Over de erbarmelijke staat van tomaat, ketchup en concentraat

Het rode kapitalisme van de industriële tomaat

Jukka Zitting (CC BY 2.0)

Ketchup, pizza, allerhande sausjes, bereide schotels, diepvriesgerechten, blikvoedsel. De tomaat is overal. De tomatenconsumptie heeft zich over de hele wereld verspreid, ze doet de industriëlen fortuinen verdienen.

Wusu, Xinjiang, China. De bus voert arbeiders weg vanuit de buitenwijken van Wusu, een stad in het noorden van Xinjiang, tussen de regionale hoofdstad Ürümqi en de grens met Kazachstan.

Het voertuig verslindt kilometers asfalt, rijdt langs desolate stadsgezichten en eentonige landbouwakkers en slaat ten slotte een stoffige aardeweg in. De autobus stopt aan een tomatenveld, een langgerekt perceel met de oppervlakte van drie voetbalvelden, ruim 2,3 hectare. Aan de rand van het veld staan al enkele minibusjes.

EPO

 

Jean-Baptiste Malet is journalist in Frankrijk. Hij schreef onder andere voor Charlie Hebdo, L’Humanité en Le Monde Diplomatique. Hij deed onderzoek naar de tomatenindustrie en praatte daarvoor met boeren, ondernemers, arbeiders, handelaars en wetenschappers.

Hij publiceerde eerder een boek over de werkomstandigheden van Amazon-werknemers.

Iedereen stormt de bus uit. De vrouwen, hakmes in de hand, sleuren de kinderen halsoverkop mee. Ze lopen snel naar de grote pakken met geplastificeerde zakken en verspreiden die over het hele veld. Een tractor met aanhangwagen komt aan met een extra lading zakken. ‘We hebben geen tijd te verliezen’, spreekt een kortademige man. Vandaag is elke gevulde zak van 25 kilogram goed voor 2,2 yuan, zo’n 30 eurocent. Wat overeenstemt met iets meer dan een cent per kilo tomaten.

De plukkers wisselen enkele woorden. Niet in het Mandarijn, wel in hun dialect. Hoe beginnen we aan de oogst? Hoe verdelen we de rijen? Wie staat waar? Een meisje, amper veertien, loopt gebogen onder een last die wellicht zwaarder is dan haar magere lichaam. Ze torst moeizaam een pak op haar frêle rug. Ze laat de zakken op de grond vallen en begint meteen aan haar dagtaak.

Ook andere kinderen werken op het veld. De meeste landarbeiders komen uit Sichuan, een arme provincie in Zuidwest-China, zowat drieduizend kilometer van hier. De andere werkmensen zijn Oeigoeren.

De honderdvijftig plukkers vormen kleine groepjes van tien tot twintig personen. Veel vrouwen en mannen werken alleen. Als ze met twee zijn, worden de taken verdeeld. De ene hakt de stengel door, de andere buigt zich om de liaan met rijpe tomaten op te pakken en flink dooreen te schudden. De vruchten komen los en vallen met een dof geluid op de grond.

Langzaamaan wordt het veld getekend door groene en rode lijnen. Stapeltjes groen afval – kniehoog – en lange rode strepen. De mensen die volgen, rapen het verspreide fruit op. Gebogen of op de knieën, met blote handen. Nu is het tijd om de grote zakken te vullen. In enkele uren oogt het veld kaal.

Sommige vrouwen dragen een in een dikke stof gewikkeld hoofddeksel om zich te beschermen tegen de zon. Ze praten nauwelijks. Het repetitieve geluid van de hakmessen en het geritsel van de zakken op de grond zijn de enige klanken die het veld voortbrengt.

Plots weerklinkt een indringend en melancholisch lied. De landarbeiders kijken nauwelijks op. Een vrouw draagt een zuigeling op haar rug. Uitgeput sleept ze zich door de extreme, vochtige hitte. De kinderen die te jong zijn om te werken, spelen met keien of een stuk hout. Ze kloppen met een vergeten hakmes op de grond om hun ouders te imiteren. Ze eten achtergebleven tomaten met witte vlekken, de sporen van de pesticiden.

De zon brandt zo hevig dat de schaars geklede kinderen niet ophouden met zich te krabben. Handen en gezichten vertonen tekenen van irritatie of van huidziektes. En het is nog maar de eerste dag op het veld.

De man die luid zingend werkt, is afkomstig uit Sichuan. Lamo Jise, tweeëndertig, is van het Yi-volk, net als zijn echtgenote. ‘Vandaag moeten we met zijn tweeën ongeveer honderdzestig zakken vullen (zo’n vier ton, n.v.d.a.). Dat brengt plusminus 350 yuan op.’ Dat is het equivalent van vierentwintig euro per persoon voor een dag hard labeur, onder een loden zon. ‘Ik zing om de moed erin te houden’, zegt hij.

Chinese staatstomaat

Met zijn rode pet houdt Li Songmin zich wat op afstand, hij keurt de oogst. De tomatenkweker weet dat zijn vruchten de avond zelf nog geleverd worden aan een fabriek van het bedrijf Cofco Tunhe. Wat er later met de tomaten gebeurt, laat hem koud. Li Songmin is de huurder van het perceel. Hij kent niemand van de mensen die op het veld werken. Niet de migranten uit Sichuan (het gros die dag), niet de Oeigoeren. Iedereen werd gerekruteerd door een ‘leverancier van handenarbeid’.

De tomatenkweker heeft geen contact met het bedrijf Cofco Tunhe. Het bedrijf levert de opgelegde tomatenvariëteiten, industriële variëteiten met een hoog rendement die hij moet telen volgens een specifiek lastenboek. Het bedrijf garandeert de afname van zijn oogst voor de afgesproken prijs. Het zorgt voor het nodige werkvolk, op het gepaste tijdstip, en regelt het vervoer van de tomaten naar de fabriek.

Cofco Tunhe is de nummer 1 in de verwerking van industriële tomaten in China. Het bedrijf staat wereldwijd op de tweede plaats. Cofco is het acroniem van China National Cereals, Oils and Foodstuffs Corporation. Het bedrijf prijkt in de Global 500-rangschikking van het tijdschrift Fortune tussen de machtigste multinationals met de meeste omzet ter wereld.

Dit gigantische Chinese bedrijf is de verzamelnaam van heel wat ondernemingen die onder het bewind van Mao Zedong gecreëerd werden. In die tijd was Cofco het enige Chinese staatsbedrijf dat voedingswaren mocht uitvoeren. Tunhe is een filiaal van Cofco, gespecialiseerd in suiker en industriële tomaten. Het bedrijf heeft vijftien fabrieken voor de tomatenverwerking: vier in Binnen-Mongolië en elf in Xinjiang.

Cofco Tunhe levert tomatenoncentraat aan de grootste multinationals van de voedingssector zoals Kraft Heinz, Unilever, Nestlé, Campbell Soup Company, Kagome, Del Monte, PepsiCo of nog de Amerikaanse groep McCormick, de nummer 1 wereldwijd van kruiden en in Europa eigenaar van de merken Ducros en Vahiné.

Elk jaar produceert Cofco Tunhe ook 700.000 ton suiker voor onder meer Coca-Cola, Kraft Heinz, Mars Food, Mitsubishi en de Chinese melkgigant Mengniu Dairy. Cofco en Danone zijn trouwens de voornaamste aandeelhouders van deze melkgigant. Bovendien is Cofco Tunhe een van de grootste producenten van abrikozenpuree ter wereld.

De Chinese mastodont verwerkt jaarlijks 1,8 miljoen ton verse tomaten en produceert zo 250.000 ton tomatenconcentraat, een derde van de Chinese productie. De geoogste tomaten in de duizenden velden van Xinjiang zijn de grondstof voor het Cofco-tomatenconcentraat dat naar meer dan tachtig landen wordt geëxporteerd.

Kinderarbeid voor Europese pizza's

Kinderen werken op de velden en nemen zo deel aan de tomatenoogst bestemd voor buitenlandse multinationals. Voor zover ze nog geen tien jaar oud zijn, werken ze aan de zijde van hun ouders. Maar eenmaal dertien of veertien, staan ze er alleen voor.

‘Wij, de mensen van het Hanvolk, vinden het niet fatsoenlijk dat kinderen in de velden werken. Maar ja, wat wil je … Die arme mensen uit Sichuan hebben geen keuze. Ze hebben niemand om op de kinderen te passen. Dus nemen ze de kinderen mee naar het werk’, verdedigt Li Songmin zich.

De Heinz Company slokt in haar eentje meer dan vijf procent van de jaarproductie op.

Zijn tomaten worden niet in China geconsumeerd, maar als tomatenconcentraat verhandeld op de internationale markt. Voor pizza’s en sausjes in Europa. De Internationale van de Tomaat leidt vandaag steeds vaker naar China.

In zijn Nederlandse fabriek in Elst produceert de Heinz Company op basis van tomatenconcentraat saus voor heel West-Europa, onder meer de befaamde tomato ketchup. Die productie vereist jaarlijks 450.000 ton tomatenconcentraat, het equivalent van 2 miljoen ton geoogste tomaten.

Wereldwijd werd in 2016 liefst 38 miljoen ton tomaten geoogst. De Heinz Company slokt in haar eentje dus meer dan 5 procent van de jaarproductie op.

Ontworpen voor de machines

Iedereen die in de conservenrayon van de supermarkt een fles ketchup, tomatenpuree of een blik gepelde tomaten koopt, denkt allicht dat het voornaamste ingrediënt van die koopwaar een tomaat is die in weinig of niets verschilt van de verse tomaat in de groenteafdeling. Sommige mensen beseffen dat het om tomaten van een intensieve teelt gaat, maar het gros is ervan overtuigd dat het een ronde tomaat betreft, geplukt van een tomatenplant. Een tomaat is een tomaat, niet?

In de reclame en op de verpakkingen zie je altijd mooie ronde en rode tomaten. Als in een droomwereld.

Natuurlijk zijn er diverse soorten: goede en slechte tomaten, tomaten uit de moestuin, van het veld, uit de serre… Na een enquête bij verschillende personen kwam ik tot de vaststelling dat de gemiddelde consument niets afweet van de verwerkte tomaat. Net als ik vóór dit onderzoek. Begrijpelijk.

De voedingsmiddelenindustrie verpakt jaarlijks 12 miljard producten met verwerkte tomaten. En in de reclame en op de verpakkingen zie je altijd mooie ronde en rode tomaten. Als in een droomwereld.

Uiteraard zullen de industriëlen deze droom niet doorprikken. Maar wie heeft al eens een industriële tomaat gezien? Die verhoudt zich tot een verse tomaat zoals een appel tot een peer. Zo’n tomaat is een andere vrucht, van een andere geopolitiek, van een andere business.

De industriële tomaat is een artificiële vrucht, gecreëerd door genetici. Ze is een vrucht bedacht om optimaal te beantwoorden aan de industriële verwerking. Ze is een universele koopwaar die, eenmaal verwerkt en in vaten gepropt, verschillende reizen rond de wereld kan maken voor ze geconsumeerd wordt.

Haar economische route is wijdvertakt. Op alle continenten wordt ze verdeeld, gecommercialiseerd, geconsumeerd. Deze industriële tomaat is niet rond: ze is langgerekt. Ze bederft niet snel. Ze is ook zwaarder en hechter dan een verse tomaat omdat ze veel minder water bevat. De schil van een industriële tomaat is heel dik, niet makkelijk om je tanden in te zetten. De vrucht is zo hard dat ze makkelijk de lange reizen in vrachtwagens en de behandeling door de machines in de fabriek doorstaat.

Zelfs als ze helemaal onderaan de lading in de camion ligt, bedolven onder enkele honderden kilo’s pas geoogste tomaten, spat ze niet uit elkaar. Het is trouwens niet zonder gevaar om een dergelijke tomaat naar een artiest of politicus te gooien, hij of zij overleeft het wellicht niet.

Tomaten verwerken tot concentraal impliceert dat de variëteiten aangepast zijn aan de machines, en vice versa.

De tomaat uit de supermarkt zit propvol water (dat is haar gewicht), de industriële tomaat bevat er amper. Ze is niet sappig. Integendeel. In de fabriek wordt ze zo droog door de verdamping dat de resulterende pasta erg compact is.

De tomaat van de supermarkt, of ze nu van het veld of uit de serre komt, is onbruikbaar voor de productie van tomatenconcentraat. Toch volgens de industriële normen van nu. Vroeger gebruikten de tomatenconservenfabrieken nog het surplus aan verse tomaten voor hun puree, nu is dat veeleer zeldzaam.

Nate Kauffman (CC BY-NC-ND 2.0)

Al eens een industriële tomaat gezien? Die verhoudt zich tot een verse tomaat zoals een appel tot een peer. Zo’n tomaat is een artificiële vrucht, heel dik, hard, en helemaal niet sappig. Niet zoals deze, dus.

Neptomaat wordt concentraat

Tomaten verwerken tot tomatenconcentraat volgens de huidige industriële normen impliceert dat de verbouwde industriële tomatenvariëteiten aangepast zijn aan de machines, en vice versa. De verwerkingsfabrieken produceren een pasta die je onmogelijk thuis kan bereiden.

Het water van de tomaten wordt onder druk geëxtraheerd door verdamping, bij honderd graden Celsius, om te verhinderen dat de tomaten koken en karamelliseren. De tomaten mogen niet verschroeien of hun kleur verliezen. De industriële verwerking wil de kwaliteit van de vruchten maximaal behouden voor een superieur concentraat.

En net zoals er verschillende aardolieraffinagemethodes voor verschillende types brandstof zijn, kan de tomatenindustrie diverse kwaliteitsniveaus produceren. De criteria zijn het tomaatgehalte, de kleur, de stroperigheid, de homogeniteit (met of zonder stukjes residu) enzovoort.

De verwerkingsmethode bleef quasi ongewijzigd sinds het ontstaan van deze industrie in de 19de eeuw, maar productie en fabricageritme ondergingen enorme veranderingen. De productieketen is vandaag zo geglobaliseerd dat de hele mensheid industriële tomaten eet.

Alle industriële tomaten worden in de zomer geteeld op enorme velden in zonnige landen. Niet het minst omdat de zon er overvloedig en gratis is. In Californië begint de oogst soms in de lente en loopt hij pas in de herfst af, zoals in de Provence.

Verkocht per lepel

De industriële tomaat is opmerkelijk geïntegreerd in het leven van alledag. Ze is het onmisbare ingrediënt van zowel junkfood als de mediterrane keuken. Ze kent geen culturele grenzen, geen voedingsbarrières, geen geboden. De ‘beschavingen van tarwe, rijst en maïs’, een concept van de Franse historicus Fernand Braudel om gebieden en hun bevolkingen in te delen volgens landbouwmethodes en voedingsmiddelen, hebben thans plaatsgemaakt voor de ‘beschaving van de tomaat’.

De tomaat gaat hard

1961: 28 miljoen ton tomaat/jaar (wereldproductie)

2013: 164 miljoen ton/jaar (waarvan 38 miljoen industriële tomaten)
= bijna 6 keer zoveel (+ 586 %)

Ze is een vrucht voor de botanist, een groente voor de douanier, een vat voor de trader. De tomatenconsumptie heeft zich over de hele wereld verspreid, ze doet de industriëlen fortuinen verdienen. Ketchup, pizza, allerhande sausjes – barbecue, mexican enzovoort – bereide schotels, diepvriesgerechten, blikvoedsel, de tomaat is overal.

Met griesmeel of met rijst maakt ze deel van uit de populairste recepten ter wereld. Net zo goed in traditionele gerechten zoals paella, in het vruchtensap dat geserveerd wordt op het vliegtuig als op een boterham in de Maghreblanden. Net zo goed in Australië, Iran, Ghana, Engeland, Japan, Turkije, Argentinië als Jordanië.

De tomaat en haar derivaten zijn universeel. Toen ik dit onderzoek deed, ontdekte ik dat op de markten van arme landen het tomatenconcentraat per lepel wordt verkocht. Voor enkele eurocenten. Tomatenconcentraat is het toegankelijkste industriële product van het kapitalisme. Tomatenconcentraat is zelfs beschikbaar voor mensen die in ‘absolute armoede’ leven, met nog maar net 1,50 dollar per dag. Geen enkele andere koopwaar van het kapitalistische tijdperk heeft zo’n globale hegemonie veroverd.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De tomaat – zowel de industriële als de boerderijvariant – wordt verbouwd in meer dan 170 landen volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en kent al vijf decennia een spectaculaire opgang. In 1961 bedroeg de wereldproductie van de aardappel ongeveer 271 miljoen ton, die van de tomaat schommelde rond de 28 miljoen ton, tien keer minder.

Sindsdien steeg de aardappelenproductie tot 376 miljoen ton in 2013, maar verzesvoudigde de tomatenproductie zich tot zo’n slordige 164 miljoen ton per jaar. De industriële tomaat, met 38 miljoen ton verwerkte vruchten in 2016, vertegenwoordigt een vierde van de totale productie.

Economische oorlog

Achter het sympathieke imago van de ongekunstelde tomaat dat wordt uitgedragen door de diverse merken gaat een onverbiddelijke economische oorlog schuil. Volgens het World Processing Tomato Congress (WPTC) loopt het jaarlijkse omzetcijfer op tot 10 miljard dollar.

EPO

De stad Parma in Italië is de wieg van deze industrie, die eerst naar de Verenigde Staten uitzwermde. Parma is nog steeds een zenuwcentrum: haar traders en machinebouwers spelen een prominente rol in het netwerk, te midden van de Amerikaanse en de Chinese giganten.

Gewiekste zakenlui zijn bereid tot alles om hun aandeel te vergroten. De tomatenbusiness is een kleine wereld met een handvol hoofdrolspelers (Italiaans, Chinees, Amerikaans…) die over een vierde van de tomatenproductie heersen.

Het Rode Goud. De tomaat en het kapitalisme door Jean-Baptiste Malet is uitgegeven door EPO. 240 blzn, Isbn 978 94 6267 166 9

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift