Hoeveel migratie kan Europa aan?

Het voorbije weekend kopten alle media dat München capituleerde. De Duitse stad kon de instroom niet langer aan. Niet verbazend, gezien de omvang. Maar hoe meet je eigenlijk wat de opvangcapaciteit van een stad, land of regio is?

  • Josh Zakary (CC BY-NC 2.0) Syrische vluchtelingen wachten op de volgende trein in Wenen. Josh Zakary (CC BY-NC 2.0)

Aan de ene kant zien we een nooit geziene golf van solidariteit met de vluchtelingen – mensen in nood, die conflictlanden als Syrië en Irak ontvluchten. In Syrië’s buurlanden — Turkije, Libanon, Jordanië — is het totale aantal Syrische vluchtelingen opgelopen tot 4.013.000 mensen. Het aantal Syriërs die naar Europa vluchten is een peulenschil. Europa zou dus best meer kunnen doen.

Aan de andere kant zijn mensen bang dat ze morgen geen zitplaats meer hebben in de metro of erger nog, dat hun pensioen zal dalen wegens besparingen. Want ‘kunnen we het wel aan, zoveel asielzoekers in ons toch al dichtbevolkte West-Europa’, dat nog maar net Grexits en Brexits kon vermijden? De wereld telt meer conflicten dan Syrië en Irak, en niet eens zo ver weg van het Europese vasteland.

De meeste mensen migreren binnen de eigen – zuiderse – landsgrenzen of naar de buurlanden. De huidige vluchtelingeninstroom in Europa toont echter aan dat Europa zich niet langer kan onttrekken aan de vluchtelingenproblematiek aan de andere kant van de Middellandse Zee.

Europa mee in bad

Immigratie in Europa is natuurlijk niet nieuw. Volgens Eurostat wonen 507 miljoen Europeanen op een oppervlakte van 4,3 miljoen vierkante kilometer. Jaarlijks stijgt dat inwonersaantal, door natuurlijke groei en door migratie. De laatste is de belangrijkste factor in de Europese bevolkingsgroei.

Dat het Europese migratiesaldo dit jaar hoger zal liggen dan voorgaande jaren staat als een paal boven water.

Het migratiesaldo ­– het aantal immigranten min het aantal emigranten – bedroeg volgens Eurostat 0,9 miljoen in 2012, en nam daarmee tachtig procent van de totale bevolkingsgroei voor zijn rekening. Die groei manifesteert zich overigens vooral in het “oude Europa”. In Oost-Europese landen — diegenen die zich het hardst verzetten tegen het spreidingsplan van Juncker — is het migratiesaldo negatief: er trekken meer mensen weg dan er binnenkomen.

Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie kwamen dit jaar, via de Middellandse Zee alleen, meer dan 430.00 azielzoekers naar Europa. Dat is het dubbele van het hele jaar ervoor, een cijfer dat niet eens de mensen bevat die via de landsgrenzen of de lucht Europa binnenkomen.

De eindcijfers van 2015 zijn uiteraard nog niet bekend, maar dat het Europese migratiesaldo hoger zal liggen dan dat van 2012, staat als een paal boven water.

Uitdaging

‘Deze crisis is groter en uitdagender dan de voorgaande immigratiestromen die Europa kende, zoals tijdens en na de Balkanoorlogen’, zegt de Britse migratie-expert en econoom Christian Dustmann. ‘Heeft Europa genoeg middelen om de crisis het hoofd te bieden? En dan denk ik in de eerste plaats aan de Europese grenslanden, maar ook aan Duitsland en Oostenrijk die de grootste groepen krijgen.’

Hoeveel immigratie kan Europa aan zonder dat onze sociale welvaartstaat en onze pensioenen onder druk komen te staan? De vraag stellen is gemakkelijker dan ze beantwoorden. Een pasklaar antwoord ontbreekt.

Leren van de VS

Twee onderzoekers, verbonden aan de Brusselse economische denktank Bruegel, deden recent een interessante denkoefening. Grace Choi en Reinhilde Veugelers keken wat Europa kan leren van het Amerikaanse “green-card”-systeem.

Via de Amerikaanse groene kaart kan een immigrant een permanente verblijfsstatus in de VS krijgen via familiebanden, werk, of asiel. Immigranten krijgen dezelfde rechten als een Amerikaanse burger – mogen zich vrij in en buiten de VS bewegen, krijgen pensioenrechten als ze meer dan tien jaar gewerkt hebben, enzovoort. Dat geldt ook voor vluchtelingen, en mensen die asiel kregen buiten het vluchtelingenstatuut.

Conclusie van het onderzoek: Europa heeft best nog wel marge.

De onderzoekers keken naar de jaarcijfers van immigratie en asiel in de Verenigde Staten. Dat namen ze als basis om te vergelijken hoeveel immigratie Europa zou aankunnen, als het dezelfde immigratiepercentages zou hanteren.

Voor de verdeling binnen de Europese Unie baseerden ze zich op vier criteria die de Europese Commissie zelf gebruikte om hun vluchtelingenquota vast te leggen.

Om te bepalen hoeveel vluchtelingen een lidstaat kan ontvangen en integreren, houdt de Commissie rekening met het bevolkingsaantal, het totale BNP, de werkloosheid en het gemiddeld aantal asielaanvragen dat een land of regio per 1 miljoen inwoners optekent.

‘Op basis van ons onderzoek zien we dat de Europese Unie in 2013 een permanente verblijfsstatuut had moeten geven aan 1.276.000 personen. Dat is 0,25 procent van de totale bevolking.’

Maar de Europese Unie gaf in 2013 verblijfsrecht aan 871.300 vreemdelingen. Conclusie van het onderzoek: Europa heeft best nog wel wat marge.

Nuttige oefening?

Er zijn vragen te stellen over de volledigheid van het onderzoek. Zo werd onder andere geen rekening gehouden met bevolkingsdichtheid.

‘Natuurlijk weten we dat er enorme verschillen zijn tussen de VS en Europa’, zegt Reinhilde Veugelers. ‘Het Amerikaanse grondgebied is bijvoorbeeld groter dan Europa. Bevolkingsdichtheid is inderdaad een factor waarmee we geen rekening hielden, juist omdat we ons gebaseerd hebben op de quotacriteria die de Europese Commissie zelf hanteert. En die rekent bevolkingsdichtheid zelf niet mee.’

‘Zelfs al houd je rekening met de verschillen in absorptiecapaciteit tussen de twee regio’s, dan nog stelden we vast dat er nog veel plaats is in Europa, niet enkel op korte termijn via een tijdelijk verblijfsstatuut maar ook om mensen een permanent verblijfsstatuut te geven.’

‘Nu gaat de discussie over de cijfers, veel minder over welke criteria nodig zijn om de cijfers juist te berekenen.’

Economische impact moeilijk meetbaar

Hoeveel vluchtelingen landen toelaten, hangt ook af van keuzes. ‘Nu laat de Europese Commissie het criterium werkloosheid in haar berekening voor criteria meetellen voor slechts 10 procent, terwijl bevolkingsaantal en BNP elk meetellen voor 40 procent’, legt Veugelers uit. ‘Maar als je enkel het criterium van werkloosheid zou hanteren in je berekening, dan krijg je minder marge en andere cijfers. Dan zou Europa geen 1,27 miljoen mensen moeten ontvangen, maar 954.183 mensen, waarvan 114.502 vluchtelingen.’

De meetbaarheid van hoeveel objectieve immigratie landen aankunnen, is zeker voer voor economen die de migratie-impact op samenlevingen op korte, middellange en lange termijn kunnen meten. Maar ook dan hangt dus veel af van prioriteiten.

De economische impact van deze vluchtelingencrisis voor Europa is moeilijk te voorspellen, zegt ook de Brits onderzoeker Christian Dustmann. Hij wijst erop dat er ook rekening gehouden moet worden met de profielen van de vluchtelingen. ‘Als we hen kunnen inschakelen op de arbeidsmarkt, is de kans groot dat ze zullen bijdragen. En dan krijg je op de lange termijn geen economische last maar een opportuniteit.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur