, in detentie geplaatst en vervolgens gedeporteerd wordt. Dus neemt hij liever zwartwerk aan, wat hem dan weer kwetsbaar maakt voor uitbuiting en gevaarlijk werk.

Het toeristisch hoogtepunt van Malta is ongetwijfeld de hoofdstad Valletta. ‘De stad bestaat uit kerken en verdedigingswallen. Ze is letterlijk gebouwd om de Arabieren buiten te houden,’ lacht Maria op een van de vele gonzende terrasjes. Aan het woord is Maria Pisani, docente aan het departement jeugd- en communicatiestudies van de Universiteit van Malta.

Toen het open centrum van Ħal Far 13 jaar geleden de deuren opende, was zij de eerste directrice. Later stond ze onder de vlag van de Verenigde Naties aan het hoofd van lokale afdeling van IOM (International Organisation for Migration) in Malta en richtte ze Integra op, een NGO die naast het organiseren van taallessen voor vluchtelingen, ook het publiek en politiek debat rond migratie aanwakkert en de zaak van vluchtelingen op Malta bepleit.

Gouden paspoortprocedure: cynisch en moreel corrupt

‘Het migratiebeleid in Malta hangt met gaten en ogen aan elkaar. Niemand weet hoeveel vluchtelingen er in werkelijkheid op Malta verblijven. Italiaanse vluchtelingen komen en gaan. Anderen worden teruggestuurd, een aantal komt terug en slaagt erin te blijven. Sommigen verblijven al tien jaar op Malta, maar krijgen geen burgerrechten.’

‘De gouden paspoortprocedure is cynisch en moreel corrupt. Wie kan betalen, krijgt toegang tot burgerrechten. Wie dat niet kan, mag creperen.’

In schril contrast hiermee staat de gouden paspoort procedure, waarbij een Russische zakenman of een oliesjeik uit de Emiraten voor 1 miljoen euro een Maltees paspoort kan kopen. Een duur ticket naar Europees burgerschap. Voor Maria komt het neer op toegang tot rechten. ‘De procedure is cynisch en moreel corrupt. Wie kan betalen, krijgt toegang tot burgerrechten. Wie dat niet kan, mag creperen. De gemiddelde Maltees ligt er niet van wakker. Zolang er geld binnenkomt.’

Maar die gemiddelde Maltees is ook slachtoffer van het beleid. Het aandeel van niet aangegeven arbeid in de Maltese economie wordt geschat op 27%. Daarmee is Malta koploper in Europa.

Ook de Maltese arbeider wordt blootgesteld aan gevaarlijk, vuil en onwaardig werk en moet dus concurreren met jongemannen uit West-Afrika en het Midden-Oosten, die vaak bereid zijn om voor minder loon te werken.

Net als in de rest van Europa, steekt ook op Malta racisme en nationalisme steeds meer de kop op. ‘Waarom niet alle vorm van werk regulariseren?’ stelt Maria voor. ‘Zowel voor Maltese arbeiders als voor migranten. Zo worden ieders rechten beschermd en heeft iedereen toegang tot waardig werk.’ Voor Maria is dit de neoliberale paradox.

‘Om economische groei in een neoliberaal systeem vol te houden, is competitie tussen migranten en autochtone arbeiders noodzakelijk. Het drukt de lonen en bevordert de concurrentiepositie van bedrijven. Door niet op te komen voor de rechten van iedere arbeider, geven we zuurstof aan racisme en onverdraagzaamheid. In plaats van een verhaal van mensenrechten naar voor te schuiven, sluiten onze overheden de grenzen en zetten in op repressie en controle.’

© Egmont Ruelens

‘In plaats van een verhaal van mensenrechten naar voor te schuiven, sluiten onze overheden de grenzen en zetten in op repressie en controle.’

Net als Marsa, is Msida één van de verloederde buitenwijken van Valletta. Het contrast met de toeristische hoofdstad is groot. Vervallen huizen, grijze woonbarakken vol graffiti en kakkerlakken die voor je voeten het riool inschieten, domineren het straatbeeld.

In het gastenhuis La Fuente hokken Duitsers, Italianen, Finnen en Colombianen samen, allen op zoek naar werk. Er is geen warm water en het pleisterwerk komt los van de muren. Paolo is een Italiaanse architect. Hij studeerde aan de prestigieuze Politecnico van Milaan en heeft twee masterdiploma’s op zak.

Betonnen onzekerheid

Toch kwam hij in zijn thuisland nergens aan de bak. De economische crisis richt nog altijd ravage aan in de Italiaanse economie en de bouwsector deelt in de klappen. ‘Als je geen mensen kent in Italië, maak je geen schijn van kans. Je hebt een netwerk nodig en dat had ik niet. Na een jaar van onbetaalde stages zonder uitzicht op een vaste betrekking, ben ik enkele maanden geleden naar Malta gekomen. Om Engels te leren en een job te vinden.’ Paolo verdient als architect 750 euro per maand in een klein bureau voor interieur design. De huur voor zijn kamer komt neer op 400 euro. Wat overblijft, is amper genoeg om van te leven.

De vastgoedlobby heeft veel macht op het eiland en vergunningen worden aan de lopende band uitgedeeld, hoewel niet minder dan 36% van de gebouwen op Malta leegstaan.

‘De bouwsector op Malta doet het goed, maar dat heeft zijn prijs. Overal wordt gebouwd, zonder plan of visie. Het eiland wordt vol beton gegoten. Hypermoderne appartementsblokken springen als paddestoelen uit de grond, lukraak door elkaar en pal naast oude historische gebouwen.’

De vastgoedlobby heeft veel macht op het eiland en vergunningen worden aan de lopende band uitgedeeld, hoewel niet minder dan 36% van de gebouwen op Malta leegstaan. ‘Dit kan niet blijven duren. Op een dag zal deze bubbel uiteen spatten.’

Net als voor Hamidou of Abderrahman, belooft ook voor Paolo de toekomst veel onzekerheid. ‘Op termijn kan ik hier niet blijven. Ik sta aan het begin van mijn carrière, maar de onzekerheid knaagt voortdurend. Misschien houd ik hier een jaar of twee vol, maar dan moet ik waarschijnlijk op zoek naar een andere job, op een andere plek.’

© Egmont Ruelens

Het zijn niet enkel ongedocumenteerde vluchtelingen die blootgesteld worden aan uitbuiting en een precaire arbeidssituatie. Een hele generatie van hoger opgeleiden uit Italië, Griekenland en Spanje vindt geen werk. Met hun rug tegen de muur, zijn ze verplicht iedere job aan te nemen die op hun pad komt. Ze werken aan het minimumloon. Werkgevers kunnen het zich veroorloven hen uit te buiten want mensen als Paolo en Wiliam hebben geen andere keuze. Als hij de job niet neemt, staat er een ander klaar om het werk wel aan te nemen.

Ronddwalend leger

Vandaag wordt het aantal niet-gedocumenteerde migranten in Europa geschat op 6 miljoen. Een leger ronddwalende arbeidskrachten, ondergedoken, slachtoffer van discriminatie, levend met de voortdurende dreiging van gedwongen terugkeer en veroordeeld tot schimmige tewerkstelling om te overleven.

Waar het beleid faalt, zoeken mensen een zondebok: Hamidou of Abderrahman.

Zolang de landen van de Europese Unie niet inzetten op een duurzaam ontwikkelingsbeleid in het Zuiden, maar opteren voor het steunen van dictators in Afrika of in het Midden-Oosten de kaart van oorlog en bombardementen trekken om de eigen economische belangen te verdedigen, zullen de migratiestromen zoals we die de laatste jaren hebben gekend, niet slinken.

De paradox is dat het huidige Europa geen andere keuze heeft. De relatieve welvaart in het Westen bestaat nog steeds bij gratie van uitbuiting in het Zuiden. Aardolie voor onze wagens, kobalt voor onze iPhones. Met hekkens, muren en grenscontroles, met detentiecentra als gevangenissen en het administratieve doolhof naar papieren, wordt de hoop in Europa een beter leven te vinden, trefzeker in de kiem gesmoord.

Maar ook voor eigen volk brokkelt het verhaal van welvaart en de welvaartsstaat af. Een diploma is niet langer een vrijgeleide voor een zekere toekomst. Waar het beleid faalt, zoeken mensen een zondebok: Hamidou of Abderrahman.

Toenemende migratiestromen, grenzen die worden gesloten maar toch voortdurend overgestoken, een groeiende zwarte markt met werkomstandigheden die aan de slavernij grenzen. Dat is de realiteit die Europa onder ogen ziet. Of beter: niet onder ogen wil zien.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift