Dreigt een nieuwe oorlog in de Hoorn van Afrika?
‘In Ethiopië heb je maar één vonk nodig en alles staat in lichterlaaie’

Een drukbezochte markt in Mekelle, de hoofdstad van de regio Tigray, in het noorden van Ethiopië.
© Fitsum Berhane

Een drukbezochte markt in Mekelle, de hoofdstad van de regio Tigray, in het noorden van Ethiopië.
© Fitsum Berhane
Tom Claes & Fitsum Berhane
17 april 2026 • 15 min leestijd
Ethiopisch premier Abiy Ahmed heeft zijn zinnen gezet op een haven in buurland Eritrea. Klein probleem: voordat hij zijn plannen tot uitvoer kan brengen, moet hij eerst nog voorbij de autoriteiten in de opstandige regio Tigray, waarmee hij op ramkoers ligt.
Tussen 2020 en 2022 was het noorden van Ethiopië het toneel van een bijzonder wreedaardig conflict waar nauwelijks aandacht aan werd besteed. De strijdkrachten van de deelstaat Tigray stonden toen lijnrecht tegenover een brede coalitie van het Ethiopische regeringsleger, milities uit de Amhara-regio en troepen uit buurland Eritrea.
In twee jaar tijd eiste de oorlog naar schatting 300.000 à 600.000 doden, terwijl miljoenen anderen afhankelijk werden van noodhulp. Mensenrechtenorganisaties spraken van grootschalig seksueel geweld en standrechtelijke executies. Hele steden werden met de grond gelijkgemaakt, infrastructuur in puin gelegd en het dagelijks leven van miljoenen mensen raakte blijvend ontwricht.
In november 2022 sloten afgevaardigden van de Ethiopische regering een vredesakkoord met de Tigrese leiders in het Zuid-Afrikaanse Pretoria. Dat slaagde er weliswaar in om de wapens te doen zwijgen, maar de diepere oorzaken van het conflict bleven grotendeels onopgelost en de spanningen tussen Addis Abeba en de leiders in Tigray hielden aan.
Begin dit jaar raakten het Ethiopische leger en de Tigrese strijdkrachten dan opnieuw slaags. Daarop stuurde de regering in Addis Abeba verschillende divisies met zware artillerie richting de regio. Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, Volker Türk luidde meteen de alarmbel over de opbouw van een troepenmacht rond Tigray. ‘De situatie kan snel verslechteren’, waarschuwde hij.
De brandstoftoevoer naar Tigray was toen al een tijdje afgesneden, maar nu werden ook de vluchten tussen Addis Abeba en de regionale hoofdstad Mekelle tijdelijk opgeschort.
De impact was onmiddellijk voelbaar. Toen inwoners massaal geld probeerden af te halen en goederen begonnen te hamsteren, werd de toegang tot cash fors beperkt. De prijzen van voedsel, medicijnen en andere basisproducten schoten pijlsnel de hoogte in.
‘Het is bijna onmogelijk geworden om nog te werken’, zegt Teklay*, een minibuschauffeur in Mekelle. Door het acute brandstoftekort zijn chauffeurs aangewezen op de zwarte markt, waar de prijs kan oplopen tot zo’n 400 birr (omgerekend ongeveer 2,20 euro) per liter. De oorlog in Iran zette de economie nog meer onder druk, en nu wordt een liter verkocht voor 1000 birr (5,5 euro). ‘De officiële tarieven van de overheid zijn volledig losgezongen van de realiteit’, legt Teklay uit. ‘We draaien elke rit verlies.’
Kibrenesh*, een lokale winkeluitbaatster, ziet hoe de prijzen van levensmiddelen sterk stijgen. ‘Alles wordt duurder door de hoge transportkosten’, zegt ze. ‘Door het brandstoftekort raken toeleveringsketens verstoord, waardoor essentiële goederen ook moeilijker te verkrijgen zijn.’
Daarnaast wijst ze op een groeiend probleem van liquiditeit. ‘Er is simpelweg te weinig cash in omloop.’ Hoewel mobiel bankieren bestaat, blijft dat voor veel mensen buiten bereik. ‘Slechts een kleine groep weet hoe digitale betalingen werken. De meeste mensen zijn nog altijd afhankelijk van cash geld.’
‘Ik weet niet hoelang ik dit nog trek’, zucht ook Mehari*, een ambtenaar in Mekelle die al twee maanden geen loon meer heeft ontvangen. Voor hem zijn de gevolgen onmiddellijk voelbaar. ‘Ik kan mijn huur niet betalen en mijn kinderen niet naar school sturen.’

Flessen benzine worden op de zwarte markt verkocht. ‘Door het brandstoftekort raken toeleveringsketens verstoord, waardoor essentiële goederen ook moeilijker te verkrijgen zijn.’
© Fitsum Berhane
Geen beterschap op komst
Ook in het Ayder Referral Hospital, een van de belangrijkste zorginstellingen in Tigray, nemen de problemen zienderogen toe. Tijdens de laatste oorlog werkte medisch directeur Abraha Gebreegziabher de klok rond om alle gewonden te verzorgen. Vandaag ziet hij hoe de dagelijkse werking van het ziekenhuis opnieuw onder druk komt te staan.
‘De lonen blijven voorlopig buiten schot, maar door het brandstoftekort kunnen we het vervoer van ons personeel nauwelijks nog organiseren’, zegt hij. ‘Nog verontrustender is het tekort aan medische voorraden. We ontvangen slechts 20 tot 30 procent van wat we aanvragen. Hoelang kunnen we zo nog essentiële zorg blijven bieden?’
Volgens Amanuel Haile, hoofd van het Bureau voor Volksgezondheid van Tigray, is de situatie de afgelopen maanden verder verslechterd. ‘De aanvoer van brandstof, medicijnen, medische apparatuur en financiële middelen naar Tigray neemt gestaag af’, verklaarde hij in een persbericht. ‘Als er niet onmiddellijk actie wordt ondernomen, komt de bevolking van Tigray in gevaar.’
Toch lijkt er voorlopig geen beterschap in zicht. Ethiopië voelt ondertussen ook de impact van de oorlog in Iran. Het land is bijzonder kwetsbaar omdat het al zijn brandstof importeert, vooral uit de Golfregio. Zelfs al zou Addis Abeba bereid zijn om de benzinekraan richting Tigray weer open te zetten, dan heeft het daar simpelweg niet meer de middelen voor.
‘Bij benzinestations staan mensen urenlang in de rij’, vertelt een inwoner van Addis Abeba. ‘De autoriteiten hebben brandstofleveranciers opgedragen prioriteit te geven aan veiligheidsdiensten, grootschalige overheidsprojecten en belangrijke industrieën. Dat veroorzaakt extra problemen, want veel mensen zijn afhankelijk van generatoren als de elektriciteit uitvalt. Daarbij komt nog het tekort aan kunstmeststof, wat ook de voedselvoorziening in gevaar brengt, nu het zaaiseizoen voor de deur staat.’

Een lange rij mensen schuift aan bij een bank om geld af te halen. ‘Slechts een kleine groep weet hoe digitale betalingen werken. De meeste mensen zijn nog altijd afhankelijk van cash geld.’
© Fitsum Berhane
Verdeeldheid in Tigray
Terwijl de spanningen tussen Addis Abeba en Mekelle oplopen, is ook het politieke landschap in Tigray zelf verdeeld. Het machtige Tigray People’s Liberation Front (TPLF), dat decennialang de politiek en het leger domineerde, is sinds het vredesakkoord van 2022 opgesplitst in twee rivaliserende groepen.
Sommige partijleden zagen het akkoord als een pragmatische stap die een totale militaire nederlaag voorkwam en ruimte bood om de regio opnieuw op te bouwen, terwijl anderen het beschouwden als een volledige capitulatie tegenover de Ethiopische regering.
Wat begon als intern getouwtrek, mondde uit in een open machtsstrijd. Die bereikte een kookpunt toen de prominente politicus Getachew Reda, een van de onderhandelaars van het vredesakkoord en leider van de interim-regering van Tigray, naar Addis Abeba verkaste.
Van daaruit probeerde hij zijn politieke carrière weer op de rails te zetten met een nieuwe partij: de Tigrai Democratic Solidarity, ook bekend als Simret. Daarmee wil hij een alternatief bieden voor het TPLF, al lopen de meningen uiteen over de slaagkansen van het nieuwe initiatief.
‘Voor critici van de TPLF-leiding is Simret een handig kanaal om hun onvrede te uiten’, zegt Goitom Gebreluel, Ethiopië-analist en gastonderzoeker aan de London School of Economics. ‘Maar voor een groot deel van hen is de bereidheid van Simret om samen te werken met Addis Abeba een brug te ver. Zeker als deze nieuwe partij de wreedheden van de federale regering tijdens de oorlog relativeert.’
Onderzoeker en TPLF-veteraan Mulugeta Gebrehiwot deelt die mening. ‘Als je naar Addis Abeba vlucht, weet je dat je eigenlijk niets meer te zeggen hebt over Tigray. Mensen geloven je simpelweg niet meer en zien je als een marionet van premier Abiy Ahmed.’
Nieuwe militie
De interne machtsstrijd binnen het TPLF leidde niet alleen tot de oprichting van een nieuwe politieke partij, maar ook tot het ontstaan van een nieuwe gewapende groep: de Tigray Peace Forces (TPF). Deze militie, die vaak wordt beschouwd als de gewapende tak van Simret en al verschillende keren in aanvaring kwam met de Tigrese strijdkrachten, zou steun en middelen krijgen van de federale regering.
‘De TPF zijn erin geslaagd om enkele prominente figuren uit het TPLF-kamp aan zich te binden,’ zegt analist Goitom Gebreluel. ‘Vaak gaat het om insiders die de interne structuren, strategieën en militaire werking van de partij door en door kennen. Dat is een belangrijke troef voor de federale regering, en tegelijk een gevoelig verlies voor het TPLF.’
In Tigray zelf roept de oprichting van de TPF gemengde reacties op. Goitom*, een inwoner van Mekelle, ziet de nieuwe militie vooral als een instrument van de regering in Addis Abeba om Tigray van binnenuit te verzwakken. ‘Ze worden ingezet om de Tigrese strijdkrachten te ondermijnen. In plaats van de wapens op te nemen en hun eigen broeders te doden, hadden ze ook samen kunnen vechten.’
Hoewel Goitom kritisch is over de TPF, begrijpt hij ook de frustraties over het TPLF. ‘Na de oorlog is er geen gerechtigheid gekomen, en het TPLF gaat onverstandig om met het vredesakkoord. Dat heeft jongeren misschien teleurgesteld en richting gewapende strijd geduwd’, legt hij uit.
Toch ziet hij de vorming van een nieuwe gewapende groep niet als een oplossing. ‘Het zal Tigray alleen maar verder ontwrichten en de bevolking in groot gevaar brengen.’
Samuel*, een andere inwoner van Mekelle, ziet het anders. Hij steunt de TPF, die hij ziet als een noodzakelijke reactie op de jarenlange politieke onderdrukking door het TPLF.
‘Ik steun de beslissing van de jongeren die zich bij de TPF hebben aangesloten,’ zegt hij. ‘Het TPLF leunt zwaar op zijn militaire macht en denkt dat het alles kan doen omdat het een leger bezit. Het enige antwoord daarop is zelf de wapens opnemen.’
Volgens Samuel is het met het TPLF niet mogelijk om op een vreedzame manier politiek te bedrijven. ‘Het TPLF gelooft niet in vreedzaam verzet. Ze arresteren activisten en beschuldigen hen van misdaden die ze niet hebben gepleegd’, zegt hij.
‘Kijk bijvoorbeeld naar wat met Getachew Reda is gebeurd. Hij had een andere visie op het vredesakkoord en de relatie met de regering in Addis Abeba, maar werd gedwongen te vluchten. Het TPLF moet begrijpen dat zij niet de enigen zijn die wapens mogen dragen.’

© Fitsum Berhane
Toegang tot de zee
De opkomst van een nieuwe militaire macht in Tigray duwde het TPLF richting een opvallende bondgenoot: Eritrea. Opvallend, omdat Eritrea tijdens de recente oorlog nog aan de kant van de Ethiopische federale regering vocht tegen de Tigrayers.
‘De nieuwe samenwerking wordt gedreven door een gedeelde vijand, namelijk de regering in Addis Abeba’, legt analist Goitom Gebreluel uit. ‘Die vijand is erg vindingrijk, en geen van beide partijen zou hem in haar eentje willen trotseren. Vanuit dat oogpunt is samenwerking logisch. Maar daar blijft het ook bij, het is puur een tactische alliantie, niets meer.’
Tigray en Eritrea hebben een bewogen verleden. Dertig jaar geleden, toen Eritrea nog een Ethiopische provincie was, vochten Eritrese rebellen samen met het TPLF tegen dictator Mengistu Haile Mariam. Na hun gezamenlijke overwinning riep Eritrea in 1993 de onafhankelijkheid uit, terwijl TPLF-leider Meles Zenawi de macht greep in Addis Abeba.
Tussen 1998 en 2000 vochten Ethiopië en Eritrea een bloedige grensoorlog uit. Pas in 2018, met de komst van premier Abiy Ahmed, kwam er een onverwachte dooi in de relaties. Voor die inspanning ontving hij zelfs de Nobelprijs voor de Vrede.
Maar die toenadering bleek van korte duur. Na het vredesakkoord van 2022 met Tigray begon de alliantie tussen Ethiopië en Eritrea opnieuw te wankelen. Wat hen tijdens de oorlog met elkaar verbond – hun gezamenlijke strijd tegen het TPLF – viel weg, en oude spanningen kwamen weer bovendrijven.
Centraal in die spanningen staat Ethiopiës ambitie om toegang tot de zee te krijgen. Sinds de Eritrese onafhankelijkheid in 1993 is Ethiopië afgesloten van directe toegang tot de zee. Vandaag is het land voor het merendeel van zijn internationale handel afhankelijk van buitenlandse havens, vooral die van Djibouti. Deze afhankelijkheid is zowel een economische als geopolitieke beperking.
Premier Abiy Ahmed heeft herhaaldelijk benadrukt dat Ethiopië niet eindeloos zonder directe toegang tot de Rode Zee kan blijven. Hij omschreef het gebrek aan zeetoegang zelfs als een “historische fout” die ooit rechtgezet moet worden.
‘Sommigen in Ethiopië blijven geloven in het concept van een “groter Ethiopië”,’ verduidelijkt onderzoeker Mulugeta Gebrehiwot. ‘Voor hen is de afscheiding van Eritrea een historische vergissing. Zij dromen van een Ethiopië dat zelfs Somalië omvat.’
De wens om een Eritrese haven in te nemen, meer bepaald die van Assab, is duidelijk aanwezig, ziet ook Goitom Gebreluel. ‘Wat Abiy tot nu toe heeft tegengehouden, is niet een gebrek aan ambitie, maar een beperkte militaire capaciteit. Assab willen innemen is één ding, daar ook daadwerkelijk in slagen is iets heel anders.’
Toch kan Abiy Ahmed moeilijk nog op zijn stappen terugkeren. Een diplomatieke bron vertelt dat de premier zijn ambitie voor toegang tot de zee inmiddels zo openlijk heeft uitgesproken dat terugkrabbelen een flinke deuk in zijn geloofwaardigheid zou betekenen. ‘De vraag is niet of een oorlog zal uitbreken, maar wanneer. Want het is moeilijk voor te stellen hoe hij dit dossier volledig kan loslaten zonder gezichtsverlies.’
Toch is er volgens dezelfde bron nog één duidelijke reserve: ‘Ethiopië kan zich niet veroorloven om als eerste de stap te zetten, want dat zou internationale reacties zou uitlokken, hoe inconsistent die dezer dagen ook zijn. Wat waarschijnlijker is, is een strategie van indirecte druk: provocaties, proxy’s, false flag operation of escalaties, bijvoorbeeld richting Eritrea of storen in Tigray zelf.’
Een escalatie zou de hele regio kunnen meesleuren in een spiraal van geweld, waarschuwt analist Goitom Gebreluel. ‘De conflicten in de Hoorn van Afrika zijn sterk met elkaar verweven. Elke partij heeft zijn eigen bondgenoten. Ethiopië kan bijvoorbeeld rekenen op steun van de Verenigde Arabische Emiraten, die ook in Soedan de paramilitaire Rapid Support Forces bewapenen met drones en andere middelen.’
Tegelijk hebben volgens Gebreluel de Emiraten door de oorlog in Iran andere kopzorgen, wat mogelijk een rem zet op de voortvarendheid waarmee Abiy Ahmed bereid is te escaleren. ‘Al zien we in Soedan dat de Emiraten, zelfs tijdens de oorlog in Iran, hun steun aan de RSF niet zomaar terugschroeven. Toch beïnvloedt die bredere context waarschijnlijk wel de afwegingen van de Ethiopische regering.’
Het grote probleem, besluit de analist, is dat de relaties tussen de verschillende actoren zodanig zijn verslechterd dat vreedzaam samenleven steeds moeilijker wordt. In wezen gaat het om een reeks onverenigbare doelstellingen en belangen: ‘De Ethiopische regering toont weinig bereidheid om de macht te delen. De verschillende gewapende groeperingen zijn niet bereid dat te accepteren. En Eritrea zal hiervan profiteren.’
*Om veiligheidsredenen worden de inwoners van Mekelle alleen met hun voornaam genoemd.
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in

