Beheer Congolese wouden moet ook belangen van lokale bevolking dienen

Geven we genoeg om de krachtigste long ter wereld te redden?

© Bart Lasuy

Hoewel het Amazonewoud beduidend groter is, halen de tropische wouden in het Congobekken, in het hart van Afrika, vandaag meer CO2 uit de lucht. Dat lijkt goed nieuws, maar ook deze wouden zijn in sneltempo aan het verdwijnen. Verschillende landen, waaronder ook ons land, investeren in projecten om de bossen te beschermen. Toch hebben zulke projecten maar weinig kans op slagen als ze ook niet de snelgroeiende bevolking vooruithelpen.

Dat het Amazonewoud belangrijk is voor ons klimaat is genoegzaam bekend. Veel minder bekend is dat de tropische wouden in Centraal-Afrika als stofzuiger van CO2 intussen belangrijker zijn dan het Amazonewoud.

We hebben er daarom alle belang bij dat het Centraal-Afrikaanse woud niet wordt gekapt. Toch blijft dat een moeilijke evenwichtsoefening: miljoenen mensen hangen ervan af voor energie en voedsel, maar ook voor bouwmaterialen, medicijnen en inkomen.

Maar liefst 70 procent van het Centraal-Afrikaanse woud ligt in de Democratische Republiek Congo (DRC). Die telt nu zo’n 90 miljoen inwoners, maar tegen 2050 worden dat er 200 miljoen. Tegen het einde van deze eeuw kan dat aantal nog eens verdubbeld zijn.

Met een jaarlijkse toename van 3 procent heeft de Congolese bevolking een van de hoogste groeicijfers ter wereld. En het is net die snelgroeiende bevolking, die leeft van het woud, die er ook een ingrijpende impact op heeft.

Zwerflandbouw

Wat de Centraal-Afrikaanse situatie bijzonder maakt, is dat de ontbossing niet voortkomt uit grote agro-industriële projecten of industriële houtkap, maar uit de leefwijze van een groot deel van de bevolking.

In de hele regio maken de bewoners gebruik van makala, houtskool in de lokale taal, om te koken en te verwarmen. Daardoor ontstond in de nabijheid van steden een heuse houtskoolindustrie. Bomen worden er gekapt en verkoold, waarna ze in de alomtegenwoordige witte zakken verdwijnen en naar de steden worden vervoerd.

© Bart Lasuy

Daarnaast hangen de bewoners ook voor vruchtbare landbouwgrond af van het woud.

Het Congolese regenwoud neemt elk jaar met minstens 1 procent af.

Congolese boeren doen al eeuwenlang aan zwerflandbouw, waarbij ze een stuk van het woud kappen, dat laten drogen en het vervolgens platbranden. Dat doodt het “onkruid” en zorgt voor mest in de vorm van as.

Die aanpak werkte goed toen er nog maar 5 of 10 miljoen Congolezen waren. De boeren gingen immers pas 30 jaar later terug naar dezelfde plek, zodat het woud zich kon herstellen. Dat is nu anders, zwerflandbouw komt tegenwoordig meestal neer op ontbossing.

De houtskoolindustrie en de zwerflandbouw, aangevuld met de eerder bescheiden industriële houtkap, hebben als gevolg dat het Congolese regenwoud elk jaar met minstens 1 procent afneemt. In 2020 ging er volgens de Wereldbank 1,31 miljoen hectare aan intact woud verloren in de DRC, goed voor een uitstoot van 854 miljoen ton CO2. Met het huidige tempo zou er op het einde van de eeuw van het woud nog maar weinig overblijven.

© Bart Lasuy

Hoe het Centraal-Afrikaanse regenwoud de belangrijkste long van de wereld werd

Tussen 1990 en 2000 waren tropische regenwouden nog goed voor 17 procent van de wereldwijde opname van koolstofemissies. Met een jaarlijkse opname van 530 kilogram koolstof per hectare nam het Amazonewoud in dat decennium nog meer dan de helft van de koolstofoppname door tropische wouden voor zijn rekening.

De Afrikaanse wouden namen met 670 kilogram koolstof per hectare per jaar weliswaar meer koolstof op, maar omdat de intacte wouden van de Amazone veel groter waren (in 1990 nog 8,8 miljoen km2 tegenover 6 miljoen km2 in Afrika) nam het Amazonegebied globaal gezien meer koolstof op uit de atmosfeer dan Centraal-Afrika.

Sindsdien is de situatie ingrijpend veranderd. Tussen 2010 en 2020 is de koolstofcaptatie door ’s werelds regenwouden teruggelopen tot 0,68 miljard ton koolstof of 2,5 gigaton CO2. (Voor de duidelijkheid: elke kilogram koolstof die in de atmosfeer opgaat, vertaalt zich in 3,67 kilogram CO2.) Dat was nog goed voor slechts 7 procent van de globale CO2-emissies, die intussen al naar 35 miljard ton zijn gestegen.

De reden is dat de wouden van de Amazone veel minder koolstof opnamen: een daling van 530 kg per hectare in de jaren negentig tot 230 kg tussen 2010 en 2020. De koolstofopname in Centraal-Afrika daalde daarentegen amper: van 670 naar 630 kilogram per hectare.

Dat het Afrikaanse intacte regenwoud iets sneller afnam dan het Amazonewoud (een afname van 28 procent in vergelijking met 20 procent) belette niet dat de Afrikaanse regenwouden het voorbije decennium al instonden voor meer dan de helft van de koolstofopname door tropische wouden.

‘De koolstofopslag in de Afrikaanse wouden bleef nagenoeg stabiel sinds 1985, al was er een lichte daling na 2010’,  vertelt Wannes Hubau, onderzoeker aan de Universiteit Gent en het Afrikamuseum. ‘Er sterven meer bomen in het Amazonebied, omdat het er warmer en droger is.’

‘Het Amazonegebied heeft bovendien een sneller ecosysteem, waardoor de grotere bomengroei, die het gevolg was van oplopende koolstofgehaltes in de lucht, zich ook sneller vertaalt in meer sterfte. In de Amazone blijft een koolstofatoom gemiddeld 56 jaar gebonden in bomen, in Afrika is dat 69 jaar.’

Door te meten hoeveel koolstof beide wouden de voorbije decennia uit de lucht opnamen, kwamen Hubau en collega-wetenschappers tot de vaststelling dat het regenwoud in Centraal-Afrika als stofzuiger van CO2 intussen belangrijker is geworden dan het Amazonewoud. 

De onderzoekers voorspellen dat de Amazone de komende 15 jaar zijn vermogen om koolstof op te nemen volledig zal verliezen, en tegen 2035 misschien zelfs een bron van koolstof wordt. Het is aan Afrika om de belangrijke rol over te nemen. Tegen 2035 zal het Afrikaanse regenwoud bijna de volledige CO2-captatie van één 1 miljard ton CO2 door de regenwouden voor zijn rekening nemen.

Hubau: ‘De bomen zelf, dus bovengronds, zijn goed voor 62 miljard ton koolstof. Maar er is ook de ondergrond. In de droge bodem blijft de opslag nog beperkt, met 13 miljard ton koolstof opgeslagen in 300 miljoen hectaren. Maar het Centraal-Afrikaanse regenwoud telt ook 16,7 miljoen hectaren moerassige veenwouden. Die hebben door de eeuwen heen maar liefst 29 miljard ton koolstof opgeslagen in de nattige ondergrond.’

Alles bij elkaar, droge en moerasbossen, bovengrond en ondergronds, zit er in het Centraal-Afrikaanse woudbassin 104 miljard ton koolstof. Als dat vrijkomt en zich gaat verbinden met zuurstof, komt er 382 gigaton CO2 bij.

Hubau: ‘Dat is meer dan 10 keer de huidige jaarlijkse emissies van de hele wereld of 12 procent van de totale hoeveelheid koolstof die als CO2 in de atmosfeer zit.’ Het kappen van het regenwoud betekent dus niet alleen dat een belangrijke CO2-stofzuiger zou verdwijnen, maar ook dat die enorme koolstofopslag verloren zou gaan.

Buitenlandse geldschieters

Om het woud te beschermen en herbebossing te stimuleren, zijn er geld en middelen nodig. Een van de belangrijkste geldschieters is het Central African Forest Initiative (CAFI). Behalve Noorwegen, de belangrijkste donor en initiatiefnemer, zijn ook de EU, Frankrijk, Duitsland, Zuid-Korea en Zweden investeerders.

Als je de publieke middelen optelt over de voorbije vijf jaar, kom je niet zo ver boven 1 dollar per Congolees uit.

Ook ons land levert zijn bijdrage: minister voor Internationale Samenwerking, Meryame Kitir, besliste recentelijk om 3 miljoen euro te investeren in CAFI.

Samen met de Congolese regering tekende het CAFI al in 2015 een eerste intentieverklaring. Daarin verbonden de donoren, met Noorwegen op kop, zich ertoe om tussen 2016-2020 200 miljoen dollar vrij te maken voor programma’s om ‘het verlies van natuurlijke wouden in de DRC tegen 2030’ tegen te gaan.

Gaandeweg kwamen daar nog andere engagementen bij, die oplopen tot 249 miljoen dollar. Dat komt dus neer op 50 miljoen dollar per jaar – iets meer dan een halve dollar per Congolees per jaar.  Maar dit gaat om engagementen, de effectieve bestedingen liggen lager en zouden nog niet op 100 miljoen dollar liggen. Dat maakt 20 miljoen dollar per jaar.

De Wereldbank investeerde volgens haar Congo-expert Pierre Guigon sinds 2010 zo’n 130 miljoen dollar in de strijd tegen ontbossing en het uittesten van nieuwe, meer duurzame vormen van levensonderhoud — zo’n 10 miljoen dollar per jaar dus.

Daarnaast zijn er ook middelen om de nationale parken en beschermde zones te beheren. Benjamin Belanjeelwa is bij het Institut Congolais pour la Conservation de la Nature (ICCN) verantwoordelijk voor de internationale financiering. Hij vertelt ons dat het ICCN jaarlijks over 42 miljoen dollar beschikt om de parken, waarvan sommige groter zijn dan België, te beheren.

Van dat bedrag komt 98 procent uit het buitenland, vertelt Belanjeelwa. De EU en Duitsland zijn daarbij de belangrijkste geldschieters. Als je die verschillende publieke bronnen van financiering optelt over de voorbije vijf jaar, kom je — zeker als je rekening houdt met de effectieve uitgaven op het terrein — aan 72 miljoen dollar. Of: minder dan één dollar per Congolees. Je kan ook wat ruimer rekenen en bijvoorbeeld alle projecten die bijdragen tot een meer duurzame landbouw en energie meetellen. Dan kom je wel aan die dollar per Congolees voor de effectieve bestedingen. 

Private geldstromen

Behalve publieke geldstromen vloeit er ook meer privaat geld naar Congo om het bos te behouden of om aan herbebossing te doen.

In België gaat het dan bijvoorbeeld om Colruyt, dat de voorbije jaren al meerdere miljoenen euro investeerde en zegt de komende 25 jaar zo’n 65 miljoen euro in een project voor herbebossing te zullen investeren. Maar ook om Faja Lobi, de ngo van Gentenaar Jurgen Heytens, die de voorbije 10 jaar met eigen spaarcenten en allerlei kleine en grotere giften ongeveer 2 miljoen euro vrijmaakte om aan herbebossing te doen.

© Bart Lasuy

Ondernemingen en organisaties die klimaatvriendelijker willen werken, kunnen hun eigen emissies compenseren door koolstofkredieten te kopen op de zogeheten vrijwillige koolstofmarkt. Koolstofkredieten worden gerealiseerd door projecten die emissies verminderen of CO2 opnemen: het kan dus gaan om de verspreiding van verbeterde oventjes, het realiseren van hernieuwbare energie of initiatieven voor herbebossing.

Zulke duurzame projecten moeten aan bepaalde normen voldoen. De gerealiseerde besparingen op de koolstofemissies moeten bijvoorbeeld bijkomend zijn of een zekere bestendigheid hebben. Gespecialiseerde organisaties onderzoeken of aan die voorwaarden werd voldaan en hoeveel ton koolstof – hoeveel koolstofkredieten, zeg maar – werd uitgespaard of opgeslagen.

Over hoeveel geld het gaat in de DRC, is moeilijk te zeggen. Mensen die er met hun neus op zitten, geven aan dat de private geldstromen nog niet bepaald de pan uit rijzen.

Een adviseur van de Wereldbank vertelt ons dat projecten zoals die van Colruyt en Faja Lobi eerder zeldzaam zijn in Congo. En op het register van Verra, een belangrijk keurmerk voor koolstofkredieten, tellen we voor de DRC slechts negen projecten, waaronder projecten voor verbeterde koolstofovens en projecten die bestaande bossen beschermen.

Op het register van Gold Standard, een ander belangrijk duurzaamheidskeurmerk voor koolstofkredieten, tellen we veertien initiatieven die in de DRC gecertificeerd zijn. Dertien daarvan draaien om de verspreiding van verbeterde houtskoolovens.

Het enige herbebossingsproject is om ECOmakala, een initiatief van het WWF dat de ontbossing van het Virungapark, in Oost-Congo, wil tegengaan. Het project wist boeren te overtuigen om stukken grond die ze toch niet gebruiken, meestal omdat ze te steil zijn, te beplanten met snelgroeiende eucalyptusbomen.

Van de eucalyptusbomen maken ze uiteindelijk makala. Daarnaast verkoopt ECOmakala niet alleen verbeterde oventjes, maar produceert ze die ook zelf in Goma.

Watertoren van Afrika

Als je alle publieke geldstromen bij elkaar optelt, kom je uit op ongeveer 100 miljoen euro per jaar. De private geldstromen zijn weliswaar minder makkelijk nauwkeurig in kaart te brengen, maar ze zijn zeker minder groot dan de publieke geldstromen, getuigen Herman Noppen en Antoine Geerinckx van CO2-logic, een onderdeel van Southpole, ’s werelds grootste aanbieder van klimaatoplossingen en -projecten, onder andere in de DRC.

Tel je de publieke en de kleinere private geldstromen bij elkaar op, dan kun je concluderen dat de voorbije 5 jaar minder dan 200 miljoen dollar per jaar ging naar de DRC om een ontwikkelingspad tot stand te brengen dat het woud beschermt en tegelijk de kansen op welvaart van de snelgroeiende bevolking vergroot.

Tegen 2031 moet de DRC het verlies van zijn wouden stoppen, en dat zelfs het liefst omkeren.

De DRC telt vandaag ongeveer 90 miljoen inwoners. Met andere woorden: er wordt minder dan twee dollar aan buitenlandse fondsen per Congolees besteed aan deze gigantische opdracht.

Volstaat dat om een van de armste en snelst groeiende bevolkingen ter wereld te overtuigen om niét te doen wat de meeste andere naties wél al hebben gedaan: hun natuurlijke wouden kappen? De Congolese regering diende vorig jaar een Nationaal Bepaalde Bijdrage als bijdrage tot het klimaatakkoord van Parijs in, die 48 miljard dollar moet kosten — dat is vier keer het totale huidige overheidsbudget. Een immens en niet erg realistisch bedrag, maar het geeft wel aan hoe groot de kloof met wat er nu wordt besteed.

Vergis je niet, het Congobekken is de watertoren van Afrika. Mocht deze groene spons voorgoed verloren gaan, dan zouden de gevolgen niet te overzien zijn.

© Bart Lasuy

 

Niet alleen de Afrikaanse, maar ook de mondiale klimaatregulatie zou danig in de war worden gestuurd. Er zou een tienvoud van de huidige mondiale CO2-emissies vrijkomen (zie kader) en een krachtige stofzuiger van CO2 zou onherroepelijk verdwijnen.

‘Het verdwijnen van alle tropische regenwouden zou leiden tot een verdubbeling van de huidige geobserveerde verwarming sinds 1850. Naast die verwarming zou volledige ontbossing ook leiden tot extreme verschuivingen in regenval’, vult Marijn Bauters van de Universiteit Gent aan.

Het besef dat er iets moet gebeuren, is eindelijk neergedaald. Er lijkt meer geld op komst. In het kader van de Global Forest Finance Pledge, op de klimaattop van Glasgow in 2021, zegde de EU toe om 250 miljoen euro te investeren in het Congobekken, vooral in Kameroen, Burundi, de Republiek Congo en de DRC. Erg concreet zijn die plannen een jaar later nog niet.

Op dezelfde klimaattop ondertekenden ook CAFI en de DRC een tweede overeenkomst voor de periode 2021-2031. Voor de periode 2021-2026 is een half miljard dollar toegezegd. In ruil daarvoor moet de DRC tegen 2031 het verlies van zijn wouden stoppen, en dat zelfs het liefst omkeren.

Het jaarlijkse verlies aan woud in de DRC werd voor de periode 2014-2018 op 6678 km2 geschat – meer dan een vijfde van het grondgebied van België. Dat moet tegen 2031 tot nul worden herleid.

Een grote uitdaging, want projecten om de bossen te beschermen, hebben weinig kans op slagen als de straatarme Congolese bevolking daar niet (veel) beter van wordt. De opdracht is daarom: de Congolese bevolking bijstaan om een ecologisch ontwikkelingspad tot stand te brengen dat hun welvaart verhoogt en hen tegelijk ervan overtuigt het regenwoud goeddeels intact te laten.

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3260   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur