Congo na de protestmarsen van 21 januari 2018

‘Kerk in Congo is geen politieke oppositie, maar leidt wel het verzet’

Oproerpolitie schiet traangas af om katholieke priesters en demonstranten uit elkaar te drijven tijdens een protestmars tegen president Joseph Kabila, georganiseerd door de katholieke lekenorganisatie CLC in Kinshasa, Democratische Republiek Congo, op 21 januari 2018.

Zondag 21 januari 2018 was opnnieuw een heftige dag in Congo. De katholieke kerk, en meer bepaald de lekenorganisatie CLC (Comité Laic de Coordination) had opgeroepen om na de gebedsdiensten de straat op te gaan om te eisen dat het regime de grondwet respecteert en vrije en transparante verkiezingen organiseert waarbij Kabila garanties geeft dat hij zich geen kandidaat stelt.

In Kinshasa vielen minstens zes doden (andere bronnen zeggen dat er minstens tien slachtoffers meer te betreuren vielen), in verschillende steden waren er harde confrontaties tussen mensen die geweldloos protesteerden en de ordediensten waarbij volgens mensenrechtenorganisatie ACAJ 65 gewonden vielen en 247 mensen werden gearresteerd, waaronder veel religieuzen, journalisten, en militanten van onder andere La Lucha.

In Goma werden honderden gelovigen gegijzeld in een kerk. Ze konden pas uren later door Monusco ontzet worden.

Op vele plaatsen werd traangas gebruikt (in Kinshasa zelfs in een materniteit!), in Goma werden honderden gelovigen gegijzeld in een kerk. Ze konden pas uren later door Monusco ontzet worden. In een aantal gevallen had Monusco een temperende invloed op het geweld, maar het algemene plaatje is toch dat Monusco klem zit tussen twee belangrijke polen van haar opdracht: het samenwerking met de Congolese staat en het beschermen van zijn burgers. In het Congo van vandaag zit daar een contradictie in…

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Deze balans is veel te zwaar, maar het is niet de ultieme veldslag geworden, zoals we die eerder zagen, bijvoorbeeld in januari 2015 en september 2016. Dat was ook niemands bedoeling. Uiteindelijk kwamen in een tiental steden een paar honderd mensen op straat, en hoewel de repressie brutaal was, was ze toch minder gewelddadig dan bij die vorige confrontaties.

De marsen zitten wel in een opbouw: ze volgen op de betogingen van 31 december, de dag dat het ter ziele gegane Sylvester-akkoord definitief ten grave werd gedragen. En er komen er nog: de dit was maar één stap in het opvoeren van de druk. Het is ondertussen duidelijk geworden dat de kerk het voortouw neemt in het protest tegen het aanmodderend electoraal proces waarvan velen vinden dat het regime het actief boycot omdat President Kabila van geen wijken wil weten, ook al zit zijn tweede en constitueel laatste mandaat er al sinds 20 december 2016 op.

Oog in oog met een woedende bevolking

Het regime in Kinshasa staat oog in oog met een woedende bevolking, en de kerk lijkt de enige instelling te zijn die aan deze woede een constructieve wending kan geven, in functie van geweldloze politieke verandering. De presidentiële meerderheid heeft bij een groot deel van de bevolking alle krediet verloren omdat ze er niet in geslaagd is de kleptocratie een halt toe te roepen.

Bovendien is ze erg verdeeld: het regime wil aan de macht blijven, zoveel is wel zeker, maar moet dat gebeuren met of zonder Kabila, en wie moet Kabila opvolgen in het geval dat zou nodig zijn, zijn vragen die diepe verdeeldheid zaaien. Meer nog, er lijkt een zwaar taboe over te hangen. Zolang daar geen antwoorden zijn, lijkt de kans op verkiezingen bijzonder klein.

De nationale en provinciale platformen en organen van de civiele maatschappij zijn vervreemd van hun militante traditie: overgestructureerd en voor een groot deel ook politiek gerecupereerd.

Maar de oppositie maakt voorlopig ook weinig indruk wegens te verdeeld en geen visie of plan. Voorlopig slaagt ze er niet in uit te leggen wat ze met de macht willen doen als ze die zouden veroveren, en in welke mate dat een alternatief zou zijn. De civiele maatschappij blijft lokaal misschien dicht bij de bevolking, maar haar nationale en provinciale platformen en organen zijn vervreemd van hun militante traditie: ze is overgestructureerd en voor een groot deel ook politiek gerecupereerd. De wervende, inspirerende impact op de massa zijn ze kwijt.

De kerk heeft een aantal voordelen: institutioneel weegt ze zwaar genoeg om overeind te blijven ondanks de repressie. In een erg verdeeld land met een gebrekkige infrastructuur en communicatie blijft ze één van de erg weinige actoren die werkelijk een nationaal bereik heeft. En dat bereik loopt door tot de “fin fond” van Congo’s cités, heuvels en vlaktes, want via de parochies heeft de kerk toegang tot de gewone bevolking.

De kerk positioneert zich hier niet als oppositie, maar wil waken over de grondwet en het Sylvesterakkoord dat een jaar geleden onder haar bemiddeling tot stand kwam. Ook binnen de kerk is men het niet over alles eens, maar minstens hierrond bestaat een consensus. En blijkbaar spreekt die consensus ook andere actoren aan die tot voor kort loyaal bleven aan het regime: uit signalen van de nationale leiding binnen zowel de protestantse, islamitische en kimbanguistische gemeenschappen blijkt dat ze zich nu een stuk kritsicher gaan opstellen.

De situatie in Congo is precair en vele Congolezen maken zich op voor het onvoorspelbare. ‘We zijn dat ondertussen gewoon’, zeggen ze. In een verkruimelend land met een verdeelde meerderheid en oppositie, met een leger dat nooit grondig hervormd werd en tot vandaag meer deel is van het probleem dan van de oplossing, en waar het vredesproces in het beste geval de open oorlog heeft getransformeerd tot low-intensity conflict, blijft de kans op grootschalige chaos en geweld zeer reëel. Het blijft moeilijk zoeken naar een geloofwaardig politiek proces om de broodnodige verandering geweldloos vorm te geven.

Kris Berwouts werkt sinds 2000 rond Congo. Vorig jaar publiceerde hij Congo’s gewelddadige vrede. Op 30 januari geeft hij een lezing in Boekhandel De Reyghere in Brugge.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift