‘Dit is een teken dat mensen echt niets meer te verliezen hebben’

Iran blijft onder hoogspanning na het eind van de protesten: ‘De angst verdwijnt’

© Reuters / Wana News Agency

Een werknemer van een tankstation in Teheran controleert de schade aan de pompen na protest tegen de prijsstijging van fossiele brandstoffen.

‘Reformisten, hardliners: jullie verhaal is voorbij’, ‘Shah van Iran, keer terug naar Iran’ en ‘Dood aan de dictator’. De slogans van het straatprotest dat twee weken geleden over heel Iran uitbrak, zijn exacte kopieën van de slogans van de protesten die het land twee jaar terug in hun greep hielden.

Maar dit keer is het anders. De omvang, durf en brutaliteit van het Iraanse volksprotest zijn ongezien sinds het begin van de Islamitische Republiek. Zo ook de repressie. ‘Dit is lang niet voorbij’, zeggen onze bronnen ter plaatse.

Het Iraanse regime deelde afgelopen woensdag voor het eerst officiële cijfers mee over de omvang van de protesten, die uitbraken na de aankondiging van de verdriedubbeling van de brandstofprijzen op 15 november.

Tot 200.000 demonstranten kwamen op straat in het hele land. 50 politiestations, 183 politiewagens, 731 banken, 70 benzinestations werden verwoest. 1076 motorfietsen van paramilitaire troepen gingen in de vlammen op.

De veiligheidstroepen traden bijzonder hardhandig op. Een lid van het Nationaal Veiligheidscomité verklaarde vorige week dat 7000 demonstranten gearresteerd werden. Over de dodentol houdt de overheid ondertussen de lippen op elkaar. Dit weekend stelde Amnesty International het aantal bevestigde doden bij van 143 naar 161. Maar officiële bronnen gaven aan BBC Persian mee dat het werkelijke aantal hoger ligt dan 200. Amnesty International stelde haar cijfer maandag bij tot 208.

Daarmee zitten we al op een pak meer dan dubbel zoveel doden als bij de protesten tegen de herverkiezing van Mahmoud Ahmadinejad in 2009, en meer dan zevenmaal zoveel doden als tijdens de laatste protesten van 2017-2018.

Ondertussen gingen ook dit weekend arrestaties van activistische “sleutelfiguren” in het hele land door, terwijl verschillende parlementsleden en het hoofd van de Revolutionaire Garde oproepen tot de doodstraf voor de “relschoppers”.

De New York Times bevestigt intussen aan de hand van getuigenissen ondertussen het bloedbad in Mahshsahr: 40 tot 100 voor het merendeel ongewapende jonge mannen zouden er in een moeras omsingeld zijn door troepen van de Revolutionaire Garde en geëxecuteerd zijn. Ook op de Iraanse staatstelevisie werd het incident eerder vandaag bevestigd. De overheid maakt later het aantal doden bekend. 

Grenzeloze corruptie

‘Het is lachwekkend te denken dat de volkswoede ontstak door een stijging van de brandstofprijzen’, vertelt een bron uit de telecomsector in de welgestelde wijk Zafaraniye. ‘Dat was een trigger. Het gaat zelfs niet om de sancties, maar over de diepe onvrede en onrechtvaardigheid die vooral door de lagere sociaal-economische klassen gevoeld worden.’

‘Het volk kreunt onder de sancties, en ondertussen worden er miljarden verduisterd.’

‘Het volk kreunt onder de sancties, en ondertussen worden er miljarden verduisterd’, vertelt een professor talen aan de Sharif-universiteit in Teheran via de messaging-app Telegram. Eerder dit jaar werd Ebrahim Raisi tot hoofd benoemd van de rechterlijke macht. Raisi, die net als Rouhani in de running is om Khamenei op te volgen als Hoogste Leider, wil zich geliefd maken bij het volk en geeft gehoor aan hun eis voor rechtvaardigheid.

 

Sindsdien wordt het Iraanse publiek meer dan ooit blootgesteld aan verhalen van corruptie en zelfverrijking binnen de bestuurlijke elite. Er gebeurden sinds Raisi’s aanstelling verschillende arrestaties en veroordelingen, in zowel het kamp van de hervormers als in dat van de hardliners.

Zo werd de broer van president Rouhani begin oktober nog veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens corruptie. Twee dagen voor het begin van de protesten werd bekendgemaakt dat staalmagnaat Rasoul Danialzadeh in het buitenland opgespoord was door de Revolutionaire Garde. Danialzadeh had regeringsfunctionarissen omgekocht om een zakenlening te krijgen van 860 miljoen euro. Het geld werd gebruikt om residentiële torens te zetten en te investeren in vastgoed, voor eigen rekening. Eind augustus vorig jaar maakte het budgetair comité van het Iraans parlement bekend dat 108 personen met sterke connecties met de overheid leningen aangegaan waren voor een totaal van bijna 8,5 miljard euro zonder ooit verplicht geweest te zijn die terug te betalen. Dit is maar een kleine greep uit het aanbod.

Geen toekomstperspectief

‘Net dan aan de bevolking verklaren dat je in geldnood zit en dat je daarom de brandstofprijzen gaat verhogen, is een regelrechte oorlogsverklaring’, zegt onze derde bron, een politicologe uit de omgeving van buitenlandminister Zarif. Volgens haar gaat de onvrede van de demonstranten nog dieper terug. ‘Het waren de arbeiders, de lageloners, de werklozen en mensen in armoede die we nu, net als twee jaar terug op straat zagen komen’, vertelt ze. ‘Ze protesteren tegen een beleid dat hen steeds verder doet verarmen en gaven de hoop op, dat ze het tij via verkiezingen ooit nog kunnen keren.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

In haar visie is het protest na de gebeurtenissen van eind 2017 weliswaar geluwd, maar nooit opgehouden. In mei 2018 demonstreerden truckchauffeurs, leerkrachten en fabrieksarbeiders in het hele land tegen lage lonen en slechte werkomstandigheden. In oktober en november protesteerden leerkrachten tegen lage lonen en de privatisering van de onderwijssector.

Nadien werd niet in gesprek gegaan met de leiders van het protest, integendeel, ze werden gearresteerd en opgesloten. Begin dit jaar werden vakbondsleiders en stakende arbeiders allen samen tot een gevangenisstraf van 110 jaar veroordeeld. Esmail Bakhshi die de stakingen in de suikerfabriek van Haft Tapeh in Khuzestan leidde, is één van hen. Naast 14 jaar gevangenisstraf kreeg hij nog eens 74 zweepslagen voor zijn leidende rol in het protest tegen de privatisering van de suikerfabriek.

‘Zij die het hardst worden geraakt door de economische sancties worden net bikkelhard monddood gemaakt door de overheid.’

‘Er is geen politieke vertegenwoordiging voor de onvrede. Geen luisterend oor. Zij die het hardst worden geraakt door de economische sancties worden net bikkelhard monddood gemaakt door de overheid’, aldus de politicologe. De reden? ‘Politieke openheid leidde veertig jaar terug tot de geboorte van de Islamitische Republiek. Indien nog maar een strobreed toegegeven wordt aan de eisen van de demonstranten, zo vrezen ze, is die Republiek in gevaar. Dus wordt alle protest systematisch de kop ingedrukt, en zeker nu volksprotest in Libanon en Irak leidde tot een wissel van de macht. Toevallig in twee landen waar Iran bijzonder veel invloed heeft.’

Ongeziene moed

Het straatprotest hield op, maar op sociale media gaat de strijd door. Sinds donderdagavond circuleren geruchten van een massa-executie in de stad Mahshahr in de provincie Khuzestan, waar het internet nog steeds niet werkt. De bekende activiste Masih Alinejad, in ballingschap in het Verenigd Koninkrijk, deelde op twitter beelden van de vermoorde demonstrant Pouya Bakhtiari in een mortuarium, beelden die zo goed als zeker gemaakt waren door de familie van Bakhtiar. Foto’s van leden van de veiligheidsdiensten die het vuur zouden hebben geopend gaan de ronde.

‘Dit is ongeziene moed’, zegt onze bron uit Zaferaniye. ‘Het aantal getuigenissen dat naar boven komt, het aantal mensen dat zo snel na de protesten wil spreken, de moed van zovelen om hun bewijsmateriaal op te sturen naar nieuwsmedia en activisten buiten Iran, het is verrassend nieuw. De angst verdwijnt. Een teken dat het regime begint te wankelen. Of dat mensen echt niets meer te verliezen hebben.’

Ex-premier en leider van de Groene Beweging Mir Hossein Mousavi, die sinds 2011 in huisarrest zit, vergeleek de recente protesten deze zaterdag in een verklaring met het bloedbad van vrijdag 9 september 1978 op het Jaleh-plein in Teheran. Die ‘Black Friday’ betekende het beslissende keerpunt in de strijd tegen de Shah.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift