Hoe traditionele technieken helpen inspelen op klimaatverandering

Weg met high-tech. Leve low-tech

© Caro Barro

Sep Verboom werkte in ruraal Brazilië een project rond keramiek uit

Vandaag benaderen we duurzaamheid en ontwikkeling vaak vanuit een high-tech mindset, waarbij we steeds naar nieuwe technologieën kijken. Maar low-tech zou ook wel eens een oplossing kunnen zijn. We spraken met de denkers en designers die low-tech aanprijzen, over wat low-tech betekent en wat het ons kan geven in tijden van klimaatcrisis.

Stel, je bent een student die in het studentenhuis van de toekomst leeft, een high-tech gebouw, met overal touchscreens, sensoren en futuristisch design. Het kan ook anders. Volgens het Human Power Plant project kan je een studentengebouw maken dat deels door mensen aangedreven wordt. De studenten produceren zelf energie door te sporten, er zijn geen liften, en douchen met warm water kan maar om de drie dagen. Dit is low-tech design voor een toekomst zonder fossiele brandstoffen.

Low-tech?

Voorlopig is het moeilijk om te bepalen wat low-tech is, de lijn tussen high en low-tech verandert voortdurend.

‘Low-tech is heel moeilijk af te lijnen, en staat altijd in tegenstelling tot high-tech’, vertelt Kris De Decker, de oprichter van Lowtech Magazine die meewerkte aan het Human Power Plant project. ‘Ik heb een “dumb phone”, en vandaag is dat low-tech dankzij de smartphones. Maar 15 jaar geleden was dat high-tech.

‘Vandaag lossen we problemen op met nieuwe technologieën terwijl dat vaak niet nodig is. Low-tech stelt dat blinde geloof in nieuwe technologie in vraag’

Low-tech is dus een tegenstelling en het gaat er vooral om mensen aan het denken te zetten. Vandaag lossen we problemen op met nieuwe technologieën terwijl dat vaak niet nodig is. Low-tech stelt dat blinde geloof in nieuwe technologie in vraag.’

Zo kunnen oude technologieën volgens De Decker nieuwe problemen evengoed oplossen. Dat kunnen bijvoorbeeld oude trolleybusdiensten zijn, waar een bus tramgewijs verbonden is aan elektrische kabels boven de weg. Het systeem was erg populair in de negentiende en vroege twintigste eeuw, maar daarna viel het in ongenade. Nu is het terug aan een opmars bezig in een aantal steden.

Ook in design is dit soort principe nuttig, in de jaren 60 en 70 onderzochten designers zoals Victor Papanek inheemse gemeenschappen zoals de Inuit om tot designprincipes te komen. Ten slotte zijn er ook bewegingen die voor ‘appropriate technology’ -vaak low-tech- en gedecentraliseerde ontwikkeling nastreven.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Ontgroei

Kris De Decker is met zijn Lowtech Magazine een van de belangrijkste aanhangers van low-tech, daarnaast werkt hij wereldwijd aan allerhande projecten met traditionele technologieën.

Aanvankelijk was hij helemaal niet low-tech, en werkte als technologie- en wetenschapsjournalist. ‘Ik heb me toen geschoold in wetenschap en technologie, maar na een tijdje kreeg ik door dat dit niet de oplossing was. Elke technologische uitvinding is een oplossing voor de problemen van een eerdere technologische uitvinding. Je blust heel de tijd brandjes’, vertelt hij.

Elke technologische uitvinding is een oplossing voor de problemen van een eerdere technologische uitvinding. Je blust heel de tijd brandjes

Daarom kijkt hij nu vooral naar oudere technologie om hedendaagse problemen op te lossen. Zijn site staat bol van de traditionele techniek: van persluchtbatterijen tot houtgasauto’s. Hij onderzoekt zelfs hoe baggeren vandaag ook met met de hand kan.

De Decker wil vooral (energie)consumptie doen dalen, en dus degrowth oftewel ‘ontgroeiing’ versterken. ‘Iedereen focust op energie-efficiëntie, maar dat is een illusie want zolang je blijft groeien ga je ook meer verbruiken. Als je overschakelt van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie moet je ook energieverbruik verlagen. Je kan niet blijven groeien op een hernieuwbare manier. We moeten dus ook van bepaalde nieuwe technologieën af als we dat willen doen.’

Hippiejaren

Dit soort ideeën waren populair tijdens de jaren 60 en 70. In die periode ontstond Demotech, een initiatief van de Nederlander Reinder van Tijen, die in 2008 nog geridderd werd voor zijn activisme rond low-tech design in ontwikkelingslanden.

‘Ik kwam indertijd met low-tech om het leuke van de levensstijl van de hippies een economische basis te geven’

Zijn ideeën zijn vooral bekend dankzij een simpel en goedkoop ontwerp voor een waterpomp die erg handig bleek voor ontwikkelingslanden. ‘Ik werkte eerst in een fietsfabriek, dus daar heb ik een zekere technische expertise opgebouwd’, vertelt van Tijen.

‘Later, in 1976 maakten we we in Burkina Faso een eerste waterpomp. Toen gingen we naar Indonesië, waar een studentengroep mij meenam naar een dorpje om die waterpomp te bouwen. En binnen de kortste keren hadden ze 70 pompen gebouwd, wat hen amper geld kostte. Toen is een tv-zender langsgekomen en het idee verspreidde zich vervolgens overal in Indonesië. Er zijn vele duizenden van die pompen gebouwd in dat land.’

© Caro Barro

 

Voor van Tijen gaat dit soort technologie vooral over onafhankelijkheid. ‘Dat waren de hippiejaren. Ze hadden techniek nodig voor de betere wereld die ze probeerden te bouwen. Maar die techniek kon niet hetzelfde zijn als de normale commerciële techniek, want iedereen zou teruggesleept worden naar zijn baan en het afbetalen van zijn huis. Ik kwam toen met low-tech om het leuke van de levensstijl van de hippies een economische basis te geven. Daar was geen belangstelling voor toen. Nu, met de klimaatcrisis voor de deur is het niet veel beter.’

Hedendaags design


Caro Barro is het resultaat van een samenwerkingsverband tussen Sep Verboom en de Braziliaanse ambachtslieden van Coqueiro Campo, een dorp in de vallei van Jequitinhonha, in het noorden van Minas Gerais.

Volgens een eeuwenoude traditie maken de vrouwen uit het dorp nog steeds ambachtelijke keramiek, op basis van natuurlijke grondstoffen uit de directe omgeving. 

Vandaag halen designers nog steeds inspiratie uit dit soort low-tech denken. Sep Verboom is daar een uitstekend voorbeeld van, hij won in 2018 de Henry van de Velde Young Talent Award en werkt vaak met traditionele technieken.

‘Voor mij is low-tech vooral een kwestie van mensen verbinden’, stelt hij. ‘Ik werkte al veel in plekken zoals de Filipijnen, Brazilië en Indonesië. En heel vaak is de kennis en het materiaal er al. Alles is er, je moet gewoon de mensen verbinden.’

Zo deed hij een project in ruraal Brazilië, in Minas Gerais, rond keramiek. ‘Dat dorpje was al bekend voor haar keramiekproductie, vaak door vrouwen geproduceerd. Door hen samen te brengen ontstonden er nieuwe samenwerkingen, en hebben we heel wat unieke stukken kunnen maken. Low-tech was in dit geval gewoon buren laten samenwerken.’

Globale Zuiden en Noorden

Low-tech heeft dus een aantrekkingskracht als het op ontwikkeling aankomt in het Globale Zuiden. ‘Low-tech is in essentie meer schaalbaar dan high-tech, omdat iedereen ermee kan beginnen. Dit soort ontwerpen zijn vaak niet zo complex, en je hebt er minder materiaal en kennis voor nodig dan bij high-tech’, vertelt De Decker.

Voor De Decker is het wel belangrijk om dit soort traditionele technieken niet enkel in het Globale Zuiden te laten, in het Noorden moeten we er meer dan ooit op inzetten. ‘Dat was zowat de fout van de appropriate tech beweging. Ze zagen wel de behoefte aan een ander soort technologie, maar dan enkel in ontwikkelingslanden. Terwijl wij in de rijke landen ook dit soort technologie moeten bekijken om in te spelen op klimaatverandering.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Tom Cassauwers is freelance journalist en schrijft over technologie en wereldpolitiek. Hij verscheen al onder andere in MO*, Datanews en Knack.