Dossier: 

Milities gijzelen de Centraal-Afrikaanse Republiek

We beleven een gewelddadige zomer. De blik van de wereld is gericht op de brandhaarden in het Midden-Oosten en de stijgende spanning in Oost-Oekraïne. Ondertussen wordt de Centraal-Afrikaanse Republiek, buiten het bereik van de camera’s, al maanden gegijzeld door milities. Meer dan een miljoen mensen zijn op de vlucht. Een woordje toelichting.

© hdptcar

Gewapende strijders in een rebellenkamp in noordoosten van de CAR

Een humanitaire catastrofe

Op dinsdag 19 augustus 2014 bracht Babacar Gaye, het hoofd van MINUSCA (de Multidimensionele Geïntegreerde Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de Centraal-Afrikaanse Republiek), verslag uit bij de VN Veiligheidsraad. Gaye benadrukte dat, hoewel afgenomen, het sektarische geweld in de CAR aanhoudt, ook na het vredesbestand van 23 juli. Vorige week nog werden tientallen burgers in het noorden van de CAR brutaal afgeslacht, vermoedelijk door leden van de Séléka-rebellengroep. Ondertussen houden strijders van de anti-Balaka de hoofdstad Bangui in een houdgreep.

Als gevolg van het aanhoudend geweld, blijft de humanitaire situatie in het land verslechteren. Volgens de Verenigde Naties heeft bijna de helft van de bevolking nood aan voedselhulp. Meer dan een miljoen mensen zijn ontheemd en op de vlucht in eigen land. Volgens het Wereldvoedselprogramma heeft het land, net als Syrië en Zuid-Soedan, af te rekenen met een “grootschalige voedselcrisis”.

Het holle vredesakkoord

Het huidige conflict begon in maart vorig jaar, toen de regering van voormalig president François Bozizé met geweld werd omvergeworpen door Séléka-rebellen onder leiding van Michel Djotodia. Lang duurde diens heerschappij niet: onder internationale en regionale druk werd hij op zijn beurt verplicht de macht af te staan aan een overgangsraad, onder leiding van Alexandre-Ferdinand Nguendet. Een interim-regering werd in het leven geroepen en Catherine Samba-Panza werd de nieuwe president ad interim. Intussen blijven anti-Balaka en Séléka elkaar bekampen, terwijl het overgangsregime aan slagkracht mist om het geweld te stoppen.

‘Het is niet de bedoeling het conflict te beëindigen aan de onderhandelingstafel.’

Volgens Johnny Vianney Bissakonou, een Centraal-Afrikaanse journalist en nu politiek vluchteling in Frankrijk, is het van kracht zijnde vredesakkoord tussen de rebellen slechts schijn. ‘De Séléka noch de anti-Balaka zijn bereid compromissen te sluiten of toegevingen te doen’, aldus Bissakonou. ‘De enige reden waarom ze aan de onderhandelingstafel zitten, is om hun militaire posities te consolideren.’ Over essentiële thema’s, zoals de ontwapening of het organiseren van vrije verkiezingen, wordt volgens Bissakonou zelfs niet gesproken.

Nochtans zouden er volgens de VN verkiezingen moeten plaatsvinden in het voorjaar van 2015. Ook Frankrijk is vragende partij. Als het geweld aanhoudt, is verkiezingen organiseren echter nutteloos, vindt Bissakonou. ‘Normaal zouden er in 2015 verkiezingen komen. Ik stel echter vast dat het land nog steeds niet gedemilitariseerd of gestabiliseerd is. In die context zijn vrije en eerlijke verkiezingen natuurlijk onhaalbaar. De beide partijen zouden elkaars legitimiteit nooit erkennen.’

Meer dan twee partijen

Bijkomend probleem is dat er meer dan twee partijen bij het conflict betrokken zijn. De onderhandelingen vinden dan wel plaats tussen vertegenwoordigers van de anti-Balaka en Séléka-rebellen, maar dit zijn allerminst homogene groepen met een coherente agenda. Volgens Africa Confidential (7 maart 2014) valt de anti-Balaka beweging uiteen in vijf blokken, waarvan er slechts één (weliswaar de grootste) de steun heeft van ex-president Bozizé.

Ook de Séléka rebellenbeweging valt uiteen, in twee grote blokken (Séléka Bambari en Séléka Birao) waarvan alleen de Bambari  vertegenwoordigd zijn aan de onderhandelingstafel. Daarnaast zijn er nog talloze milities actief,  geleid door lokale krijgsheren, die van de wetteloosheid gebruik maken om hun macht uit te breiden.

‘Dit bemoeilijkt natuurlijk de onderhandelingen,’ waarschuwt Bissakonou. ‘De vertegenwoordigers aan de onderhandelingstafel hebben niet de controle over alle versplinterde milities die door de tegenpartij niettemin als Séléka of anti-Balaka beschouwd worden.’

Een splitsing langs religieuze lijnen?

De twee rebellenbewegingen komen niet enkel uit verschillende geografische regio’s in het land, er valt ook een duidelijke religieuze scheidslijn te trekken. Terwijl de Séléka afkomstig zijn uit het noorden van de CAR en uit moslims bestaan, zijn de anti-Balaka overwegend christenen. Séléka willen het land zelfs opsplitsen langs deze breuklijnen.

‘Dit is in de essentie duidelijk geen religieus conflict. De rebellenleiders gebruiken religieuze argumenten om te mobiliseren en de burgers tegen elkaar op te zeggen.’

Bissakonou is sceptisch: ‘Deze eis moet niet te ernstig worden genomen. Het is hun drukkingsmiddel om tijdens de onderhandelingen te krijgen wat ze willen. Op die manier hebben ze bijvoorbeeld de benoeming van een islamitische premier, Mahamat Kamoun, bekomen. De hele internationale gemeenschap is bovendien tegen dergelijke scheiding gekant.’

Daarnaast moet volgens Bissakonou ook niet te zwaar getild worden aan het religieuze onderscheid. ‘Dit conflict is in de essentie geen religieus conflict. De rebellenleiders gebruiken religieuze argumenten om te mobiliseren en de burgers tegen elkaar op te zetten. Onschuldige burgers worden vandaag vermoord en aangevallen omwille van hun religieuze overtuiging, maar dit is vooral een gevolg van de religieuze retoriek die gebruikt is in een conflict van politieke aard.’

De afwezigheid van de staat

Op papier mag de CAR dan wel over een overgangsraad, een president en een premier beschikken, in realiteit stellen die weinig voor. Bissakonou: ‘Om van een overheid te kunnen spreken is er een nationaal leger nodig en een overheidsbudget. Een leger is er niet en alle staatsinkomsten komen van de internationale gemeenschap.’

‘De overgangsraad is ook helemaal niet representatief voor de bevolking,’ aldus Bissakonou. ‘Het is een verzameling vertegenwoordigers van gevestigde belangengroepen. Wie de beste contacten heeft en het best onderhandelt, kan zijn standpunten doordrukken.

Steun van de Verenigde Naties

Volgens de huidige planning start in september de VN vredesmissie MINUSCA. Op 15 september slorpt deze de voorgaande initiatieven op van de Afrikaanse Unie (MISCA) en de huidige missie van de Verenigde Naties (BINUCA). MINUSCA zal ook nauw samenwerken met de zowat 2.000 Franse militairen in het land. In totaal zou MINUSCA zelf ongeveer 10.000 militairen en 2.000 politieagenten, afkomstig uit Benin, Burkina Faso, Mali, Senegal, Marokko, Frankrijk en Indonesië, in de CAR positioneren.

De resolutie van de VN Veiligheidsraad stelt echter dat het een defensieve operatie wordt, die vooreerst burgers moet beschermen en de mensenrechten doen respecteren. Verder moet de missie de overgangsregering ondersteunen en een proces van demilitarisering opstarten. Hiertoe kan MINUSCA wel ‘alle noodzakelijke middelen’ gebruiken. Vraag blijft hoe dit militair ingevuld zal worden. Bissakonou: ‘Het is onduidelijk welke militaire operaties toegelaten zijn onder het huidig mandaat van MINUSCA. De rebellen zullen alleszins niet vrijwillig ontwapenen’.

De onzekere toekomst

Gaan we naar een Somalisch scenario? De afwezigheid van een centrale autoriteit en het brutale sektarische geweld zijn alvast onrustwekkende factoren.

Wordt de CAR de komende maanden meegesleurd in een anarchistische spiraal van geweld? De afwezigheid van een centrale autoriteit en het brutale sektarische geweld zijn alvast onrustwekkende factoren.

Bissakonou: ‘We hebben een sterke bemiddelaar nodig, die de partijen kan dwingen om aan ontwapening te beginnen. Het is onwaarschijnlijk dat een Afrikaans buurland die rol kan opnemen. Frankrijk wil zijn handen liefst aftrekken van de CAR en andere Westerse landen staan niet te springen om die taak over te nemen. Het is afwachten of MINUSCA voor een doorbraak kan zorgen.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift