Goed nieuws uit Pakistan?

Een jaar geleden zorgde een bloedige terreuraanslag op een militaire school in Peshawar ervoor dat in Pakistan regering en leger in actie schoten. Resultaat: 70 procent minder aanslagen dan twee jaar geleden. Maar over burgerslachtoffers spreekt men niet.

  • © Gie Goris Bij de operatie Zarb-e Azb zouden al 3400 fundamentalisten en 183 hardcore terroristen gedood zijn en 21.000 verdachten opgepakt. © Gie Goris
  • Kashif Haque / Wikipedia (CC by-sa 4.0) Bij de aanslag op de Army Public School in Peshawar zouden 144 mensen omkomen, de meeste onder hen schoolkinderen. Kashif Haque / Wikipedia (CC by-sa 4.0)

Volgens het Pakistaanse leger werden het voorbije anderhalf jaar 3400 fundamentalisten en 183 hardcore terroristen gedood en 21.000 verdachten opgepakt. Dat “succes” zou op termijn wel eens tegen de staat kunnen werken, als zou blijken dat veel van die dode “fundamentalisten” en gearresteerde verdachten gewone burgers waren die toevallig op de verkeerde plek woonden. Maar die vraag wordt in Pakistan voorlopig niet gesteld.

Een aanslag te veel

Een jaar geleden stormden in de Army Public School van de Noord-Pakistaanse stad Peshawar 6 gewapende mannen binnen en begonnen in het rond te schieten. Er zouden 144 mensen omkomen, de meeste onder hen schoolkinderen.

Na de aanslag sprak Pakistan harde taal. Dit mocht nooit meer gebeuren.

De verantwoordelijkheid voor de aanslag werd opgeëist door Mullah Fazlullah, het hoofd van de Tehrik-e-Taliban Pakistan, kortweg de Pakistaanse Taliban.

Tot op vandaag is Fazlullah op vrije voeten, en zou zich schuilhouden in Afghanistan. Vier van de zes daders werden wel gevat, en nadien geëxecuteerd.

Na de aanslag sprak Pakistan harde taal. Dit mocht nooit meer gebeuren. De regering kondigde een Nationaal Actieplan af en zou ‘geen enkele militante organisatie meer toelaten’. Maar hoe zit het met Pakistan’s war on terror op het terrein?

Minder aanslagen

Het moet gezegd zijn, sinds 16 december 2014 hebben er zich weinig grote terreuraanslagen meer voorgedaan. Het aantal terreuraanslagen verminderde bovendien met 70 procent ten opzichte van 2 jaar geleden, en dat allemaal ondanks het toenemende geweld in de bredere moslimwereld en in buurland Afghanistan specifiek.

Dat laatste zou wel eens verbonden kunnen zijn met het hardere optreden van het Pakistaanse leger, want een aantal groepen voelen zich minder veilig in de Pakistaanse stammengebieden en trekken nu de grens over om de zwakkere regering in Kaboel onder druk te zetten.

De terugval van terroristisch geweld in Pakistan is onder meer de verdienste van anti-terreuroperaties in vier grote Pakistaanse provincies, maar vooral van de militaire operatie Zarb-e Azb -die het Pakistaanse leger sinds juni 2014 voert in Noord-Waziristan, de Pakistaanse provincie van waaruit de Afghaanse Taliban en het Haqqani netwerk hun aanslagen op NAVO- en Afghaanse troepen planden en lanceerden.

Kashif Haque / Wikipedia (CC by-sa 4.0)

Bij de aanslag op de Army Public School in Peshawar zouden 144 mensen omkomen, de meeste onder hen schoolkinderen.

Wat met de Taliban?

Met veel grandeur maakte het Pakistaanse leger onlangs bekend dat tijdens de operatie Zarb-e Azb al 3400 fundamentalisten en 183 hardcore terroristen werden gedood. 21.000 verdachten zouden zijn opgepakt. Woordvoerder van het Pakistaanse leger Generaal Asim Bajwa spreekt van een ‘fenomenaal succes’ waarbij ‘honderden schuilplaatsen van militanten werden vernietigd’.

Interviews met de plaatselijke bevolking tonen aan dat het leger enkel groeperingen aanpakt die een bedreiging vormen voor Pakistan zelf

Propaganda-fimpjes van het Pakistaanse leger tonen dappere soldaten die vijandige terroristen neerknallen. Ze moeten iedereen doen geloven dat Pakistan wel degelijk terroristen aanpakt. Er zijn echter bewijzen dat de operatie in Noord-Waziristan niet helemaal verloopt zoals het leger ze afschildert.

Interviews met de plaatselijke bevolking tonen aan dat het leger enkel groeperingen aanpakt die een bedreiging vormen voor Pakistan zelf -zoals de Pakistaanse Taliban en de soennitische terreurorganisatie LeJ (Lashkar-e-Jhangvi) die geweld tegen Sjiieten pleegt- en de Afghaanse Taliban of het Haqqani Netwerk ongemoeid laten.

Al jaren beschuldigt Afghanistan Pakistan ervan een toevluchtsoord te bieden aan de Taliban en leden van het Haqqani Netwerk, die aanslagen uitvoeren in Afghanistan. Al jaren ontkent Pakistan dit in alle toonaarden.

Wat met sektarisch geweld?

Operatie Zarb-e Azb maakte Noord-Waziristan dan wel schoon. Vele fundamentalisten verhuisden gewoon naar buurprovincie Kurram, waar vorigfe week maandag nog een bomaanslag plaatsvond: 23 personen kwamen om het leven en er vielen minstens 30 gewonden. De aanslag was gericht tegen de sjiitische minderheid en werd opgeëist door de LeJ.

De sektarische oorlog die tussen 2007 en 2011 in Kurram plaatsvond, waarbij sjiieten werden afgesloten van de rest van Pakistan, is gelukkig voorbij. Volgens sommige experts vormt de recente aanslag de uitzondering op de regel, voor anderen is hij een voorteken van een nieuwe geweldgolf.

Zo voorspelt Michael Kugelman, Azië-expert aan het Woodrow-Wilson Institute dat LeJ het komende jaar zal groeien door gedesillusioneerde Taliban aan te trekken. Vanwege interne strubbelingen verloren de Taliban ook al leden aan IS, of aan IS-gelieerde groeperingen in de regio. LeJ lijkt trouwens van alle Pakistaanse terreurgroeperingen het meest op IS, en verschillende LeJ-leden trokken al naar het Midden-Oosten om er aan de zijde van IS te vechten.

IS-Kalifaat in Pakistan?

De meest experts zijn het er over eens: het is bijna onmogelijk dat IS zijn kalifaat zal uitstrekken over Pakistan. Tot vandaag zijn er geen diepe formele banden tussen de centraal bestuurde terreurgroep IS in Syrië en Irak en de aan IS-gelieerde strijders in Pakistan en Afghanistan. Het gevaar bestaat er wel in dat IS in Syrië en Irak besluit om globaal uit te breiden en gaat investeren (wapens, geld, en mankracht) in deze aan hen gelieerde strijders.

Hoe dan ook, het is weinig waarschijnlijk dat het Pakistaanse leger het zover zal laten komen dat IS Pakistaans grondgebeid zal inwinnen. De sektarische breuklijnen snijden lang niet zo diep in Pakistan dan in Syrië en Irak. Bovendien heeft de vijand van IS -al Qaida- nog een breed draagvlak in Pakistan.

Journalisten in gevaar

Een jaar na de aanslag in Peshawar is de Pakistaanse Taliban er slecht aan toe, en dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat de Afghaanse Taliban en het Haqqani Netwerk nog altijd even sterk staan. En wellicht het meest verontrustende nieuws: door middel van propaganda slaagt het Pakistaanse leger erin de bevolking te overtuigen dat alle terroristen worden aangepakt. Al wie een ander verhaal wil tonen, wordt de mond gesnoerd.

Al wie een ander verhaal wil tonen, wordt de mond gesnoerd.

Journalist Iqbal Khattak schreef vorige week in een alarmerend opiniestuk in de Pakistaanse krant Dawn dat ‘na de aanslag in Peshawar de persvrijheid er aanzienlijk is op achteruit gegaan’. En die was al niet echt goed.

‘Als 2014 het meest dodelijke jaar was in Pakistan voor journalisten, is 2015 het ergste jaar wat betreft het intimideren en lastigvallen van journalisten. Dit jaar werden journalisten ‘s nachts uit hun bed gelicht, ontvoerd in de straat, en dagenlang gevangengezet door Pakistaanse soldaten. Dat gebeurde nooit eerder’.

Pakistan’s war on terror is dus een succes. Maar dat is maar één kant van het verhaal.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Na haar studies Politieke Wetenschappen liep Hanne stage bij de VN-mensenrechtenraad in Genève, werkte ze met vluchtelingen in een Brusselse ngo, en gaf ze les op een deeltijds beroepsschool.