‘Laat vluchtelingen asiel aanvragen buiten Europa!’

Volgens liberale politici als Guy Verhofstadt en Louis Michel lossen we de drama’s op de Middellandse Zee op door asielaanvragen buiten Europa mogelijk te maken. Staatssecretaris Theo Francken, VN-instanties en specialisten migratierecht reageren.

  • © Reporters/Giorgia Perottino Een vluchteling uit sub-Saharaans Afrika op een reddingsboot nabij de kust van Italië, mei 2014. © Reporters/Giorgia Perottino
  • Johanne Veilleux (CC BY-NC-ND 2.0) De afvalrace begint in het Malinese Bamako. Johanne Veilleux (CC BY-NC-ND 2.0)
  • United Nations Development Programme (CC BY-NC-ND 2.0) Deze jonge Syrische vluchtelingen werden opgevangen in Turkije. United Nations Development Programme (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Takver (CC BY-SA 2.0) Na de afschaffing van de zeer controversiële overzeese asielcentra voerde de Australische overheid in 2012 het systeem opnieuw in. Foto: protestactie tegen overzeese detentiecentra in Melbourne, 2011. Takver (CC BY-SA 2.0)
  • European Parliament (CC BY-NC-ND 2.0) Meer dan ooit slaan de liberale geesten in Europa op tafel om betere kanalen aan te leggen voor legale (arbeids)migratie. Foto: Guy Verhofstadt. European Parliament (CC BY-NC-ND 2.0)

De lange stofroute van het Malinese Bamako naar de Libische havenstad Zoewara is een eerste afvalrace op een van de vele clandestiene migratieroutes naar Europa.

De helse vrachtwagenreis van minstens een week loopt dwars door de Malinese, Algerijnse en Libische Sahara en is 4503 kilometer lang.

Lang niet iedereen haalt deze tocht, waar je wordt blootgesteld aan een verzengende hitte en aan woestijnpiraten die azen op smokkeldollars. Wie Zoewara bereikt, mag opnieuw in de lange wachtrij gaan staan voor een illegale oversteek naar Malta, het Italiaanse Calabrië of een van de Griekse eilanden, via de dodelijkste migratieroute ter wereld.

Naar het aantal migranten die stierven in de woestijn is het gissen.

In april alleen al zouden volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) meer dan duizend migranten overleden zijn op de Middellandse Zee.

Naar het aantal migranten die stierven in de woestijn is het gissen. De IOM eist meer dan ooit een efficiënt antwoord en middelen voor migranten op de migratieroute in de belangrijkste landen in de sub-Sahara-regio.

Johanne Veilleux (CC BY-NC-ND 2.0)

De afvalrace begint in het Malinese Bamako.

Johanne Veilleux (CC BY-NC-ND 2.0)

De terugkeer van de ideeën

Na de bootramp in april, waarbij meer dan zevenhonderd mensen verdronken, kwam de Europese Commissie met een tienpuntenplan dat meteen daarna door de Europese Raad in een actieplan werd gegoten.

De nadruk lag daarbij op de versterking van Triton, de Frontex-reddingsoperatie op zee, op terugname-akkoorden met herkomstlanden en op de aanpak van mensensmokkelaars. Het plan werd op luide kritiek onthaald: het zou een slag in de lucht zijn en het probleem niet aanpakken. De minimale hervestiging van 5000 Syrische vluchtelingen die Europa belooft en het beperkte uitreiken van humanitaire visa houdt de vele mensen die conflicten en extreme armoede ontvluchten niet tegen om toch te vertrekken, klinkt het.

Guy Verhofstadt: ‘Er is een volledige ommezwaai nodig in ons migratiebeleid.’

Als we echt willen voorkomen dat mensen sterven op die dodelijke route naar Europa, dan moeten we er simpelweg voor zorgen dat ze die tocht niet meer hoeven te maken. Dat zegt Guy Verhofstadt. De fractieleider van de Europese liberalen pleit in dit kader voor een systeem van asielaanvragen in de herkomstregio of in belangrijke transitlanden als Mali, Libië en Turkije.

Nu kan een asielaanvraag immers alleen op Europees grondgebied. ‘Als we willen dat de Middellandse Zee niet langer de dodelijkste migratieroute ter wereld is, komen we er niet met kleine aanpassingen links en rechts. Dan is een volledige ommezwaai nodig in ons migratiebeleid.’

United Nations Development Programme (CC BY-NC-ND 2.0)

Deze jonge Syrische vluchtelingen werden opgevangen in Turkije.

United Nations Development Programme (CC BY-NC-ND 2.0)

Verhofstadt ziet de asielprocedure overzee in de eerste plaats via een vertegenwoordiging van de Europese Unie ter plekke. ‘Zouden we toch een Europees spreidingsplan op poten kunnen zetten, dan kunnen ook ambassades en consulaten van de lidstaten aanvragen behandelen’, reageert hij. Een coherente aanpak daarbij is nodig, zegt Verhofstadt. ‘Een asielaanvraag in de landen zelf, het opzetten van safe zones, een spreidingsplan en een legaal migratieschema moeten tegelijk worden uitgevoerd.’

Nieuw is het idee niet. Het voorstel komt af en toe op de Europese vergadertafel en wordt er meteen weer afgeveegd. Dat zegt de Nederlandse expert migratierecht Hemme Battjes. ‘Om de vijf jaar komen al die plannen opnieuw op tafel, denkt iemand het ei van Columbus te hebben gevonden. En telkens dooft het enthousiasme uit.’

Battjes maakt vanuit zijn juridische expertise een aantal kanttekeningen bij het idee van asielprocedures buiten de Europese landsgrenzen. ‘Europa is gebonden aan een aantal verdragen die je niet zomaar overboord kan gooien. Als je zo’n asielprocedure naar elders wilt verplaatsen, ben je nog altijd gebonden aan het Vluchtelingenverdrag en een aantal Europese Unieverdragen die een hoop voorwaarden inhouden. Bovendien’, gaat Battjes verder, ‘moet je partnerlanden vinden die zin hebben om jouw asielsysteem te huisvesten.’

Weinig overtuigende precedenten

Er zijn een aantal praktijkvoorbeelden, al leidden die tot stevige debatten. Zo hanteerde Zwitserland tot voor kort als enige Europese land de zogenaamde ambassadeprocedure. Via deze regeling konden vluchtelingen direct via de Zwitserse ambassades in vertrekregio’s een asielaanvraag doen. Bij de hervorming van de asielwetgeving schafte Bern in 2013, na een referendum, het systeem echter af.

Theo Francken: ‘Dit systeem had een aanzuigeffect.’

‘Het had een aanzuigeffect’, verklaart de Belgische staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken, die überhaupt geen voorstander is van de ambassadeprocedure. Nochtans werd volgens de Zwitserse Vluchtelingenraad OSAR de Zwitserse ambassadeprocedure nooit op grote schaal gebruikt. ‘Van de 4000 gemiddelde aanvragers per jaar werden er 200 toegelaten op Zwitserse bodem’, aldus OSAR.

De vluchtelingenorganisatie zelf was tegen de afschaffing, omdat het toch ‘een belangrijk potentieel instrument was waarmee Zwitserland bescherming kon bieden aan kwetsbare personen als vrouwen en kinderen die in zeer slechte situaties zaten.’ OSAR zag de ambassadeprocedure als een van de antwoorden op mensensmokkel en gevaarlijke migratieroutes.

Op het tegenargument dat ambassadeprocedures in transitlanden tot extra instroom en dus een aanzuigeffect leiden, reageert Guy Verhofstadt krachtig. ‘Of deze critici ontkennen de feiten, of ze zijn cynisch. Elk jaar verdrinken meer mensen in de Middellandse Zee: deze maand alleen al drie keer meer dan in dezelfde periode vorig jaar, dat al een triest recordjaar was. De uitzichtloze situaties in bepaalde landen zijn de pushfactor. Anders gesteld: dat virtuele aanzuigeffect is er vandaag ook, ondanks het feit dat er niets structureels in ons migratiebeleid is veranderd.’

Nog een voorbeeld van overzeese asielprocedures is het Australische overzeese asielsysteem, zegt Hemme Battjes. ‘Asielzoekers die Australië via de zee willen binnenkomen, worden meteen naar detentiecentra op bepaalde eilanden gebracht. Australië legt op die manier de verantwoordelijkheid bij een andere staat en koopt de ontevredenheid af met financiële steun.’

Na de afschaffing van de zeer controversiële overzeese asielcentra — die tussen 2000 en 2008 op Nauru en het Papoea-Nieuw-Guinese eiland Manus werden opengehouden — voerde de Australische overheid in 2012 het systeem opnieuw in. Het was een antwoord op de meer dan 16.000 bootvluchtelingen die het land probeerden te bereiken. Meer dan 490 mensen kwamen daarbij om. De regering stelde een deskundigenpanel aan, dat voorstelde om asielzoekers en mensensmokkelaars af te raden boottochten te ondernemen. Volgens hun rapport konden overzeese detentiecentra daartoe dienen.

Takver (CC BY-SA 2.0)

Na de afschaffing van de zeer controversiële overzeese asielcentra voerde de Australische overheid in 2012 het systeem opnieuw in. Foto: protestactie tegen overzeese detentiecentra in Melbourne, 2011.

Takver (CC BY-SA 2.0)

De letter van de Conventie

Italië, Spanje en Malta onderzoeken of offshore processing mogelijk is in een transitland als Tunesië, zegt Vanessa Saenen, woordvoerster van de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR Brussel. ‘Kan dit werken? Misschien, mits een aantal strenge voorwaarden worden vervuld. Zo moet men in de eerste plaats kijken of zo’n transitland politiek stabiel genoeg is. En het mag niet worden gebruikt als een Europese buitengrenspost of een nieuwe buffer om Europa binnen te komen.’

Een andere vraag die Saenen opwerpt is wat je doet met opvang: voorzie je daarin, en hoe? ‘Als daaronder detentiecentra zoals Nauru worden verstaan, is dat geen goed idee.’ Daarmee verwijst Saenen naar de scherpe kritiek op de Australische overzeese asielcentra, die in tegenspraak zijn met de Conventie van Genève, die de arbitraire opsluiting van asielzoekers verbiedt.

Francken: ‘De oplossing is vrede en veiligheid in het Midden-Oosten.’

Opvang is met andere woorden een belangrijk punt in de discussie over overzeese asielprocedures. Tijdens de Libische revolutie bijvoorbeeld strandden veel mensen bij de Zwitserse ambassade in Tunis. De wachttijden daar liepen op door de massale toestroom, opvang was er niet, en veel mensen namen, het wachten beu, toch de boot naar Lampedusa, zegt de Zwitserse vluchtelingenorganisatie OSAR.

Ook Staatssecretaris Francken heeft zo zijn bedenkingen. ‘Australië en de akkoorden buiten beschouwing gelaten, betwijfel ik ten eerste dat je landen vindt die akkoord gaan met het huisvesten van een Europees asielbureau. Die landen worden immers aantrekkingspolen voor extra mensen die een aanvraag willen indienen. Hoe vang je die mensen op? Hoe worden ze verdeeld als de Europese lidstaten nu al tegen een verdeelsleutel zijn? En wat doe je met mensen die een negatief antwoord krijgen omdat ze economische vluchteling zijn, vertrokken uit sub-Saharaanse landen als Senegal, Gambia en andere West-Afrikaanse landen? Ik geloof nooit dat die willen terugkeren. Dit verhaal biedt dus geen oplossing.’

Op de vraag wat de oplossing dan wel is, is Francken kort: ‘Vrede en veiligheid in het Midden-Oosten.’ Europa speelt daar nu zeker al een rol in, vindt Francken. ‘Voor steun aan vluchtelingen bood Europa van de 3,8 miljard euro die tijdens de donorconferentie in Koeweit voor Syrië werd opgehaald, bijna 1 miljard.’

De VN hadden echter 8,4 miljard dollar als doel gesteld voor het einde van 2015. ‘Europa kan dit niet alleen oplossen’, reageert de staatssecretaris. ‘Het gaat om een gedeelde verantwoordelijkheid waarin ook Afrikaanse en Arabische leiders hun rol moeten spelen. Saoedi-Arabië moet prioriteiten stellen, maar blijft zijn enorme wapenarsenaal aanvullen en het al indrukwekkende leger verder uitbouwen. Tegelijk heeft het land niet één Syrische vluchteling op zijn grondgebied en kreeg het niet meer dan zestig asielaanvragen.’

European Parliament (CC BY-NC-ND 2.0)

Meer dan ooit slaan de liberale geesten in Europa op tafel om betere kanalen aan te leggen voor legale (arbeids)migratie. Foto: Guy Verhofstadt.

European Parliament (CC BY-NC-ND 2.0)

Migratiecentrum Bamako

Gérard Deprez van de MR, Belgisch Europarlementslid en lid van LIBE, de commissie die binnen het Europees Parlement onder meer het Europese migratiebeleid volgt, noemt het tienpuntenplan van de Europese Commissie ‘symptoombestrijding’. Het echte probleem is volgens hem het koppige Europese beleid. Zolang dat niet structureel verandert, blijft illegale migratie een verliesoperatie voor alle betrokken partijen, aldus Deprez.

Gérard Deprez: ‘Zolang het koppige Europese beleid niet structureel verandert, blijft illegale migratie een verliesoperatie voor alle betrokken partijen.’

Je pakt geen bootcrisis aan door arbeidskaarten te gaan uitdelen, is de reactie van staatssecretaris Francken. Hij voegt eraan toe ‘dat we eerst naar de arbeidsreserves moeten kijken: een op de drie Brusselse jongeren heeft geen werk’.

Guy Verhofstadt noemt de beperkte arbeidsmobiliteit vandaag in Europa anders wel een rem op onze economische groei. Hij pleit voor een sterk doorgevoerd economisch migratieplan, ‘naar analogie met de Amerikaanse Green Cards. Landen als Zweden die zowel laag- als hooggeschoolde migranten toelaten tot hun arbeidsmarkt, hebben niet toevallig een succesvolle economie.’

Meer dan ooit slaan de liberale geesten in Europa op tafel om betere kanalen aan te leggen voor legale (arbeids)migratie.

Ook Europarlementslid en gewezen Europees Commissaris voor Ontwikkeling en Internationale Hulp Louis Michel pleit voor een proactief model van arbeidsimmigratie. Daarvoor verwijst hij graag naar een proefproject in Mali: een migratiecentrum in Bamako dat in 2008 werd gefinancierd door het Europees Ontwikkelingsfonds en beheerd door de Malinese autoriteiten. Begin dit jaar jaar liep het project onder de naam Cigem (Centre d’Information et de Gestion de Migrations) af.

Het Cigem lijkt een stille dood gestorven te zijn na een opmerkelijk begin. Het centrum kreeg immers meteen de wind van voren, omdat het onder meer volgens vluchtelingenorganisaties vooral een ontradende functie zou hebben. ‘Het project beoogde een proactieve en positieve aanpak in de plaats van de harde repressieve aanpak’, reageert Michel. ‘De filosofie was mensen met een migratiewens op een positieve manier behandelen. Het centrum wilde mensen die wilden migreren via arbeidsmigratie informeren over de arbeidsverwachtingen in Europa. Men wilde in gesprek gaan: wat is je motivatie, wat kun je, ben je bereid een opleiding te volgen en de landstaal te leren?’

Het Cigem was destijds een van de maatregelen die volgden na de drama’s op de Middellandse Zee in 2005 en 2006, vanuit Ceuta en Melilla. De missie was drieledig: een beter inzicht creëren in de regionale migratie, de bevolking bewust maken om illegale migratie tegen te gaan, opvang en informatie van potentiële arbeidsmigranten en teruggekeerde migranten.

‘De resultaten van het project waren, met een bereik van 8000 bezoekers (zowel kandidaat-migranten als terugkeerlingen), niet denderend’, geeft Louis Michel toe. Maar hij wil graag het finale rapport in juli afwachten om de impact te meten en lessen te trekken.

‘Het probleem ligt zeker op het politieke niveau, er was zwak overleg en slechte coördinatie tussen de verschillende actoren. We moeten hierover zeker met Mali in dialoog gaan. Overigens willen de Malinezen zelf wel een voortzetting van het project.’

Ook Verhofstadt blijft achter het idee van Cigem staan. ‘Ik wil weten wat werkte en wat niet in Bamako. Ik neem er geen vrede mee dat we nu de armen in de lucht gooien en roepen: “Het is niet gelukt, laten we er maar helemaal mee ophouden.” Nee, laten we lessen trekken uit wat we daar hebben geprobeerd en daarop verder bouwen.’

Dit artikel verscheen eerder in het zomernummer van MO* en online op 19 juni 2015. Het werd opnieuw gepubliceerd als onderdeel van de MO* Must Reads zomerreeks.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur