Ook kandidaat-vluchtelingen en personeel in opvangcentra worstelen met coronacrisis

Corona in asielcentra legt bestaande zwaktes van het opvangsysteem bloot

ID/ Bob Van Mol

Een opvangcentrum voor kandidaat-vluchtelingen in Lubbeek, lang voor de coronacrisis (2016). Een afstand van 1,5 meter houden van elkaar is in opvangcentra niet evident.

‘Waarom worden zieke mensen niet in quarantaine geplaatst? Wie is besmet met corona? En waarom mogen we niet meer naar buiten?’ Wie nu in een asielcentrum woont, heeft veel vragen — maar vindt te weinig antwoorden. De centra doen hun best, maar de coronacrisis maakt vooral de structurele problemen zichtbaar die de opvangsector al zo lang teisteren.

Hij hoefde er weinig woorden aan vuil te maken, zei Ibrahim Albatta, toen ik hem enkele weken geleden ontmoette. Met anderhalve meter tussen ons, ik met een perskaart op zak, hij een donkere rugzak vol verhalen, wandelden we vanuit het asielcentrum naar de Dijle.

Negen maanden al verbleef Ibrahim in het Mechelse noodopvangcentrum voor kandidaat-vluchtelingen. Hij beschreef het gevoel dat ik herkende van andere kandidaat-vluchtelingen, ook lang voor er sprake was van de coronapandemie: het idee dat je leven op pauze is gezet. Daar kwam nu met een mokerslag dat virus bovenop. COVID-19 en de daaraan gekoppelde lockdown pompten de onrust in hem almaar meer op.

'Dit is een collectief opvangcentrum, geen private woning. We komen voortdurend met elkaar in contact.'

Een week geleden schreef hij een brief vol verontrusting, wantrouwen en frustraties, nadat een van zijn medebewoners in het opvangcentrum positief zou getest hebben op het nieuwe coronavirus.

‘Dit is een vluchtelingencentrum, geen private woning. We komen voortdurend met elkaar in contact. Afstandsrichtlijnen of niet, we eten nog altijd gedeeltelijk samen, we gebruiken nog altijd gemeenschappelijk sanitair.’

Voor de goede orde: in het opvangcentrum in Mechelen is echter wel een aparte quarantaineruimte. Preventief werd een hele gang vrijgemaakt die volledig is afgesloten van de andere leefruimten.

(noot: in een eerdere versie van dit artikel stond foutief vermeld dat er géén quarantaineruimte was in het opvangcentrum in Mechelen)

Verschillende centra, verschillende verhalen

Met Mert (schuilnaam) ga ik niet wandelen, maar ik krijg zijn verhaal te horen dankzij de tussenkomst en vertaling van Orhan Kilic van Navbel, de raad van Koerdische gemeenschappen in België.

Ook Mert verblijft in het opvangcentrum in Mechelen. ‘Er zijn hier zieke mensen, en we denken dat ze besmet zijn met COVID-19’, maakt hij zich zorgen. ‘Want ze werden bezocht door mannen met witte pakken en met mondmaskers aan. We hebben gezien hoe iemand werd afgevoerd met een ambulance.’

Ook al moeten gezondheidswerkers in elke situatie beschermende pakken dragen, Mert maakt zich toch ongerust en stelt zich vragen. Maar, zegt hij er tegelijk bij: ‘De situatie hier in het centrum is wel redelijk rustig. Over het algemeen worden de regels hier goed opgevolgd. Zo eten we niet meer met z'n allen samen en we bewaren afstand.’

In een ander opvangcentrum, een van het Rode Kruis in Lanaken, verblijft Pasha (schuilnaam).

‘Omdat hier in de omgeving niets te doen is, komen we amper buiten. Tenzij om in de omliggende bossen te gaan wandelen. Ik denk dat we hierdoor gespaard zijn gebleven van coronabesmetting’, zegt Pasha. Volgens hem voelen de bewoners in Lanaken zich veilig.

Yasmin (schuilnaam) verblijft in het opvangcentrum van Croix Rouge Belgique in Eupen. Over het algemeen is ze tevreden, maar ook zij maakt zich zorgen. Over de mondmaskers , om precies te zijn: die werden laat geleverd, maar nu draagt amper iemand ze in het centrum. Mondmaskers gaan enkel op om naar buiten te gaan.

Ze vraagt zich af of de maatregelen voldoende zijn en of ze als bewoners voldoende op de hoogte zijn. ‘Zieke mensen worden niet in quarantaine geplaatst. Ik vind dat de opvolging en bewaking strikter mogen zijn. Misschien zijn mensen wel degelijk besmet, dat weten we niet.’

Onrust ondanks maatregelen

Om misverstanden te vermijden: de opvangsector hanteert wel degelijk strenge maatregelen om het coronavirus te bestrijden. En die volgen de richtlijnen van de Belgische lockdown, de maatregel waarbij iedereen zoveel mogelijk binnen moet blijven. Zo stuurde Fedasil, het federaal agentschap dat bevoegd is voor de opvang van asielzoekers, een gedetailleerd draaiboek van meer dan tachtig bladzijden uit naar de verschillende opvangcentra in België.

'Alle centra passen die instructies toe', zegt Mieke Candaele, woordvoerster van Fedasil. 'Al vraagt de realiteit op het terrein soms om een aanpassing aan de specifieke situatie van elk opvangcentrum.'

De bewoners van die centra mogen niet meer eten in groep. En ook hier geldt, net zoals elders in België, afstand. Anderhalvemeteren is de norm. Gemeenschappelijke ontspanningsruimten zijn afgesloten en sportactiviteiten zijn beperkt. Er gelden specifieke quarantaineregels voor bewoners die symptomen van corona vertonen, er zijn specifieke hygiënevoorschriften. Enzovoort.

'Mensen die ziek zijn, worden geïsoleerd in aparte afdelingen in elk opvangcentrum', zegt Candaele. Eraan toevoegend dat er 'hoe dan ook niet veel zieken zijn in de opvangcentra'.

'Al van bij het begin van de crisis hebben we alle kwetsbare personen ondergebracht in aparte opvangstructuren, zoals kleinere lokaleopvanginitiatieven. Bovendien hebben onze bewoners ook weinig contact met de buitenwereld. En laat het duidelijk zijn: de grote meerderheid van de bewoners leeft de instructies over hygiëne, preventie en social distancing echt zeer goed na.'

Maar de lockdown, waar de Belgen stilaan hun buik vol van hebben, valt eens zo zwaar voor de kandidaat-vluchtelingen in de collectieve opvangcentra.

In een beknopt rapport van Navbel, de raad van Belgisch-Koerdische gemeenschappen, staat te lezen:

‘Verschillende kandidaat-vluchtelingen vertellen dat in hun opvangcentrum (inderdaad) maatregelen zijn genomen, maar die kunnen hen blijkbaar niet geruststellen. We horen langs de ene kant over heel bange mensen die zich opsluiten in hun kamer. Langs de andere kant horen we dat sommige bewoners er de regels niet strikt opvolgen.’

Navbel heeft contact met Koerdische kandidaat-vluchtelingen die in opvangcentra in heel België verblijven. ‘We beslisten om dit rapport te maken nadat we veel berichten kregen van mensen zich niet veilig voelden’, zegt Orhan Kilic van Navbel.

‘Wat terugkomt in de gesprekken met de bewoners van de opvangcentra, is de onduidelijkheid die zij ervaren. Mensen zitten met veel vragen. Maar er zijn ook de taalbarrières.'

In alle Limburgse opvangcentra voor kandidaat-vluchtelingen gaat een avondklok in vanaf 18 uur, elders niet.

Kilic wijst niet het personeel met de vinger. Hij wijst wel op de extra druk die de coronacrisis en de lockdown leggen op het management van collectieve woonvormen waar heel diverse groepen samenleven, dat sowieso al uitdagend is.

Fedasil werkte informatie en richtlijnen uit voor de bewoners van de opvangcentra, in twaalf verschillende talen. Maar de uitdaging om die informatie goed over te brengen, blijft groot: de centra hebben bewoners met vaak heel verschillende nationaliteiten, etnieën en talen, en heel uiteenlopende scholingsgraden en sociaal-culturele achtergronden.

Limburg legt extra maatregelen op

Kandidaat-vluchtelingen in Limburgse opvangcentra krijgen strengere maatregelen opgelegd dan anderen. Waarom?, vraagt vrijwillige voogd Greet Habraken zich af in een open brief aan de MO*redactie. Ze kan er niet bij dat in alle Limburgse opvangcentra voor kandidaat-vluchtelingen, inclusief het opvangcentrum waar haar pupil verblijft, een avondklok ingaat vanaf 18 uur.

‘Sindsdien staan er ook aan elk centrum dagelijks vierentwintig uur bewakers om de maatregel van genoeg afstand houden te controleren, en om na te gaan waar de bewoners naartoe gaan.’

De Limburgse autoriteiten verantwoorden die extra maatregelen omdat de bewoners geen gepaste afstand van elkaar zouden houden wanneer ze buitenkomen. 'Nochtans komen zij buiten met mensen met wie ze onder hetzelfde dak wonen. Veel van de jongeren, of volwassenen, leven immers met vier tot zes personen op één kamer. Ze hebben nauwelijks privacy. Maar wanneer ze op straat komen, wordt van hen gevraagd dat ze plots 1,5 meter afstand houden van elkaar? Waarom?’

Die maatregel is niet langer van kracht, want op woensdag 22 april publiceerde het nationaal crisiscentrum een update over coronarichtlijnen die eerder werden goedgekeurd door de Nationale Veiligheidsraad maar die intussen werden gewijzigd. Zo is het uitgangspunt dat leefgroepen in residentiële voorzieningen nu als “gezinnen” worden beschouwd. Wie een kamer deelt onder eenzelfde dak, moet zich ook buiten die kamer niet aan de afstandsregels houden. Mensen die verblijven in leefgroepen in residentiële voorzieningen, zoals opvangcentra, moeten die afstand onderling niet respecteren.

'De regeling voor Limburg kwam er op expliciete vraag van de burgemeesters van Houthalen-Helchteren en Leopoldsburg', reageert Mieke Candaele van Fedasil. 'We overlegden met de provinciegouverneur, alle burgemeesters van Limburgse opvangcentra, het Rode Kruis en Fedasil. Daar werd een aantal afspraken gemaakt, waaronder een sluitingsuur.'

'Fedasil is trouwens permanent in contact met de burgemeesters en provinciegouverneurs', verduidelijkt Candaele. 'Zij ontvangen al onze instructies en wij trachten via overleg telkens tot oplossingen te komen die voor iedereen aanvaardbaar zijn. En dat verloopt zeer goed.'

Hoe komen mensen terecht in een opvangcentrum voor asielzoekers?

Kandidaat-vluchtelingen melden zich in België aan bij het aanmeldcentrum in het Brusselse Klein Kasteeltje. Van daaruit worden ze, eenmaal geregistreerd, doorverwezen naar tijdelijke opvangplaatsen over heel België. Daar verblijven ze zolang hun asielprocedure loopt.

  • België telt meer dan 70 opvangcentra voor kandidaat-vluchtelingen of verzoekers om internationale bescherming. Die zijn goed voor drie vierde van de capaciteit van het totale opvangnetwerk.
  • De andere plaatsen zijn individuele opvangplaatsen, georganiseerd door gemeenten (de OCMW’s) en ngo’s.
  • Naast de 30 federale centra van Fedasil zijn er ook open opvangcentra die worden beheerd door partners.

De opvang in de collectieve centra van de partners verloopt volgens dezelfde principes: de bewoners hebben toegang tot materiële hulp, sociale en praktische begeleiding, medische diensten, activiteiten en vormingen. 

De belangrijkste partners voor Fedasil vormen het Rode Kruis voor Vlaanderen en Croix-Rouge de Belgique. Daarnaast zijn er kleinere partners met opvangcentra zoals Samu Social, Agentschap Jongerenwelzijn, AGAJ. 

Maatregelen versus realiteit

Maar toch hebben ook personeelsleden vragen bij de verschillende maatregelen in opvangcentra. ‘In het geval van een besmetting van bewoners moeten opvangcentra, die meer dan tweehonderd opvangplaatsen hebben, een quarantainezone voorzien’, zegt een anonieme bron die werkt in een Vlaams opvangcentrum. ‘Gebeurt dit overal? En wat met de kamerbewoners? Voorschrijven om afstand te houden is één ding, het toepasbaar maken in een grote collectieve woonvorm is iets anders. Het is vaak niet de realiteit.’

Ook deze werknemer stelt zich vragen over het ontbreken van een eenduidige aanpak in de opvangsector. ‘Ik vang ook op dat de uitvoering van beschermende maatregelen kan verschillen naargelang het opvangcentrum. Veel hangt af van het lokale management. Dat geldt ook voor de maatregelen voor het personeel. Dat heeft er in elk geval ook geen al te groot vertrouwen in.’

Vakbondsman Stef Doise volgt voor ACV Puls de personeelssituatie op in de opvangcentra van het Rode Kruis. 'In het Rode Kruis zijn eenvormige maatregelen afgesproken voor alle centra. Maar de toepassing ervan is wellicht veel evidenter in het ene centrum dan in het andere.'

‘De diensten moeten het doen met de middelen die ze hebben. Door besparingen botst hun goede wil met de realiteit.'

Daar zijn diverse redenen voor, voegt hij er meteen aan toe. ‘We moeten allereerst kijken naar de politieke context. Een jaar geleden had de vorige staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken, de opvangcapaciteit voor asielzoekers afgebouwd en werden centra gesloten. Tegen alle adviezen en waarschuwingen van de opvangsector in. Toen zich begin dit jaar een nieuwe opvangcrisis aankondigde, hebben we in een mum van tijd centra moeten heropenen. Daardoor is de huisvesting niet altijd ideaal en moest de opvangsector nieuw, soms onervaren, personeel aanwerven.’

Doise verwijst ook naar de ruimtelijke en technische beperkingen van sommige opvangcentra. ‘Niet elk opvangcentrum kan aparte quarantaineruimtes inrichten voor zieke bewoners bij wie corona werd vastgesteld of bij wie een sterk vermoeden is. Noodopvangcentra die zijn gevestigd in oude kazernes of ziekenhuizen beschikken niet altijd over die mogelijkheid.’

Structureel probleem

Ook Vluchtelingenwerk Vlaanderen vangt signalen op van de onrust in de collectieve opvangcentra. Volgens coördinator Beleid en Ondersteuning Joost Depotter ligt de fout niet bij de inspanning van de diensten en organisaties verantwoordelijk voor de opvangsector, met name Fedasil en zijn opvangpartners zoals het Rode Kruis. ‘Zowel de hoofdzetel van Fedasil in Brussel als zijn opvangpartners zetten alles op alles om de coronacrisis te managen.’

De asielaanvragen daalden enorm, nu die digitaal moeten gebeuren: van 150 naar 14 aanvragen per dag.

‘Maar ze moeten het doen met de beperkte middelen die ze hebben. Door een doorgezette besparingslogica van opeenvolgende regeringen botsen de goede wil en goed uitgeschreven scenario’s van de sector met de realiteit: overbevolkte opvangcentra, en een personeelstekort dat al jaar en dag wordt aangeklaagd.’

Depotter zit daarmee op de lijn van de vakbonden: de problemen die de coronacrisis blootlegt in de opvangcentra, staan al langer in de sterren geschreven. ‘Dit zijn geen nieuwe problemen. De coronacrisis vergroot de structurele problemen die de opvangsector al zo lang teisteren enorm uit’, aldus Depotter.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Die uitvergroting geldt overigens ook voor andere structurele problemen in het asielbeleid. Asielprocedures die veel te lang aanslepen, worden nog maar eens op de lange baan geschoven. Het aanmeldcentrum van de Dienst Vreemdelingenzaken in het Klein Kasteeltje is opnieuw open, maar werkt nu via digitale aanmelding. Dat is voor vele kandidaat-vluchtelingen die zich willen aanmelden geen eenvoudige procedure. Opmerkelijk is alvast de sterke daling van dagelijkse asielaanvragen.

‘Alles samen weegt dat enorm op asielzoekers. die door de coronacrisis ook nog eens hun asielprocedure zien vertragen’, zegt Stef Doise van ACV Puls. ‘Bewoners van onze opvangcentra verliezen hun vooruitzicht, wat tot frustraties leidt.'

'De druk is ook extra groot voor het personeel in de centra. Onze mensen staan er dag na dag om mensen te helpen in precaire omstandigheden en in contexten die niet altijd gemakkelijk zijn. En daarnaast worden ze ook nog eens uitgejouwd door bepaalde groepen in de samenleving. Faut le faire.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur