Waarom sociale strijd voor waardig werk nog nodig is

Kan de globalisering een sociale bocht maken?

© Reuters / China Stringer Network

China wil minder afhankelijk worden van export. Dat vereist hogere lonen, zodat Chinezen zelf ook kunnen kopen wat ze produceren.

Arbeidsgerichte migratie naar rijke landen kan positief zijn voor alle betrokken partijen, als die migratie goed wordt aangepakt. Want veel vacatures in rijke landen raken maar niet ingevuld. Dat dat zich niet vertaalt in hogere lonen, zegt iets over de machtsverhoudingen op de arbeidsmarkt: het kapitaal staat sterker dan de werknemer. Sociale strijd en regelgeving blijken ook in 2023 nog steeds, en meer dan ooit, nodig om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren.

Het is een van de basiswetten van de economie: als iets schaars is, stijgt de prijs ervan. Vandaag de dag lijken werknemers schaars in de meeste rijke landen. Dat zou dus de prijs van hun arbeid moeten doen stijgen. Het zou de machtsverhouding tussen arbeid en kapitaal moeten veranderen, zodat arbeid een groter deel van de koek kan binnenhalen.

Maar dat blijkt niet uit de feiten. In het inflatiejaar 2022, waarin burgers en bedrijven de prijzen sterk zagen stijgen, zijn de reële lonen (dat zijn de lonen na correctie van de inflatie, wat je na prijsstijgingen dus echt kan kopen met je geld) zelfs fors gedaald in de meeste rijke landen. Hoe komt dat?

Wereldwijde zoektocht naar werkers

Waarom is arbeid, om te beginnen, vandaag schaars in de meeste rijke landen? Er zijn enerzijds minder werknemers door de vergrijzing in deze landen. Voor elke tien mensen die in een land als België met pensioen gaan, komen er maar negen nieuwe bij op de arbeidsmarkt. In Italië verwacht de Wereldbank dat de actieve bevolking krimpt van de huidige 59 miljoen naar 32 miljoen in 2100.


‘Als alle woningen klimaatneutraal moeten zijn tegen 2050, moet Vlaanderen elk jaar 100.000 woningen renoveren tot het hoogste isolatielabel A.’
Sam Hamels (UGent)

Anderzijds staan die landen voor enorme ‘werven’ de komende decennia: er moet met andere woorden heel veel werk gebeuren. De grootste werf is die van de transitie naar een klimaatvriendelijkere maatschappij, met de uitbouw van een nieuw energiesysteem, de ombouw van grote delen van de industrie, de isolatie van het gebouwenpark en tal van andere aanpassingen aan de gevolgen van de opwarming van de aarde. Ook de vergrijzing op zich is een grote werf, met een groeiend aantal mensen die zorgbehoevend zijn. Ook de digitalisering blijft een grote werf.

De klimaatwerf is waarlijk immens. Als staalbedrijf ArcelorMittalGent een van zijn twee hoogovens vervangt door een klimaatneutrale oven, om zo een derde van zijn uitstoot op te heffen, vergt dat 2000 mensen die drie jaar bouwen aan de nieuwe oven.

Of neem de noodzakelijke renovatie van onze woningen. Sam Hamels verricht hierover onderzoek aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde UGent: ‘Als alle woningen klimaatneutraal moeten zijn tegen 2050, moet Vlaanderen elk jaar 100.000 woningen renoveren tot het hoogste isolatielabel A. Maar de voorbije jaren realiseerden we maar 30.000 renovaties, waarvan een groot deel niet tot label A.’

En dat terwijl de bouwsector nu al te weinig mensen heeft en alle Europese landen voor dezelfde opdracht staan. Hoeft het dan te verwonderen dat ‘metser’ helemaal bovenaan de lijst van knelpuntberoepen van de Europese Arbeidsautoriteit staat?

Er komen steeds meer knelpuntberoepen bij. De Vlaamse werkgevers klagen dat de huidige lijst van knelpuntberoepen veel te kort is: er staan ‘maar’ 234 beroepen op.

Wereldwijd lijken rijke landen verwikkeld in een strijd om werknemers, meer of minder geschoold, aan te trekken uit het Globale Zuiden.

De nieuwe Duitse regering noemt Duitsland ‘een immigratieland’ en gewaagt van een jaarlijkse nood aan 400.000 migranten (op een bevolking van 83 miljoen). Canada wil maar liefst 465.000 nieuwe, permanente inwoners in 2023 (op een bevolking van 38 miljoen), 485.000 volgend jaar en een half miljoen in 2025.

De VS naturaliseerden vorig jaar 940.000 burgers (op 332 miljoen inwoners). Ook Australië wil zijn immigratiesysteem aantrekkelijker maken.

Migranten nodig

Grote maatschappelijke werven en migratie gaan dikwijls samen. Om iets uitzonderlijks te realiseren, moeten meestal mensen van elders worden aangetrokken. De grote economische omwenteling van China tussen 1990 en 2020 dreef op vele tientallen miljoenen migranten van het platteland, die in de fabrieken in de steden producten voor de hele wereld kwamen maken.

Ook de naoorlogse heropbouw van West-Europa, met de uitbouw van de sociale zekerheid, steunde op gastarbeiders. Net zoals de modernisering van de Golfstaten van de voorbije decennia massaal beroep deed op migranten. In de Verenigde Arabische Emiraten maken migranten zelfs 88% van de bevolking uit.

Met de klimaattransitie staan we nu voor de werf van de eeuw. De rijke landen moeten eerst klimaatneutraal worden en het leergeld betalen, net op het moment dat ze verouderen en daarvoor dus structureel te weinig mensen hebben.

Voor België spreken studies over een tekort van 500.000 werknemers tegen 2030.

Tegelijk zijn er vele miljoenen mensen in armere landen die geen goedbetaalde baan vinden, ook al omdat de bevolking er – dat is vooral in Afrika het geval – heel snel groeit. In Nigeria, een land met een bevolking 220 miljoen en een verwachte bevolking van 791 miljoen(!) in 2100, is het reële inkomen de voorbije jaren zelfs gedaald. Tientallen miljoenen mensen leven er van precaire, informele banen. Zonder contract dus, en met amper sociale bescherming.

De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) telt wereldwijd 2 miljard mensen met informele banen: mensen die bijvoorbeeld als straatverkoper of huishoudpersoneel werken.

Er wordt ook verwacht dat de klimaatverandering tot meer migratie zal leiden, vaak vanuit dezelfde armere landen met een snel groeiende bevolking. Vijf jaar droogte leidde tot hongersnood in Somalië. Toenemende hitte zal het in tal van landen grote delen van het jaar onmogelijk maken om nog buiten te werken. Bevolkingsgroei, armoede en klimaatdruk vergroten de kans op conflict, en die slechte omstandigheden maken het moeilijk om goed beleid, of zelfs gewoon beleid tout court te voeren.

De mix van factoren die leidt tot die vicieuze cirkel vind je, volgens een recente studie van de Wereldbank, in Sahellanden. Dat veel Afrikanen een beter leven zoeken in Europa, bewijst de gestage immigratie van mensen die hun leven riskeren bij het oversteken van de Middellandse Zee.

Hoe maken we er winwin van?

De nood aan arbeidsmigratie is groot in vele rijke landen en zal nog toenemen. Voor België spreken studies, onder andere van de federatie van technologiewerkgevers Agoria, over een tekort van 500.000 werknemers tegen 2030. In veel armere landen zijn er daarentegen veel mensen die elders werk zoeken. In principe kan die complementariteit voor beiden grote kansen bieden, maar dat is niet vanzelfsprekend.

Hoe breng je die twee fenomenen samen op een manier die beiden helpt? De Wereldbank onderzocht die vraag in een recente studie. Cruciaal blijkt dat migranten vaardigheden hebben die ook effectief gevraagd worden in de landen van bestemming. Die laatsten kunnen dat zelf in de hand werken, door deuren te openen voor mensen met die gevraagde vaardigheden.

De Wereldbank roept daarom op om ook voor lager geschoolde mensen de toegangsmogelijkheden te vergroten, want ook die worden steeds meer gevraagd, in de bouw, de zorg, de landbouw… ‘Veel OESO-landen hebben zeer beperkte wettelijke toegangswegen voor zo’n mensen, wat ten dele de illegale migratie aanwakkert,’ aldus de Wereldbank.

Kunnen beleidsmakers een draagvlak scheppen voor de nieuwe migratie in functie van de arbeidsmarkt?

Landen van herkomst moeten ervoor zorgen dat migratie ook bijdraagt tot hun eigen ontwikkeling. Dat kan, want het gaat om een grote geldstroom. Vóór de pandemie stuurden migranten wereldwijd jaarlijks liefst 400 miljard euro terug naar familieleden of andere bekenden in hun land van herkomst. Dat is meer dan het dubbele van alle officiële ontwikkelingshulp. Het is zaak om de transfer van geld zo goedkoop mogelijk te maken.

Emigratielanden moeten ook braindrain vermijden, het fenomeen van migratie van hogergeschoolden, want die ondermijnt de eigen welvaart. Als veel verpleegkundigen vertrekken naar het buitenland, raakt de eigen gezondheidszorg in de problemen.

De herkomstlanden kunnen daarop, soms met de hulp van bestemmingslanden, meer verpleegkundigen gaan opleiden. Even belangrijk, voor beide zijden, is om te zorgen voor economische ontwikkeling in armere landen, zodat de noodzaak van irreguliere migratie afneemt.

Tegelijk krijgen veel rijke landen te maken met politieke partijen die succes boeken omdat ze zich afzetten tegen migranten. Kunnen beleidsmakers een draagvlak scheppen voor de nieuwe migratie in functie van de arbeidsmarkt? Dat doen ze alvast niet door te zwijgen over de reële noden daarvoor en over de aanpak van de problemen die ze veroorzaakt.

De Wereldbank adviseert: betrek werkgevers en vakbonden in het debat, en geef ook de migranten zelf een stem. Die zaken bevorderen een consensus voor immigratie in bestemmingslanden.

Niet-EU-burgers in belgië

De partij die bij ons het meest afkerig staat van migratie, het Vlaams Belang, mag dan goed scoren in de peilingen, op het terrein neemt in België de immigratie van zogenaamde ‘derdelanders’ – burgers van buiten de EU – toe. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van federaal migratiecentrum Myria (zie grafiek).

Tussen 2017 en 2022 steeg het globale aantal derdelanders dat een vergunning kreeg om in België te komen werken en te verblijven, al dan niet tijdelijk, van 46.162 naar 77.732, met een korte terugval in 2020 door de coronacrisis. Niet meegeteld daarin zijn de eerste verblijfstitels die gemeenten op basis van beroepsredenen toekennen – dat schommelt rond de 6.000 per jaar.


‘Waarom geven we die mensen geen week opleiding over leven en werken in ons land? We gaan toch niet dezelfde fouten maken als met de gastarbeiders destijds?’
Stefaan Peirsman, ACV

Een deel van dat totale aantal derdelanders kreeg een gecombineerde vergunning, waarbij de gewesten eerst de arbeidsvergunning en vervolgens de federale Dienst voor Vreemdelingenzaken de verblijfsvergunning toekennen. Hun aantal steeg van 16.634 naar 24.673. ‘Daar hebben we nog vat op’, vindt Stefaan Peirsman, die voor het ACV het thema migratie opvolgt. ‘De Vlaamse administratie ziet immers het contract vooraleer ze de vergunning toekent.’

‘Wat wel echt ontbreekt,’ vervolgt Peirsman, ‘is het informeren van de werknemers over hun rechten, over de 40-urenwerkweek, over het feit dat overuren betaald worden… Waarom geven we die mensen geen opleiding van een week over leven en werken in ons land? We gaan toch niet dezelfde fouten maken als met de gastarbeiders destijds? Zorg ervoor dat de rekruteringsbureaus ginder aan dezelfde voorwaarden voldoen als onze interimkantoren.’

‘Want dit zal niet stoppen. Dit is nog maar het begin. Wij zijn absoluut voor die arbeidsmigratie, maar organiseer ze op zo’n manier dat ze niet leidt tot misbruiken en sociale dumping. Op dat vlak zitten we niet op dezelfde golflengte als de werkgevers, die vooral op snelheid en kostenbesparing gericht zijn.’

Toch bleken er ook bij die gecombineerde arbeidsvergunningen al misbruiken te zijn, in de vorm van aanvragen die oneigenlijk gebruikt worden, als immigratieroute. Zegt een medewerker bij de Vlaamse administratie: ‘Wat wil je? De aantallen nemen toe. Er is de druk van de Vlaamse werkgeversorganisatie VOKA om sneller te werken, terwijl de dienst Economische Migratie geen personeel bij kreeg. Dan loop je meer risico op foute inschattingen.’

Meer dan de helft van alle derdelanders die hier kwamen werken, ruim 44.000 in 2022, zijn zogenaamde doordetacheringen. Daarbij gaat het om derdelanders die in een andere lidstaat een arbeidsvergunning krijgen en dan via detachering, tijdelijk, naar België komen. Oekraïners en Belarussen via Polen, Brazilianen via Portugal, Bosniërs via Slovenië.

Peirsman houdt er zijn hart bij vast. ‘Daar is echt amper controle op.’ Dries Lens van het federaal migratiecentrum Myria stemt in: ‘Wie weet hoe fraudegevoelig detachering voordien al was, ziet hier wel risico’s, natuurlijk. Dat belet niet dat er de voorbije jaren vooruitgang werd geboekt. De Europese Arbeidsautoriteit brengt de sociale inspecties van lidstaten in contact met elkaar. Vakbonden informeren mensen in het Oekraïens of Bosnisch over hun rechten. En er is nieuwe wetgeving op ketenaansprakelijkheid.’

Die wetgeving stelt dat bedrijven net zo goed verantwoordelijk zijn voor de praktijken van hun onderaannemers.

Ik ben proMO*

 

Steun ons unieke non-profit mediaproject en word proMO*.

Je ontvangt ons magazine en geniet van een pak andere voordelen

Je maakt MO* mee mogelijk en steunt ons in onze missie.

Voor € 4,60/maand of € 60/jaar.

Ik word proMO*

Een halve wereld op zoek naar beter werk

Het is geen overbodige luxe dat migratie het welzijn en inkomen van miljoenen werkende mensen in armere landen kan verbeteren, en daarmee de immense inkomensongelijkheid in de wereld zou verminderen. Voor een groot deel van de mensheid levert werk immers maar magere vruchten op. Volgens de World Employment and Social Outlook2023, het jaarlijkse rapport met arbeidsmarktprognoses van de IAO, hebben 473 miljoen mensen geen werk terwijl ze dat wel willen.

De wereld telt 214 miljoen werkende armen, mensen die weliswaar werken maar minder dan 1,9 dollar aan reële koopkracht per dag hebben. 4 miljard mensen heeft geen enkele vorm van sociale bescherming tegen ziekte, ouderdom of werkloosheid.

Daarbij komt dat de pandemie en de inflatie van de voorbije jaren de inkomens in veel landen hebben aangetast. Het Global Wage Report 2022-2023 van de IAO geeft duidelijk aan dat COVID-19 de reële loongroei heeft aangetast, vooral in de armere landen. Afrika springt eruit, met een vermindering van de reële lonen met 10% in 2020. Veel rijke landen konden met allerlei maatregelen het inkomen van hun burgers beter beschermen.

Met de inflatiegolf is het eerder omgekeerd. In de eerste helft van 2022 daalden de reële lonen in de rijke landen met 2,2%. In de opkomende landen stegen de reële lonen met een, weliswaar matige, 0,9%. Dat heeft er onder meer mee te maken dat in Azië, en in China in het bijzonder, de inflatie eigenlijk niet steeg.

Het globale cijfer voor de ontwikkelingslanden verbergt niettemin dat armere gezinnen relatief gezien sterker getroffen worden. Dat komt omdat een groter deel van hun budget naar voedsel en energie gaat, waarvan de prijzen meer zijn gestegen.

Het kapitaal, nog altijd

Inflatiegolven zijn altijd een herverdelingsstrijd tussen arbeid en kapitaal. Die wordt dit keer voorlopig gewonnen door de bedrijven, stelt het voorwoord van de World Economic Outlook van april 2023 van het Internationaal Monetair fonds: ‘De nominale loongroei blijft ver achter op de prijsinflatie, wat dus een steile en ongeziene daling van de reële lonen inhoudt.’

En ook: ‘Bedrijfswinsten stegen sterk de voorbije jaren – dat is de keerzijde van de sterk verhoogde prijzen en de slechts matig hogere lonen – en zouden dus in staat moeten zijn om stijgende arbeidskosten te absorberen.’ Een studie van de Europese Centrale Bank stelt dat de prijsstijgingen in 2022 voor twee derde te wijten zijn aan toegenomen winsten en slechts voor één derde aan toegenomen arbeidsinkomens.

Hoe is zoiets mogelijk in tijden van krapte op de arbeidsmarkt? Paul De Grauwe, professor economie aan de London School of Economics: ‘De machtsverhouding tussen arbeid en kapitaal is de voorbije decennia veranderd. Kapitaal staat nu sterker, onder meer omdat veel sectoren gedomineerd worden door een of enkele bedrijven.’

Een andere factor die meespeelt, is dat vakbonden verzwakt zijn omdat ze minder leden hebben. Ronald Janssen, die de evoluties op de voet volgt bij het raadgevend comité van de vakbonden bij de OESO (de organisatie van rijke landen), ziet het zo: ‘De krappe arbeidsmarkt vertaalt zich onvoldoende in hogere lonen omdat werkgevers de lonen kunstmatig laag houden, via detachering en discriminatie van vrouwen, mensen van kleur en immigranten. En omdat vooral laagbetaalde werknemers zich er onvoldoende van bewust zijn dat ze bij andere werkgevers meer kunnen verdienen.’

‘Daarom heb je naast een werknemersvriendelijk economisch beleid – een krappe arbeidsmarkt – sterke vakbonden nodig, die een tegenmacht vormen tegen de macht van werkgevers.’

‘In een land als België,’ vervolgt Janssen, ‘is er dan weer de loonnorm die vakbonden belet hun macht te vertalen in hogere lonen. Als er één land is dat mondiaal een verschil zou kunnen maken, zijn het de Verenigde Staten. Maar ook daar zie je maar beperkte doorbraken.’

Machtsstrijd in de vs

Sociale vooruitgang vergt economische groei, én een eerlijke verdeling van die inkomensgroei. En die verdeling hangt dan weer af van sociale strijd, die de machtsverhouding om de koek te verdelen gestalte geeft, en van regelgeving. Zoals bijvoorbeeld de akkoorden die de Internationale transportwerkersvakbond afsluit met reders van vrachtschepen. De naleving daarvan kan gecontroleerd worden wanneer schepen aanmeren in havens.

De VS kenden de voorbije 50 jaar een grote economische groei, maar die werd erg ongelijk verdeeld. Nobelprijswinnaar Economie Angus Deaton heeft beschreven hoe de reële uurlonen er in 2008 lager waren dan in 1972. De rijkste één procent verdiende in 1976 slechts 8,7% van het nationaal inkomen, terwijl dat in 2007 al 23,5% was. Sindsdien is dat amper verbeterd.


‘De stijging van het minimumloon naar 337 euro is erg relatief. Daarmee moeten arbeiders heel veel overuren maken om rond te komen.’
Sinologe Anita Chan (National University of Australia)

‘Eigenlijk zijn alleen de laagste lonen echt gestegen’, zegt Bill Spriggs van de Amerikaanse vakbond AFL-CIO. ‘Gewoon omdat in een groeiend aantal staten (van de VS, red.) het minimumloon is opgetrokken van 7,5 tot 15 dollar per uur.’

‘Die doorbraak komt er door sociale strijd die het punt op de agenda heeft gezet. Soms gaat de politiek erop in, soms moet beroep gedaan worden op de bevolking om, tegen conservatieve deelstaatregeringen in, het minimumloon te verhogen. In Florida werd het goedgekeurd via een referendum, tegen de zin van de gouverneur in.’

Waarom stijgen andere lonen in de VS ook niet meer op een krappe arbeidsmarkt? Spriggs vraagt zich af de arbeidsmarkt wel echt zo krap is. ‘De arbeidsparticipatie ligt nu vier procent lager dan de 66% van het jaar 2000.’ Komt daarbij dat vakbonden in de VS veel zwakker staan. Het aandeel werknemers dat er lid is van een vakbond, bleef de voorbije decennia zakken.

De wetgeving bemoeilijkt er ook de vakbondswerking. President Joe Biden trad in 2021 aan met het voornemen om de onderdrukking van vakbonden in de VS te verminderen, maar dat is hem niet gelukt. Spriggs: ‘Om die wetten te wijzigen, heeft hij 60 van de 100 stemmen nodig in de Senaat. Dat lukt niet. Daardoor blijft het weliswaar verboden om mensen te ontslaan als ze lid worden van een vakbond, maar als het toch gebeurt, voorziet de wet amper sancties. Dat maakt vakbondsvorming lastig.’

‘Daarnaast blijven secundaire boycots verboden: als bijvoorbeeld de truckersvakbond beslist om geen koffie meer te leveren aan Starbucks, om zo de strijd voor een vakbond bij Starbucks kracht bij te zetten, dan kan de leider van die truckersvakbond in de gevangenis vliegen.’

© Reuters / Jonathan Ernst

Joe Biden wilde de onderdrukking van vakbonden in de VS verminderen, maar dat lukt hem niet.

In China: de staat domineert

Bidens agenda van meer beter betaalde banen spoort in feite met die van de Chinese president Xi Jinping. Die wil immers dat China minder afhankelijk wordt van export. Dat vereist hogere lonen voor de Chinezen, zodat die zelf kunnen kopen wat ze produceren.

Volgens de IAO is China vandaag het land waar de lonen het meest zijn gestegen: in 2022 lagen de reële lonen er 2,6 maal hoger dan in 2008. Toch is het lang geen vetpot. De minimumlonen liggen het hoogst in de zuidelijke metropool Shenzhen: ze stegen van 635 yuan (90 euro) in 2005 naar 2000 yuan (285 euro) in 2015. Sindsdien stokt de toename. In 2022 lag het minimumloon er op 2360 yuan (337 euro).

Over die loonstijgingen beslist de communistische partijstaat. Professor Anita Chan van de National University of Australia: ‘Als je beseft dat de woonkosten in grootsteden als Shenzhen amper lager liggen dan in westerse steden, en dat de kosten voor zorg en onderwijs voor migrantenwerkers hoog blijven, wordt die stijging van het minimumloon erg relatief. Met een minimumloon van 337 euro moeten arbeiders heel veel overuren maken om rond te komen.’

Zeker is dat de vakbondswerking in China volledig ingebed zit in de communistische partij en haar prioriteiten. Sinds het aantreden van Xi zijn arbeidsadvocaten en ngo’s aangeklaagd en/of verboden, vaak met gevangenisstraffen tot gevolg.

Techplatformen, een nieuwe arena

De Europese Unie is de regio waar georganiseerde werknemers zich het sterkst kunnen uiten. In verhouding besteedt de Unie ook het meest aan sociale bescherming. De Unie probeert haar model ook te exporteren. Al jaren neemt ze sociale hoofdstukken op in haar vrijhandelsverdragen. MO*journaliste Sarah Vandoorne onderzocht de impact van die handelsverdragen en kwam tot de slotsom dat ze op het terrein weinig verschil maken, onder meer omdat ze niet bindend zijn.

MO*talks: De nieuwe arbeidsmigratie: kans of gevaar?

Er lijkt een wereldwijde jacht op arbeid aan de gang om de grote werven van klimaattransitie, vergrijzing en digitalisering te realiseren. Studies tonen aan dat België tegen 2030 zo’n 500.000 werknemers “te weinig” zou hebben. Wat zijn de kansen en gevaren van die nieuwe internationale arbeidsmigratie? Kunnen de rijke landen hun grote werven zonder migratie uitvoeren? Kan het een economische impuls geven aan landen in het Globale Zuiden? En waardig werk aan een deel van de vele mensen die dat ontberen?

MO*journalist John Vandaele praat erover met Fegin Francis (arbeidsmigrant), Lieve Verboven (directeur IAO-Brussel), Stefaan Peirsman (stafmedewerker migratie ACV) en Sonja Teughels (Voka).

Donderdag 6 juli, 20 uur
Industriemuseum, Gent.
Gratis inkom. Inschrijven via info@mo.be

Meer informatie

Ook voor de platformeconomie, die met de Ubers en Deliveroos van deze wereld sterk opkwam de laatste jaren, klinkt de schreeuw om regulering en sociale bescherming steeds luider.

Momenteel lijkt de Unie wat dat betreft voorop te lopen. Volgens de Europese Commissie werken in de Unie zo’n 28 miljoen mensen via onlineplatformen. Het Europees Parlement wil dat er automatisch van uitgegaan wordt dat deze mensen werknemers in loondienst zijn. Daardoor zouden alle wettelijke voorzieningen, inclusief minimumlonen van de betrokken sectoren, op hen van toepassing zijn. Het Parlement keurde in februari nog een richtlijn goed die de lidstaten nu zullen bespreken.

Sara Matthieu, Europees Parlementslid voor Groen, laat weten: ‘Het Parlement staat pal voor de rechten van platformwerkers. Vandaag worden die als zelfstandigen beschouwd. Dat is onzin. Zelfstandigen kiezen zelf wat ze verkopen en welke prijs ze daarvoor vragen. Dat kan onze Uberchauffeur of maaltijdkoerier niet. Deze wet moet platformwerkers erkennen als werknemers. Zo krijgen ze sociale bescherming, goede arbeidsvoorwaarden, vakantiegeld en pensioenen.’

De Europese Commissie gaat minder ver, maar de grote vraag is hoe de lidstaten reageren. Matthieu hoopt dat die een standpunt innemen dat zo dicht mogelijk bij dat van het Parlement ligt.

Vaak worden EU-regels ook buiten de EU overgenomen. Of dat ook het geval zal zijn met deze richtlijn? De platformwerkers in de EU en daarbuiten wachten daar niet op: ze voeren intussen hun eigen sociale strijd en halen soms al met de bestaande wetgeving resultaten binnen. In Nederland haalde vakbond FNV dit voorjaar nog haar gelijk voor de hoogste rechtsprekende instantie, de Hoge Raad, die oordeelde dat de maaltijdbezorgers van Deliveroo geen zelfstandigen zijn. In het Verenigd Koninkrijk won de App Drivers and Couriers union, een vakbondstak speciaal voor app-chauffeurs en koeriers, al enkele rechtszaken tegen Uber.

Actievoeren voor betere werkomstandigheden blijft sowieso nodig. Want sociale regelgeving werkt moeilijk als ze niet intern gedragen en verdedigd wordt.

Deze analyse werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2886   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur