Het Europese net rond de vluchteling sluit

Europa lijkt te struikelen naar een soort eengemaakt asielsysteem. Zelden werd op zulke korte tijd zo vaak op topniveau overlegd over vluchtelingen, negen keer sinds begin september. Leiden de ontelbare tragedies en de astronomische geldbedragen tot echte oplossingen? Of zijn de beleidsverklaringen nu al een cover-up voor beleidsillusies en mensenrechtenschendingen? Een stand van zaken.

© Reuters

Vorige week was de Duitse Bondskanselier Angela Merkel in Turkije voor een historisch charmeoffensief

Alle ogen zijn gericht op Turkije, dat met Europese steun wordt overladen om de vluchtelingenstroom te stoppen. Vorige week was de Duitse Bondskanselier Angela Merkel in Turkije voor een historisch charmeoffensief, begin deze maand was de Turkse president Erdogan in Brussel. Hongarije sloot zijn grens met Kroatië uit onvrede over de trage vorderingen met Turkije.

Vele vluchtelingen voelen het Europese net langzaam sluiten en wagen de kans van nu of nooit. De combinatie met het verslechterde weer maakte de afgelopen weken tot dodelijkste van het jaar in de Egeïsche zee.

Het verhaal van de dertienjarige Nevin uit Aleppo toont in één oogopslag wat vluchtelingen in die levensgevaarlijke window of opportunity doet springen. Nevin ging al vier jaar niet naar school. Zonder papieren had ze in Turkije geen toegang tot staatsscholen. Haar vader Ali had haar laten werken om geld te sparen om smokkelaars te betalen, zodat ze later weer naar school zou kunnen. Een tijd geleden ging Ali voorop, naar Denemarken. Daar wilde hij niet nog eens maanden wachten tijdens de bureaucratische procedure voor gezinshereniging. Dus ondernamen zijn vrouw en Nevin de reis naar Griekenland, en door Oost-Europa. Nevin is veilig aangekomen in Denemarken, waar ze weer naar school gaat. Er zijn nog duizenden jongens en meisjes die zoals Nevin wachten op een toekomst.

Na mijn onderzoek in Turkije in de zomer van 2014 besloot ik dat aan alle voorwaarden was voldaan voor een stroom vluchtelingen naar Europa. Een zomer later was het zover. Vele Syriërs die ik vorig jaar ontmoette, zochten een uitweg uit de nachtmerrie die hun leven was geworden.

De opvang in de regio

‘We moeten de stroom migranten richting Europa vertragen. We moeten investeren in opvang in de regio.’ (Alexander De Croo)

Jarenlang vertelden politici dat opvang in de regio (de buurlanden van Syrië) beter is, maar lieten ze de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en Unicef kampen met tekorten om die opvang te organiseren. De hulporganisaties ontvingen slechts een vierde van het nodige budget om tegemoet te komen aan de noden van Syrische vluchtelingen. Op 23 september beslisten Europese ministers van migratie – pas nadat Europa zich zelf bedreigd voelde – om de hulp op te drijven.

Tijdens het topoverleg tussen de EU en Turkije op 5 oktober werd het steunbedrag voor Turkije van 1 miljard euro bevestigd. De Turkse president Erdogan zei minstens 3 miljard nodig te hebben om de vluchtelingenstroom te helpen indammen. Maar een geldstroom van Europa naar Turkije zal de vluchtelingenstroom van Turkije naar Europa niet oplossen. Integratie is hier het sleutelwoord.

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo pleitte tijdens zijn recente bezoek aan een vluchtelingenkamp in Turkije terecht voor een mentaliteitswijziging: na 4,5 jaar oorlog moet niet langer noodhulp worden ingezet om Syriërs tijdelijk te helpen overleven, maar ook ontwikkelingsgeld om de duurzame integratie in hun nieuwe land Turkije mogelijk te maken. Dat die mentaliteitswijziging zo laat komt, is één van de redenen waarom Syriërs naar Europa komen.

Voorzichtigheid blijft geboden. Misschien zal zelfs het Europese ontwikkelingsgeld voor Turkije de meerderheid van de Syriërs niet bereiken. In Turkije wonen slechts 200.000 Syriërs in kampen, terwijl 2 miljoen opgingen in de anonimiteit van de grootsteden.

Het is niet duidelijk hoe Turkije al deze mensen zal integreren op de Turkse arbeidsmarkt en in het onderwijs. Want over de Turkse weigering om aan Syrische vluchtelingen het officiële vluchtelingenstatuut toe te kennen, zoals voorzien door het Vluchtelingenverdrag, lezen we in het EU-Turkije actieplan niets. Dat beschermingsstatuut zou via een verblijfsrecht toegang bieden tot sociaaleconomische mensenrechten zoals onderwijs, werk, gezondheidszorg, huisvesting in Turkije. Maar het is net dat dat Turkije niet wil toekennen: een permanent verblijfsrecht.

Afgelopen zomer zag het ernaar dat de “opvang in de regio”-mantra het zou moeten afleggen tegen Merkel’s “Wir schaffen das”. Duitsland toonde dat wij wél een plaats kunnen geven aan honderdduizenden mensen die snakken naar vrijheid. Maar na verschillende voorstellen van de Europese Commissie, zes keer topoverleg tussen Europese regeringen, en drie keer topoverleg tussen de Europese leiders en Turkije, gaan ze verder op het oude elan: het uitsluiten van vluchtelingen en het afschuiven van verantwoordelijkheid, ook al waren eerdere pogingen om de vluchtelingenstroom in te dammen, gefaald.

Een gedachte-experiment: zelfs als alle 4 miljoen Syrische vluchtelingen naar de rijke, aantrekkelijke landen van de Europese unie zouden gaan (Oost-Europa en Zuid-Europa niet meegerekend)  –met een bevolking van ongeveer 270 miljoen– dan nog zouden ze slechts 1,5 procent van de bevolking bedragen.

Turkije, de betrouwbare grenswachter

‘Turkije moet zijn grenzen beter bewaken.’ (Europese Commissie)

Turkije kan het Europees geld ook gebruiken om “de mensensmokkel aanpakken”. De EU zal de Turkse kustwacht bijstaan om meer te patrouilleren en hightech bewakingsapparatuur aan te schaffen. De risico’s daarvan zagen we op 15 september: een boot met 250 Syrische en Iraakse vluchtelingen zonk nadat ze volgens de vluchtelingen werd beschoten door de Turkse kustwacht. 22 mensen, waaronder kinderen, verdronken. Het is veelzeggend dat deze keer geen storm van verontwaardiging losbarstte, te meer omdat de doodsoorzaak terug te leiden was tot de acties van de kustwacht die wij gaan overladen met geld.

De vluchtelingen kregen te horen dat ze opgesloten zouden blijven tot ze zouden aanvaarden naar Syrië en Irak terug te keren, een flagrante schending van het Vluchtelingenverdrag. Hetzelfde gebeurde op 7 september. Van dat incident kreeg ik een exclusieve getuigenis van overlevenden toegestuurd.

Turkije, het veilige land

‘Als je duizend kilometer stapt, ben je geen vluchteling meer. Vluchtelingen die in Turkije woonden, komen om economische redenen. Turkije is veilig.’ (Bart De Wever)

‘Ik mocht niet werken in Turkije. Ik wil voor mijn gezin kunnen zorgen.’ ‘Mijn vrouw is verbrand na een bombardement in Homs. In Libanon vonden we nergens betaalbare medische zorgen. Mijn kinderen gaan al drie jaar niet naar school. Ik zie niet mijn toekomstdromen in mijn kinderen, maar mijn eigen verleden. Alleen 100 keer erger.’

De Syriërs die ik sprak in het Brusselse Maximiliaanpark zegden op zoek te zijn naar mensenrechten. ‘Ben jij een economische migrant’, vroeg ik hen. De vraag kwam hard aan: ‘Voor de oorlog had ik zeven huizen en winkels. Hoe kan ik dan een economische migrant zijn? Nooit had ik verwacht dat ik op een dag Syrië zou moeten verlaten. Ik heb geen duizenden kilometers afgelegd om op de kosten van het OCMW te leven.’

De filosofie achter het Vluchtelingenverdrag is dat elke burger ter wereld recht heeft op een bescherming. Als hun eigen land die niet meer kan bieden, moeten andere landen het doen. Vandaar de naam “internationale bescherming”: toegang tot veiligheid, gezondheid, werk, onderwijs, huisvesting. Enkel als je weg trekt uit een land dat je al bescherming bood, kan je beschouwd worden als een migrant die meer dan die basisrechten zoekt.

‘Mijn vrouw is verbrand na een bombardement in Homs. In Libanon vonden we nergens betaalbare medische zorgen.’

Geert Wilders, Bart De Wever en Viktor Orban hebben beweerd dat de meesten zulke migranten zijn, maar dat klopt niet. De cijfers van UNHCR tonen dat drie vierde afkomstig is uit oorlogslanden Syrië, Irak, Afghanistan, Eritrea, Somalië en Soedan. Slechts één vierde is “economisch migrant”. Door op hen al hun spots te richten, plaatsen politici de hele stroom in een negatief daglicht.

Vaak zijn vluchtelingen en economische migranten dezelfde mensen: Syrische vluchtelingen die niet onthoofd willen worden door IS of bedolven onder het puin van Assad’s vatenbommen, maar die in Turkije geen leven mogen opbouwen, zullen naar Europa komen voor een menswaardig loon, huisvesting en onderwijs voor zijn kinderen. Dat betekent niet dat ze daardoor hun recht op bescherming als vluchtelingen zouden verliezen.

Toch heeft De Wever gelijk dat we met een probleem zitten, alleen is de oplossing die hij naar voor schuift niet de juiste. Hij zou niet moeten pleiten voor de afbouw van ons asielsysteem, maar voor opbouw van het Turkse.

Net zoals De Wever, vindt ook de Europese Commissie dat Turkije op de Europese “lijst van veilige landen” moet. Maar Turkije voorziet geen beschermingsstatuut voor vluchtelingen, waardoor Syriërs worden uitgebuit op de arbeidsmarkt en hun kinderen amper naar school kunnen. De Turkse regering publiceerde wel een richtlijn over een statuut voor Syrische vluchtelingen, maar die maakt geen melding van het vluchtelingenstatuut volgens het Vluchtelingenverdrag. Dat zou het belangrijkste criterium moeten zijn om Turkije als “veilig eerste land van asiel” te bestempelen, een bindend concept in de asielprocedurerichtlijn. Als we nu De Wever en de Europese Commissie zouden volgen, zouden Syrische vluchtelingen die via Turkije komen, nergens nog op een volwaardige manier bescherming kunnen zoeken. De belangrijkste beschermingsgedachte sinds de Tweede Wereldoorlog zou worden uitgehold.

Daarom is het geruststellend dat ons Commissariaat voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS), tegen partij van de staatssecretaris voor migratie en asiel in, een verklaring publiceerde dat Turkije nog lang niet “veilig” is en dat we geen vluchtelingen naar daar kunnen terugsturen. Maar het staat vast dat Europa niet langer het enige continent kan blijven waar vluchtelingen hun rechten kunnen uitoefenen.

De hotspots, ordelijk migratiebeheer

‘We gaan 160.000 vluchtelingen spreiden over Europa. En de rest?’ (Europese Commissie)

In Italië en Griekenland komen “hotspots”, Europese centra die de economische migranten eruit moeten filteren. Enkel de echte vluchtelingen krijgen toegang tot Europa. Maar volgens de Dublin-verordening zullen ook zij in Italië en Griekenland moeten blijven. Dat dit zal gebeuren, is wishful thinking. Onze eigen Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) denkt nog asielzoekers naar ‘frontline’ landen als Italië te kunnen terugsturen.

En ook naar Hongarije, een land dat niet in staat of bereid is om bescherming aan vluchtelingen te bieden. Er zijn slechts 3000 plaatsen in het Hongaarse opvangnetwerk. Hongarije beschoot slachtoffers van IS en Assad met traangas, criminaliseerde vluchtelingen die nergens anders de bescherming van het Vluchtelingenverdrag kregen. Maar tijdens overleg met vluchtelingenorganisaties ontkende de DVZ dat er daar systematische problemen zijn.

Zelfs de relocatie van 160.000 vluchtelingen (0,0003% van de Europese bevolking) naar 22 lidstaten moest via dwang – met een stemming – doorgevoerd worden op het topoverleg tussen Europese regeringsleiders op 23 september. De Europese Commissie hoopt dat deze spreiding zal lukken, maar in mei werd niet eens een akkoord werd bereikt over 40.000. 160.000 – 5000 mensen per lidstaat – is volgens Europese standaarden ambitieus.

Het was daarom groot nieuws toen voor de eerste keer in de geschiedenis van het Europese asiel -en migratiebeleid vluchtelingen via een erkende procedure van een zuidelijke Europese lidstaat naar een noordelijke werden overgebracht. De Eritrese gelukkigen stapten voor het oog van de camera’s in Italië op het vliegtuig naar Zweden. Het gaf alvast de indruk van hoe een ordelijk beheer van migratiestromen er zou kunnen uitzien.

Op die manier zullen de 160.000 vluchtelingen vanuit zes ‘hotspots’ in Italië en vijf in Griekenland over andere Europese lidstaten worden verdeeld. Maar wat met alle anderen? De mensen die ook vandaag nog door Oost-Europa dwalen, zullen niet in lucht opgaan. Als we voor hen geen oplossingen bieden, zullen we afdalen tot het niveau van de buurlanden van Syrië: ouders uitgebuit, kinderen niet naar school, mensen zwak en kwetsbaar. Dan zouden de veiligheidsrisico’s voor Europeanen pas echt toenemen.

Bovendien komen nog elke dag boten toe. Sinds begin 2015 kwam meer dan een half miljoen vluchtelingen en migranten aan in Griekenland en Italië. De spreiding van de 160.000 zal de druk op deze landen niet verlichten. Europa is niet in staat om de realiteit van de wereldwijde vluchtelingencrisis onder ogen te zien en te doen wat moet gedaan worden: een mechanisme dat vluchtelingen permanent blijft spreiden over de 28 lidstaten.

De Duitse Bondskanselier Angela Merkel legde dit voorstel op tafel op het topoverleg tussen Europese regeringsleiders op 15 oktober. De Europese Commissie had het van in het begin voorgesteld, maar de gebruikelijke lidstaten lagen dwars: Hongarije, Polen, Slovakije.

De militarisering van grenzen

‘Als andere Europese landen niet willen meewerken met de spreiding van vluchtelingen over Europa, zullen we onze grenzen sluiten.’ (Angela Merkel)

Merkel leek te capituleren toen ze in de loop van september aankondigde dat de Duitse grenzen dicht zouden gaan. Toch was het eerder een tactisch manoeuvre om de druk op andere Europese lidstaten op te voeren om meer vluchtelingen op te vangen. Maar er kwam een domino-effect: verschillende Oost-Europese landen sloten hun grenzen. Nauwelijks tien jaar nadat ze toetraden tot de EU en konden genieten van Europese subsidies en een open arbeidsmarkt, kiezen Oost-Europese landen voor het afschermen van de eigen natie. De Hongaarse premier Viktor Orban wil zelfs een hek bouwen langs de grens met Roemenië, tussen twee EU-lidstaten.

Ze ontplooien soldaten om vluchtelingen buiten te houden. Ze verkiezen chaos aan hun grenzen boven een georganiseerd systeem om een bepaald aantal vluchtelingen ordelijk binnen te laten en op te vangen. Dat doen ze om “orde te creëren”. De mensen waarvoor het machtige Europa haar eigen fundamenten ondergraaft, zijn geen grote legers, maar kinderen en ouders op zoek naar vrijheid en geluk.

© Willemjan Vandenplas

Syrische kinderen in het Maximiliaanpark, de mensen waarvoor Europese lidstaten hun grenzen sluiten.

In één adem zeggen politici dat ze Europa willen beschermen en zetten ze zelf historische Europese verwezenlijkingen – het vrije verkeer van personen – op de helling. Dit zijn nochtans de momenten waarop we moeten bewijzen dat we als één Europa kunnen denken en handelen.

De versobering van gastvrijheid

‘Ze worden aangetrokken door onze sociale zekerheid.’ (politieke partijen)

‘We hebben zoveel geriskeerd om hier te geraken, we zullen er alles aan doen om ons toekomstproject te doen slagen. Mijn vrouw en ik willen snel de taal leren en werk zoeken, maar ondertussen hebben we steun nodig om de moeilijke periode te overbruggen. Geef me een jaar of twee en dan heb ik geen steun meer nodig. Ik ben België zo dankbaar. Als ik mijn zoon Nederlands hoor spreken, voel ik intens geluk. Syriërs zijn een trots en ondernemend volk. We zullen dit land helpen groeien.’

Wat de Syriër in het Maximiliaanpark me vertelde, hoorde ik van talloze andere Syriërs. Velen staan te popelen om via werk – eender welk werk voor een eerlijk loon, zoals velen zeggen – hun eigen gezin te onderhouden. Ze zoeken waardigheid. Velen van de recent toegekomen vluchtelingen komen met heel wat capaciteiten. Werkgeversorganisaties pleitten voor een goede integratie en activering van deze capaciteiten op de arbeidsmarkt.

Deze win-winsituatie geeft het gevoel dat we het aankunnen. Dat is een betere manier om het draagvlak voor solidariteit te beschermen, dan te strooien met onnodige voorstellen die de rechten van vluchtelingen uithollen.

N-VA wil pas na vier jaar verblijf in België volledig kindergeld uitkeren, maar deze maatregel zal weinig budgettaire impact hebben. In Nederland vond Halbe Zijlstra van de liberale VVD het nodig om de al gespannen gemoederen nog verder op te hitsen met een moedwillige desinformatiecampagne. Hij zei dat “gratis borstvergrotingen voor vluchtelingen echt niet kunnen”, terwijl zulke ingrepen niet worden vergoed. Er waren op dat moment in Nederland al asielcentra en vluchtelingen aangevallen.

Zoals verwacht werden coalitiepartijen VVD en PvdA het drie dagen later eens over maatregelen om de huisvesting van vluchtelingen met een tijdelijke verblijfsvergunning te “versoberen”. Aanwakkeren van vooroordelen tegen vluchtelingen voor politiek gewin gebeurde zelden zo openlijk.

In België had N-VA eind augustus al het voorstel van een “apart statuut voor vluchtelingen” met minder sociale rechten gelanceerd. Maar het stuitte op verzet van coalitiepartner CD&V. In België komt er voorlopig geen ontmoediging via ongelijke behandeling.

De Nederlandse professor Paul Scheffer zei dat te veel erkende vluchtelingen werkloos blijven. Dat is te zwart-wit. Ik ken inderdaad Syriërs die zo kapot zijn dat ze zich helemaal isoleren, maar van alle Syriërs die ik in België ken is de meerderheid ambitieus om van hun kapotte leven nog iets te maken. Een academische analyse van de loopbaantrajecten van vluchtelingen in België wees uit dat 55% van de erkende vluchtelingen na 4 jaar werk heeft. Een straf cijfer, gezien hun moeilijke situatie.

Er zijn kansen te over om een positief verhaal te brengen. Volgens het gezaghebbende blad The Economist heeft Europa werkkrachten van buitenaf nodig om de pensioenen van steeds meer gepensioneerden te betalen. Maar als mensen van politici niets dan argwaan voor vluchtelingen horen, hoeft het niet te verbazen dat het pover gesteld is met het draagvlak. Dàt, en niet enkel de reële vluchtelingenstroom zelf, zal samenlevingsproblemen veroorzaken. Een echt veiligheidsbeleid is een rustig en rationeel beleid dat ervoor zorgt dat mensen een normaal leven kunnen uitbouwen volgens hun capaciteiten.

Niet te veel moslims, aub

‘Syriërs zouden beter naar islamitische landen gaan. Hier hebben we al genoeg problemen met moslims. We halen ook terroristen binnen.’ (vele Vlamingen)

Ooit kon het wel: tijdens de Joegoslavië-oorlogen ontvingen Europese landen gigantische vluchtelingenstromen, en na de Vietnam-oorlog ontving Frankrijk 100.000 bootvluchtelingen. Vandaag roepen regeringen, mét de steun van grote delen van hun bevolking, al moord en brand als ze een paar honderd vluchtelingen moeten opvangen. Sommige politici maakten geen geheim van de reden daarachter: omdat het moslims zijn.

Niemand kan ontkennen dat aanslagen door moslims de angst in Europa hebben versterkt. Dat er in de Baltische staten – hun 6,2 miljoen inwoners zullen 725 vluchtelingen opvangen – gedebatteerd wordt over de boerka terwijl er nog nooit één is gespot, getuigt van die angst. In Oost-Europa voelt extreemrechts de hete adem van extremer-rechts. En welk beleid speelt beter in de kaart van extremisten dan “Brussel” dat hun landen verplicht om “moslims binnen te laten”?

Politieke partijen en media wakkerden de angst gretig mee aan door geruchten te verspreiden dat duizenden IS-strijders onder de vluchtelingen zouden zitten. VRT-journalist Majd Khalifeh daarentegen, bracht onder de aandacht dat niet IS-strijders, maar oorlogsmisdadigers van het regime van de Syrische president Bashar Assad tussen de vluchtelingen naar Europa komen. Ook militanten van de Iraakse sjiitische milities die tegen IS vechten. Vorige maand ontmoette ik nog één van hun commandanten in noord-Irak.

Vele mensen maken de associatie dat het hier om IS-strijders zou gaan omdat we met dat soort berichten overspoeld worden, ook al zijn er amper bewijzen van gevonden. Mededogen voor oorlogsslachtoffers is net deel van het tegenverhaal tegen de polariserende jihad-ideologie van IS. De scènes van solidariteit en verwelkoming in Duitsland toonden aan dat vele Europeanen gastvrijer en minder angstig zijn dan nerveuze politici veronderstellen. En dat een politiek van waardigheid het zou kunnen halen van de politiek van angst.

Ik ken verschillende Syriërs die binnenkort de sprong zullen wagen. Zelfs als de oorlog stopt, kunnen velen niet terugkeren naar huizen die er niet meer staan. Als ze dan niet in Turkije kunnen integreren, zullen ze naar Europa blijven komen. Het beleid weerspiegelt geen besef van die realiteit, eerder een blind geloof in business as usual, en een aanwenden van de crisis om een angstpolitiek te voeren.

Hier en daar zijn er hoopvolle signalen dat uit het puin van de crisis een duurzaam beleid groeit, maar deze weinige signalen zullen op het terrein niets voorstellen zonder echte politieke wil. Het gevolg is dat nieuwkomers hier kwetsbaar, afhankelijk en ongewild zullen zijn. Daar zullen we allemaal slechter van worden. De uitdaging is om een realistisch beleid te ontwikkelen dat nieuwkomers snel integreert, zodat ze veilig, productief en aanvaard kunnen zijn. Daar zouden we allemaal beter van worden. Maar daarvoor moeten we eerst de vluchtelingencrisis erkennen voor wat ze is.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur