Latijns-Amerika rekent versneld af met politiek verleden

Carlos Figueroa (CC BY-SA 4.0)

In Chili begon de opstand met spontaan studentenprotest, in de hoofdstad Santiago kwamen ze op straat tegen de tariefverhogingen in de metro. De manifestaties groeiden verrassend snel, met meer dan 1 miljoen demonstranten op 25 oktober.

Zuid-Amerika was in oktober het schouwtoneel van sociale onrust en electorale afstraffing. Het toont de dilemma’s waar Latijns-Amerika voor staat. In geen land werd dat zo duidelijk als in Chili, met zijn massale, nog groeiende protesten en uitbraken van geweld.

De sociale onrust in Latijns-Amerika doet sterk denken aan de Arabische Lente (2010-2013). De bevolking stelt de enorme ongelijkheid in de regio aan de kaak en trekt het huidige economische model in twijfel.

In Chili begon de opstand met spontaan studentenprotest, in de hoofdstad Santiago kwamen ze op straat tegen de tariefverhogingen in de metro. De manifestaties groeiden verrassend snel, met meer dan 1 miljoen demonstranten op 25 oktober. Ook het geweld escaleerde, met plunderingen en dodelijke veldslagen met leger en politie.

Protest in Brazilië

De duurdere metrokaartjes – op 4 oktober werden ze 3,75 procent duurder – herinneren aan de Braziliaanse protesten die in juni 2013 ontstonden. Ook toen was de verhoging van de bus-, metro- en treinprijzen met 6,7 procent in São Paulo de aanleiding.

Het harde politieoptreden kon de beweging niet indammen. Integendeel, het stimuleerde net massale acties in het hele land. De Brazilianen eisten betere openbare diensten en hekelden de hoge kostprijs van de bouwwerken voor het wereldkampioenschap voetbal in 2014 en de Olympische Spelen in 2016.

President Rousseff afgezet

Het Braziliaanse straatprotest kreeg een nieuwe impuls toen in 2014 enorme corruptieschandalen bij politici aan het licht kwamen. Het leidde, met steun van de rechtse oppositie, tot de val van president Dilma Rousseff, van de linkse Arbeiderspartij, die in augustus 2016 door het parlement werd afgezet.

Het proces bracht het politieke systeem in diskrediet, wat in oktober 2018 tot de verkiezing van president Jair Bolsonaro leidde, een extreemrechtse kandidaat die zichzelf als antipolitiek profileerde, ook al zat hij zelf al tientallen jaren in de politiek.

Overblijfselen van Pinochet

In Chili zwol het protest aan, zonder dat er een grote organisatie achter zat, doordat het zich op grotere doelen ging richten. Zo loopt de wijziging van de grondwet voortdurend vertraging op, en is Chili een van de meest ongelijke landen ter wereld.

De Chilenen willen eindelijk de vele overblijfselen van de dictatuur onder generaal Augusto Pinochet (1973-1990) opruimen. De grondwet, die van 1980 dateert, is bijvoorbeeld nog opgelegd door de militairen.

De verontwaardiging geldt niet enkel recente en vroegere economische maatregelen, maar ook het uitstel van dringende politieke, sociale en wettelijke hervormingen. Daarmee wijkt het protest in Chili af van dat in andere Zuid-Amerikaanse landen.

Protest in Ecuador en Bolivia

Het eerste oktoberprotest vond in Ecuador plaats. De brandstofprijzen gingen er fors de hoogte in maar de hervormingsregering van Lenín Moreno herriep de maatregel en stopte zo de onrust.

In Bolivia blijft de oppositie protesteren tegen vermeende verkiezingsfraude. Ze wil een tweede ronde afdwingen waarin ze een einde zou kunnen maken aan dertien jaar bestuur van de linkse, inheemse president Evo Morales. Op 20 oktober kon die een tweede ronde maar nipt vermijden.

Diepe instabiliteit

De presidentsverkiezingen in Bolivia, en een week later in Argentinië en Uruguay, en diezelfde dag ook de lokale en regionale verkiezingen in Colombia, versnelden de opkomst en de neergang van links en rechts, van progressief en neoliberaal.

Herkozen raken of eenzelfde beleid voortzetten is moeilijker geworden in Latijns-Amerika.

“De instabiliteit zit diep, het maakt de onzekerheid nog groter”, vat politicoloog Clovis Brigagão de situatie samen. Hij is voormalig directeur van het Studiecentrum voor de Amerika’s van de Cándido Mendes-universiteit in Rio de Janeiro.

Rechtse nederlagen in Argentinië en Colombia

Argentinië zag de terugkeer van het peronisme, dat een centrumlinks populisme voorstaat. Alberto Fernández versloeg president Mauricio Macri, die er niet in is geslaagd de economie te herstellen met zijn liberale beleid.

In Colombia leed rechts een zware nederlaag bij lokale en regionale verkiezingen, wat als een afstraffing wordt gezien van president Iván Duque en zijn mentor, voormalig president Álvaro Uribe.

Links krijgt klappen in Uruguay en Bolivia

Ook links krijgt klappen. In Uruguay haalde Frente Amplio, de partij die al vijftien jaar aan de macht is, op 27 oktober de meeste stemmen, maar bij de tweede ronde op 24 november haalde ze minder goede kaarten dan de traditionele Nationale Partij, die gesteund wordt door andere rechtse partijen en het recent doorgebroken extreemrechts.

In Bolivia werd Morales tot winnaar van de presidentsverkiezingen uitgeroepen nadat hij met nauwelijks enkele tienden de marge van 10 procentpunt voorsprong had behaald die een tweede ronde overbodig maakt. Maar het verzet tegen zijn derde herverkiezing is massaal, zowel in binnen- als buitenland is het vermoeden van fraude groot.

Venezuela als uitzondering

Er zijn uitzonderingen op de trend. In Venezuela houdt de linkse regering van Nicolás Maduro sinds 2013 stand. Met zijn autoritaire optreden weerstaat hij hardnekkige en massale uitingen van afwijzing en zelfs een parallelle president, Juan Guaidó, die door vijftig regeringen wordt erkend.

De zogenaamde Bolivariaanse revolutie duurt nu al twee decennia, hoewel ze haar oprichter en belangrijkste leider heeft verloren – Hugo Chávez stierf in 2013 -, de economie heeft vernietigd en de uittocht van bijna vijf miljoen mensen heeft veroorzaakt (in een land met 29 miljoen inwoners).

Herinnering aan Allende

Geen Latijns-Amerikaans land werd zo sterk heen en weer geslingerd tussen links en rechts. Van 1970 tot 1973 probeerde president Salvador Allende via democratische weg een Chileense vorm van socialisme te ontwikkelen.

De militaire coup van 11 september 1973 maakte daar een einde aan, Allende werd vermoord.

“Bij de mensen is iets blijven hangen van de socialistische maatregelen, zoals gezondheidszorg voor iedereen, gratis melk voor kinderen, moeders en baby’s, collectieve en solidaire maatregelen zoals de volkskeukens die ontstonden toen bedrijven bevoorradingstekorten veroorzaakten”, zegt sociologe Maria do Carmo Brito.

Geschokt

De Braziliaanse woonde destijds in Chili en gaf les aan de Katholieke Universiteit van Santiago.

Er zijn ondertussen 46 jaar verstreken, maar het zijn “feiten die de oudsten aan hun kinderen en aan de jongeren vertellen.”

In 1997 keerde ze terug naar Chili om er een cursus bestuurskunde te volgen. Ze was “geschokt” door de maatschappelijke veranderingen. In plaats van meer gelijkheid en gemeenschapsleven zag ze “de ostentatieve luxe van de shopping malls en de rijke buurten”, een contrast met de ellende op straat. Over het verleden werd niet meer gesproken.

Neoliberaal model

De militaire dictatuur legde, samen met de grondwet van 1980, een neoliberaal economisch model op, dat zich nadien internationaal zou verspreiden via de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.

Daardoor kwam er onder meer een pensioensysteem op basis van individuele kapitalisatie. De pensioenen vielen veel lager uit dan verwacht, een van de belangrijkste redenen waarom de Chilenen vandaag in opstand komen.

Gezondheidszorg, onderwijs en andere geprivatiseerde diensten zijn moeilijk toegankelijk voor de armsten. De zogeheten Chicago Boys, Chileense economen die aan de American School of Chicago zijn opgeleid en het ultraliberalisme in Chili hebben geïntroduceerd, hebben dat probleem niet opgelost.

Ongelijkheid

Daardoor trad Chili toe tot de groep van landen met de grootste economische en sociale ongelijkheid, niet lang nadat het land bijna de socialistische droom had gerealiseerd.

Het is tegen die ongelijkheid dat de huidige protesten in de grote Chileense steden zich keren. Het is de reden waarom zoveel mensen op straat blijven komen, zelfs nadat de rechtse president Sebastián Piñera zijn economische beleid heeft gematigd. Zo schrapte hij de nieuwe metrotarieven en kondigde hij een verhoging van de pensioenen en een beheersing van elektriciteitsprijzen aan.

Door de explosieve situatie moest Piñera de organisatie van de top van de Asia-Pacific Economic Cooperation (APEC) in november en de VN-klimaattop in december schrappen, twee evenementen waarmee hij zijn imago van daadkracht en degelijkheid internationaal hoopte te consolideren.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Neoliberalisme in Brazilië

In Brazilië hangt de regering-Bolsonaro hetzelfde neoliberalisme aan. Minister van Economie Paulo Guedes, die de overheidsuitgaven fors wil terugdringen, probeerde het systeem van kapitalisatie door te voeren in de pensioenhervorming die het parlement onlangs heeft goedgekeurd.

Maar het parlement keurde verschillende onderdelen niet goed, onder meer die van kapitalisatie en de verlaging van de pensioenen voor gehandicapten en plattelandsarbeiders.

Hoe dan ook, zeggen veel analisten, zal Brazilië niet ontsnappen aan de explosie van sociale onvrede. Zijn economische beleid leunt aan bij dat van Chili, en de werkloosheid is er bijzonder hoog.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift