Hoe keren we de klimaatcrisis? ‘We moeten het niet over de natuur hebben’

Analyse

Klimaatcrisis, koloniale uitbuiting en inheemse kennis

Hoe keren we de klimaatcrisis? ‘We moeten het niet over de natuur hebben’

Hoe keren we de klimaatcrisis? ‘We moeten het niet over de natuur hebben’
Hoe keren we de klimaatcrisis? ‘We moeten het niet over de natuur hebben’

Om de klimaatcrisis op te lossen hebben we wetenschap nodig, maar ook andere ecologische kennis. Kan inheemse kennis ons uit de brand, de storm, de droogte en de overstroming halen? MO* sprak erover met Achille Mbembe, Amitav Ghosh en Krushil Watene.

© Shannon Stapleton/Reuters

De nasleep van orkaan Ian in Florida, 29 september 2022.

© Shannon Stapleton/Reuters

De beelden van de orkaan Ian, die als een losgeslagen woesteling Florida geselt, zijn onvergetelijk. Maar ze zijn niet uniek. Ian was al over Cuba getrokken, de Filipijnen hadden vlak daarvoor een enorme taifoen over zich heen gekregen… Maar omdat de verwoesting plaatsvindt binnen de Verenigde Staten, zien we ze meer, vaker en beter. Al zien we niet alles.

‘Het leven op aarde begon niet met mensen en zal er wellicht ook niet mee eindigen.’

Zo was er heel weinig aandacht voor het toch opvallende feit dat zo veel huizen zo dicht bij de oceaan staan, waardoor ze uiteraard extra kwetsbaar zijn als een storm met windsnelheden tot 250 km per uur en een stormvloed van 3,6 meter hoog aan land komt. De Indiase auteur Amitav Ghosh schrijft daar enkele opmerkelijke zaken over in zijn boek Te groot om ons voor te stellen, dat onlangs bij Epo verscheen.

Na de tsunami in de Indische Oceaan in 2004 trok Ghosh naar de Andaman en Nicobar eilanden om te berichten over de schade en de reactie van mensen. Het viel hem op dat de meeste inheemse mensen ver van het strand woonden en dus betrekkelijk gevrijwaard waren. De legerofficieren? Die hadden hun houten huizen dicht op het strand en met uitzicht op het oneindige blauw van de oceaan gebouwd. Het is een patroon, stelt hij: inheemse volkeren wantrouwen de oceaan en haar onvoorspelbare gedrag, zelfs als ze er als vissers dagelijks mee omgaan. Of net daarom.

Moderne samenlevingen, zegt Ghosh, hebben geen ruimte voor het onvoorspelbare en catastrofale. Wij gaan uit van kennis en controle, en dus van voorspelbaarheid en evolutie. Daardoor werd het een prestigezaak om zo dicht mogelijk bij de oceaan te leven. Alleen wie echt rijk is, kan zich die luxe permitteren. Tot het geweld losbreekt. De exclusieve bewoning van kusten en waterfronts is een van de weinige voorbeelden waarin de veroorzakers van de klimaatcrisis ook tot de eerste slachtoffers ervan behoren.

De mensheid is een aardbeving

‘Een gemeenschappelijk verleden levert niet vanzelf een gedeelde toekomst op’, stelt ook Achille Mbembe, de uit Kameroen afkomstige en in Zuid-Afrika wonende politiek filosoof. Wie Mbembe volgt, zou denken dat die scherpse vaststelling over het koloniale verleden en de toekomst van de globalisering gaat. Zijn werk focust namelijk vaak op koloniale en postkoloniale verhoudingen.

Maar Mbembe had het niet over de geschiedenis of toekomst die mensen uit Noord en Zuid delen, maar over het leven zelf. ‘Het leven op aarde begon niet met mensen en zal er wellicht ook niet mee eindigen’, is zijn nuchtere vaststelling. Het leven is wat we delen met alle levende wezens en organismen, en het is tegelijk wat bedreigd wordt door de snelle en ingrijpende klimaatverandering. De mensheid en alle andere vormen van leven op aarde en in de atmosfeer delen een verleden, maar het is onzeker dat we een gezamenlijke toekomst hebben.

‘We staan aan de uitgang van de comfortabele klimaatniche waarin mensen en niet-menselijk leven de voorbije zesduizend jaar floreerden’, stelt Mbembe bezorgd vast. De klimaatcrisis, zegt hij, is een crisis van bodemvruchtbaarheid en extreem weer, van ontbossing en drooglegging, van vervormde proteïnen en vernietigde spiercellen.

De crisis wordt versterkt door de steeds groter wordende dominantie van wat Mbembe ‘computational reason’ noemt: de logica van meten is weten, omgezet in artificiële intelligentie en toestellen, toepassingen en netwerken die een eigen bewustzijn toegedicht worden. Terwijl het leven op aarde onder ongeziene druk komt, creëren we een parallel universum.

Mbembe omschrijft de mensheid dan ook als een tellurische kracht, een aardbeving van 9,9 op de schaal van Richter. Daarmee biedt hij een alternatief voor het beeld van het antropoceen – een geologisch tijdperk waarin de aarde en haar evolutie bepaald wordt door menselijk ingrijpen. De tellurische kracht van Mbembe combineert het inzicht dat menselijk handelen vandaag verantwoordelijk is voor de klimaat- en biodiversiteitscrisis met de vaststelling dat ‘het technologische en ecologische lot van de planeet ons uit handen glipt’. Dat heeft te maken met een extractieve economie die ander leven niet in rekening neemt, maar ook met de financialisering van de economie. Elk leven wordt gereduceerd tot handelswaar of de abstractie van een geldbedrag.

Kennis is praktijk

In een context van aanzwellende destructie is er nood aan nieuwe en aangepaste vormen van solidariteit, stelt Mbembe. Hij ziet drie grote voorwaarden om dat mogelijk te maken: ecologische kennis, een wereld waarin het Westen niet langer het geopolitieke zwaartepunt vormt, en een bevrijding van de koloniale verleiding om alles – mensen, levensvormen, culturen… — te rangschikken van laag tot hoog.

Daarin zit hij opnieuw heel erg op dezelfde lijn als Amitav Ghosh, wanneer die stelt dat de wortels van de klimaatcrisis in koloniaal geweld liggen. Dat geweld steunt op een extractieve economie en een dualistische filosofie die enkel de mens – en met name de witte, mannelijke en aristocratische mens – waarde toekent.

‘De kennis van inheemse volkeren is geen pakketje dat je in steden en op mondiale markten te koop kan aanbieden.’

Krushil Watene, politiek filosofe uit Nieuw-Zeeland of Aotearoa (Māori-taalnaam voor Nieuw-Zeeland, nvdr.), haakt in op Mbembe’s roep naar ecologische kennis én een andere omgang met mensen en planeet. Die kennis en praktijk zouden wel eens afkomstig zou kunnen zijn van inheemse kennis, zegt ze. Zelf is ze Maori en ze put voor haar politieke filosofie vaak uit de beelden, praktijken en ethische imperatieven van inheemse gemeenschappen. Inheemse kennis zet de algemeen aanvaarde dogma’s op zijn kop, en dat biedt een perspectief op een andere – leefbare, rechtvaardige en duurzame – toekomst. Bij wijze van voorbeeld zegt ze dat ‘de zuidelijke Stille Oceaan niet gezien moet worden als een grote zee vol geïsoleerde eilanden, maar als een zee van eilanden die met elkaar verbonden zijn door de oceaan.’

Als ik Amitav Ghosh vraag of hij het eens is met de stelling dat de ecologische kennis van inheemse gemeenschappen noodzakelijk of minstens cruciaal is om een uitweg te vinden voor de huidige crisissen, verwacht ik een ondubbelzinnig ja. Ik denk aan zijn verhaal over de Andaman en Nicobar eilanden en aan The Nutmeg’s Curse, waarin hij de Milanese avonturier Girolamo Benzoni citeert.

Benzoni reisde in het begin van de zestiende eeuw een jaar of vijftien rond in Zuid-Amerika, en vatte de realiteit van kolonisatie – gezien door de ogen van de inheemse burgers van de Amerika’s –samen: ‘Zij zeggen dat wij op aarde gekomen zijn om de wereld te vernietigen. Ze zeggen … dat wij alles verorberen, dat de we de aarde verbruiken en de rivieren verleggen, dat we nooit eens rustig zijn maar steeds van hot naar her rennen, altijd op zoek naar goud en zilver en nooit tevreden, en dat we er dan om gaan gokken, oorlog voeren, elkaar vermoorden, roven, vloeken, nooit de waarheid spreken, en dat we hen beroofd hebben van hun middelen om in hun levensonderhoud te voorzien.’

Ghosh benadrukt bij herhaling dat ons denken opnieuw ruimte moet maken voor de dieren, landschappen, organismen en de planeet zelf als handelende wezens. Hij zou ongetwijfeld volmondig ja anwoorden op mijn vraag over inheemse kennis. Maar dat deed hij niet.

‘Verhalen over inheemse kennis ontsporen vaak zelf tot extractieve praktijken’, zei Amitav Ghosh. ‘Het is de nieuwe trend: westerse wetenschappers die diep in het woud op zoek gaan naar kennis in de hoop die om te zetten in producten of diensten waarmee de problemen – die door kolonisatie en globalisering over de hele wereld verspreid geraakten – aan te pakken.’

Ghosh gaat verder: ‘Maar de kennis van inheemse volkeren is geen pakketje dat je in steden en op mondiale markten te koop kan aanbieden. Het is kennis die diepgaand verankerd zit in dagelijkse praktijken: in de manier om een woud te cultiveren, in de omgang met bedreigende en andere dieren, in het samenleven met een kleine gemeenschap en de relaties met anderen… Het is kennis, maar wie die lossnijdt van het dagelijkse leven en de concrete omgeving waarin die ingebed zit, doet exact wat het Westen al vijf eeuwen doet: de rijkdom van anderen reduceren tot een bron van commercieel succes, waardoor de echte waarde verloren gaat.’

De mens moet uit het centrum

Amitav Ghosh bevestigt in eenzelfde beweging het belang van inheemse economieën en samenlevingen voor het behoud van biodiversiteit. ‘Zij leven niet in ongerepte oerwouden, maar in vruchtbare en goed onderhouden bostuinen’, voegt hij toe. Westerlingen, stedelingen en iedereen die in “moderne” (zeg maar industriële en extractieve) economieën leeft, houdt maar best op met het romantiseren en commercialiseren van “inheemse kennis”.

Als we echt een toekomstperspectief voor de mensheid willen creëren, moeten we zélf nieuwe praktijken uitbouwen en ervaringen opdoen. We moeten een alternatief voor de koloniale, extractieve economie ontwikkelen en dat vervolgens in concreet beleid omzetten. Zo simpel is het.

Maar dat maakt het niet minder moeilijk. Want – en daar zijn Mbembe, Watene en Ghosh het over eens – je kan consumptie, productie en eigendom maar herdenken als ook onze wereldbeschouwing radicaal verandert. Om de mensheid te redden, moet de mens uit het centrum van ons wereldbeeld verdwijnen. Er moet ruimte gemaakt worden voor de belangen, maar ook voor de intelligentie en de handelingsmogelijkheden van andere levensvormen.

Dat is ook wat Tine Hens eerder dit jaar schreef in haar essay De wereld die we delen. Zij gaat er van uit dat het leven op aarde oneindig veel diverser is dan we beseffen én dat de mens deel uitmaakt van die grotendeels onzichtbare en onbekende wereld. Dat is nog altijd vloeken in de Verlichte kerk, die het bijbelse onderscheid tussen de mens en de rest van de schepping uitdiepte en verhardde tot de rationalistische opdracht aan de mens om alles te doorgronden en te gebruiken voor het eigen comfort en welzijn.

Daarmee lijkt de cirkel rond. Zowel Mbembe als Ghosh stellen dat koloniaal geweld en de logica van koloniale extractie de grondoorzaak vormen van de huidige en toekomende klimaatcrisis. Het overwaarderen van Europese elitelevens en het schandelijk onderwaarderen van alle andere vormen van menselijk en niet-menselijk leven maakt daar integraal deel van uit. ‘Koloniaal’ slaat niet enkel op het historische en territoriale project van bezetting, het leeft in alle hevigheid in de actuele, neoliberale vermarkting van álles: levend, inert of virtueel.

Een toekomst ontstaat niet door te vluchten van de realiteit – niet in geromantiseerde en tot new-age vermarkte “inheemse kennis”, niet in ruimtereizen voor de 0,01 procent rijksten der aarde, niet in technische ingrepen. Een toekomst is enkel mogelijk als de mensheid zich radicaal anders opstelt in het leven.

‘We moeten het niet over de natuur hebben’, zei Amitav Ghosh nog. ‘Want daarmee creëren we meteen een kloof tussen mensen en ander leven. Wij zijn het leven dat we delen met het universum, en we kunnen enkel leven als we zorgen voor het hele leven.’

Achille Mbembe sprak op 20 september (via videolink) in de Antwerpse Roma, op uitnodiging van het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid van de UAntwerpen. Krushil Watene was daar een van de respondenten. Amitav Ghosh was op 21 september te gast in Bozar, in het kader van Ecopolis (in samenwerking Oikos). Die avond presenteerden Oikos en Epo zijn boek Te groot om ons voor te stellen. De klimaatcrisis en onze verbeelding. Gie Goris modereerde beide avonden.