Indonesië brandt. Wat kunnen wij doen om te blussen?

In Zuidoost-Azië branden maandelijks duizenden hectares natuur af. Het milieu, de lokale bevolking en de buurlanden blijven niet ongemoeid. Welke impact hebben deze branden en wat zijn de gevolgen van de groeiende vraag naar palmolie?

Lokale boer tracht zijn land te beschermen tegen de oprukkende brand door droog gras te verplaatsen.
© Keoma Zec/11.11.11

De branden in Indonesië verstikken al maandenlang het land. Er komt steeds meer protest tegen palmolieplantages en het afbranden van kwetsbare veengronden. Het land maakt de lastige balans tussen economische vooruitgang en duurzame ontwikkeling.

‘Het is moeilijk als consument palmolie te vermijden.’

De Europese Unie draagt als consument van palmolie bij tot de ontginning in het land. Anouk van Baalen van de Nederlandse milieuorganisatie Milieudefensie schetst de problematiek die onze palmolieconsumptie met zich meebrengt: ‘Het is moeilijk als consument palmolie te vermijden; het wordt gebruikt in veel levensmiddelen, maar ook in biobrandstoffen. Daarnaast investeren Europese banken veel geld in palmolieplantages. Ondanks het feit dat sommige banken en ook palmoliebedrijven duurzaamheidseisen hebben opgenomen in hun beleid, blijft de praktijk grimmig.’

De wereldwijde vraag naar palmolie blijft groeien, de olie is nu eenmaal de meest rendabele die er bestaat. De onopgeleide plattelandsbevolking pleegt roofbouw door gebruik te maken van brandlandbouw of ‘slash and burn’, en de branden nemen soms grote proporties aan. De zwaarst getroffen gebieden zijn de eilanden Sumatra en Borneo.

Een brand verschroeit het landbouwgebied nabij een schooltje in Teluk Palinget, Centraal Kalimantan.
© Keoma Zec/11.11.11

Hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam Guido van der Werf bestudeert de bosbranden in Indonesië. ‘Het belangrijkste en duidelijkste gevolg van de branden is de enorme rookontwikkeling. Die komt voor een deel voort uit het feit dat de veengronden vooral smeulen. De luchtkwaliteit verslechtert en studies die onderzoeken wat het gevolg daarvan is, komen tot enkele duizenden voortijdige sterfgevallen in extreme jaren zoals 2015. Het openbare leven ondervindt uiteraard ook veel hinder. Scholen en luchthavens worden veelvuldig gesloten.’

Maatregelen

Wilmar, een Aziatisch landbouwbedrijf, nam in 2013 ‘no burning, no exploitation, no deforestation, no peat’ op in haar beleid. Een woordvoerder van het bedrijf reageert: ‘Een duurzame palmolieproductie is van het grootste belang, maar kan alleen bereikt worden door een gezamenlijke inspanning van alle aandeelhouders. Plantages, raffinaderijen, klanten, banken, institutionele investeerders, overheden en ngo’s. Een essentiële factor die een gezamenlijke oplossing tegenhoudt zijn aandeelhouders die weigeren een compromis te sluiten voor het grotere goed van de gemeenschap en het milieu.’

Ook Cargill, de grootste palmoliehandelaar ter wereld, heeft een beleid dat erop gericht is ontbossing te stoppen. Steven Fairbairn, hoofd van de externe communicate bij Cargill, vertelt hoe het bedrijf omgaat met de vuurhaarden. ‘Cargill hanteert een strikte ‘zero-burning policy’. Wij zijn resoluut tegen het verbranden van land. We doen er alles aan om de huidige vuren in Indonesië te doven en te onderzoeken. We gebruiken graafmachines en waterpompen met verlengde brandslangen voor het blussen van branden buiten onze gebieden. We blijven ook de lokale overheden ondersteunen bij het blussen van branden. We hebben alle incidenten rond de branden gemeld bij de lokale politie.’

Ben Vreeburg, de Sustainability Director van IOI Loders Croklaan, een van de grootste palmolieverwerkingsbedrijven, licht toe hoe zij omgaan met de brandencrisis: ‘Als wij merken dat er indirect een leverancier olie koopt bij iemand die zijn land in brand steekt, spreken wij die bedrijven aan. Dan vragen we welke acties zij ondernemen om die branden te stoppen of om te zorgen dat ze volgend jaar wel in orde zijn.’

Landeigenaar staat er onverschillig bij terwijl op de achtergrond een brand verder woedt.
© Keoma Zec/11.11.11

Twijfel

Milieubewegingen twijfelen over de intenties van de multinationals. Van Baalen: ‘Tijdens mijn veldbezoek heb ik ook brand gezien binnen de grenzen van plantages die aan Wilmar leveren. De palmoliebedrijven zijn verantwoordelijk voor wat er binnen hun zogenaamde concessiegrenzen gebeurt. Zij moeten branden voorkomen en aanpakken als ze toch ontstaan. We zien dat de bedrijven hier niet in slagen.’

Oostends fotograaf Keoma Zec kon de toestand ter plekke met hulp van 11.11.11 onderzoeken. Zec: ‘Heel veel mensen zijn alles verloren, de overheid doet niets. In Palangkaraya hebben activisten geprobeerd mensen te evacueren. Ze werden meteen weggestuurd en geïntimideerd door de politie. Indonesië is zodanig corrupt dat je nooit werkelijk kunt controleren of palmolie duurzaam is.’

‘In Palangkaraya was er gedurende enkele weken zware mist, sommige mensen worden ziek en kregen hoofdpijn. Er is totaal geen overheidstussenkomst. Veel mensen hebben het geld niet om naar het ziekenhuis te gaan. Het is ondertussen wel beginnen regenen, de haze is weg en de meeste vuren zijn gedoofd.’

‘In de ogen van de boeren is er niets mis met het in brand steken van hun land, velen willen het wel anders doen, maar hebben er simpelweg niet de middelen voor.’

Kinderen in een net door brand verschroeid stuk landbouwgebied.
© Keoma Zec/11.11.11

Verstikkende gevolgen

Van der Werf: ‘Het is moeilijk je voor te stellen wat voor impact de branden hebben. Ik was afgelopen jaar veelvuldig in het veld en na een paar dagen in de rook word je echt ziek en misselijk. Er is ook geen ontsnappen aan, de rook is overal, ook binnenshuis.’

Anung Anandito, een Indonesiër die uitgeweken is naar Singapore legt uit waarom velen het gevoel hebben dat de overheid niet veel doet aan de branden. ‘Sumatra en Borneo, de gebieden waar de grootste bosbranden woeden, zijn dunbevolkt. 10 à 20 % van de Indonesiërs heeft het meeste last van de dikke, verstikkende rook. Aangezien de last voor een groot deel van de Indonesische kiesgerechtigden daarentegen draagbaar is, krijgen buitenstaanders het gevoel dat ons land niet serieus bezig is met de branden.’

Hari, een student uit Zuid-Kalimantan, een van de zwaarst getroffen gebieden, heeft veel last van de rook. ‘De grootste hindernis voor mij is de geur, die bij momenten ondraaglijk is. Overdag kan je meestal goed zien omdat het grootste deel van de rook tegen de ochtendstond optrekt. Ik heb wel het gevoel dat de overheid de crisis ernstig neemt, maar ze zijn meer bezig met het erkennen van het probleem en erover te praten dan dat ze actie ondernemen.’

Smeulende akker na de doortocht van een brand die overgeslaan is van een andere akker.
© Keoma Zec/11.11.11

Burenruzie

Ook omliggende landen zoals Maleisïe, Singapore, Papoea-Nieuw-Guinea en Australië ondervinden hinder van de branden. Ook daar moeten scholen en luchthavens de deuren sluiten.

De gevolgen voor het milieu stoppen echter niet aan de grenzen van deze buurlanden. Van der Werf: ‘Als je de drie bronnen van CO2-uitstoot (fossiele brandstoffen, branden, oxidatie) bij elkaar optelt, is Indonesië een van de grootste uitstoters ter wereld.’

De oorzaak van de crisis is van een structurele aard en zou op verschillende niveaus moeten worden aangepakt. Indonesië krijgt echter het gevoel dat het Westen en milieuorganisaties regels opdringen. ‘Wij zijn de grootste producent, waarom zouden consumenten uit ontwikkelde landen onze standaarden mogen bepalen?’ zei Indonesië’s minister voor maritieme aangelegenheden, Rizal Ramli, onlangs tegen het Indonesische parlement.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift